De onderwijspolitie bemoeit zich overal mee

Een school die goed scoort met de Cito-toets, kan toch een dikke onvoldoende krijgen van de inspectie, blijkt uit rapporten waar de Volkskrant de hand op legde....

ALS DE inspectrice ziet dat sommige kinderen tijdens de les onderuit zakken, maakt ze een aantekening. 'De betrokkenheid van de leerlingen neemt zichtbaar af tijdens de les', schrijft ze later in haar eindverslag over de Amstelveense basisschool de Horizon. 'Het onderwijs is te weinig activerend.'

De Horizon staat bekend als een heel goede school. Met de Cito-toets haalt de school resultaten die ver boven het landelijk gemiddelde liggen. Ook in vergelijking met andere Amstelveense scholen scoort de Horizon 'achterlijk goed', zoals sommige leerkrachten trots zeggen. Toch krijgt de school van de onderwijsinspectie een paar dikke onvoldoendes. Want de school handelt te weinig volgens 'hedendaagse vakdidactische opvattingen'.

'De inspectie vindt ons ouderwets', snuift Albert Hottinga, de schooldirecteur, verontwaardigd. 'We geven overwegend klassikaal les. Dat is waar. Maar dat doen we heel bewust omdat wij denken - nee, wéten - dat onze leerlingen daar het meeste baat bij hebben. De inspectie wil voorschrijven hoe wij les moeten geven. Dat gaat te ver.'

Hottinga vindt het uitstekend dat de inspectie de kwaliteit komt meten. Maar de pedagogische aanpak is een zaak van de school zelf. 'Anders krijgen we allemaal dezelfde schooltjes. Dat willen we toch zeker niet? Ouders voeden hun kinderen verschillend op en ze willen een school uitkiezen die daar goed bij past.'

Goed onderwijs moet tegenwoordig adaptief zijn, dat wil zeggen dat het uitgaat van het kind, en niet van het lessysteem. Hottinga trekt een vies gezicht. 'Ja, dank je de koekoek. Natuurlijk moet je uitgaan van het kind. Dat doen wij ook - op onze manier. Het is allemaal zo trendy. Zo hol. En die hele adaptieve mode is volgens mij alweer over zijn hoogtepunt heen.'

Deze middag deelt de juf van groep drie, Paula Ubink, de klas op in vier groepjes. Groepje geel mag letters uit tijdschriften knippen en daarmee een zin maken. Al knippend en plakkend vormt Tari het zinnetje: 'Ik ben jareg mama.' Eén klasgenootje schrijft: 'De van bek ik dit pan.' En weer een ander houdt het na één woordje voor gezien.

'We geven overwegend klassikaal les', legt Ubink uit. 'Maar er zijn ook volop lessen zoals deze, waarbij de kinderen op hun eigen niveau de lesstof kunnen verwerken.' De school maakt bovendien tijdens de klassikale instructie volop gebruik van moderne pedagogische inzichten. 'U moet niet denken dat we les geven zoals dat dertig jaar geleden ging. We houden het spannend door tussendoor kleine opdrachtjes te geven. Bijvoorbeeld door ze zoveel mogelijk woordjes te laten bedenken die met een s of een z beginnen. Dan zijn ze er weer helemaal bij', aldus Ubink.

De Horizon heeft niet altijd klassikaal les gegeven. In de jaren zeventig gold Hottinga met zijn team als een heuse voorloper. 'We waren jong en net van school. Dus dan wil je wel', herinnert Hottinga zich. De nadruk kwam te liggen op zelfstandig werken. Er was veel aandacht voor individuele verschillen. En de leerlingen werden niet langer 'gesorteerd' op leeftijd.

Hottinga: 'Het gevolg was dat de resultaten gestaag omlaag gingen. Met de Cito-toets haalden we net het landelijk gemiddelde, terwijl we daar altijd ruim boven hadden gezeten. Dat was voor ons reden genoeg om terug te keren naar het klassikale systeem, maar met behoud van goede elementen, zoals bijvoorbeeld aandacht voor niveauverschillen.'

'Mag ik jouw vingers even lenen?', vraagt Thierry aan Timoty als hij ziet dat hij vingers tekort komt om uit te rekenen hoeveel 9 plus 10 is. Groepje blauw doet een rekenspelletje met sommen onder de 20. 'Wij begrepen er geen bal van, hè Nino?', zegt Tom. Ondertussen maakt Nam Yu op de computer al sommen tot 100.

De niveauverschillen in de groep zijn enorm. Toch krijgen de leerlingen de volgende dag weer gezamenlijk rekenles. 'Onze ervaring is dat sommige kinderen stagneren als je ze voortdurend op hun eigen niveau aanspreekt. In een klassikaal systeem kunnen kinderen zich aan elkaar optrekken', legt Hottinga uit. 'Bovendien houden we de klassikale instructie kort. Voor de zwakkere leerlingen is er extra instructie. En dat werkt.'

Maar volgens de inspectie werkt het niet - of niet genoeg. Bij punt 4,9 in het eindverslag, de vraag of leraren rekening houden met niveauverschillen tussen leerlingen, staat een onvoldoende. Ook de zorg voor de achterblijvers schiet tekort, vindt de inspectie. Bovendien vertoont de aangeboden leerstof hiaten.

Hottinga: 'Als dat werkelijk zo zou zijn, vielen we bij de Cito-toets heus wel door de mand.'

Het schoolteam van de Horizon is flink gekwetst door het overwegend negatieve inspectierapport. Maar Hottinga verwacht en hoopt dat de Amstelveense bevolking zich er weinig van aantrekt. 'Als je hier als school slecht presteert, zak je vanzelf door de blubber. De markt doet hier gewoon zijn werk. Want Amstelveners zijn echte shoppers als het om onderwijs gaat. En ondanks de vergrijzing groeit onze school.'

'IEDEREEN DENKT dat de inspecteurs alleen maar kinderen willen zien die in groepjes of alleen werken', verzucht onderwijsinspecteur Frans Janssens. Hij ontkent dat inspecteurs een hekel hebben aan degelijk klassikaal onderwijs. Maar de inspecteurs verwachten wel van een leraar dat hij meer kan dan in een muisstille klas uitleggen hoe een staartdeling in elkaar zit. En dat is nou precies het kunstje dat bijna elke docent graag etaleert.

Iedereen die een controleur op bezoek krijgt, wil laten zien wat hij het beste kan. Een docent kiest dan voor uitleggen. Hij wordt traditioneel immers gezien als iemand die kennis overdraagt, en niet als een soort manager die groepjes kinderen aan het werk houdt, aanschuift waar hulp nodig is en in een computer bijhoudt wat de vorderingen van elk kind zijn. Dat zou een een beetje handige secretaresse ook wel kunnen.

Dus moeten de inspecteurs voortdurend vragen: laat eens iets anders zien dan een klassikale les. En zo ontstaat het beeld dat inspecteurs deze vorm van lesgeven verafschuwen. Maar de inspectie wil geen enkele vorm van onderwijs voortrekken, zegt zij. De inspectie wil er alleen zeker van zijn dat de leerlingen het onderwijs krijgen dat het best bij ze past. 'Wij zijn op zoek naar een goede balans tussen enerzijds de individuele en groepsinstructie en anderzijds de onderwijsbehoeften van de leerlingen', zegt een woordvoerder van de inspectie.

'Waar bemoeit de inspectie zich mee?', vraagt Dennis Bode zich af, directeur van een groot katholiek schoolbestuur (Asko). 'De inrichting van het onderwijs is een zaak van het schoolbestuur, daar heeft de inspecteur zich niet mee te bemoeien. Ze willen dat het onderwijs uitdagend is, maar dat is een hele normatieve eis. Wat is uitdagend en wie bepaalt dat?'

Ook Han Leune, voorzitter van de Onderwijsraad, is er faliekant op tegen dat de inspectie zich bezighoudt met de manier waarop docenten lesgeven. De Onderwijsraad schreef vorig jaar in een advies over de rol van de inspectie dat de inspecteurs zich moeten beperken tot controle van zaken die in de wet staan. Over de manier waarop docenten lesgeven, is in de wet niets terug te vinden, dus is dat ook geen zaak voor de toezichthouder, meent Leune.

Bode spreekt zelfs over 'de onderwijspolitie die probeert alle scholen in één malletje te duwen'. Het bevreemdt hem dat het ministerie steeds benadrukt dat de scholen meer autonomie krijgen, en tegelijkertijd inspecteurs naar de scholen stuurt die alle aspecten van het onderwijs controleren.

De bewindslieden van onderwijs daarentegen vinden dat een strikte kwaliteitscontrole juist past in een onderwijsbestel dat scholen meer vrijheid laat. Binnenkort gaat de minister met de Kamer praten over de positie van de inspectie. Maar om het veld tevreden te houden, heeft Hermans al aangekondigd dat hij opnieuw met de scholen gaat praten over de onderdelen waarop beoordeeld wordt.

Er zijn verschillende manieren om de kwaliteit van een school te meten. De prestaties van de leerlingen zijn een maat, net zoals het niveau van de leerkrachten of het welbevinden van de leerlingen. De inspectie meet al die elementen, en dan kan het gebeuren dat er scholen zijn waarvan de leerlingen uitstekend presteren, maar de inspectie toch niet tevreden is over de didactische en pedagogische aanpak.

Dat gebeurt vooral bij de algemeen bijzondere scholen in Nederland. Daaronder vallen een aantal montessorischolen, de vrije scholen en schoolverenigingen. Vaak zijn die scholen op grond van een pedagogisch principe opgericht, en heffen ze een fors schoolgeld. Het zijn de scholen, vooral in de grote steden, waar witte, hoog opgeleide ouders hun kinderen naartoe sturen.

Simon Steen, directeur van de VBS, de organisatie van de algemeen bijzondere scholen, vindt het terecht dat de inspectie controleert of de leerlingen genoeg geleerd hebben. Maar hij vindt het raar dat scholen die bewust kiezen voor een speciale pedagogische aanpak, beoordeeld worden aan de hand van algemene maatstaven. 'In veel gevallen kiezen de ouders ook bewust voor een bepaalde richting en waarderen zij het onderwijs in hoge mate. Hoe kan de inspectie dan een negatief oordeel vellen?'

Twistpunt is in veel gevallen de vraag of docenten leerlingen opleiden tot zelfstandig lerende kinderen. In alle onderwijsvernieuwingen van de laatste jaren benadrukt de wetgever juist die zelfstandigheid. Maar in praktijk valt de zelfstandigheid van de kinderen vies tegen, zo blijkt uit de inspectierapporten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden