De nieuwe zijderoute

Vroeger kwam het Midden-Oosten naar China, tegenwoordig is het omgekeerd. China is bezig in het gat te springen dat de Amerikanen achterlaten.

Op de Tempelberg in Jeruzalem, een van de politiek gevoeligste plekken ter wereld, ligt op het plein voor de Al Aqsa-moskee een stapel bouwmateriaal. Made in China staat erop. In de eindeloze marktgebouwen in de Chinese stad Yiwu, 's werelds grootste bazaar van huis-tuin-en-keukenspullen, zie je overal inkopers uit de Arabische wereld. Leg je oor te luisteren in Teheran en Riyad, in Damascus en Jeruzalem, en je kunt je alleen maar verbazen over het gemak waarmee de Chinezen goede vrienden zijn geworden van regimes die elkaars bloed wel kunnen drinken. Het zijn kleine en grote aanwijzingen voor een ontwikkeling die de wereld nog niet of nauwelijks in de gaten heeft: China is langzaam maar zeker bezig om de dominerende macht te worden in het Midden-Oosten.


Wat heeft China in dit moeras van burgeroorlogen, godsdiensttwisten, aanslagen en onoplosbare conflicten te zoeken? Hetzelfde als tot voor kort de Verenigde Staten: olie. Dankzij hun eigen schaliegas en schalie-olie hebben de VS de oliesjeiks steeds minder nodig. Bovendien hebben de Amerikanen na de verloren oorlogen in Irak en Afghanistan, tienduizenden doden en een paar biljoen verspilde dollars de buik net zo vol van het Midden-Oosten als het Midden-Oosten van hen. Sinds de Amerikanen de regio op hun manier begonnen te pacificeren, is het bloedvergieten alleen maar toegenomen. Hun onmacht om de chaos in Libië, de schokken in Egypte, het bloedvergieten in Syrië en de soennitische wraak in Irak onder controle te krijgen, is zo groot dat ze het niet eens meer proberen.


Als nu ook de huidige Amerikaanse poging om Israël en de Palestijnen tot elkaar te brengen mislukt - en er is weinig reden om aan te nemen dat minister Kerry zal slagen waar tot nu toe alle bemiddelaars hebben gefaald - wees dan niet verbaasd als de Amerikanen dit onmogelijke conflict voor gezien houden. In Oost- en Zuidoost-Azië staan er voor hen veel grotere belangen op het spel. Een definitieve deal over het Iraanse nucleaire programma zou voor Obama een mooie troostprijs zijn alvorens het Midden-Oosten over te laten aan zichzelf.


Hoewel, aan zichzelf? China is bezig met de aanloop om in het gat te springen. De nieuwe Chinese leider Xi Jinping praat al over de wedergeboorte van de oude Zijderoutes over land en over zee. De aanstormende wereldmacht heeft als grootste automarkt van de wereld immers een onlesbare dorst naar olie. Massaal halen - of kopen - de Chinezen hun rijbewijs. Vorig jaar maakten ze met 21 miljoen mensen tegelijk de overstap van fiets naar auto. Ondanks de monsteropstoppingen en de infame smog die het leven in de grote steden letterlijk tot stilstand brengen, is dit nog maar een begin. Op het ogenblik heeft nog geen 12 procent van de Chinezen een auto. Honderden miljoenen staan te trappelen. De communistische partij wil in geen geval de steun van deze aspirant-middenklassers verliezen. Ze zal daarom alles doen om hun droom over een eigen gemotoriseerd statussymbool in vervulling te laten gaan. Daardoor werd China in 2013 zowel de grootste consument als de grootste importeur van olie.


Ook Xi Jinping heeft een droom. Hij heeft die zelfs verheven tot nationale slogan: iedere Chinees moet van hem bezield zijn van die 'Chinese droom'. En die gaat veel verder dan een auto voor iedereen. Xi droomt van een terugkeer naar de natuurlijke ordening van de wereld, waarin het Rijk van het Midden maar één relatie met de buitenwereld kon hebben: die van de heer met zijn vazal. China moet zijn naam Zhongguo, het superieure land in het centrum van de wereld, weer alle eer aandoen. Dat kan alleen als de economische groei is veiliggesteld. Daarvoor is het buitenland nodig als leverancier van grondstoffen, voedsel en technologie, als afzetmarkt van Chinese producten en als bestemming van Chinese investeringen. En zo zien we China overal oprukken. In Afrika en Latijns-Amerika. In de landen van Zuidoost- en Midden-Azië. En nu ook in het Midden-Oosten.


Sinds tweeduizend jaar geleden de Zijderoute werd geopend, drijft China handel met het Midden-Oosten. Eeuwen voor Marco Polo vestigden Perzische monniken en zeelieden en Arabische handelaars zich in China. Gebouwen en begraafplaatsen in de kosmopolitische havenstad Quanzhou in het zuidoosten, pal tegenover Taiwan, getuigen van de bloeiende Arabische en Perzische gemeenschappen daar. Tien van de 55 officieel erkende etnische minderheden in China belijden de islam, met samen minstens twintig miljoen gelovigen. Draagt een Chinees de familienaam Ma (Paard)? Tien tegen één dat hij van islamitische origine is.


Joden kwamen China voor het eerst binnen in de zevende of achtste eeuw. Tijdens de Tweede Wereldoorlog konden 25 duizend Europese Joden uitwijken naar Shanghai, dat vooral voor hun inmiddels bejaarde kinderen een soort bedevaartsoord is geworden. Hoewel de joodse godsdienst in China niet officieel is erkend, wordt de gelovigen niets in de weg gelegd. Antisemitisme bestaat er niet. Integendeel, Joden hebben een uitstekende reputatie. En aan het Joodse toerisme kan goed geld worden verdiend. In de oude hoofdstad Kaifeng, waar eens een grote Joodse kolonie woonde, loopt een gids rond die op zijn visitekaartje als beroep vermeldt: Jood.


Gigaraffinaderij

Vroeger kwam het Midden-Oosten naar China, tegenwoordig is het eerder omgekeerd. Het gros van zijn olie betrekt China uit Saoedi-Arabië, Iran, Oman en Irak. Het heeft de banden met elk van die landen aangehaald. Topleverancier Saoedi-Arabië, verantwoordelijk voor 20 procent van de Chinese olie-invoer, is tot 'strategische partner' uitgeroepen. Aan de Rode Zee wordt binnenkort een Saoedisch-Chinese gigaraffinaderij in gebruik genomen. Na de oorlog tegen Saddam Hussein heeft China, met dank aan de Amerikanen, beslag weten te leggen op de meest productieve Iraakse olievelden. Amerikaanse oliemaatschappijen zijn bezig hun belangen in Irak te verkopen aan China. En wat Iran betreft: na de verlichting van de sancties, waaraan China slechts mondjesmaat heeft meegedaan, is er 20 miljard dollar aan Chinese investeringen onderweg naar Teheran.


Turkije wordt het eindstation van pijplijnen, wegen en snelle internetverbindingen die China vanaf Midden-Azië wil aanleggen. Een spoorlijn moet de Chinese oostkust via Iran en Turkije verbinden met West-Europa. Deze moderne zijderoute moet China minder afhankelijk maken van een euraziatische spoorlijn die door Rusland gepland is. Beide lijnen zouden de economieën van China en Europa veel dichter bij elkaar brengen. De handel tussen de landen die het spoor doorkruist, zou opbloeien. Bovendien zou het Chinese vrachtvervoer een stuk minder kwetsbaar worden. Dat gaat immers nu nog over zeeroutes waar de Amerikaanse marine de dienst uitmaakt.


Ook met Israël heeft China grote plannen. De Chinese leiders willen weten waar de superioriteit van de Israëlische strijdkrachten vandaan komt. Bovendien hebben ze veel respect voor de megaprestaties van dit miniland op het gebied van hightech en biotech, research & development en milieu- en waterbeheer.


De laatste drie jaar heeft China miljarden geïnvesteerd in Israël. De grootste aankoop, voor 2,4 miljard dollar, was de overname van het agrochemische bedrijf Makhteshim Agan door ChemChina, dat daardoor wereldleider werd. China is geïnteresseerd in het gas dat in enorme hoeveelheden onder de zeebodem voor de Israëlische kust is gevonden. Er zijn plannen voor de aanleg door China van een spoorlijn die de Israëlische havenstad Eilat verbindt met de Middellandse Zeekust. Daardoor kunnen Chinese vrachtschepen het Suezkanaal links laten liggen.


Wederzijds

De liefde komt ook van de andere kant. China is voor Israël een ideale klant als koper van kennis en waren. In twintig jaar tijd is de handel 200 keer gegroeid tot bijna 10 miljard dollar in 2012. De prestigieuze Technische Universiteit Technion in Haifa gaat op Chinese kosten (130 miljoen dollar) in Zuid-China een soortgelijke universiteit opzetten.


Zelfs begint er in Israël iets van politieke liefde voor China te groeien, uit frustratie over Obama's vermeende anti-Israëlische houding. Amerika en Israël zijn zo diep verdeeld over Iran - Washington wil een vergelijk, Jeruzalem de aanval - dat er al wordt gespeculeerd over een breuk. De Israëlische minister van Buitenlandse Zaken Lieberman heeft geopperd dat Israël andere bondgenoten moet vinden. Als nieuwe beschermer van de joodse staat denkt hij aan Rusland of China.


Hoe dan ook, China en Israël hebben elkaar gevonden. Het resultaat van hun warme wederzijdse belangstelling is een stroom aan investeringen in hightechbedrijven, een levendige handel in producten en kennis, en afgeladen vliegtuigen over en weer, vol academici, onderzoekers, zakenlieden en legerleiders.


Natuurlijk willen de Chinezen vrede in het Midden-Oosten, anders kunnen hun zaken niet gedijen. Als 's werelds grootste importeur van Midden-Oosterse olie kan China zijn politieke invloed gebruiken om de regio te stabiliseren. Maar stabiliteit en Midden-Oosten verdragen elkaar slecht. Als de Amerikanen zo hopeloos hebben gefaald, kunnen de Chinezen dan slagen?


Ervaring als internationale bemiddelaar heeft China nauwelijks. Het probeert wel zijn eigengereide nucleaire vazalstaat Noord-Korea in het gareel te brengen, maar die pogingen zijn vergeefs zolang het geen vuist tegen Kim Jong-un durft te maken. China is bang dat anders het regime van Kim instort en Noord-Korea met hem. Een nucleair Noord-Korea vindt China immers minder erg dan een verdwenen Noord-Korea.


Het principe van de niet-inmenging is officieel nog altijd de hoeksteen van de Chinese buitenlandse politiek. China is de wereld ingetrokken om zaken te doen, niet om conflicten op te lossen. Maar nu het een mondiale macht is geworden, kan het niet meer om zijn verantwoordelijkheden heen.


De Volksrepubliek doet zaken met de meest riskante regimes. In Libië heeft China vrijwel tot het laatst op Kadhafi gewed, totdat het hals over kop 34 duizend Chinese arbeiders moest repatriëren en zijn meeste olie-investeringen verloren zag gaan. In de huidige burgeroorlog in Zuid-Soedan blijkt dat China zijn lesje heeft geleerd. Om zijn oliebelangen daar niet te schaden, doet het mee aan de internationale vredesinspanningen.


In het Midden-Oosten, met zijn formidabele religieuze, etnische en culturele contrasten, is economische ontwikkeling niet voldoende om vrede en stabiliteit te krijgen. China ervaart dat in eigen land. Het pompt vele miljarden in zijn (win)gewesten Tibet en Xinjiang, maar die bergen geld kunnen het verzet niet smoren zolang de culturele en religieuze onderdrukking doorgaat.


Toch is China ook weer niet geheel kansloos als pacificator van het Midden-Oosten, juist omdat het heel wat minder pretenties heeft dan de VS. China wil geen enkele boodschap of ideologie uitdragen. De nieuwe wereldmacht is niet uit op regime change of verbouwing van landsgrenzen. Ze peinst er niet over om Amerika op stel en sprong uit het Midden-Oosten te verjagen, al was het alleen maar omdat ook de Chinezen tot nader order de Amerikaanse marine nodig hebben om de olietankers naar en van de Perzische Golf te beschermen.


China heeft ook niet de minste roeping om Amerika als politieman van de wereld op te volgen. De op Taiwan gerichte Chinese raketten en het wapengekletter in de Oost-Chinese en Zuid-Chinese Zee lijken dat tegen te spreken. Maar, zeggen de Chinezen, dat zijn binnenlandse conflicten over gebieden die altijd van ons zijn geweest.


China als vredestichter in het Midden-Oosten? Het is even wennen, maar absurd is het niet, want vrede is sterk in het Chinese eigenbelang. De Chinezen praten even gemakkelijk met Iran als met Saoedi-Arabië, ze zijn even bevriend met de Palestijnen als met Israël, want sjiieten, soennieten, joden of wie dan ook, het maakt voor Peking niets uit. China kiest geen partij en hamert op politieke oplossingen.


Xi Jinping heeft het afgelopen voorjaar voor het eerst een voorstel voor vrede tussen Israël en de Palestijnen gelanceerd. Dat deed hij tijdens gelijktijdige bezoeken aan China van de Israëlische premier Netanyahu en de Palestijnse president Abbas. Die laatste was te elfder ure uitgenodigd om de indruk te voorkomen dat China partijdig is. Xi's voorstel behelsde niets nieuws en heeft dan ook niets uitgehaald, maar het was wel een signaal van China's interesse in vrede. Vergeleken bij de uitslaande brand in de Arabische wereld lijkt het Israëlisch-Palestijnse conflict ineen te schrompelen tot een onbeduidend strobrandje.


Oorlogsschepen

We kunnen verwachten dat China zich veel actiever gaat bezighouden met het zoeken naar politieke oplossingen, te beginnen met het drama in Syrië. In de VN heeft China samen met Rusland alle resoluties tegen het regime van Assad geblokkeerd. Dat werd China niet in dank afgenomen door Assads Arabische vijanden, die tevens Pekings belangrijkste olieleveranciers zijn.


Nu een Amerikaanse militaire interventie in Syrië van de baan is, grijpt China de kans om de wereld te tonen dat het als een verantwoordelijke grote mogendheid wil meewerken aan een oplossing. Het heeft oorlogsschepen ter beschikking gesteld voor de veilige afvoer van de Syrische chemische wapens en het neemt deel aan de Syrië-conferentie in Montreux.


China is een van de zes mogendheden die het interimverdrag met Iran hebben gesloten. Die overeenkomst kan als model dienen voor de manier waarop China het Midden-Oosten weer stabiel hoopt te krijgen: geen verandering van regime, wederzijdse concessies en strenge internationale sancties voor wie zich niet aan de afspraken houdt.


Als de P5+1 (de vijf permanente leden van de VN-Veiligheidsraad en Duitsland) succes hebben met hun aanpak van de Iraanse kwestie, is er een reële kans dat ze zich daarna storten op de andere grote conflicten in de regio, te beginnen met Syrië. Wat China betreft moet er net genoeg veranderen om niemand zijn gezicht te laten verliezen. Als er maar geen revolutionaire omwentelingen komen. En als de regeling maar in het voordeel is van de komende dominante macht in het Midden-Oosten.


Jan van der Putten was onder meer correspondent voor de Volkskrant in China. In 2013 publiceerde hij: China, wereldleider? Drie toekomstscenario's.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden