De nieuwe tijd, in oranjerood, groen en blauw

De legende blijft als mogelijke historische waarheid gelukkig toch heel: in 1934 stond de toen 32-j arige uitgever Allen Lane op het station van Exeter te wachten op de trein naar Londen....

Hij had niets te lezen bij zich, in de kiosk lag alleen rommel.

Tussen Exeter en Londen-Paddington ontstond het idee voor de beste literatuur, in een goede vormgeving, tegen de prijs van een pakje sigaretten en even

– toen – vanzelfsprekend te kopen als sigaretten. Ik las het verhaal nu voor de derde keer: in de in 1977 verschenen biografie Allen Lane, King Penguin van J. E. Morpurgo; in The Bodley Head (1987), de geschiedenis van de gelijknamige uitgeverij, door J. W. Lambert en Michael Ratcliffe, en nu in de net verschenen Penguin Special – The Life and Times of Allen Lane van Jeremy Lewis. Drie keer met voorbehoud !

Lane werkte vanaf zijn zestiende bij de uitgeverij The Bodley Head. Daar voelde men niets voor de realisatie van zijn ideaal. Ook andere uitgevers beschouwden het plan als een neergang van het literaire boek en een bedreiging van de uitgeverij en boekhandel. Lane begon voor zichzelf, met van zijn ouders geleend geld. In 1935 verschenen de eerste tien Penguin-books; in het oranjerood van de romans, in het groen van de detectives. Zij kostten zes pence. (In Nederland bij mijn weten een kwartje.) De boeken waren alle herdrukken van eerder bij andere uitgevers verschenen titels. Lane kreeg de moed te beginnen doordat het warenhuis Woolworth – de Engelse Hema – de inkoop van een groot aantal aandurfde. Het succes was overweldigend en bleef dat ook. Het beste tegen de laagste prijs, het beste dus voor iedereen – het leek mogelijk. Het duurde niet lang of het blauw en een nieuwe vogel voegden zich bij het oranje, het groen en de Penguins: de Pelicans, voor non-fictie. Vele Penguin-series zouden nog worden opgezet; de mooiste verscheen na de oorlog: The Penguin Classics (van het eerste deel daarvan, de Odyssee-vertaling van E. V. Rieu, werden een miljoen exemplaren verkocht).

In zeer korte tijd was Penguin het symbool van het beste van Engeland, zoals de BBC, en daarvan weer het Third Programme, dat al was. Ze gaven geloof aan de Engelsen, in de tijd van de depressie en oorlogsdreiging. Het optimisme, het geluk zelfs, dat van die kleine boeken uitging, is nauwelijks nog te begrijpen, de wat kinderlijke manier van reclame maken al evenmin. Onder de slagzin 'Wherever you go – take a Penguin Book' staat dit rijmsel: 'Pe n g u i n s , taken on the train/Elevate and entertain/Pelicans, as you'd expect/Suit the adult intellect/Puffins, on the other hand/For the growing mind are planned .' De uiterlijke vorm van de Penguins zou na de oorlog vervolmaakt worden door de grote Zwitserse typograaf Jan Tschichold; hij gaf de vogel ook zijn definitieve gestalte.

De grootste gave van Allen Lane was zijn haast feilloze gevoel voor kwaliteit: voor mensen – hij trok uitzonderlijk goede krachten aan –, voor ideeën – hij rook de tijdgeest –, voor literatuur, voor vormgeving. Daar kwamen zijn grote commerciële kwaliteiten bij. Hij is altijd een man van de jaren dertig en veertig gebleven, in zijn strijdbaarheid, in zijn linksheid, in het grootse scheppen met beperkte middelen, misschien ook in zijn monomanie, die hem een persoonlijk leven in feite ontnam.

Ik heb zelden een biografisch boek gelezen waarin zo weinig over de hoofdpersoon wordt verteld als in Pe n g u i n Special. Er valt niets te vertellen over de man die in 1935 Penguin werd en dat tot zijn dood in 1970 bleef. (Liever zo'n onpersoonlijke biografie dan de levensbeschrijving die die andere uitgever, Rupert Hart-Davis, kreeg van Philip Ziegler. Als je alle ditjes hebt gehad, krijg je daar ook nog alle datjes.)

Wij leren Lane alleen kennen in zijn schepping, de uitgeverij. Daarvan wordt de geschiedenis uitstekend verteld, misvan schien soms te gedetailleerd, hoewel dat soms fraaie portretten van ongewone boekmensen oplevert. Het bijzondere is dat de auteur die geschiedenis plaatst in een zeer doorwrochte context: de geschiedenis van boek en uitgeverij in de jaren van Lane's leven. Werkelijk uitstekend stukken – bijna monografieën – zijn die over de vele verschijningsvormen van goedkope boeken in de jaren dertig – Lane was allerminst een pionier – en over de geschiedenis, vooral de functie, van het boek in de oorlog.

Ook het laatste deel moet vermeld worden: de neergang van Penguin, dat, onvermijdelijk, de gestalte van een gewone uitgeverij begon te krijgen, mee moest met trends, naar inhoud en vormgeving, opging in een fusie, weer zelfstandig werd, maar veelvormiger dan vroeger. Uitstekend is ook het hoofdstuk over het allergrootste succes (3,5 miljoen exemplaren verkocht): de integrale uitgave van Lady Chatterley's Lover van D. H. Lawrence in 1960. Een spectaculaire rechtszaak ging aan de uitgave vooraf.

Zelden zal een uitgeverij zo snel zo gegroeid zijn. Het is een indrukwekkend verhaal, met een onzichtbare leider met een onvoorstelbare werkkracht, een ideeënrijke industrieel en cultuurdrager tegelijk. Laten we hem vermoeden en niet ontmoeten, want zo gauw de hoofdfiguur zichtbaar wordt, wordt het verhaal minder. Lane moge gevierd zijn geweest, als een groot gezelligheidsdrinker gelden en nog wat meer, hij was in feite zeer saai, in zijn saaie huwelijk, zijn saaie familierelaties, saaie vakanties, saaie pakken, saai uiterlijk ook. De superieurste saaiheid bereikte hij in zijn bibliotheek: een meterslange wand met alleen maar Penguins. De wand heeft ook iets aandoenlijk, temeer daar Lane ervoor zit, met – natuurlijk – een geopende Penguin in zijn hand.

Lane heeft zijn eerste succes te danken aan een aantal uitgevers die werk voor een goedkope herdruk beschikbaar wilden stellen. Lane's positie wordt hierdoor goed getekend. Hij sprak eens over een bepaalde schrijver als 'mijn auteur'. Meteen werd hij door een uitgever gecorrigeerd. Hij had in zijn Penguins geen eigen, maar geleende auteurs, van wie de meesten overigens graag in de reeks verschenen. Zijn eigen auteurs waren de schrijvers van de Pelicans en de schitterende series over de schilderkunst en de gebouwen van Engeland.

De verschrikkelijkste passage staat op pagina 155. Op 29 december 1940 werd Paternoster Row, sinds de 16de eeuw het hart van de boekhandel, door Duitse bommen met de grond gelijkgemaakt. Simpkin Marshall verloor zes miljoen boeken, Longman's ging in vlammen op, zes andere uitgeverijen leden zware verliezen. Even leek Engeland boekloos. Het meest Engelse commentaar kwam van Bernard Shaw: 'De Duitsers hebben gedaan waarin Constable's (zijn uitgever, red.) nooit geslaagd is: zij hebben in minder dan vierenentwintig uur 86.701 vel van mijn werk van de hand gedaan.' Het is de enige geestige opmerking in het toch ook zelf wat saaie boek.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden