De Onderzoeksraad blaast van elke slak het zout af

Korporaal Kevin Roggeveld (24) en sergeant der eerste klasse Henry Hoving, beiden van het dertiende Infanteriebataljon van de elfde Luchtmobiele Brigade in Assen, zijn niet gestorven als gevolg van een bedrijfsongeval dat nu eenmaal kan gebeuren wanneer je gevaarlijk werk doet.

Toen op 6 juli 2016 tijdens een oefening in Mali een granaat (kaliber 60 mm) explodeerde in haar mortier, was dat het gevolg van nonchalance van de boven hen gestelden.

Van een haastige aankoop 'in den blinde' van disfunctionerende munitie die nooit afdoende op veiligheid is gecontroleerd. Van een omgeving waarin 'het zicht op kwaliteit en veiligheid ondergeschikt is geraakt aan de spoed tot aankoop'. Van ondeugdelijke opslag in een zeecontainer onder te hoge temperaturen. Van een organisatie die risico's 'onvoldoende heeft verkend of heeft weggeredeneerd'. Van een instantie die een waarschuwing van een personeelslid in de wind sloeg omdat hij in het inspectierapport een verkeerde code had ingevuld. Van een club waarbinnen 'een papieren werkelijkheid is gecreëerd waarin de zaken op orde leken'.

En toen waren beide mannen op slag dood.

'Dood door schuld', concludeerde een nabestaande gisteren na verschijning van het rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid waarin bovenstaande bevindingen staan opgetekend.

Inzichtelijk is de bijlage 'Inzagereacties', waarin het commentaar van het ministerie van Defensie op de conceptversie is opgenomen, alsook de reactie van de Onderzoeksraad op dat commentaar. Op elke slak legt Defensie zout, pagina na pagina, want de onderzoeken van de raad gaan weliswaar 'niet in op schuld en aansprakelijkheid', dat betekent nog niet dat anderen er geen solide basis voor claims in zouden kunnen vinden.

De Onderzoeksraad blaast op zijn beurt onverstoorbaar van elke slak het zout weer af. Zo wilde Defensie graag af van de kwalificatie 'roestige granaat'. Want: 'De aanwezigheid van enige mate van corrosie aan de buitenzijde (...) is geen reden om een munitie-artikel af te keuren'.

De repliek van de Onderzoeksraad: 'De raad acht het niet overdreven om de betreffende granaat, afgebeeld in fig. 25, 'roestig' te noemen.'

In Den Haag is de overzichtelijke vraag inmiddels of Jeanine Hennis niet moet aftreden. Ministers vinden de ministeriële verantwoordelijkheid altijd een heel belangrijk principe, totdat ze zelf in de beklaagdenbank belanden. Dan haken ze hun vingernagels in het pluche en gaan ze wijzen. Naar ambtenaren, naar stomme bonnetjes, naar vervelende journalisten die zich niet aan de Haagse codes houden, naar verre voorgangers ('Mijn aftreden draait de aanschaf van de munitie in het jaar 2006 niet terug', hoorde ik Hennis al zeggen, met enige nadruk op 'het jaar 2006'). Of ze zweren plechtig trouw aan de niet-aftreden-maar-optreden-doctrine.

Ook Hennis wil niet aftreden, want na een volle, met klachten doorregen periode en eerdere kritiek van de Onderzoeksraad voor Veiligheid wil ze eindelijk eens optreden, in de anderhalve dag die haar nog rest voordat een nieuw kabinet aantreedt. Mogelijk zal meespelen dat haar een mooie functie wacht in dat nieuwe kabinet die ze niet wil belasten met een aftreden op de valreep, maar dat zou speculatie zijn. De premier heeft zich ondertussen vierkant achter haar geschaard, een verontrustende daad die voor menig bewindspersoon het einde heeft ingeluid.

Dat kun je Haags gedoe noemen, obsessie met de poppetjes waar de zinloze dood van Kevin Roggeveld en Henry Hoving niet minder zinloos van wordt. Je kunt het ook een kwestie van politieke hygiëne noemen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden