De ongelukkige stiefmoeder

De gespreksgroepen, therapieën en internetfora voor stiefmoeders floreren. Het is geen taboe meer een hekel te hebben aan de kinderen van je partner....

Op een parkeerterrein voor een schoolgebouw in Utrecht zitten vier vrouwen op een bankje in de zon. Een steekt een sigaret op, de anderen drinken thee uit plastic bekertjes. ‘Goed, Marja’, zegt een vrouw met kort, donker haar, ‘lees jij de opdracht nog eens voor.’ Marja neemt een vragenlijst ter hand. ‘Geef twee voorbeelden van situaties’, zegt ze, ‘waarin de loyaliteit van je stiefkind naar de biologische ouder sterk naar voren kwam. Hoe voelde je je toen?’ De vrouwen zijn gekomen voor de landelijke stiefmoederdag, half april, georganiseerd door de Stichting Stiefmoeders. Allerlei lezingen, gespreksgroepen en workshops staan er op het programma: ‘Omgaan met negatieve gevoelens’, bijvoorbeeld, ‘Omgaan met de ex-partner’, een workshop ‘gelaatkunde’ (‘Wat zegt jouw gezicht over jou als stiefmoeder?’) en ook de workshop ‘Loyaliteitsconflicten in het stiefgezin’, waaruit de opdracht net is voorgelezen. Buiten op het parkeerterrein heeft Anneke – alle stiefmoeders in dit verhaal spreken onder pseudoniem – wel zo’n situatie paraat. Over de puberdochter van haar man gaat het voorbeeld, met wie ze op een dag naar IKEA zou gaan. De eerste keer dat ze samen iets leuks zouden gaan doen, zo lang kenden ze elkaar nog niet. Gaat de telefoon: haar moeder, ‘de ex’, voor Anneke. Die ook met puberdochter de stad in wil, op precies hetzelfde moment. Puberdochter kiest voor haar moeder en Anneke heeft het nakijken. ‘Een heel leerzaam moment’, zegt ze nu. ‘Toen wist ik: oké, dit is mijn plek.’ De vrouw met de sigaret, Gertruud, knijpt getroffen haar ogen samen. ‘Oei’, zucht ze, ‘wat érg. Wat pijnlijk lijkt me dat.’ Gertruud zelf wedijvert niet met een levende moeder, maar met een dode – en dat is minstens zo lastig, vertelt ze. De relatie met haar stiefzoon is niet best. Zij doet genoeg, vindt Gertruud: ze zorgt altijd voor verse bloemen bij de foto van zijn overleden moeder, ze is er echt niet op uit de herinneringen aan haar uit te wissen. ‘Maar daar heeft het niets mee te maken, zegt mijn stiefzoon. Het komt allemaal door mijn regels.’ Voor ze terug naar de workshop gaan, moeten de deelneemsters nog een vraag beantwoorden op papier. ‘Bedenk een kernwoord dat een duidelijke relatie heeft met het woord loyaliteit.’ Het antwoord komt snel: ‘Bloedband’, zegt Gertruud onmiddellijk. ‘Je komt er nooit tussen.’ De anderen knikken. Gertruud: ‘Het is toch zo? Je kookt, je wast, je leest ze voor en je krijgt er uiteindelijk geen moer voor terug. Als je niet zoveel van je man zou houden, was je toch allang weggerend?’

De moderne stiefmoeder hoeft niet in haar eentje te worstelen met haar gevoelens. Er zijn stiefmoederdagen om lotgenoten te ontmoeten, -gespreksgroepen, -internetfora, -zelfhulpboeken en in stiefouderproblematiek gespecialiseerde therapeuten. Op de informatiemarkt van de stiefmoederdag presenteren ze zichzelf. Stands van eenvrouwsbedrijfjes als De Oorsprong en Amedi, die ‘inzichtgevende trainingen voor stiefgezinnen’ bieden en ‘coaching & counseling’ op hetzelfde gebied. In het kraampje van website stiefmoederhoekje.nl staan uitnodigend schaaltjes snoepjes. Boven een tafel verderop hangt een bord: ‘Stiefmoederfrustratie?’ Eronder ligt een deegrol om voor 50 cent een ballon mee stuk te slaan. De boodschap is duidelijk: het stiefmoederschap komt met problemen. Of je nu fulltime stiefmoeder bent, getrouwd met een weduwnaar met kinderen, bijvoorbeeld, of alleen in het weekend de kinderen van je vriend over de vloer hebt, er is bijna altijd sprake van ‘machteloosheid en frustratie’, zegt initiatiefneemster van de dag Maaike van Goethem (36, een stiefdochter van 9). ‘Je kiest voor je partner, maar niet voor wat er allemaal bij komt: zijn ex, zijn kinderen die niet op jou zitten te wachten. De meeste stiefmoeders hebben onrealistische verwachtingen. Ze denken in een jaartje tijd een nieuwe happy family te vormen. Maar dan blijkt dat ze helemaal niet kunnen opschieten met de kinderen van hun vriend. Terwijl die zegt: ‘Ik hou van mijn kinderen, waarom jij dan niet?’’ Omdat dat er nu eenmaal niet in zit, zegt Loekie (47), al elf jaar stiefmoeder van twee kinderen die bij haar en haar man wonen. Vooral tegen haar 17-jarige stiefdochter kan ze het ‘even niet meer opbrengen om aardig te doen’. ‘Toen ze midden in de puberteit zat, ging ze steeds over mijn grenzen. De laatste tijd doet ze wel toenaderingspogingen, maar nu geef ik niet thuis. Ik heb gewoon geen zin meer om aan haar te vragen: ‘Hoe was je dag?’’ Niet dat er scheldpartijen zijn geweest of vreselijke ruzies, nee, haar stiefdochter heeft gewoon een ‘heel lastig karakter’, zegt Loekie. ‘Zodra ze binnenkomt, is het huis gevuld. En alles moet gaan zoals zij het wil. Als ze geld nodig heeft, of wil uitgaan, zeurt ze net zolang bij haar vader tot hij toegeeft. En als zij haar fiets op het station heeft laten staan, weet ze het altijd zo te draaien dat hij haar gaat brengen. Ik kan dat niet uitstaan. Nog zoiets: één keer per dag douchen is bij ons de regel. Kan ze zich niet bij neerleggen. Vaak komt toch de vraag of ze een tweede keer mag douchen.’ Kleine zaken misschien, maar ze zijn uitgegroeid tot grote irritaties, ook tussen Loekie en haar man. ‘Als we ruzie hebben, gaat het over de kinderen. Ik doe de was, ik kook, ik voed op, en toch heb ik nooit het laatste woord.’ Daarom doet Loekie er tegenwoordig maar het zwijgen toe wanneer ze met haar stiefdochter aan tafel zit. ‘Dat is niet leuk, nee, het komt de sfeer niet ten goede. Mijn man zegt dan eigenlijk ook niet veel tegen haar.’ En iets leuks doen met het meisje is er al helemaal niet bij. ‘Dat heb ik eigenlijk nog nooit gedaan. Ik denk ook niet dat zij erop zit te wachten.’

Loekie doet haar verhaal in een huiskamer in Nieuwegein, waar zes vrouwen zich hebben verzameld voor een stiefmoedergespreksgroep. De een heeft ook eigen kinderen, de ander niet, maar allemaal hebben ze minstens een weekend per twee weken te maken met ‘andermans kinderen’, zoals ook een van de zelfhulpboeken op tafel heet. Daarnaast staat een Blond-theepot met zes mokken en een koektrommel. Hoewel er gespreksregels gelden (‘Respectvol over de ex. Als je even ongenuanceerd wil zijn, mag dat, maar geef het even aan’) is het een informeel avondje. Hier een traan, daar een tip (‘Meid, ik zeg je: laat het los’) en vooral veel stoom afblazen – hier is het geen taboe om niet van je stiefkinderen te houden. ‘Ik zeg het ronduit, hoor: ik ben gewoon hartstikke jaloers’, zegt Cora (46) over haar stiefdochter van 15. ‘Als ik haar gearmd met haar vader zie lopen tijdens een boswandeling, denk ik: gadverdamme, het lijkt wel een stel.’ Zelf heeft Cora een zoon van 9, die om de week bij zijn vader woont. Haar stiefdochter woonde tot voor haar kort bij haar moeder. Cora: ‘Ik had het rijk alleen met haar vader, we hadden een geweldig leven. Maar sinds kort is ze bij ons komen wonen. En nu denk ik elke dag: wat moet je hier?’ Die jaloezie herkent ze, zegt Patricia (36). ‘Als ik in het weekend bij mijn vriend ben en hij gaat squashen met zijn dochter, voel ik dat ik op de tweede plaats kom. En ik zie hem al zo weinig.’ Cora: ‘Mijn stiefdochter ging laatst naar bed, deed ze het licht uit in de kamer terwijl ik nog de krant zat te lezen. Zat ik daar in het donker. Dan voel je je dus eenzaam, achtergesteld, buitengesloten.’ Het zijn gevoelens die de anderen herkennen, en denk maar niet dat ze bij hun man of vriend kunnen aankloppen voor begrip. Hij is veel te goed voor zijn kinderen, te meegaand, te royaal – bijna alle vrouwen hier vanavond hebben ermee te kampen. Andersom geven ze toe dat het gedrag van hun stiefkinderen dat hun mateloos irriteert, niet irritant is als hun eigen kinderen zich eraan bezondigen. ‘Zo werkt dat toch’, zegt een van de vrouwen. ‘Van je eigen kinderen vind je alles leuk.’

Het aantal nieuw samengestelde gezinnen neemt rap toe. Er zijn nu ongeveer tweehonderdduizend stiefgezinnen in Nederland en elk jaar komen er zo’n tienduizend bij. Geen makkelijke leefvorm, toont een ander cijfer aan. Tweederde van zulke gezinnen valt uiteindelijk weer uit elkaar. Psychotherapeut en publicist Annette Heffels ziet ze de laatste jaren veel in haar praktijk: gezinnen waarin de kinderen worden ‘gemangeld door de hoogoplopende emoties’ van (stief)ouders, die ronduit zeggen dat het kind maar eens moet ‘oprotten’ naar papa of mama. ‘Ontzettend zielig. Het is echt een tragedie van deze tijd.’ Toch, zegt ze, beginnen met name stiefmoeders vaak optimistisch aan hun taak. ‘Als een gescheiden vader een nieuwe vrouw of vriendin krijgt, laat hij doorgaans al snel de opvoeding en de zorgtaken aan haar over. En vrouwen nemen die rol graag op zich, want zij zien dat zelf ook als hun terrein. Dus ze storten zich er vol in. Maar dat gaat zelden goed.’ Ook wel logisch, zegt Heffels: voor kinderen staat een stiefouder symbool voor de definitieve breuk tussen papa en mama; zo’n nieuwe vrouw is een indringster. ‘Vooral puberdochters zijn een welhaast natuurlijke vijand van de stiefmoeder. Hun vader is de belangrijkste man in hun leven, zeker na een scheiding stellen grote dochters zich vaak beschikbaar als zijn vertrouweling en vriendin. En nu komt er een plots een ander die diezelfde rol wil innemen en vader van ze afpakt.’ Bovendien is een stiefmoeder gemiddeld vijf jaar jonger dan de biologische moeder, zegt gezinsonderzoeker Ed Spruijt van de Universiteit Utrecht. Ook dat werkt concurrentie in de hand. ‘Het vereist heel wat wijsheid van de nieuwe vriendin van pappie om dat in goede banen te leiden.’ Maar vooral van vader zelf, zegt Spruijt. En die laat het vaak afweten.

De vader moet zich realiseren dat híj de spil is van het gezin, en niet zijn nieuwe vrouw. Hij moet opvoeden, warmte geven, grenzen stellen, en dat niet, zodra dat mogelijk is, aan een vervangster overlaten. ‘Als hij die functie niet op zich neemt, gaat het mis.’ De stiefmoeder past een bescheidener rol. Eerst maar eens iets leuks doen met haar stiefkind, bijvoorbeeld naar de markt, koekjes bakken, een film kijken. Niks uitzinnigs, gewoon, een voorzichtige band opbouwen, en verder genoegen nemen met een plaats op de achtergrond. Spruijt, die veel onderzoek doet naar de gevolgen van scheidingen voor kinderen: ‘De kinderen hebben al alle ellende van de scheiding achter de rug, die zitten helemaal niet op een nieuwe vrouw te wachten.’ Ga niet te snel samenwonen, waarschuwt Spruijt daarom, alle financiële voordelen daarvan ten spijt. Wacht ten minste tot twee jaar na de kennismaking en doe het dan nog niet als je je stiefkinderen eigenlijk niet ziet zitten (en andersom). Vecht geen conflicten uit met je partner waar de kinderen bij zijn, en praat nooit slecht over de ex. Heus, ze kent haar plaats, zegt Patricia, en anders laten haar stiefkinderen haar die wel voelen. Ze is een knappe vrouw van 36 met een dochter van 14 uit een eerder huwelijk, haar vriend is vijftien jaar ouder, gynaecoloog en vader van drie pubers. Als ze in het weekend naar zijn huis in de Gelderse bossen gaat, gaat haar dochter niet mee, want, zegt ze ‘die trekt het daar niet’. De kinderen van haar vriend zijn ronduit vijandig. Welbespraakt en ijzig beleefd, dat wel, maar ze heeft zich nog nooit een greintje welkom gevoeld. ‘Als ik iets vraag, geven ze kort antwoord, maar ze zullen nooit uit zichzelf iets tegen me zeggen. Ze doen alsof ik niet besta. Laatst zat ik op de bank, gingen ze naast me zitten stoeien. Bijna op me en over me heen, alsof ik daar niet zat. Ik ben maar ergens anders gaan zitten. In bed begon ik erover tegen mijn vriend, maar die ziet het probleem niet. Hij zei: ‘Ze zijn toch gewoon helemaal zichzelf?’’ Om een betere sfeer te bevorderen, plande Patricia laatst een dagje pretpark. Alle kinderen gingen mee, ook haar eigen dochter. Het pakte desastreus uit. Iedereen was narrig. ‘Mijn dochter ook, hoor, maar haar vind ik dan zielig. Dan denk ik: hè, kunnen jullie niet een beetje je best doen, zij heeft het ook niet makkelijk. Nou ja, het duurde niet lang of zíjn kinderen gingen de ene kant op, mijn dochter de andere en Matthijs en ik liepen samen door het park.’ In de wekelijkse stiefmoedergespreksgroep lucht Patricia haar hart. ‘Ik had een heel ander plaatje in mijn hoofd. Matthijs en ik zijn al drie jaar samen, ik had verwacht dat we een stuk verder zouden zijn.’ Stiefmoeders doen vaak vreselijk hun best, zegt Annette Heffels. Maar als blijkt dat dat niet aanslaat, slaat al die inspanning nogal eens om in woede. ‘Ook tegenover de partner, die weinig steun biedt.’ Bij hem kunnen ze hun verhaal niet kwijt, het gaat over zijn kinderen tenslotte. Omdat de kwart miljoen stiefmoeders in Nederland hun emoties toch willen delen, floreren de gespreksgroepen en de internetfora. ‘Het is geen taboe meer onder stiefmoeders om een hekel te hebben aan je stiefkinderen. En dat heeft goede kanten: weerzin die altijd maar verborgen blijft, kan giftig worden. Als het open ligt, is het in ieder geval duidelijk.’ Toch, zegt Heffels, moet je oppassen met het oplepelen van negatieve gevoelens. ‘Hoe meer je ze uit, hoe meer je ze ook gaat voelen. Daarbij: je hoeft niet per se van je stiefkinderen te houden om goed voor ze te zijn. Je mag best van jezelf eisen dat je respectvol en fatsoenlijk met ze omgaat.’ Mee eens, zegt Gertruud na afloop van de workshop Loyaliteitsconflicten in Utrecht. En als dat toch even niet lukt, hangt ze een bordje ‘niet storen’ op de deur van haar werkkamertje thuis en gaat ze achter de computer ‘een potje zitten janken’. Ze zet de plastic theebekertjes in elkaar en loopt ermee naar een prullenbak. ‘Eigenlijk’, zegt ze, ‘vond ik dit een heel positieve groep. Had je al die vrouwen tijdens de vorige stiefmoederdag moeten horen. Zó veel haat kwam er toen los.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden