De Olympische Spelen kijk je zo (1)

Na het EK voetbal maakt V ook de Olympische Spelen interessanter voor de zijdelings geïnteresseerde. Met kijkplezierverhogende weetjes, dat spreekt. Deel 1: Sport door de ogen van bioloog Tijs Goldschmidt.

Hij wiebelt wat met zijn voet. 'Ik geloof dat ik gisteren een beetje te hard gesprongen heb bij Zumba.' Vaak is Tijs Goldschmidt de enige man in zijn Latijns-Amerikaanse aerobicsklasje en bovendien een van de oudsten. 'Soms weet ik niet hoe gezond het voor me is, maar ik word nu eenmaal vrolijk van salsamuziek. Ik dans ook. Salsa, ja. Een tijdje vond ik dat ik er niet goed genoeg in was en ben ik alleen gaan kijken. Dat is ook interessant. Goeie dansers lijken op baltsende futen of meeuwen. Het is een verleidingsspel, maar helemaal gecodeerd, net als een sportwedstrijd.'


1 Op de Olympische Spelen zie je de plastische mogelijkheden van één soort uitvergroot.


Goldschmidt observeert alles in zijn omgeving als een bioloog. Dat kan hij niet laten. 'Op de Olympische Spelen vind ik de honderd meter sprint bij de mannen spectaculair. Daar zie je de grenzen van wat een menselijk lichaam kan. De genetische verschillen tussen mensen zijn erg klein doordat de vroege mensachtigen ooit door een dip zijn gegaan. De populatie en dus ook genetische variatie nam toen drastisch af. Het is eigenlijk een wonder dat er nu wel zeven miljard mensen zijn, met dat beperkte genmateriaal.


Op de Spelen wordt de variatie in uiterlijke verschijningsvorm van de homo sapiens uitvergroot. Er doen allemaal extreme specialisten aan mee, die excessief zijn getraind in een bepaalde tak van sport. Een Roemeense gewichtheffer met korte kromme pootjes en waanzinnig sterke romp en armen zie je naast een ranke, Afrikaanse marathonloper. In overdreven vorm zie je de plastische mogelijkheden van één soort.'


2 Sporters die aan hun broekje trekken, hebben last van bevroren twijfel.


Onwillekeurig beziet Goldschmidt ook zijn eigen gedrag door de bril van een bioloog. 'Ik heb er plezier aan, maar het is ook een handicap als je je zo van jezelf bewust bent. Als je mij een vraag stelt die me in verlegenheid brengt, dan krab ik bijvoorbeeld op mijn hoofd. Dan maak ik een oversprongbeweging, een in de context irrelevante of zinloze handeling. Ik merk dat soort dingen meteen.'


Hij vertelt over een hengst die ooit als nieuweling in een groep van zeven paarden werd gezet. De leidende hengst van de groep kwam op hem af met ontblote tanden en als reactie begon het nieuwe paard gras te eten, alsof hij zich er niets van aantrok. Goldschmidt: 'Steeds als hij werd aangevallen deed hij dat. Dat werkte remmend op de agressie van de leider van de groep. Toen begreep ik dat dit geen tactiek kon zijn van het nieuwe paard, maar dat hij een oversprongbeweging maakte.


Zijn neiging om terug te vechten of weg te vluchten was op een bepaald moment precies in evenwicht en dan borrelt gedrag op uit een ander gedragssysteem, dat irrelevant is in de context. In dit geval ging hij grazen. Oversprongbewegingen zie je bij sporters ook heel veel. Dan gaan ze aan hun broekje trekken of iets dergelijks. Een psycholoog zou zeggen: ze reageren spanning af. Een bioloog zegt: ze aarzelen tussen het doen van twee dingen. Het is bevroren twijfel.'


3 Mensen zijn kinderlijke apen.


'Intelligente zoogdieren en sommige vogels die zich veilig voelen en voldoende voedsel hebben, gaan zich vervelen,' zegt Goldschmidt, 'en verveling is een trigger voor spelen. Bij dieren zijn het dan ook meestal alleen de jongen die spelen. Zo krijgen ze allerlei vaardigheden die in het latere leven van belang zullen zijn. Ze oefenen hun motoriek, leren afstanden te schatten, de intenties van tegenstanders te peilen.


Mensen zijn neotene primaten, dus apen die als volwassenen allerlei jeugdkenmerken behouden. Vooral creatieve figuren houden die speelse neigingen tot op hoge leeftijd.


Kenmerkend aan spel is dat de rollen wisselen. Bij spelende dieren is nu eens het ene dier dominant en dan weer het andere. De sterkere houdt zich in en gunt de ander zijn succes. Biologen noemen dat selfhandicapping. Als je dat te veel uit het oog verliest, bederf je het spel. Bij mensen gebeurt dat nogal eens, vooral bij topsporters.'


4 De Olympische Spelen hebben weinig meer met 'spelen' te maken.


Goldschmidt is een groot bewonderaar van het werk van historicus en cultuurfilosoof Johan Huizinga, die in Homo ludens wees op het belang van spelelementen in de menselijke cultuur. Ook rechtszaken en oorlog zijn volgens Huizinga een spel, in een van het normale leven geïsoleerde ruimte waar andere regels of strategieën gelden. Voor balspelen gaat dat ook op.


Goldschmidt: 'Maar met de oorpronkelijke functie van spel, dat je in een ruimte die geïsoleerd is van het alledaagse leven de normale gezagsverhoudingen laat schieten en plezier maakt, hebben de competities van nu nog weinig te maken. Het is in mijn ogen een wat rigide onderneming geworden. Ik begrijp nog wel dat je wil kijken hoe hard je de honderd meter kan lopen, maar om nou jaren van je leven eraan te besteden om eentiende seconde af te knabbelen van een wereldrecord, dat is op het krankzinnige af.'


De schuld van het spelbederf, volgens Goldschmidt, zijn de enorme commerciële belangen. 'Die sporters zitten al jaren van tevoren in de stress en worden door trainers gehouden aan een strikt leefregime. Die mogen nooit meer alcohol drinken. Als een familielid doodgaat, slaan ze de begrafenis over omdat ze anders uit hun concentratie worden gehaald. Ook bij de Olympische Spelen is commercialisering aan de orde. Er is een verernstiging van het spel gaande die het oorspronkelijke ludieke element van de homo ludens of spelende mens inperkt en bindt aan idioot vaste regels. Zo serieus als topsporters zichzelf nemen. Wel begrijpelijk natuurlijk, want ze worden als halfgoden vereerd. Het krijgt de trekken van een protoreligie.'


5 De Frans-joodse schrijver George Perec gebruikte de Olympische Spelen om iets afschuwelijks te schetsen.


'Kinderen die met honger, ellende of zonder ouders opgroeien missen veel in hun speelse ontwikkeling', zegt Goldschmidt. 'Ik vind het wel treffend dat George Perec, die als kind in de oorlog beide ouders verloor en opgroeide met grote angst voor de nazi's, in zijn boek W of de jeugdherinnering juist de Olympische Spelen gebruikt om iets afschuwelijks te schetsen.


In dat boek, dat op een merkwaardige manier half fictie en half autobiografie is, komt een personage terecht op een het fictieve eiland W, waar olympische spelregels heersen. Die zijn bijna fascistoïde in het verhaal van Perec. Wie zich niet aan de regels houdt wordt door wrede scheidsrechters terechtgewezen. Juist daar ontbreekt het spelelement en de individuele vrijheid die de mens in een normale samenleving heeft. Het doet denken aan de manier waarop Hitler in 1936 de Spelen gebruikte voor zijn nazi-propaganda.


En dat terwijl de olympische gedachte oorspronkelijk de opheffing van grenzen tussen naties was. Die gedachte leeft natuurlijk ook nog wel, zo zwartgallig zie ik het ook weer niet in. Ik denk dat veel sporters op de Olympische Spelen na afloop van een wedstrijd plezierig met elkaar omgaan. Ook het publiek zal zich goed vermaken. En die ontspanning en vermaak heeft vast een biologische functie.'


6 Dieren kijken niet gezamenlijk.


Mensen zijn in staat tot iets waar weinig dieren toe in staat zijn: joint attention, ofwel gedeelde aandacht. We kijken gezamenlijk naar een schouwspel, bijvoorbeeld een wedstrijd, maar beseffen ook dat anderen dat doen. Goldschmidt: 'Soms zie je koeien in een weiland allemaal ergens naar kijken, maar het is maar zeer de vraag of ze weten dat de anderen dat ook doen. Biologen vermoeden van niet. Het was heel lang omstreden, maar chimpansees blijken dat wel te kunnen. En mensen verplaatsen zich voortdurend in wat anderen mogelijk zien. Dat heeft te maken met de overdadige aanwezigheid van spiegelneuronen in ons brein, waardoor we in staat zijn tot vergaande empathie.'


Overigens zul je Goldschmidt nooit op een drukke tribune aantreffen. 'Dat tribale clubgevoel, daar kunnen mensen helemaal in opgaan. Zelf durf ik niet eens een stadion in. Ik heb ook moeite om mee te juichen. Samen klappen of juichen kan mensen een heerlijk gevoel geven. Ze ontstijgen hun eigen belemmeringen en worden een deeltje in een superorganisme. Ze zijn geen individueel rationeel denkende wezens meer. Daarom ontaardt dat regelmatig, beangstigend vind ik dat. Het heeft iets van een mierenkolonie.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden