Column

De Noordzee moet een baken van vrijhandel blijven, ook al is Brussel boos

De meeste Britten proeven (nog) de zoete smaak van de Brexit, terwijl op het continent een bittere nasmaak resteert. Brussel is boos, zoniet rancuneus.

Premier Mark Rutte ontvangt minister-president Theresa May van het Verenigd Koninkrijk voor een kennismakingsbezoek.Beeld anp

De wegloper verdient een lesje. Sentimenten vormen een slechte leidraad; belangen een betere. De Britten verlaten de EU, niet Europa. Het Verenigd Koninkrijk zoekt een nieuwe rol in de wereld. Niet als Little England, maar als 'Global Britain'. Voor Nederland is een 'Noordzee Unie', een voorstel van Vlaams minister-president Geert Bourgeois, een nuttig instrument voor een belangengemeenschap.

De Britse uittreding wordt een moeizaam proces. Het kan slechts goed uitpakken als oude demonen, waaraan de Europese geschiedenis rijk is, worden ingepakt. Europese instellingen zinnen op wraak, met als geveinsde ratio: Britten straffen om uittreding van andere EU-landen af te schrikken. Het onderhandelingsteam van de EU mist evenwicht.

De Europese Commissie stuurt Michel Barnier, oud-commissaris. De baronachtig figuur uit de Franse Alpen spreekt slecht Engels. Het Europees Parlement stuurt Guy Verhofstadt die zijn aversie tegen de Engelsen amper kan onderdrukken. De Europese Raad, dat nog het meeste gezond verstand herbergt, stuurt de Belgische beroepsdiplomaat Didier Seeuws. Een Fransman en twee Belgen; misschien wat te veel negatieve emotie als het perfide Albion in zicht komt.

Aan de overzijde van het Kanaal bestaan ook ongewenste oprispingen. Veel Brexit voorstanders zijn niet alleen voor de EU-uittreding, maar tegen de EU op zich. Zij hopen dat de EU in elkaar stort. Daarom bepleiten ze de Turkse EU-toetreding. Boris Johnson, nu minister van Buitenlandse Zaken, zei onlangs dat Londen de Turkse EU-toetreding blijft toejuichen. Kortom: Britten eruit, Turken erin, EU kapot!

De onderhandelingen worden moeilijk omdat de Britten immigratie centraal stellen. Immigratie forceerde de Brexit. Van 1998 tot 2010, onder Labour regeringen, kwamen 3,7 miljoen immigranten naar Groot-Brittannië. Tweederde van buiten de EU, uit landen van het vroegere 'British Empire'.

Labour wilde met een soepel immigratiebeleid conservatief Engeland met 'de neus in de diversiteit' drukken. De nieuwkomers zouden Labour versterken. Mislukt. Labour ligt in puin. Eenderde van de nieuwkomers kwam uit de EU. De Britse regering stelde in 2004 geen overgangsperiode in voor vrij verkeer van werknemers met nieuwe EU-lidstaten. Polen trokken massaal naar Engeland. Duitsland had een overgangsperiode van 7 jaar. De mensenstroom van vorig jaar naar Europa en de toestand in Calais veroorzaakte een angstbeeld. Gevolg: Brexit.

Premier Theresa May zal voor eind maart 2017 artikel 50 van het Europees verdrag inroepen. Dan beginnen onderhandelingen. De Britten zullen toestaan dat EU-onderdanen die nu in het Verenigd Koninkrijk wonen kunnen blijven. Daarop trekt het zich terug uit het vrij verkeer van werknemers.

Conservatief ex-minister van Buitenlandse Zaken, William Hague, gaf onlangs in de Daily Telegraph een voorzet: de Britten bepalen wie er mogen komen en op welke voorwaarden. De Poolse loodgieter is welkom als hij een baan heeft, maar krijgt geen toegang tot sociale toelagen zoals kinderbijslagen of sociale huisvesting. Het Verenigd Koninkrijk wordt tegenover de EU een 'derde land', een immigratieland zoals de VS of Canada.

Gevolg is dat het interne markt-concept - vrij verkeer van goederen, diensten, werknemers en kapitaal - uit elkaar valt. Over elk onderdeel wordt apart onderhandeld voor een handelsverdrag met mogelijk tarieven, standaarden en minimumvereisten.

Groot-Brittannië is voor Nederland een belangrijke handelspartner. De Nederlandse export naar de overzijde bedraagt ongeveer 40 miljard euro; de import ruim 20 miljard. Er wonen zo'n 40 duizend Nederlanders in het Verenigd Koninkrijk en circa 44 duizend Britten in Nederland. Twee multinationals, Shell en Unilever, zijn Brits-Nederlandse bedrijven.

Een economische breuk staat haaks op het Nederlands belang. Dat vereist nieuwe, inventieve vormen van samenwerking die verbinden. Zie hier het voorstel van een 'Noordzee Unie'. Het idee werd als eerste geopperd door de stadstaat Bremen. Landen aan de Noordzee, zoals Nederland, België, het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Denemarken en Noorwegen, bespreken gemeenschappelijke aspecten van de Noordzee. Neem: scheepvaart, veiligheid, milieu, (wind)energie, havens. Het woord 'Unie' is wellicht wat groots maar het is wel een belangengemeenschap.

Met specifieke aspecten zoals eenvoudige verstrekking van arbeidsvergunningen en rechten van werknemers. Eveneens: soepele kapitaalconstructies voor investeringen en dienstverlening. De Noordzee moet een baken van vrijhandel blijven, met de maritieme blik op de wereld. Er is geen enkele economische reden om eeuwenoude handelstradities rond de Noordzee te ontwrichten, alleen omdat Brussel boos is.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden