De ondergang van The Hague Institute for Global Justice: hoe miljoenen overheidsgeld verdampten in een denktank

Van Haagse parel tot spookpaleis

Een prestigieus onderzoeksinstituut, gefinancierd met zo’n 20 miljoen euro belastinggeld, gaat roemloos ten onder. The Hague Institute for Global Justice moest een organisatie ‘van wereldformaat’ worden. Het werd een fiasco. Hoe koningin Maxima in een spookpaleis belandde. Een reconstructie.

Koningin Maxima bij The Hague Institute for Global Justice met Hare Hoogheid Sheikha Moza bint Nasser uit Qatar, oprichter van de stichting Education Above All en pleitbezorger van de VN ontwikkelingsdoelen. Foto anp

Het instituut komt uit de startblokken

De Amerikaan Abiodun (‘zeg maar Abi’) Williams kan zijn geluk niet op. Hij mag over enkele dagen het eerste rapport van ‘zijn’ organisatie aanbieden aan topman Ban Ki-moon van de Verenigde Naties, in het bijzijn van koning Willem-Alexander. Eind augustus 2013 is Ban in Den Haag om het 100-jarig bestaan van het Vredespaleis te vieren. Het gebouw herbergt onder meer het Internationaal Gerechtshof van de VN.

De Amerikaan Dr. Williams (1961, Sierra Leone) werkte op het VN-hoofdkwartier in New York onder Kofi Annan en diens opvolger Ban Ki-moon. Nu zwaait hij de scepter bij The Hague Institute for Global Justic (IGJ), een nieuwe loot aan de stam van VN-organisaties en andere internationale instanties in Den Haag, de zelfbenoemde ‘stad van vrede en recht’.

Gloedvol geeft Williams een toelichting op het rapport, over duurzame vrede in landen na een gewapend conflict. Hij ontvangt twee journalisten van de Volkskrant in de kapitale villa waar hij zetelt, een Rijksmonument aan de lommerrijke Sophialaan vlak bij het centrum van Den Haag.

Williams is begin dat jaar in een gespreid bedje terechtgekomen. Het instituut is de ‘liefdesbaby’ van de Haagse burgemeester Jozias van Aartsen en de Amerikaanse oud-minister van Buitenlandse Zaken Madeleine Albright. Zij hebben elkaar rond de eeuwwisseling leren kennen, toen Van Aartsen ook minister van Buitenlandse Zaken was. Albrigt heeft Williams bij de burgemeester geïntroduceerd, Van Aartsen is van hem gecharmeerd.

Hij is erop gebrand Den Haag als ‘internationale stad’ op de kaart te zetten. Van Aartsen vraagt in 2009 een driemanschap plannen op te stellen voor een instituut dat bij die ambitie past. Op 22 juni 2010 meldt het Haagse college van B&W trots de komst van ‘een instituut van wereldformaat’.

Diezelfde dag (geen toeval natuurlijk) maakt het ministerie van Economische Zaken bekend 17,45 miljoen euro beschikbaar te stellen voor het IGJ. Belangrijkste voorwaarde: na 5 jaar moet het instituut financieel zelfstandig zijn.

Bij de officiële opening van het instituut, waarvoor de Ridderzaal is afgehuurd, herhaalt minister van Economische Zaken Maxime Verhagen in juni 2011 dat het ‘stevig op eigen benen moet staan’ als de subsidie op is. 

Dat blijkt uiteindelijk niet te lukken. In 2013 overheerst evenwel optimisme, zo niet euforie. Het Rijk heeft een belangrijk deel van de subsidie overgemaakt. De gemeente Den Haag had in de periode 2011-2013 al een bedrag van 2,5 miljoen uitgetrokken (voorbereidingskosten) en verleende een eenmalige subsidie van 1 miljoen. Het IGJ is verzekerd van een kleine 20 miljoen euro.

Achter de schermen

Binnen het instituut, dat de vaandeldrager van recht en gerechtigheid wil zijn, gaat het er allerminst vredig aan toe. Al in zijn eerste werkweek zet Williams zijn voorganger en rechtsgeleerde Willem van Genugten, die een overdrachtsdossier komt aanbieden, op botte wijze buiten de deur, volgens ooggetuigen. Hij maakt duidelijk: hij is de baas.

Williams gaat herhaaldelijk tekeer tegen medewerkers, zo luidkeels dat het tot ver buiten zijn werkkamer te horen is. Een vrouwelijke medewerker neemt zelfs een jurist in de arm, omdat zij zich bedreigd voelt. Naarmate zijn ‘team van wereldklasse’ (dixit Williams) groeit, zwelt de kritiek aan. Een enkeling spreekt over ‘een vijandige werkomgeving’, waar een ‘sfeer van angst’ heerst.

Op de werkvloer klinkt nog meer gemor. Williams verdient ‘ongehoord veel’. Zijn salaris van 223.994 euro, inclusief een ‘variabele onkostenvergoeding’ en regelingen voor onder andere pensioenopbouw, blijft wel (net) binnen de limiet van de nieuwe Wet Normering Topinkomens (228.599 euro) - beter bekend als de Balkenendenorm.

Onder zijn arbeidsovereenkomst prijkt de handtekening van Van Aartsen. Volgens het contract heeft Williams de ‘supervisie’ over de fondsenwerving – naar later blijkt de zwakke stee van het instituut. Zijn salaris staat zelfs externe financiering in de weg. Samenwerking met ‘traditionele’ hulporganisaties als Oxfam en Cordaid zit er niet in, omdat zij van overheidswege niet in zee mogen met zulke grootverdieners.

De Amerikaan neemt van meet af aan geen genoegen met de titel ‘dean’ (decaan), die hem toekomt krachtens de oprichtingsakte van het instituut. President wil hij genoemd worden. Hij gedraagt zich er ook naar. Williams omringt zich met een persoonlijke staf van drie personen, door anderen ‘de hofhouding’ genoemd. Dagelijks betrekt hij een warme lunch bij een nabijgelegen luxe hotel, Carlton Ambassador, meestal kreeftensoep of een visgerecht. De medewerkers moeten het stellen met broodjes, fruit en een ei.

Hij heeft bij de gemeente bedongen dat hij op intercontinentale vluchten business class mag vliegen. Vaak boekt hij op een laat tijdstip, waardoor de kosten onnodig hoog zijn. Hij rechtvaardigt de dure vluchten met rugklachten, maar laat zich ook ontvallen dat ‘cattle class’ (veevervoer) hem te min is. Voor verplaatsingen binnen Den Haag neemt hij een taxi als de bestemming op loopafstand is. Zo declareert hij 160,50 euro voor een rit tussen het instituut en het Vredespaleis, een paar honderd meter verderop; hij heeft de chauffeur laten wachten. Na zijn eerste kerstvakantie levert hij een bon in voor een tiendaags verblijf in een hotel in Washington, à 461,30 dollar per nacht.

Zijn gedrag wordt door medewerkers ‘onethisch’ genoemd. En: ‘Hij kent de Nederlandse ‘doe maar gewoon’-mentaliteit niet’. Op zijn beurt klaagt hij over ‘de Hollandse zuinigheid’.

Abi Williams, president van The Hague Institute, en de president van Qatar University, Dr. Hassan Rashid Al-Derham.

Hoe staat het met de controle?

Het goede nieuws is dat het accountantskantoor van het instituut, Van Ree in Alphen, ‘geen aanwijzingen voor fraude’ constateert. Wel geeft Van Ree begin 2014 het dringende advies om extern geld aan te boren. Ook PWC, een accountantskantoor dat namens de gemeente Den Haag de boeken controleert, pleit daarvoor. Daarnaast stelt PWC dat de onkostendeclaraties van de 'president' goedgekeurd moeten worden door (een lid van) de Raad van Toezicht.

Declaraties worden eerst goedgekeurd door een ‘tijdelijk bestuur’, onder leiding van Van Aartsen, en in de loop van 2014 door een Raad van Toezicht (RvT). Voorzitter is Dick Benschop, president-directeur bij Shell Nederland en nu directeur-in-spe van Schiphol. Hij zegt bij het aantreden van de RvT expliciet dat hij persoonlijk ‘de toekomstige uitgaven van de president’ zal autoriseren.

Begin 2014 krijgt de president een tweede man naast zich, een zakelijk directeur. De Nederlander Serv Wiemers, afkomstig van het ministerie van Economische Zaken en oud-diplomaat, stelt meteen de hamvraag: waar zit de markt op te wachten, hoe kunnen we geld verdienen? Wat andere medewerkers al wisten, hoort nu ook Wiemers: Williams voelt zich niet verantwoordelijk voor het vergaren van geld, ook al is hij het boegbeeld van het instituut en gaat hij prat op zijn internationale contacten. Het was de bedoeling dat hij, dankzij zijn alom geprezen netwerk, opdrachten zou verwerven bij onder meer buitenlandse overheden en instanties als de Wereldbank en de VN.

Twee kapiteins op één schip, dat wekt niet. Al na een half jaar houdt Wiemers het voor gezien. Hij voelt zich niet serieus genomen en onheus bejegend. De spanningen tussen Williams en hem zijn zo hoog opgelopen dat de Raad van Toezicht een overeenkomst moest opstellen over de gelijkwaardigheid van hun posities en de noodzaak van respectvol gedrag.

Voor Wiemers is het ‘hij eruit of ik eruit’. Tot verbazing van personeelsleden mag Williams blijven. De tweehoofdige leiding wordt uit de stichtingsakte geschrapt.

Williams gaat voortvarend te werk bij de werving van personeel. Begin 2014 telt het instituut zo’n 24 medewerkers uit binnen- en buitenland, en het aantal zal –mét de personeelskosten - stijgen tot ruim 30. Dat was niet de opzet van de grondleggers. Zij streefden volgens een van hen, Van Genugten, naar een betrekkelijk klein en ‘flexibel’ instituut , waar het personeel vooral ‘op projectbasis’ zou werken.

Wat Williams niet lukt, is het aantrekken van iemand die speciaal belast is met het binnenhalen van geld; na het vertrek van Wiemers is dat zijn belangrijkste taak. Meer dan een jaar wordt er gezocht naar een Head of Development. Ondanks een advertentie in The Economist en gesprekken met binnen-en buitenlandse kandidaten wordt er niemand aangesteld voor de broodnodige fondsenwerving.

Geen gebrek aan aandacht, wel aan geld

Wat Williams wel lukt, is zichtbaarheid geven aan het instituut. Zo worden er grote conferenties gewijd aan de genocides in Rwanda en Srebrenica. Vooral die laatste bijeenkomst krijgt veel publiciteit, door de aanwezigheid van talrijke betrokkenen: voormalige VN-topfunctionarissen, oud-premier Wim Kok, Dutchtbat-commandant Thom Karremans en overlevende Muhamed Durakovic. Die spreekt in de Volkskrant over ‘een historische bijeenkomst’: ‘Voor mij was het belangrijk hier te zijn, want ik wil de demonen uit mijn leven verdrijven’.

Het instituut weet ook binnen-en buitenlandse prominenten, onder wie topmilitairen, politici en hoge VN-functionarissen te strikken voor de serie 'Distinguished Speakers'. De website loopt vol met (onderzoeks)projecten, variërend van vredesopbouw in Congo, de klimaatproblemen van kleine eilanden, waterschaarste in het Midden-Oosten, tot forensisch onderzoek in Libanon.

Aandacht is goed, geld is beter. Eind 2014 gaapt er al een gat van bijna een half miljoen tussen inkomsten en kosten. Begin 2016 constateert de accountant dat externe fondsen voor projecten nog altijd tekortschieten.

De Amerikaanse oud-minister Madeleine Albright (L) praat met prinses Margriet (R) tijdens de start van The Hague Institute of Global Justice in de Haagse Ridderzaal in 2011. Foto Raymond Rutting/de Volkskrant

Het einde nadert

Begin 2016 is Anton Nijssen ingehuurd als bedrijfsleider en rechterhand van Williams. Hij kent het instituut al sinds 2011, als ‘kwartiermaker’, en heeft nadien nog hand-en spandiensten verricht. Nijssen werkte voorheen onder meer aan de Universiteit van Amsterdam.

Als Head of Operations zit hij in de zomer van 2016 samen met Williams en Benschop tegenover de hoogste ambtenaren van drie ministeries. Er ligt een concreet verzoek: een nieuwe basissubsidie van 1,5 miljoen per jaar, drie jaar lang. Renee Jones-Bos, secretaris-generaal van Buitenlandse zaken, zegt ‘nee’, mede namens haar collega’s van Economische Zaken en Veiligheid & Justitie.

De tijd begint te dringen. De combinatie van aflopende overheidssubsidies, te geringe opbrengsten en slinkende reserves dreigt het instituut op te breken. Accountant Van Ree voorziet eind 2016 ‘een acuut liquiditeitstekort’, en stelt dat de continuïteit van de stichting op korte termijn in gevaar is.

Er volgt een spoedzitting van het managementteam onder Williams en de Raad van Toezicht op 7 oktober. Williams trapt af. Hij zegt ‘geweldig trots’ te zijn op de prestaties van hem en zijn medewerkers (in die volgorde). Ze hebben maar liefst acht miljoen euro aan ‘externe inkomsten’ binnengehaald sinds 2011, maar dit bedrag is bij lange na niet voldoende om het instituut overeind te houden. 

Benschop ziet de ernst van de situatie in, maar wil niet opgeven. Hij vestigt zijn hoop op de stad Den Haag, in het bijzonder de burgemeester. Ze kennen elkaar goed; Benschop (PvdA) was staatssecretaris voor Europese Zaken onder minister Van Aartsen (VVD). Ook ziet hij mogelijkheden voor samenwerking met andere instituten in Den Haag en de universiteiten van Leiden en Delft. Bovendien mikt hij op het behoud van het Kennisplatform, een belangrijke bron van inkomsten. Het zal ijdele hoop blijken te zijn.

Dan gaat de Raad van Toezicht in conclaaf. Enig onderwerp: de toekomst van Williams, die nog een half jaar wil blijven nadat zijn contract eind 2016 afloopt. Wel zal hij genoegen moeten nemen met een lager salaris, want de Nederlandse wetgeving is aangescherpt.

Ondanks alles wat er gebeurd is – Benschop is door veel medewerkers benaderd met klachten over Williams - stemt hij in met een verlenging van het dienstverband. Pogingen om het instituut te redden zijn volgens hem niet gebaat bij het vertrek van Williams. Te elfder ure waarschuwt de gemeente Den Haag dat hij geen nieuwe financiële verplichtingen moet aangaan.

Williams, diep gekrenkt, stapt in december op. Vlak voor kerst staat hij urenlang achter de papierversnipperaar. Wat er verdwijnt, weet niemand, maar het gaat volgens ooggetuigen om ‘vuilniszakken vol’. In zijn contract staat dat hij bij vertrek alle correspondentie, notities alsmede ‘bedrijfsmiddelen’ moet overdragen. In elk geval blijft de enorme bureaustoel staan die hij tegen het einde van zijn ambtstermijn heeft aangeschaft voor zo’n 3.000 euro, het tienvoudige van de overige bureaustoelen op het instituut. Hij heeft zijn luxueuze levensstijl nooit opgegeven.

Koningin Maxima belandt in een spookinstituut

Zeven medewerkers worden eind 2016 ontslagen wegens de ‘slechte economische omstandigheden’. In het voorjaar van 2017 moeten nog eens negen mensen weg. Medewerkers die mogen blijven, maar – mede hierdoor - het vertrouwen in hun werkgever verloren hebben, stappen op.

Niettemin kent het instituut in 2017 jaar nog een publicitair hoogtepunt: het bezoek van koningin Máxima en Hare Hoogheid Sheika Moza Bint Nasser van Qatar. Ze presenteren in mei een rapport over onderwijs in conflictgebieden. Een drukbezochte bijeenkomst in wat eigenlijk een spookpaleis is. IGJ heeft het huurcontract kort tevoren beëindigd, kamers staan leeg of vol verhuisdozen.

Het personeelsverloop resulteert erin dat begin 2018 nog slechts één onderzoeker aan het werk is in het statige Haagse pand. Met dank aan de nieuwe huurder, het Indisch Herinneringscentrum, tevens een van de vele schuldeisers.

Een sprankje hoop

In de zomer van 2017 is er plotseling een sprankje hoop. Een andere in Den Haag gevestigde organisatie, het Center for International Legal Cooperation (CILC), overweegt ‘structurele samenwerking’ met het Instituut. Directeur Willem van Nieuwkerk spreekt over een reddingspoging, uit ‘verantwoordelijkheidsgevoel voor het verlies van overheidsgeld’.

CILC wil eerst alle cijfers zien. Als men toegang krijgt tot de server van het instituut slaat de schrik toe. Er is sprake van een ‘deplorabele situatie’, waarvan allerlei betrokkenen – van de Raad van Toezicht tot de eens zo genereuze subsidiegevers - elkaar ook nog eens de schuld geven. Van Nieuwkerk wil niet degene zijn die straks moet uitleggen ‘dat meer dan 17 miljoen overheidsgeld is verdampt’. De organisatie besluit niet met het IGJ in zee te gaan. Aan Dick Benschop schrijft de directeur ‘dat er nog heel wat kunst- en vliegwerk nodig zal zijn om een faillissement te voorkomen’.

Of de teloorgang te wijten is aan ‘wanbeheer’ onder Williams (zoals sommigen zeggen), aan een ‘slapende Raad van Toezicht’ (volgens anderen), of aan een combinatie daarvan – er is tenminste nóg een oorzaak. De ambities waren niet realistisch; het IGJ wilde gerenommeerde denktanks als Chatham House in Londen en Brookings in Washington in slechts vijf jaar tijd naar de kroon steken. Van Aartsen en Benschop, met al hun internationale ervaring en contacten, hadden kunnen weten dat dat te hoog gegrepen was.

Voor dit artikel zijn onder meer gesprekken gevoerd met een tiental ex-medewerkers van The Hague Institute for Global Justice. De meesten willen niet dat hun naam in de krant komt. Ook had de Volkskrant inzage in vertrouwelijke documenten van en over het instituut.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.