RecensieSerie

De nieuwe, zeer morsige Perry Mason levert ouderwets lekker detectivevermaak ★★★☆☆

Matthew Rhys als Perry Mason, in de gelijknamige HBO-serie

De titel is misschien eerder een af- dan een aanrader. Perry Mason was een briljante advocaat in een romanreeks uit de jaren dertig, en daarna diezelfde briljante advocaat in een ellenlange tv-serie uit de jaren vijftig en zestig. En een remake uit de jaren zeventig. En de jaren tachtig. Ja, dan ligt oubolligheid op de loer.

Maar gelukkig: de luxueuze HBO-serie Perry Mason is niet belegen. De basis van het verhaal is al origineel, want het laat zien wat er aan die oude serie(s) voorafgaat, een zogeheten prequel dus. Perry Mason is nu een privédetective in dienst van een wijze advocaat (dus zijn voorganger), met oude-mannen-elan gespeeld door John Lithgow (3rd Rock from the Sun, The Crown). De detective steekt de neus het liefst in zeer ranzige zaken en daar komt hij niet ongeschonden uit. 

De omschrijving ‘morsig’ dekt de lading niet bij de nieuwe Mason, een fantastische rol van Matthew Rhys (The Americans). De detective ziet eruit alsof hij met leren jasje en al uit het riool is getrokken en daarna in de zon is gezet om uit te bleken. Mason ligt overhoop met zichzelf en zijn ex. Hij drinkt en staat aan de rand van een mentale crisis. En hij wordt in vrijwel iedere aflevering in elkaar geslagen en voor vuil achtergelaten op straat, in een oude fabriekshal of telefooncel. Rhys slaat niet terug maar speelt de gekwelde antiheld met het kleine hart steengoed, met humor en diepgang.

Die kwaliteiten wilden de makers ook hun serie meegeven, maar dat is half gelukt. Het verhaal, dat speelt in Los Angeles in de jaren dertig, is gruwelijk en ontrafelt een brute kindermoord. Er tekenen zich een paar boeiende onderliggende verhaallijnen af, over een sektarische kerkgemeenschap en de vrijgevochten vrouwelijke voorganger daarvan, zuster Alice – ook al zo knap vertolkt door Tatiana Maslany. En over de deprimerende ongelijkheid in Amerika, midden in de Grote Depressie. Een zwarte, rechtschapen agent (Chris Chalk) heeft zwaar te lijden onder corrupte en racistische collega’s. En de kerkleider wordt door mannelijke ouderlingen aan de kant geschoven als ‘hysterische vrouw’, als zij vertelt wat God zelf haar heeft ingefluisterd.

Perry Mason is grimmig, duister, bloederig en expliciet. Maar de fijne horror wordt soms verpest door net wat te lollige scènes. Een autopsie door een dronken patholoog-anatoom is tenenkrommend en het kost moeite de zaak daarna weer serieus te nemen. Toch is Perry Mason de moeite waard, want de serie is een lust voor het oog. Er is met geld gesmeten en dat is te zien aan de schilderachtige decors en de zuivere details, van de auto’s in het straatbeeld van het oude Los Angeles tot musical-achtige koorzangpartijen in de kerk van zuster Alice.

Tel daarbij op het overtuigende acteerwerk, de erotiserende trompetjes tijdens de liefdesscènes en het zeer misdadige plot, en weet dan dat we hier te maken hebben met ouderwets lekker detectivevermaak. Tóch een aanrader.

Perry Mason

Detective

★★★☆☆

Een serie van Rolin Jones en Ron Fitzgerald, met oa Tatiana Maslany, John Lithgow en Matthew Rhys.

9 x 60 min., te zien op HBO (via Ziggo)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden