Tijdens de staking dook het hele NS-personeel onder. Op de foto: de ondergedoken directeur Hupkes werkt door in een kamer ergens in Het Gooi.

Geschiedenis Jodentransporten

De NS is lang in zijn eigen heldenverhaal blijven geloven

Tijdens de staking dook het hele NS-personeel onder. Op de foto: de ondergedoken directeur Hupkes werkt door in een kamer ergens in Het Gooi. Beeld Spoorwegmuseum

Veel was er al bekend over de Jodentransporten, maar toch weet een nieuw boek over de spoorwegen in oorlogstijd nog te onthutsen: de NS stopte de transporten te lang weg achter de heldhaftige Spoorwegstaking.

Voor de Nederlandse Spoorwegen (NS) was het vervoer van Joden tijdens de Duitse bezetting een vast onderdeel van de bedrijfsvoering. Het was eerder een logistieke uitdaging dan een morele belasting. Want de NS moest materieel afstaan aan Duitsland terwijl het (reguliere) reizigersvervoer krachtig groeide: van ruim 61 miljoen reizigers in 1939 naar meer dan 209 miljoen in 1943. En daar kwam het ‘Jodenvervoer’, zoals NS-directeur Willem Hupkes deze activiteit omschreef, nog eens bij.

Dit verhaal was in grote lijnen wel bekend. Toch weet het net verschenen boek De Nederlandse Spoorwegen in oorlogstijd, 1939-1945 nog te onthutsen. Vooral omdat de bedrijfsmatige nuchterheid van het bedrijf zich zo slecht verdraagt met de gruwelen waaraan het medeplichtig was. Onvrijwillig weliswaar, en zonder enig enthousiasme. Maar toch: het gros van de ruim 100 duizend Nederlandse Shoah-slachtoffers is door de NS vervoerd. Eerst uit alle delen van het land naar kamp Westerbork (of een ander kamp), en van daaruit naar grensstation Nieuweschans – waar Duits treinpersoneel het werk van de NS’ers overnam.

Het boek – geschreven door de historici David Barnouw, Dirk Mulder en Guus Veenendaal – verschijnt aan de vooravond van de 75ste verjaardag van de Spoorwegstaking, waar de Nederlandse regering in ballingschap op 17 september 1944 toe opriep om de geallieerde opmars te ondersteunen. Verreweg de meeste Nederlandse Joden waren op dat moment al afgevoerd. De bevrijding werd door de staking niet noemenswaardig bespoedigd. En de Hongerwinter – die er hoe dan ook zou zijn gekomen – werd erdoor vervroegd.

Toch heeft de NS-directie de staking weten te verkopen als een epische verzetsdaad, die volgens enkele enthousiastelingen Hitler zelfs ‘de das heeft omgedaan’. Pas vanaf de jaren tachtig kregen de ‘Jodentransporten’ in de geschiedschrijving over de NS meer aandacht, en veranderde de houding van de NS-directie tegenover het bedrijfsverleden dienovereenkomstig. Eerst legde ze daarbij nog de nadruk op de ‘dolgedraaide nazi-ideologie’, maar gaandeweg werd ook de eigen medeverantwoordelijkheid onderkend. De Spoorwegen droegen materieel en financieel bij aan herinneringscentrum Westerbork, boden ‘de Joodse gemeenschap en andere betrokken groepen’ hun ‘oprechte verontschuldigingen aan’, betalen mee aan het Nationale Holocaustmuseum in Amsterdam, en troffen een financiële regeling – een ‘moreel gebaar’, géén compensatie – voor de deportatieslachtoffers en hun nabestaanden.

Normaliteit onder abnormale omstandigheden

En nu is er het kritische boek over de NS in oorlogstijd, waarvan president-directeur Roger van Boxtel het voorwoord heeft geschreven. Dat boek geeft een beklemmende indruk van de inspanningen die de directie zich getroostte om de Duitsers zoveel mogelijk op afstand te houden en het personeel te behoeden voor tewerkstelling in Duitsland. Onder toenemend benarde omstandigheden probeerden zij de bedrijfsvoering voort te zetten. In de notulen van een vergadering van de NS-top op 26 augustus 1944 is te lezen: ‘Sinds de vorige vergadering vonden (sic!) wederom een aantal beschietingen van treinen plaats, waarbij 50 stoomtreinen en 3 electrische treinen werden getroffen. Hierbij werden 9 leden van het personeel en 59 reizigers gedood, terwijl 13 leden van het personeel en 136 reizigers werden gewond.’ Normaliteit onder abnormale omstandigheden.

Maar die normaliteit is nog veel schrijnender als ze het ‘Jodenvervoer’ betreft. De transporten worden nauwgezet geregistreerd, alsof het ladingen cokes betrof. Soms reisden Joden op eigen gelegenheid naar Hooghalen – het eindpunt van de trein totdat de lijn werd doorgetrokken naar Westerbork. Op vertoon van een ‘gratis’ vervoersbewijs (feitelijk betaald uit Joods vermogen). De NS declareerde 0,04 Reichsmark per persoon per kilometer. Bij een transport van meer dan 400 personen gold een groepstarief: de helft van de individuele prijs.

De Nederlandse Spoorwegen in oorlogstijd, 1939-1945. Rijden voor Vaderland en Vijand

David Barnouw, Dirk Mulder, Guus Veenendaal

Uitgeverij WBooks

190 pagina’s

24,95 euro.

Uit de documentatie van de NS blijkt dat ruim 60 procent van de Joden is weggevoerd in personenrijtuigen, en niet in de veewagens waarmee de transporten naar ‘het oosten’ worden geassocieerd. Soms werden goederenwagens, ter vergroting van het comfort, voorzien van banken, bagagenetten en kapstokken. Hoe dodelijker de bestemming, hoe schaarser de voorzieningen in de wagons.

Voor zover de auteurs dat uit de notulen hebben kunnen opmaken, zijn deze transporten nooit besproken door de raad van commissarissen, de directie of de Personeelsraad. ‘Niemand heeft mij over het vervoer van Joden aangesproken’, verklaarde Hupkes na de oorlog tegenover de parlementaire Enquêtecommissie die een oordeel moest vellen over het regeringsbeleid tijdens de bezetting. ‘Er waren toch genoeg mensen, felle Nederlanders, die ik ontmoette, maar nooit zijn we hierover benaderd.’ De commissie was kritisch over deze ‘laconieke’ houding, maar was vol lof over de Spoorwegstaking, ‘waarvan vooral de psychologische betekenis in de oorlogvoering niet hoog genoeg geschat kan worden’.

Historicus Jacques Presser was beduidend negatiever in zijn oordeel. ‘Men heeft in Amsterdam gestaakt om de wegvoering van een paar honderd Joden (Presser doelde op de Februaristaking van 1941, red.) maar hier voert hij ononderbroken duizenden weg, en iedereen doet zijn plicht en geen mens weigert: geen dwarsligger gaat van zijn plaats en geen moer zit los.’

En de verzetsstrijders dan? 

Ook nazaten van verzetsstrijders maken aanspraak op de regeling die de NS heeft getroffen voor Shoah-slachtoffers en hun kinderen. Overlevenden komen in aanmerking voor een compensatie (‘moreel gebaar’) van 15 duizend euro, hun nazaten voor bedragen tussen 5.000- en 7.500  euro. Op voorspraak van een commissie onder leiding van Job Cohen, oud-burgemeester van Amsterdam, heeft de NS de grens getrokken bij Joden, Roma en Sinti.

In kringen van het voormalig verzet leeft hierover veel onvrede. ‘Ook verzetsdeelnemers zijn onvrijwillig per trein afgevoerd’, zegt Henk Mreijen, voorzitter van de ongeveer 300 leden tellende Vereniging Kinderen van Verzetsdeelnemers 1940-1945. ‘Mensen die onderdak hebben geboden aan Joden zijn vaak dezelfde weg gegaan als de onderduikers.’ Pogingen om de regeling te verruimen ten behoeve van verzetsdeelnemers en hun kinderen zijn tot dusverre vruchteloos gebleven. Volgens Mreijen is het mede aan ‘Job Cohen en de zijnen’ te wijten dat alleen mensen die voldoen aan het ‘genocidecriterium’ voor compensatie in aanmerking komen. Op 3 oktober gaat de NS met nabestaanden van verzetsdeelnemers praten over een aparte regeling.

David Barnouw, initiatiefnemer en co-auteur van het boek over NS in oorlogstijd, beticht de nazaten van verzetsstrijders ervan te willen ‘meeliften’ met de regeling voor holocaustslachtoffers. ‘Het morele gebaar van de NS is bedoeld voor slachtoffers van systematische massavernietiging. Verzetsstrijders of dwangarbeiders behoren daar niet toe. Daarmee ontken ik niet dat deze mensen en hun nazaten hebben geleden. Maar hun lot is echt onvergelijkbaar met dat van een bevolkingsgroep die de nazi’s hebben willen uitroeien, of met dat van de nazaten die ouders, opa’s, oma’s, neefjes en nichtjes hebben moeten missen.’

Bevrijding van dag tot dag

Na vijf zware jaren kwam er een einde aan de Tweede Wereldoorlog en volgde een periode van opluchting, feest en liefde, maar ook van angst en verdriet. Daarom vertelt de Volkskrant bij 75 jaar bevrijding verhalen uit heel Nederland, met ooggetuigen uit alle regio’s. Op volkskrant.nl/bevrijding is de verschuiving van de frontlijn te volgen op de kaart van Nederland, met steeds nieuwe verhalen uit de bevrijde gebieden.

Podcast: Zijn grootvader zat vast in het Oranjehotel

Tijdens de Tweede Wereldoorlog zat de grootvader van Volkskrantverslaggever Pieter Hotse Smit gevangen in het beruchte Oranjehotel. Nu, ruim 75 jaar later, dook hij in de geschiedenis van zijn grootvader, en is hij te gast in deze aflevering van het Volkskrantgeluid om daarover te praten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden