Opinie

'De Nobelprijs voor geneeskunde mag wel wat vernieuwender'

In de ogen van de Nobelprijs-jury speelt gezondheid zich uitsluitend af in een reageerbuis, schrijft Ivan Wolffers. 'Waarom reflecteert de prijs niet het groeiend inzicht dat onze gezondheid bepaald wordt door hoe de omgeving inwerkt op die biologie?'

Beeld anp

De Nobelprijs voor Geneeskunde of Fysiologie wordt sinds 1901 uitgereikt en gaat uitsluitend naar onderzoekers die baanbrekend onderzoek hebben gedaan op het gebied van de biologie van de mens.

Dit jaar vormt daarop geen uitzondering. In de ogen van de juryleden speelt gezondheid zich uitsluitend af in een reageerbuis. Dat betekent niet dat het werk van de Nobelprijswinnaars voor Geneeskunde of Fysiologie van 2013, James Rothman, Randy Schekman en Thomas Südhof prutswerk is. Natuurlijk is het fijn dat dankzij hen het mechanisme dat het belangrijkste transportsysteem in onze cellen regelt, is ontdekt. Maar wordt het niet eens tijd om de ramen daar in Stockholm open te zetten, zodat de juryleden beseffen dat er ook een wereld is waarin we ziek zijn of gezond worden?

Weinig commentaar
Commentaar op de jaarlijkse keuze voor de winnaar is er nauwelijks. Er zijn ook maar heel weinig mensen die de juistheid van de keuze goed kunnen beoordelen en ik behoor daar zeker niet toe. Dat Frederick Grant Banting en John James Rickard Macleod de Nobelprijs kregen voor de ontdekking van insuline is meer dan terecht. Ook over de prijs van 1945 voor Sir Alexander Fleming, Ernst Boris Chain en Sir Howard Walter Florey voor de ontdekking van penicilline bestaat geen twijfel.

Toch wil ik enkele kanttekeningen plaatsen. Een analyse van de prijs die tot nu toe 104 maal werd toegekend, laat zien dat vrouwen maar zelden de Nobelprijs krijgen, dat de winnaars steeds ouder worden en dat onderzoek op het gebied van immuniteit, biochemische processen, genen en zenuwstelsel de meeste kans heeft met de Nobelprijs beloond te worden. Op het gebied van oncologie zijn er bedroevend weinig Nobelprijswinnaars en het lijkt mij sterk dat de Nobelprijs die in 1966 werd gegeven voor nieuwe inzichten op het gebied van prostaatkanker en virussen die tumoren veroorzaken, bij nader inzien nu wel zo'n geweldige keuze was, want je hoort er nooit meer over. Natuurlijk zijn wij in Nederland reuzeblij met de landgenoten die de prestigieuze prijs kregen: Willem Einthoven (1924) voor de ontdekking van het elektrocardiogram en Christiaan van Eijck (1929) voor zijn werk op het gebied van vitaminen.

Met deze lange lijst beloningen van medische onderzoekers is echter toch iets mis. Het suggereert dat geneeskunde zich uitsluitend bezighoudt met wat er in het lichaam van het individu misgaat en het negeert dat onze gezondheid bepaald wordt door hoe de omgeving inwerkt op die biologie. De omgeving waarin mensen leven, lijkt als het om Nobelprijzen gaat nog maar nauwelijks te bestaan.

Stress en voeding
Er is wel een Nobelprijs uitgereikt aan de ontdekkers van cholesterol en het vetzuurmetabolisme (1964) en aan de ontdekkers van het cholesterolmetabolisme (1985), maar niet voor de medici en de epidemiologen die in detail de samenhang tussen leefstijl en een verhoogd cholesterol hebben vastgesteld. Wie ook in aanmerking zou moeten komen: De medische wetenschappers die in kaart hebben gebracht hoe een groot deel van de bevolking via toenemende en continue stress, hun voedingspatroon en hun veranderde beweegpatronen hartpatiënten zijn geworden. De grondlegger van onze inzichten hoe stress veroorzaakt wordt en wat voor impact het op onze gezondheid heeft, Hans Selye, werd in 1949 voor het eerst genomineerd, maar hoewel hij nog tot lang daarna leefde (1982) werd hij niet beloond voor zijn werk.

Is die Nobelprijsjury misschien een representant van het idee dat gezondheid uitsluitend gedefinieerd wordt op biologisch niveau? Denken de juryleden dat het moeilijker is op dat gebied doorbraken te vinden dan op het gebied van de condities in de echte wereld waarin onze gezondheid wordt geproduceerd? De wereld is ondertussen echt veranderd, hoor. Ik krijg het gevoel dat het om juryleden gaat van het type Statler en Waldorf uit de Muppetshow, die niet echt met hun tijd zijn meegegaan.

Imago van de geneeskunde
Je zou willen dat de uitreiking van grote prijzen, die een stempel zetten op het imago van de geneeskunde, het groeiend inzicht zouden reflecteren dat de gezondheid van de mens niet uitsluitend bepaald wordt door wat er in het lichaam gebeurt, maar dat zijn leefomgeving en de gemeenschap waar hij deel van uitmaakt ook een grote rol spelen.

Ik zou me bijvoorbeeld voor kunnen stellen dat in de komende jaren een Nobelprijs geneeskunde wordt gegeven aan Nicholas Christakis en James Fowler, die ons leerden hoe mensen in netwerken functioneren. Die netwerken zijn op zichzelf organismen die ziek worden. Ideeën worden doorgegeven, mensen conformeren zich voortdurend aan het netwerk, de outsiders worden gecorrigeerd of uitgestoten. Het bepaalt ons gedrag en daarmee voor een groot deel onze gezondheid. Wie een dikke broer of beste vriend heeft, blijkt aanzienlijk meer kans te hebben om zelf ook te dik te worden. Geluk en depressie lijken ook infectieus.

Een Nobelprijsjury met een beetje moed en inzicht zou oog moeten hebben voor de uitdagingen voor de gezondheid in een moderne overbevolkte samenleving en zou daar toch eens over na moeten denken.

Ivan Wolffers is arts en schrijver.

In het Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis doet men veel onderzoek naar de behandeling van kanker.Beeld anp
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden