De ongeschonken serie

Een bijzondere collectie tekeningen zou aan het Stedelijk worden geschonken, maar daar kwamen ze nooit terecht. Wat ging er mis?

Er steeg applaus op onder de aanwezigen in de erezaal van het Museum of Modern Art (MoMA) in New York, dit voorjaar. Aan de muur hingen 24 tekeningen van Willem de Kooning, in twee lange rijen boven elkaar. De Amerikaanse kunstenaar van Nederlandse afkomst had de kleinformaat tekeningen in 1966 gemaakt.


Zwierige houtskoollijnen op lichtgeel papier. Vrouwen die zich wijdbeens presenteren, mannen aan het kruis. Het bijzondere aan de serie was dit: De Kooning heeft ze getekend met de ogen dicht. Het was destijds een onderdeel van een groter experiment geweest: tekeningen maken met de linkerhand (terwijl De Kooning rechts was), met beide handen of terwijl hij tv keek. En deze dus, gemaakt met gesloten ogen. Op de tast.


Nu hingen de Drawings with Eyes Closed in de erezaal van hét museum voor moderne kunst. Gepresenteerd te midden van de hoogtepunten uit de verzameling. Tussen een ander werk van De Kooning, het iconische schilderij Women I, en het al even beroemde drip-schilderij One: Number 31 van Jackson Pollock.


Niet dat de 24 tekeningen in het bezit waren van het New Yorkse museum. Nog niet. Het applaus steeg op omdat ze die dag als een anonieme schenking aan de Drawing Committee werden voorgesteld. Niemand wist op dat moment dat de gever zich tussen de aanwezigen bevond. Zijn naam: Christiaan Braun.


Braun had de tekeningen in 1999 uit de nalatenschap van De Kooning gekocht, rechtstreeks van de erven, onder voorwaarde ze binnen twintig jaar aan een museum te schenken, bijvoorbeeld het Stedelijk Museum in Amsterdam of het MoMA. Enkele weken later waren ze in het Stedelijk al eens te zien geweest. Maar nu hingen ze hier in New York. De 'members' van de Drawing Committee van het MoMA waren enthousiast en stemden in met de schenking. De tekeningen maakten tussen de andere hoogtepunten uit de collectie een volwaardige indruk.


Onlangs werd inderdaad officieel bekendgemaakt dat het MoMA de serie heeft geaccepteerd. En dat de tekeningen daar komend seizoen worden geëxposeerd. Eind goed, al goed. Prachtig, niet?


Toch is de geschiedenis van deze gift opmerkelijk. Want had Braun niet in eerste instantie aan het Stedelijk Museum in Amsterdam gedacht als mogelijk bestemmingsoord? Uit de correspondentie die de Volkskrant in handen heeft, blijkt namelijk dat Braun die overweging in sterke mate had. Het gaat om brieven en mails die Braun, de Amsterdamse gemeente en het Stedelijk het afgelopen anderhalf jaar aan elkaar hebben geschreven. Het blijkt ook uit navraag bij betrokkenen, van wie de meeste anoniem wensen te blijven.


Wat uit die brieven en informatie ook blijkt: dat wat met een overweging tot schenking begint, uitmondt in een draaikolk van onderlinge verwijten en beschuldigingen. Serieuze verwijten en beschuldigingen. Dat Stedelijk-directeur Goldstein (volgens Braun) niet loyaal aan haar museum zou zijn en Braun (volgens Goldstein) een leugenaar is. Met als uiteindelijk resultaat dat de 24 tekeningen niet in het bezit van het Stedelijk zijn gekomen.


Waarom zijn de tekeningen aan de neus van het Stedelijk voorbij gegaan, het Amsterdamse museum dat, als het gaat om zijn verzameling 'De Koonings', kan concurreren met die van het MoMA? Hoe zijn de verschillende visies op de werkelijkheid ontstaan? Wat waren de onenigheden tussen Braun en Stedelijk-directeur Ann Goldstein? En waarom zwijgt de laatste als het gaat om de niet mis te verstane aantijging van Braun: dat directeur Goldstein geen interesse had de tekeningen in het Stedelijk te krijgen, maar wel wilde zorgen dat ze naar het Museum of Contemporary Art (MOCA) in Los Angeles zouden gaan, haar vroegere werkgever?


Kortom, wat is er misgegaan?


De vraag is belangrijk omdat veel Nederlandse musea afhankelijker zijn geworden van schenkingen en bruiklenen van privéverzamelaars en van donaties van vriendenclubs. Collectioneurs en vrienden moeten nauwer bij het museum worden betrokken, is de teneur van de laatste jaren. Een delicate omgang met hen is daarbij geboden. Niemand zal zomaar delen van zijn collectie afstaan.


Het zal ook een reden zijn geweest dat uitgerekend Ann Goldstein een kleine drie jaar geleden in het Stedelijk is aangenomen. Goldstein heeft, als voormalig conservator van het MOCA, een jarenlange ervaring met giften en gulle gevers opgebouwd. In de Amerikaanse museumwereld worden, bij gebrek aan overheidssteun, schenkingen omarmd en verzamelaars gepamperd. Het is Goldstein niet vreemd. Of, zoals ze zelf eens in de Volkskrant zei: 'Het is een natuurlijke houding van me. Contact onderhouden met privéverzamelaars, donoren en sponsoren; ze uitnodigen, bedanken, een relatie opbouwen. Je moet naar ze luisteren, ze omhelzen.'


De uitspraak is interessant in het licht van de mislukte gift van Braun aan het Stedelijk. Zeker omdat de relatie tussen Goldstein en Braun nog wel zo idyllisch begon. Namelijk met een uitnodiging van de verzamelaar aan de museumdirecteur om op 17 oktober 2010 op zijn stijlvolle landgoed in Nieuwersluis langs te komen. Braun was een dag eerder daartoe op het idee gekomen tijdens een bezoek aan het Stedelijk. In 2004 had het museum zijn deuren moeten sluiten voor een grondige verbouwing en uitbreiding. Maar eind 2010 was de oudbouw net gerenoveerd, met nieuwe vloeren, stralend witte muren en nieuwe verlichting. Bovendien was er voor het eerst weer sinds jaren kunst in te zien: de expositie Temporary Stedelijk die Goldstein met zo veel moeite van de grond had weten te krijgen. Braun was onder de indruk. Hij wilde een daad stellen. Hij overwoog om het museum een schenking te doen.


Dat was ook de reden waarom hij Goldstein de volgende dag ophaalde en thuis ontving. Daar liet hij haar enkele tekeningen uit de bewuste serie van De Kooning zien. Plus het boekje dat er in 1967 over was gepubliceerd, met fascimile-afbeeldingen van het werk. Volgens Braun was Goldstein onder de indruk. De twee kwamen overeen dat Braun een taxatierapport over de tekeningen zou opstellen, wat kort daarop gebeurde, in het Nederlands. Daarin staat dat de serie 2,5 miljoen euro waard is. De twee kwamen ook overeen de mogelijke gift te koppelen aan de verbetering van de klimaatbeheersing in het museum.


(LEES VERDER OP PAGINA V4)


Geruggesteund door het enthousiasme van Goldstein zette Braun zich tot het schrijven van een brief. Gericht aan de Amsterdamse cultuurwethouder Carolien Gehrels, formeel de eigenaar van het museumgebouw en de collectie. Daarin liet hij haar weten dat het Stedelijk 'thans wellicht een plaats verdient op mijn lijstje van mogelijke kandidaten die in aanmerking zouden kunnen komen voor deze schenking'. Voorwaarde was wel dat het klimaat in het Stedelijk aan internationale museale eisen zou moeten voldoen. Want: als hij de tekeningen zou schenken, schrijft Braun, mogen ze niet voorgoed in een depot verdwijnen. Een afschrift van die brief stuurde hij naar Goldstein.


Enkele weken bleef het stil. Braun begon zich af te vragen of Gehrels zijn brief wel had ontvangen en of ze op zijn genereuze voorstel zou reageren. Hij benaderde mensen binnen en buiten het museum om druk uit te oefenen. Braun dreigde zelfs om via NRC Handelsblad de zwijgzaamheid van de gemeente en het museum wereldkundig te maken. Het werkte. Na drie weken kreeg hij een antwoord van de wethouder.


Gehrels was verheugd. Ze schrijft dat het haar 'deugd' doet dat Braun overweegt de tekeningen aan een vooraanstaand museum te schenken en daarbij ook aan het Stedelijk denkt. 'Ik kan u verzekeren dat niet alleen het Stedelijk Museum, maar ook de stad Amsterdam u voor een schenking met werken van deze belangrijke kunstenaar zeer erkentelijk zou zijn', laat ze Braun weten. Daarbij hoefde de verzamelaar zich geen zorgen te maken over het klimaat en de veiligheid in het museum. Dat zou goed komen. Niets hoefde, volgens Gehrels, 'een schenking van kwetsbare en waardevolle kunstwerken in de weg te staan'. En ze zou er voor zorgen dat Braun de situatie in het museum met eigen ogen zou kunnen controleren.


In de daaropvolgende maanden liet Braun zich inderdaad door het museum rondleiden. Hij werd met alle egards ontvangen en liet TNO op zijn kosten een onderzoeksrapport opstellen. Dat werd naar Gehrels opgestuurd. Ondertussen hield hij ook contact met directeur Goldstein. Vooral over de vorderingen van het klimaatonderzoek, zoals ook Goldstein zich later herinnerde. 'Our discussions in late 2010 and early 2011 included exchanges where we both shared our respective anger over the state of the stalled construction process at that time' ('Onze discussies in het najaar van 2010 en voorjaar 2011 gingen ook over onze gezamenlijke woede over de voortgang van het constructieproces op dat moment').


Maar over de aan de klimaatverbetering gekoppelde gift - geen woord. Braun vond het niet gepast daarover zelf weer te beginnen, omdat hij al genoeg voorzetten had gegeven. Goldstein deed niets omdat ze vond dat de tekeningen nooit formeel als een gift aan het Stedelijk waren aangeboden. Braun had de wethouder geschreven dat hij het Stedelijk op een 'lijstje van mogelijke kandidaten' had gezet. Binnen het museum vroeg men zich af waarom had hij niet gewoon aan Gehrels, of beter nog aan Goldstein, had geschreven: ik heb thuis 24 tekeningen van De Kooning en wens ze graag aan het Stedelijk te geven; zijn jullie geïnteresseerd? Of, zoals iemand van de raad van toezicht van het Stedelijk later zou zeggen: 'Je geeft of je geeft niet.'


De omfloerste bewoordingen waarmee Braun zijn schenking had aangekondigd, werden als een aarzeling gezien. Sterker, volgens Goldstein had hij in eerste instantie altijd al aan het MoMA gedacht, omdat hij daar al sinds 1996 lid is van de Drawing Committee. En omdat hij sowieso regelmatig aan het MoMA had geschonken. Wat kon je daarop nog zeggen, als Amsterdams museumbestuur?


Het stilzwijgen van Goldstein en het Stedelijk kwam ook voort uit een groeiend argwaan en wantrouwen. Wie was toch die man die iedereen achter zijn broek zat? Die dreigde met publicatie in de krant? En die elke afspraak, brief, e-mail en telefoongesprek op datum en uur noteerde en bijhield? Bovendien: als Braun als voorwaarde had gesteld dat de schenking aan de klimaatverbetering was gekoppeld, waarom gaf hij die tekeningen niet? Die klimaatinstallatie was inmiddels toch op orde gebracht. Men vond het irritant dat Braun niet met zijn gift over de brug kwam. Door die weigering groeide de achterdocht.


Daarbij speelde er volgens het museum nog iets anders: Braun zou met zijn schenking een rekening willen vereffenen. Niet zozeer met het Stedelijk, maar met de gemeente Amsterdam.


Tussen 1987 en 1990 was Brauns Museum Overholland aan het Amsterdamse Museumplein gevestigd, maar was daar weggepest omdat de gemeente haar verplichtingen voor een rustige omgeving niet was nagekomen. Zo zag Braun het althans. Een afgesproken wandelpad werd niet tussen de verschillende musea aan het Museumplein gelegd. En tijdens het Van Gogh-jaar stond er plots een Van Gogh Village voor zijn deur. Na drie jaar en vijftien tentoonstellingen besloot hij de tent te sluiten.


Volgens het Stedelijk was hij daardoor verbitterd en rancuneus geraakt. En uit zijn op een 'vendetta' tegen Amsterdam, zoals Goldstein in haar afscheidsbrief in mei 2012 aan Braun schrijft. Hoe? Door diezelfde gemeente een worst van een belangrijke schenking voor te houden, maar op het laatst aan het MoMA te gunnen. Want daarmee zou Braun de gemeente Amsterdam als incompetent willen neerzetten en zo willen beschadigen. En daardoor het Stedelijk en Goldstein, was de redenering van het museum. Zodat hij achteraf zou kunnen zeggen dat ze niet adequaat op zijn gift hadden gereageerd.


Braun ontwikkelde ondertussen zijn eigen ergernissen. Hoezo was zijn voorgenomen schenking geen serieus aanbod? Had hij geen taxatierapport van de De Kooning-tekeningen laten opstellen in het Nederlands? En niet in het Engels, wat je zou verwachten indien de gift naar Amerika zou gaan? Had hij niet op eigen kosten TNO het klimaat in het museum laten onderzoeken? Een voorwaarde die de weg zou vrijmaken voor de schenking. En hoezo was er sprake van een vendetta tegen de gemeente? De sluiting van Museum Overholland lag al meer dan twintig jaar achter hem. Daarna had hij Amsterdam nog een beeldentuin op datzelfde Museumplein voorgesteld, ook opgezet met eigen geld. En waarom zou hij wethouder Gehrels een brief schrijven met een voorgenomen schenking als hij zo'n hekel aan de gemeente heeft?


Bovendien: had hij niet altijd warme gevoelens tegenover het Stedelijk gekoesterd? In 2001 organiseerde Braun in het museum nog de tentoonstelling Eye Infection, waarvoor hij een aantal verzamelaars bereid had gevonden geld te doneren. Had hij niet jarenlang in een van de museumzalen zijn Kabinet Overholland ondergebracht, met verschillende tentoonstellingen, ook op eigen kosten?


Maar de grootste ergernis betrof toch het stilzwijgen van Goldstein. Ze hadden, sinds zijn brief aan Gehrels, wel contact gehouden over de klimaatinstallatie, maar niet over de gift. Daar lag voor Braun de zere plek. De overweging tot schenking was dan wel in eerste instantie aan de Gehrels gericht geweest, maar Goldstein had toch wel iets van zich kunnen laten horen? Een kort briefje. Een telefoontje. Ze was toch enthousiast geweest, toen ze door Braun op zijn landgoed was uitgenodigd? Maar Braun hoorde naar eigen zeggen zeven maanden niets.


Braun wilde opheldering. Daarom benaderde hij Goldstein op 9 mei 2011 voor een tweegesprek over de schenking. Een maand later, op 19 juni 2011, gingen ze samen lunchen in het Amsterdamse Okura Hotel. Het moet een dramatische bijeenkomst zijn geweest. Getergd door het lange zwijgen en het uitblijven van een bemoedigende reactie, rechtstreeks van het museum, had Braun inmiddels besloten de tekeningen niet aan het Stedelijk, maar aan het MoMA te schenken. Toen hij dat aan tafel tegen Goldstein vertelde, moet zij daarin een bevestiging hebben gezien van wat ze al maanden had gedacht: zie je wel, de tekeningen komen niet naar het Stedelijk. Ze gaan naar het MoMA.


Wat die lunch vooral dramatisch maakte, was wat er verder nog werd besproken. In een brief die hij later aan Goldstein zou sturen, deed Braun verslag van wat er volgens hem in het Okura ter sprake kwam. Braun had dan wel besloten de tekeningen aan het MoMA de geven, hij had op zijn minst verwacht dat Goldstein een laatste poging zou doen dat ongedaan te maken. Om voor het museum waarvan ze op dat moment anderhalf jaar directeur was op te komen, zodat de gift alsnog naar het Stedelijk zou gaan. Dat deed ze tijdens die lunch niet, volgens hem. Wat Goldstein wél deed, naar Brauns zeggen: ze bood hem aan om 'ervoor zorg te willen dragen dat de kunstwerken in het MOCA in Los Angeles zouden terechtkomen. Dus in het museum waar u voorheen als conservator werkte!' Braun zou daarna het gesprek hebben afgerond, afgerekend en zijn vertrokken.


Deze woorden, die volgens Braun door Goldstein zouden zijn gezegd, zijn door haar nadien als 'ridiculous lies' afgedaan. Zoals bijna alles wat Braun beweert over de gebeurtenissen van het afgelopen anderhalf jaar. Hij is volgens bronnen uit het museum rancuneus en obsessief en alleen maar uit op beschadiging van de gemeente, het Stedelijk en Goldstein. Dat werd voor het Stedelijk alleen maar bevestigd toen Braun, in november 2011, een open brief in NRC Handelsblad liet publiceren. Daarin pleitte hij voor het vertrek van de voltallige raad van toezicht. Reden: de raad liep te veel aan de halsband van, jawel, de gemeente Amsterdam.


Uiteindelijk is het tot een definitieve scheiding tussen Braun en Goldstein gekomen. In hun afscheidsbrieven, vorige maand, scherpten beiden nog een keer hun argumenten en beschuldigingen aan. Met als gemeenschappelijke conclusie dat het einde definitief is. Alleen de datum daarvan verschilt. Voor Goldstein stopt de communicatie op 11 mei 2012. Voor Braun al een jaar eerder, tijdens de lunch in het Okura Hotel op 19 juni.


DEZE RECONSTRUCTIE IS GEMAAKT OP GROND VAN DE BRIEF- EN MAILWISSELING TUSSEN CHRISTIAAN BRAUN, ANN GOLDSTEIN, DE RAAD VAN TOEZICHT VAN HET STEDELIJK MUSEUM EN DE GEMEENTE AMSTERDAM. EN OP ANONIEME BRONNEN BINNEN EN BUITEN HET MUSEUM. CHRISTIAAN BRAUN IS NIET TOT REAGEREN BEREID. TOT NU TOE HEEFT HET STEDELIJK NIET OP SPECIFIEKE VRAGEN OMTRENT DE GANG VAN ZAKEN WILLEN REAGEREN.


WILLEM DE KOONING

Willem de Kooning werd in 1904 in Rotterdam geboren. In 1926 ging hij als verstekeling op een boot naar New York. Hij vond werk als huisschilder in Hoboken, New Jersey. Een paar jaar later wijdde hij zich geheel aan de kunsten en ging wonen op Long Island. De Kooning sprak zelden nog zijn moedertaal. In 1985 kreeg hij de National Medal of Arts toegekend, de hoogste kunstonderscheiding in de Verenigde Staten.In 1997 overleed De Kooning aan de gevolgen van de ziekte van Alzheimer. In november 2006 werd 137,5 miljoen dollar betaald voor het werk Woman III.


CHRISTIAAN BRAUN

Hij mijdt de pers, maar weet op een of andere manier altijd weer in de belangstelling te komen. Verzamelaar Christiaan Braun (1940) haalde het nieuws dankzij het openen en sluiten (met veel tamtam) van zijn Museum Overholland aan het Amsterdamse Museumplein. Met een open brief waarin hij het aftreden van de raad van toezicht van het Stedelijk bepleit. Maar ook met tentoonstellingen, zoals Eye Infection in het Stedelijk Museum. Ondertussen koopt en verzamelt Braun kunst, veel kunst. Voornamelijk tekeningen. Hij moet een van de belangrijkste collecties moderne tekenkunst ter wereld bezitten. Miljonair Braun vergaarde zijn fortuin met zetmachines. In het bijzonder de Diatronic, de eerste fotozetmachine met toetsenbord. Daarover had hij in de Benelux de alleenvertegenwoordiging, die hij onderbracht in een bedrijf dat hij voor miljoenen verkocht in 1986. Het geld stopte hij in Stichting Overholland die een 'algemeen cultureel doel' voor ogen heeft.

ANN GOLDSTEIN

Het museum weer open te krijgen voor het publiek. Dat zag Ann Goldstein (1957), in het eerste jaar van haar aanstelling als directeur van het Stedelijk Museum in Amsterdam, als haar belangrijkste taak. Het is haar gelukt. In 2010 ging de oudbouw van het Stedelijk, na zes jaar te zijn gesloten, weer open. Met de definitieve opening, op 23 september, van het hele gebouw aan het Museumplein, moet het Stedelijk weer een 'levendige en dynamische plek' worden, liet ze eerder weten. Goldstein werd in 2009 in Amsterdam aangesteld. Daarvoor was ze ruim 25 jaar werkzaam in Museum of Contemporary Art in Los Angeles. Ze begon er als bibliotheekassistent en werd uiteindelijk senior curator. Bekend werd Goldstein door tentoonstellingen van conceptuele en minimale kunst, en exposities over mediacultuur en massaconsumptie, zoals A Forest of Signs (1989) en Reconsidering the Object of Art (1995). En door overzichtstentoonstellingen van onder anderen Lawrence Weiner en Martin Kippenberger.

VERKLARING VAN ANN GOLDSTEIN

'Het is het goed recht van de heer Braun om te beslissen over zijn collectie, en hij heeft een langdurige relatie met het MoMA, waar hij lid is van het Drawings Committee. De beschuldigingen die hij in zijn brief uit, zijn echter gerechtvaardigd noch waar. 'Toen hij enige tijd geleden de tekeningen noemde, was het mij al duidelijk dat hij niet van plan was ze te schenken aan het Stedelijk Museum. Natuurlijk staat het hem volkomen vrij om te schenken aan het instituut van zijn keuze. De heer Braun hoeft zijn keuze om zijn De Kooning tekeningen aan het MoMA te schenken niet te rechtvaardigen, en het is onnodig dat hij deze gelegenheid aangrijpt om het Stedelijk in een kwaad daglicht te stellen. 'Het Stedelijk Museum ziet ernaar uit om op 23 september de deuren te openen voor het publiek, met in de beeldende kunst opstelling verschillende monografische zalen, waarvan er een is ingericht met de vermaarde en bijzondere werken van Willem de Kooning uit de collectie van het Stedelijk Museum. 'Ik ben ervan overtuigd dat het nooit de intentie van de heer Braun is geweest om tekeningen van De Kooning, of wat dan ook, te schenken aan het Stedelijk Museum. Het werd me duidelijk dat hij alleen geïnteresseerd was het idee van een mogelijke schenking aan het Stedelijk te gebruiken in zijn voortdurende strijd tegen de gemeente Amsterdam. 'Voor mij was dit geen grond om het gesprek verder voort te zetten.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden