De onmogelijke droom van Theodor Herzl

Buiten de stad Bazel trok de bijeenkomst maar beperkt de aandacht. Net als honderd jaar geleden. In 1897 riep hier de Hongaars-joodse journalist Theodor Herzl op tot een eigen joodse staat als enig mogelijke weermiddel tegen het alom groeiende antisemitisme....

NOGMAALS Bazel was wat curieus. De verhouding tussen Zwitserland en de joodse wereld is, laten we zeggen, moeizaam sedert de herontdekking van de 'slapende' bankrekeningen. De Israëlische president Ezer Weizmann bleef weg omdat hij niet verwikkeld wilde raken in het debat over het Zwitserse oorlogsverleden. Omdat Weizmann niet kwam, bleef ook zijn ambtgenoot Arnold Koller thuis in Bern. Er ontplofte een bommetje bij de congreshal. Was het Palestijns? Of neo-nazi? De slotceremonie werd zwaar bewaakt. De politie grendelde hele stukken van Bazel hermetisch af.

Een eeuw geleden ging het een stuk rustiger toe. Maar vooral euforischer. Hier stond een man met een idee dat leven en denken van de joden, waar ook ter wereld, blijvend zou veranderen. Theodor Herzl, dan 37, was tussen 1891 en 1895 voor een Weense krant correspondent in Parijs geweest. Hij versloeg er de beruchte Dreyfus-affaire en was geschokt door het grof antisemitische karakter ervan. Het was ook de tijd van afschuwelijke pogroms in Rusland. Herzl raakte ervan overtuigd dat in zo'n vijandige wereld joodse assimilatie onmogelijk was. Hij schreef vervolgens het boek Der Judenstaat. Er moest een joodse nationale staat komen. In het vanouds beloofde land: Palestina. Toen het boek in Amerika vertaald werd, noemde men Herzl daar spottend 'de joodse Jules Verne'.

Herzl heeft de naam, maar hij was zeker niet de eerste politieke zionist. Er waren ook al zionistische organisaties in de vorige eeuw. En hadden de joden niet al veel langer elkaar 'Volgend jaar in Jeruzalem' toegewenst? Toen Herzls eerste congres in Bazel bijeenkwam, was er ook al een zekere trek naar Palestina. Daar leefden in 1897 vijftigduizend joden, een verdubbeling van het aantal dat er 25 jaar eerder kon worden aangetroffen. Vijf van deze bewoners kwamen als gedelegeerden naar Bazel.

Maar het congres fungeerde wel degelijk als aanjager. Herzl zelf reisde in de korte tijd die hem nog gegeven zou zijn - hij stierf in 1904, 44 jaar oud - met zijn idee naar de groten der aarde om steun. Eerst de rijke joden, zoals Hirsch, Montefiore en Rothschild. Daarna de Duitse keizer Wilhelm II, sultan Abdul Hamid II van het Ottomaanse Rijk (binnen wiens territoir Palestina lag), koning Victor Emmanuel III van Italië en paus Pius X.

Op dat eerste congres was ook de Haagse bankier Jacobus Henricus Kann. Hij had Herzls Judenstaat gelezen en was op slag gewonnen voor het zionisme. In augustus 1907 haalde Kann het achtste zionistische wereldcongres naar Den Haag. Zelf had hij in het voorjaar per kameel en ezel enkele maanden door Palestina en Syrië gereisd. Kanaän, letterlijk: Laagland, zoals het lage deel van Judea vroeger genoemd werd, leek inderdaad wat op Nederland. Dat beviel Kann zeer en hij noteerde in zijn reisverslag: 'Want hoezeer ook één met het Joodsche Volk, voel ik mij toch ook tevens Nederlander, en voel ik mij niet minder gehecht aan Nederland, dat ik liefheb, zooals men slechts zijn geboorteland kan liefhebben'.

0 E Nederlandse Zionistenbond, in 1899 door Kann opgericht, had inmiddels bijna duizend leden. Dat was verhoudingsgewijs erg weinig. Het grootste deel der Nederlandse joden bleef tot het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog anti-zionistisch. Velen hoopten dat het socialisme een betere maatschappij zou brengen, ook en vooral voor joden.

Maar wie zionist was, was enthousiast zionist. A.B.Kleerekoper versloeg het Haagse congres voor De Telegraaf: 'Want dit is de nieuwe richting, welke op dit congres de zege heeft behaald: om niet langer in enkel politiek streven de taak van het zionisme te zien, maar om in het land zelf, nu áánstonds reeds, de handen uit de mouwen te steken'

In 1901 was het Joods Nationaal Fonds tot stand gekomen met als doel: land kopen in Palestina. Jacobus Kann had tijdens zijn rondreis een stuk grond gekocht waarop later de stad Tel Aviv zou worden gebouwd.

Een Brits plan om de joden Oeganda cadeau te doen had in 1905 nog voor een schisma op het zevende zionistencongres gezorgd, maar met de Balfour Declaration van 1917 kwam er schot in de zaak. De verklaring, vervat in een brief van de Britse minister van Buitenlandse Zaken Arthur Balfour aan Lord Rothschild, hoofd van de Britse Zionistenfederatie, sprak van een 'nationaal thuis' voor het joodse volk in Palestina. Maar zo'n nationaal thuis zou 'de rechten van de niet-joodse gemeenschappen in Palestina' niet mogen aantasten. In 1922 werd de Balfour Declaration door de Volkenbond overgenomen en vastgelegd in het Britse mandaat over Palestina.

Na Bazel 1897 had Herzl in zijn dagboek geschreven: 'Als ik het congres zou moeten samenvatten, dan is het dit: in Bazel heb ik de Joodse staat gesticht. Als ik dat vandaag hardop zou zeggen dan zou ik over de hele wereld worden uitgelachen. Maar over vijf jaar, misschien, en zeker over vijftig jaar zal iedereen het begrijpen.'

Herzl zat met die vijftig jaar slechts een paar maanden mis. Op 14 mei 1948 riep David Ben-Gurion de staat Israël uit. Volgens een eerste volkstelling woonden er dat jaar 872.000 mensen in Israël, 716.700 joden en 156.000 niet-joden. Er waren in de loop der jaren enkele alija's, immigratiegolven geweest. De eerste vier uit Oost-Europa, de vijfde (na 1933) vooral uit Duitsland. In 1938 had je de zogenaamde 'Alija B', een grote, illegale immigratiegolf van joden uit Europa. In tien jaar tijd zouden bijna honderdduizend personen zonder formele toestemming het land binnenkomen.

0 E ZIONISTISCHE droom sprak van 'een land zonder volk voor een volk zonder land'. Er werden zelfs hele wetenschappelijke verhandelingen gewijd aan de these: er bestaan geen Palestijnen, hooguit wat nomaden die zich hier tijdelijk ophielden. Maar er woonde wel degelijk een volk en dat ging nu op zijn beurt in diaspora.

De morele steun voor de nieuwe joodse staat was altijd voornamelijk uit het westen gekomen. Historisch, moreel en religieus leek de stichting van Israël volkomen logisch. Maar geografisch klopte er niets van: temidden van een overmacht aan vijandige, Arabische volken. De nieuwe staat moest voor zijn bestaan vechten tegen deze buurstaten. Na de Onafhankelijkheidsoorlog van 1948 bezaten de Israëli's een halvemaanvormig gebied van Galilea in het noorden tot het schiereiland Sinaï in het zuiden. De Arabieren hielden slechts een centraal stuk van Oost-Jeruzalem tot de Jordaan en de smalle Gazastrook. Honderdduizenden Palestijnen vluchtten naar Jordanië, Gaza, Libanon en andere Arabische landen. Velen kwamen terecht in vluchtelingenkampen.

Oorlogen volgden elkaar op in gestaag tempo. In juni 1967 haalde Israël zijn grootste overwinning, maar het was ook het begin van veel ellende. In de Zesdaagse Oorlog bezetten Israëlische troepen Gaza, de Sinaï, de hele westelijke Jordaanoever en de Golanhoogten in het noorden. Jeruzalem werd herenigd en uitgeroepen tot hoofdstad. Het was qua oppervlakte drie keer het Israël van 1948. Ben-Gurion, die teruggetrokken in een kibboets leefde, waarschuwde dat de veroverde gebieden snel dienden te worden teruggegeven 'want hen houden zal de Israëlische staat misvormen en uiteindelijk vernietigen'.

De eerste Israëlische president Chaim Weizmann had in 1949 profetisch gezegd: 'Ik ben er zeker van dat de wereld de Joodse staat zal beoordelen op wat hij met de Arabieren zal doen'. Het duurde tot 1978 voordat de Israëlische premier Begin en de Egyptische president Sadat elkaar onder het toeziend oog van de Amerikaanse president Carter de hand schudden. Maar de naweeën van de akkoorden van Camp David werden snel duidelijk. Begin zag de teruggave van de Sinaï als een eenmalige affaire. Over de westelijke Jordaanoever en Gaza kon niet onderhandeld worden. Over Oost-Jeruzalem al helemaal niet.

In 1982 viel Israël Libanon binnen om voor eens en altijd de PLO te vernietigen. Voor het eerst lanceerde Israël een oorlog om uitsluitend politieke redenen en niet omdat zijn onmiddellijke overleven op het spel stond. De invasie was zuiver en alleen bedoeld om de politieke verhoudingen in de regio te veranderen. Het plan mislukte.

Theodor Herzls beweging is intussen een briljant succes geworden. Maar ook: het conflict met de Palestijnen die hun eigen staat blijven wensen is nog verre van over. De huidige Israëlische regering lijkt geen redelijke oplossing te kunnen of willen vinden. Premier Netanyahu ligt voor in de mond dat 'de Palestijnen lagere verwachtingen moeten hebben'. Ondertussen heeft de voormalige premier Shimon Peres een 'post-zionistische droom'. Hij wil streven naar 'een nieuw Midden-Oosten', een soort Arabisch-Israëlische unie, naar het voorbeeld van Europa.

Een mooie utopie? Ook de droom van Theodor Herzl was onmogelijk, zei men honderd jaar geleden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden