Column

De nutteloze jacht op vossen

Boeren zetten afbeeldingen van vossen in hun land om ganzen te verjagen.Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Ik las onlangs een amusant bericht in De Gelderlander. Verschillende wildbeheereenheden in de provincie waren na de laatste wildtelling tot de conclusie gekomen dat er sprake was van een 'zorgelijke' toename van vossen. Ondanks de ruimere afschotmogelijkheden werden aanzienlijk meer vossen geteld dan het jaar ervoor. 'Vorig jaar troffen we zo'n 20 holen aan, dit jaar zijn het er 30,' aldus een woordvoerder van de afdeling Neder-Betuwe. 'En daar zitten gemiddeld vier jongen per hol in, dus reken maar uit.'

En weer was het niet gelukt om de vos er onder te krijgen. Terwijl er toch zo veel lustiger was geschoten dan voorgaande jaren. Gelukkig, zo meldde hetzelfde stukje, had het provinciebestuur besloten dat de wildbeheerders in de komende vijf jaar ook 's nachts op vossen mogen jagen.

Het kwam dus vast nog goed.

Dierenbeschermers wordt vaak een overmaat aan emotie en een tekort aan verstand verweten, maar jagers en provinciebesturen kunnen er ook wat van. Het amusante van het krantenbericht is dat het juist perfect illustreert dat jagen op vossen geen enkele zin heeft.

Bestudeer het ruim voorhanden onderzoek naar de ecologie van de vos en je weet waarom. De vos is een territoriaal roofdier. Dat betekent vooral dat de vos zichzelf bestrijdt; zijn soortgenoten die zich in zijn territorium wagen. Een grote dichtheid aan vossen betekent minder overlevende jonge dieren - ze gaan dood aan voedselgebrek en aan stress als ze op zoek gaan naar een eigen territorium - en minder grote worpen.

Ga je vossen bestrijden met het geweer, dan komen er territoria vrij voor jonge vossen die zich direct gaan voortplanten. En het aantal jongen neemt toe, tot soms wel zeven per worp. Met andere woorden: snoeien is bloeien, zoals het Natuurbericht van het Vlaamse Natuurpunt het vorige week nog treffend verwoordde.

Ik verdenk jagers er weleens van dat ze best weten dat het zo werkt. Er moet wel ieder jaar iets te schieten zijn, dus moeten de populaties in de groeistand blijven. En bijna niets geldt als leuker en statusverhogender in jagerskringen dan het schieten van vossen. Een vos is slim, hij is een geduchte tegenstander, en als je als jager een vos schiet ben je dus ook slim.

Er is al eeuwenlang een wedren gaande tussen de slimste jager en de slimste vos, zo vertelde roofdierkenner Jaap Mulder me eens. Vorige week sprak ik Adri de Groot, de man achter Vogeldagboek.nl. Hij kreeg nogal eens foto's van jagers opgestuurd, met geschoten vossen. 'Dat maakt ze enorm trots', zei hij.

Het is bekend: er zit een kinderlijk element in de jacht. Het probleem van de jager is alleen: de vos is een beschermde diersoort. Je mag hem officieel niet voor de lol doodschieten. Dus trekken de wildbeheerders ieder voorjaar hun gezicht in een ernstige plooi en spreken van 'zorgelijke' toestanden.

Dat helpt. Alle provincies ontlenen ontheffingen voor de jacht op vossen. De vraag is inmiddels: waarom? Het helpt niet, en het is toch niet de taak van provincies om het tijdverdrijf van jagers - het doodschieten van vossen - te legitimeren.

Dient die jacht dan misschien toch ergens toe? Ja, vroeger. Toen de vossen de kippen roofden van de keuterboertjes. Maar zelfs een hobbyboer kan zijn kippen tegenwoordig tamelijk eenvoudig beschermen. En de pluimveefabrieken zijn sowieso onneembare vestingen.

Ja, maar die arme weidevogels dan, roepen jagers, weidevogelboeren en provinciebestuurders dan in koor, de vos vreet toch al die eieren en kuikens op?

Dat is een begrijpelijke reflex, maar ook een omgekeerde redenering. Als het goed zou gaan met de weidevogels, als er gezonde populaties grutto's en kieviten zouden bestaan, dan zou predatie er niet toe doen. Bovendien: als de vos het niet doet, dan zijn er altijd nog de hermelijn, de wezel of een keur aan roofvogels die het door ons gestelde vonnis over de weidevogels willen uitvoeren.

Ik las deze week een stukje over een boer die afbeeldingen van vossen op een rails door zijn akker liet bewegen, om ganzen af te schrikken. Echte vossen werken beter, dacht ik. De boer en de vos als bondgenoot, nooit vertoond, maar ik zag het wel voor me.

Zelf vind ik vossen nuttig, als opruimers en als muizeneters bijvoorbeeld, maar ik vind ze vooral mooi en fascinerend. Ik zie ze liever levend dan dood. Maar dat zal de emotie zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden