De nokians

WIE ALS BUITENLANDER FINLAND ZEGT, BEDOELT NOKIA. IS HIER DE MOBIELE INFORMATIESAMENLEVING AL IN BEDRIJF? NOU NEE. 'JE HEBT EEN TELEFOON NODIG OM JE VRIENDINNETJE TE BOMMEN.'..

Eerst maar even een lullig misverstand uit de weg geruimd. Loop een paar dagen door Helsinki en je beseft het. Beoordelingsfoutje. Best stom wel. En zo typisch ook. Echt weer iets voor twee veertigers. Neandertalers van de houtje-touwtje-generatie.

Hoe kom je ook op zo'n ouderwets idee? Met een fotocamera en een goedkoop schrijf blokje naar Finland afreizen om ter plekke het wonder van de nieuwe 'mobiele informatie-samenleving', de wereld van de Nokians, te beschrijven. En dáár dan verbouwereerd achter je oren gaan krabben als het, na uren kijken en zoeken, langzaam tot je doordringt. Joh man, je kunt dat wonder natuurlijk helemaal niet op straat zíen, omdat het hartstikke virtueel is. Hèhè.

Want, zeker, er lopen in Helsinki heel veel mensen rond met een draagbare Nokia-telefoon. En ze kwetteren er ook doorlopend een heleboel onverstaanbare Finse zinnen in met veel äääääää's en üüyy's. Maar om op grond daarvan vaststellen dat ze duidelijk vaker in het openbaar bellen dan in, zeg, onze Randstad? Nee. In elk geval niet in die mate dat je er een Wonder mee zou beschrijven.

Net zomin als je kunt beweren dat de Finnen hun kännyakkä, zoals portables daar heten, zo volstrekt anders gebruiken. Zelfs aan de Finse en de Botnische Golf, waar toch ook rendieren en beren wonen, blijk je zo'n toestel toch vooral te hebben om je moeder te bellen of te sms'en dat het vijf minuten later wordt. Of om via je Nokia 9110i-Communicator uit te vogelen hoe laat de film begint. En precies zo'n on-exotisch, alledaags gezicht trekken al die bellers er ook bij.

Enfin, om op dat misverstand terug te komen: we hadden ons het straatbeeld in de mondiale hoofdstad van de nieuwe mobiele samenle ving dus anders voorgesteld. Mysterieuzer. Hipper. Futuris tischer. Niet zo sober, zo Oost-Europees, zo maandags.

Tevoren hadden we immers de, mede door Nokia bekostigde, studie Birth of the Mobile Internet Society van de Finse wetenschapper Timo Kopomaa gelezen, waarin hij schrijft dat in zijn land stukje bij beetje een cultuur van e-nomaden tot bloei komt. Een permanente flow van jonge stedelingen die in een maatschappij met gedesïntegreerde traditionele structuren langs elektronische weg (vandaar die 'e'-nomaden) naar nieuwe, flexibele stamverbanden zoeken. Met hun telefoon daarbij als navigator en als 'tong'. En met het onderliggende elektronische netwerk als belangrijkste socialere ferentiekader.

Dus zeg nou zelf, het kon toch niet anders of je belandde straks in Helsinki middenin een vrolijke, postmoderne zombiefilm, met een score van beltonen en sms-piepjes?

'Kijk rond in de cafés, of waar dan ook in Helsinki', had verslaggever Steve Silberman in 1999 in een omslagverhaal in het toonaangevende Amerikaanse technologie-tijdschrift Wired gesuggereerd: 'Een hoop mensen zitten er dankzij hun mobiele telefoon al opgesloten in hun persoonlijke bubble, een eind voor zich uit chattend, of sms-tekstberichten intoetsend. Het is er niet ongebruikelijk dat je paartjes in een restaurant of in de straten ziet die elkaar volledig negeren omdat ze te druk zijn met hun telefoon.'

Ja, meldde hetzelfde artikel bij wijze van toppunt van nieuwe mobiele intimiteit: er bestond al een, even eens door Nokia onder steund, Fins bedrijfje dat het mogelijk maakte om draadloos te blind-daten. Via een telefoon met internettoegang (wap) kon je tegen betaling op elk gewenst moment en vanaf elke plek aan een liefdesavontuur met een onbekende beginnen.

Kijk aan. Hadden wij, eenmaal in Helsinki, dan nog veel journalistengeluk nodig om in de eerste de beste bar naast een hoogblonde, dromerig kijkende, lichtblozende en druk met haar Nokia wappende, alleenstaande vrouw te belanden? Wij meenden van niet. De Finnen, van hun kant, meenden helaas toch van wel.

Ze keken je er ook wel enigszins raar om aan. Iedereen die we er daar al bellend in zijn of haar 'flexibel stamverband' over aanschoten, ontkende dat er 'iets bijzonders' achter het betreffende telefoongesprek stak. Laat staan dat er sprake zou zijn van een voor de rest van de beschaving nog onbekende vorm van 'communicatie in de nieuwe mobiele informatie-samenleving'. E-nomaden? De mobiele telefoon als het perfecte instrument om bij het versieren van een minnaar je verlegenheid (ook volksaard, schijnt) te kunnen omzeilen? Waar hadden we het in godsnaam over?

Zelfs de communications manager van Nokia werd er een beetje wanhopig van toen het in een van de eerste gesprekken in headquarters aan de orde kwam. Of we nu werkelijk dachten dat er ooit een heel verlegen Fin onder een steen uit het bos was gekropen en tegen zichzelf had gezegd: 'Hé, laat ik eens een mobiele telefoon en een nieuwe daarbij behorende vorm van communicatie gaan bedenken.'?

'Goeie grutten', zei Riitta Mard in een althans vergelijkbare Finse verzuchting, terwijl ze haar eigen Communicator in de lucht stak. 'Ik gebruik hem om er mijn banksaldo mee controleren, als wekker, als agenda en als telefoon. Maar dus niet om er mijn verlegenheid mee te maskeren. Ik ken de mythe, maar persoonlijk geloof ik er niets van.'

Jeetje, zeiden ook de meisjes die we er in café Pravda aan de Esplanadi in Helsinki over lastigvielen. Ja jeetje, wat zeggen of sms'en wij Finse tienermeisjes eigenlijk als we per mobiele telefoon contact met elkaar of met onze verloofdes zoeken?

'Wat zeggen ze dan bij jullie?', vroeg de brutaalste 17-jarige op haar beurt. Waarna ze met een verbaasde blik de theorieën van Kopomaa aanhoorde, even diep nadacht en glimlachend antwoordde dat ze de sms-functie van haar wijnrode Nokia 8210 inderdaad weleens aanwendde voor het intoetsen van een boodschap die ze liever niet hardop uitsprak: 'Als je een jongen leuk vindt en een keer met hem wil afspreken. Maar zo bijzonder is dat toch niet?'

Ja maar, in wetenschappelijke studies en ook bij Nokia zeggen ze dat jullie door dit opvallende telefoongebruik de voorhoede vormen van, hoe heet het, de nieuwe Mobiele Informatie-Samenleving?

Bij Nokia? Bij Nokia?! Bij Nokia werken NERDS!'

Headquarters ligt in Espoo, een buitenwijk op twintig taxi-minuten van Helsinki. Het is een groot glazen gebouw zoals je dat overal elders in Europa op een bedrijfsterrein zou kunnen aantreffen, maar voor veel Finnen is het de kathedraal van het eigen vooruitgangsgeloof. Het digitaal kloppende hart van het Nokia-imperium, dat zestigduizend werknemers in 52 landen in dienst heeft, in 130 landen actief is en in 1999 liefst 19,8 miljard euro omzette met de verkoop van mobiele telefoons en communicatie-netwerken.

Van de 165 miljoen telefoons (meer dan computers en auto's samen) die in 1998 over alle continenten werden verkocht, waren er 41 miljoen gemaakt door de Nokians, zoals de werknemers van de firma elkaar familiair plegen te noemen. En met een verwachte totale groei van het aantal mobiele toestellen naar 1 miljard in 2002, is het bedrijf marktleider in wat de grootste industrie is geworden van producten in de consumenten-elektronica. Aandelen in Nokia zijn in de afgelopen vijf jaar met 2300 procent in waarde gestegen en daarmee goed voor de helft van het transactieverkeer op de beurs van Helsinki.

Wie als buitenlander Finland zegt, bedoelt derhalve Nokia. Letterlijk, want nagenoeg iedere vreemdeling die je in het land treft, kan op de een of andere manier aan het bedrijf zelf of aan de vele aangehaakte ict-start ups worden gelieerd. De Britse Lynn Rutter, manager Human Resources in Espoo, verwelkomde in korte tijd alleen al 700 studenten van 47 nationaliteiten als Nokia-stagiair. 'En God, ze komen uit landen waarvan ik niet eens wist dat ze bestonden.'

Het eclatante succes van de ooit in wc-papier, rubberlaarzen, banden en kabels begonnen multinational heeft vele vaders en moeders. Een president-directeur (Jorma Ollila) die begin jaren negentig, op het hoogtepunt van de economische crisis in Finland, alle andere (kwakkelende) divisies van Nokia ophief om zijn kaarten volledig op de telecommunicatie te zetten. Een marketingtalent (Anssu Vanjoki) dat eerst uitgebreid studie deed naar de magie van grote merken als Nike, Mercedes en Philip Morris en vervolgens voor de holistische 'Connecting people'-marke tingstrategie koos. Een 29-jarige techneut (Perrti Korhonen) die tot opdracht had de zaktelefoon ook werkelijk tot de proporties van een binnenzakje terug te brengen. En een Amerikaanse vormgever (Frank Nuovo) die al die techniek in het kenmerkende sexy design smeedde waarmee elke Nokia zich tot een Siemens, een Ericsson, een Motorola of een Philips-telefoon verhoudt als een kersenbonbon tot een Zeeuwse bolus.

In ict-kringen gaat wat die looks betreft een mooie anekdote uit 1998, toen op de cebit-beurs in Stockholm een forum over telecommunicatie en telefonie werd georganiseerd en de gespreksleider de deelnemers verzocht hun eigen toestellen tevoorschijn te halen. Waarop Yrjo Neuvo, hoofd research and development (R & D), van Nokia zijn zilveren 8810 uit zijn colbertjasje pakte. Bij het zien van de 'Zippo' verontschuldigde zijn collega van het Zweedse Ericsson zich direct dat hij zijn mobiele telefoon niet bij zich had. Helaas: hij was nog niet uitgesproken of er begon iets te rinkelen in zijn broekzak.

Nog steeds gaan aan Nokia-innovaties haast militaire operaties vooraf. De divisie R & D, goed voor eenderde van het gehele personeelsbestand, werkt verspreid over de hele wereld en analyseert elke lokale markt tot in zijn vezels alvorens tot de lancering van een nieuw product wordt overgegaan. Alles hoort te kloppen.

'En als het goed is, voel je dat als klant ook', legde brand and marketing manager Pasi Järvenpää uit. 'Nokia loopt samen met je op naar de toekomst en blijft daarbij heel dicht in je buurt. Wij kennen onze klanten. Zij kennen ons. En we vertrouwen el kaar.'

Om dat partnership met de consument hecht te houden, is het bij Nokia gebruikelijk dat de bedenkers van een product dat ook zelf op de markt begeleiden. Wie klaar is in het laboratorium wordt toegevoegd aan een business-unit, die het apparaat aan de man moet gaan brengen. 'Je moet bewijzen dat iets werkt voordat je het succes ervan kunt claimen', zei Zina Kranck tijdens een heel korte tussenstop in Espoo. Geen detail dat zodoende aan de aandacht van de jonge design-mana ger van Nokia kan ontsnappen.

Net terug uit Parijs, waar het bedrijf samen met de Japanse ontwerper Kenzo de nieuwste 'telefoon-mode' presenteerde, wachtte de moeder van een 8-jarige scholier vrij wel onmiddellijk weer het vliegtuig naar Shang hai. Want ook de Chinezen moeten mee in de vaart der volkeren en dus vaker mobiel met elkaar gaan bellen - en de plaatselijke R & D-afdeling van Nokia denkt te weten hoe dat kan lukken. Wanneer Kranck en headquarters ak koord gaan met de Chinese voorstellen, en als R & D het in bijvoorbeeld Singapore kan fabriceren, zal artdirector Frank Nuovo in Los Angeles er als laatstverantwoordelijke man de definitieve Nokia-look aan verlenen.

Het lijkt een omweg, maar het past in The Nokia Way, zoals het besluitvor mingsproces intern wordt aangeduid. Het werd in Wired door Nokia-directeur Neuvo vergeleken met een orkest dat één muziekstuk op het bladpapier heeft staan, en één dirigent voor de bok, maar waarin desondanks alle musici ieder voor zich improviseren. 'We streven een soort anarchie in inventiviteit, individualiteit en diversiteit na', had Rutter erover gezegd. 'We willen geen yes-men.'

Nee, over de pragmatische kanten van die 'totaalcultuur', dat global thinking, kon Zina Kranck verder geen me dedelingen doen. Als we maar begrepen dat er op de Nokiaanse Weg geen dwarsstraat wordt overge slagen. Neem haar eigen 8210, die in een openge werkt leren zakje om haar hals hing. Niks mis natuurlijk met het toestel zelf. Een juweel, en ook zo gedragen. Maar wat dachten we van dat zakje? Echt een bottle-neck. Geen Nokia-zakje dus. Niet sierlijk en tegelijk sterk genoeg. Dat moest in de eigen laboratoria veel beter kunnen.

Hoe nauw het luistert, werd een half uurtje na de ontmoeting met designer Kranck eens te meer duidelijk toen een van de vrouwelijke Nokians door het glazen paleis in Espoo zweefde en daarbij een nieuw type van een mobiele telefoon tegen haar oor drukte dat kennelijk nog tot het Finse staatsgeheim moest worden gerekend.

De foto die we er hartstikke per ongeluk en vanaf grote afstand van maakten, zorgde voor flink oproer in headquarters. Het filmrolletje diende onverwijld uit de camera te worden gehaald en werd later, met de gewraakte opnamen ertussenuit geknipt, weer bij het hotel terugbezorgd. Het risico dat de concurrentie een blik in de bonbonwinkel kon werpen, leek de schatbewaarders van het glaspaleis in Espoo te veel van het goede.

Behalve de Nokians zijn het zeker ook de Finnen zelf die aan de wieg van het wonder hebben gestaan. Ze gelden in nieuwe technologieën als early adapters, en in navolging van landgenoot Linus Torvalds, uitvinder van het computersysteem Linux, heeft de halve natie zich in de stormtroepen van de digitale revolutie geschaard. Het aantal studenten op Finse universiteiten en kunstacademies dat zich in communica tietechnologie en multimedia-design specialiseert, is op een bevolking van vijf miljoen mensen uniek, zoals ook de nukkige vastberadenheid om daarin voorop te willen lopen ongekend is.

Dat zelf de doorzettingsvermogen kenmerkt trouwens ook de Finse za kenman, die als geen ander in zijn land weet dat hij de wereld in moet om geld te kunnen verdienen. Met het ineenstorten van de Sovjet-economie viel tien jaar geleden namelijk ook de grootste handelspartner van Finland weg en was er binnen eigen grenzen afgezien van de bosbouw weinig meer dat nog veel inkomsten kon genereren.

Een nog altijd vigerend cliché over de Fin, vertelde Lynn Rutter van Nokia, is dat deze 'weliswaar nog niet zo lang uit het bos is', maar dat je hem dus wel 'met een paar dollar op het vliegtuig kunt zetten' om in het buitenland zaken te gaan doen. 'Een Fin zal nooit eerder terugkomen dan wanneer hij een contract op zak heeft. Hij heeft een bijna roekeloze wil, een bloody-mindedness om te slagen.' Met andere woorden: als Jorma Ollila van Nokia zegt dat hij het internet via een Nokia-telefoontje in ieders zak wil brengen, doen bedoelt hij ook in ieders zak. En dat daar Microsoft links voor moet worden gepasseerd - ach, daar komt dan die bloody-mindedness weer goed bij te pas.

Aan de andere kant zullen ze er ook niet over opscheppen, zei Rutter: 'Deel van het succes is dat ze zelf niet geloven dat het een succes is. Ze ontlenen geen enkele status aan wat ze tot dusver hebben bereikt. Niet voor de buitenwereld, niet voor elkaar. Niet met auto's of met dure kleren. En niet in omgangsvormen.'

Finnen hechten nog sterk aan het gelijkheidsbeginsel. Baas-zijn verleent niemand ook vanzelfsprekend autoriteit, maar de daarvoor be nodigde onderlinge geldingsdrang ontbreekt eveneens. Finnen zijn gezegend met noyryys, wat zo veel betekent als de bereidwilligheid je eigen beperkingen in te zien en die van anderen te erkennen.

Die eigenschap zal het gemak verklaren waarmee Linus Torvalds zijn Linux-systeem op internet in de openbaarheid bracht om het met behulp van tienduizenden anderen verder uit te bouwen. Dat hij aldus ook miljoeneninkomsten misliep, mag in het licht van dat edelmoedige noyryys geen serieuze overweging zijn geweest.

Er spelen ook andere motieven, meende Antoine Verhaverbeeke uit Lille, sinds zes jaar als artdirector in de multimedia werkzaam in Helsinki en onder meer bouwer van Nokia-webpagina's. 'De Finnen hebben geen erfgoed. Jullie in Nederland hadden de Gouden Eeuw, de Italianen hebben Rome, en wij Parijs. Nu hebben de Finnen besloten in technologie hun eigen gouden eeuw te verwezenlijken.'

En ze gaan er de wereld mee veroveren, voegde zijn landgenoot en architect Sebastien Tison daaraan toe. 'Ze hebben er zich stilzwijgend toe verplicht, en ze doen het met de grootst mogelijke efficiency. Er mag geen tijd verloren gaan.' Illustratief in dit verband is volgens Tison de grap van de twee Finnen die in een bar zitten en urenlang achtereen bestellen, drinken, bestellen en drinken. Totdat op zeker ogenblik de één opstaat en de ander vraagt of deze nog wat wil drinken. Waarop de aangesproken Fin verstoord opkijkt en antwoordt: 'Hé, ik dacht dat we hier kwamen om te drinken en niet om te praten.'

Tja, voor de eveneens uit Frankrijk afkomstige twintiger en Nokia-jaarcontractante Méla nie Bureau was het dus niet zo heel makkelijk geweest: wonen en werken in Finland. De ingenieur acht haar Finse leeftijdgenoten wel heel erg gereserveerd en verlegen, en het duurde dus even voordat ze haar weg in Helsinki en Espoo had gevonden.

Haar geluk is dat ze als Nokian uiteindelijk de Nokiaanse Weg gewezen kreeg. Personeelszaken regelde het basis-'netwerk' van alle trainees die zich in hetzelfde schuitje bevonden, bracht haar onder op de specia le Nokia-studentencampus, en organiseerde tevens de Nokia-party's om de eerste kennismaking gesmeerd te laten verlopen. Nu maakt Mélanie Bureau uit van één grote familie ('Mijn leven is totaal Nokia'), en het bevalt haar: 'Het is heus niet zo dat we de hele dag met elkaar praten over wat we kunnen produceren. We gaan als normale mensen met elkaar om. Ik ken collega's die in de kantine vlakbij Jorma Ollila hebben gezeten. In Frankrijk is dat toch on denkbaar.'

Waarom zijn het dan nerds?, vroegen we aan de meisjes in café Pravda aan de Esplanadi.

'Kijk om je heen', klonk het verwijt. 'Zie je hier iemand die eruitziet zoals een Nokian eruitziet? Dat is toch een andere wereld! E-nomaden! Alleen bij Nokia verzinnen ze zoiets. Afhankelijk zijn van je elektronische netwerk? Belachelijk. Je hebt een telefoon om je moeder of een vriendinnetje te bommen. Meer is het niet.

Bommen?

'Ja, bellen en binnen een paar seconden weer ophangen. In de hoop dat ze via de nummerherkenning nieuwsgierig terugbellen, en jij dus de kosten van een telefoontje hebt uitgespaard. En dat is het dan. Het wonder waarvoor jullie naar Helsinki zijn gekomen!'

Ach weet je, had Antoine Verhaverbeeke later bij een bezoek aan een andere als hip geclassificeerde hang-out van de Finse e-nomaden in Helsinki gezegd: 'Het is best interessant dat het hier allemaal al met een mobiele telefoon gebeurt: sms'en, het internet op en je afspraken en liefdeszaken elektronisch regelen. Maar je kan er geen verhaal aan ophangen, en al zeker geen verhaal over ''goed of kwaad'' zoals wij Fransen en jullie Nederlanders dat gewend zijn te doen. Tv is toch ook geen zaak van goed of kwaad meer? Het is gewoon een meubel dat je aanzet. En zo zal het met de mobiele telefoon ook snel gaan.'

O, en die 'mobiele informatie-samenleving' dan?

Wat denk je dat Nokians en al die andere Finse nerds doen in het weekend?', zei Verhaverbeeke. 'Dan bestaat er dus absoluut geen mobiele informatie-samenleving! Dan staat de telefoon uit en dan gaan ze jagen en vissen, en zonder stromend water in een afgelegen blokhut zitten. Want het leven moet ook hier wel leuk blijven, natuur lijk.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden