De nieuwe hardheid en de puinhopen

Per toeval zag ik laatst een staaltje van wat we misschien 'nieuwe cultuur' moeten noemen: het programma Idols van RTL-4....

Dat gaat ongeveer zo: 'Als mens zul je misschien best deugen, maar als zanger ben je waardeloos.' 'Je hebt totaal geen uitstraling.' 'Met dat lijf van je heb je het niet getroffen; daar valt nog wel wat aan te doen, maar ja, zingen kan je ook al niet'. Stuitend, om op zo'n manier jongeren die iets proberen voor het oog van de camera de grond in te boren, waarna we er van mogen meegenieten hoe het afgeserveerde sterretje in spe even later in tranen uitbarst. De jury was zich van geen kwaad bewust. Ze waren soms misschien wat hard, maar eerlijk.

Waarom noemen mensen iets 'hard en eerlijk' wat in mijn ogen grof en nodeloos kwetsend is? Wat is de achterliggende gedachte, de boodschap die impliciet wordt meegegeven aan deelnemers en kijkers? De wereld is een jungle; om overeind te blijven moet je iets kunnen, mooi zijn en vooral sterk. Als je onderuit gaat, is dat je eigen schuld, (maar geef gerust uiting aan je emoties).

Waarschijnlijk zou ik schouderophalend voorbij zijn gegaan aan dit specimen van plat volksvermaak, als die onderliggende boodschap me niet zo benauwend herkenbaar was voorgekomen. Die kenmerkt de huidige tijdgeest: zeggen wat je denkt, hard, simpel en duidelijk. Hard, vooral. 'Soft' is vandaag de dag een scheldwoord, een synoniem voor 'slap', een term die decennia lang vrijwel in onbruik was geraakt. Het beeld van de wereld als een jungle waar gevaar loert en iedereen op eigen kracht moet zien te overleven is uiteraard al eeuwen oud. Maar het lijkt me een verdedigbare stelling dat die manier van kijken en (be)leven sinds 11 september vorig jaar aan een nieuwe opmars is begonnen. De wereldbeschouwing van Hobbes, geactualiseerd door de ineenstorting van het World Trade Center. Niet onbegrijpelijk, want als mensen het gevoel krijgen dat het dak boven hun hoofd kan instorten, zullen ze zich verschansen en uit voorzorg ramen en deuren dicht doen.

Veel van wat er dit jaar in Nederland is gebeurd, kan binnen deze context worden geplaatst. Het gevoel dat er sprake is van bedreigingen waarop nauwelijks greep te krijgen is, leidt tot een zich naar binnen keren en tot een roep om veiligheid en om leiders 'met ballen'. Pim Fortuyn was er zo één, Herman Heinsbroek had (heeft?) de potentie, Ratelband is te doorzichtig, één stap te ver.

Zo diep is kennelijk de behoefte van veel burgers om eigen onzekerheid te maskeren en te overschreeuwen - het wezen van de 'nieuwe politiek' - dat zelfs het tragikomische demasqué van de Lijst Pim Fortuyn niet leidt tot een heroriëntatie. Nog steeds is het de 'oude politiek', die de schuld krijgt voor vermeende puinhopen. Interessant trouwens, dat woord 'puinhopen'; de associatie met het puin daar in New York is vrijwel letterlijk.

Van een rehabilitatie van 'Paars' is geen sprake; weg met de achterkamertjes! Alsof het gekonkel bij de LPF geen tot in het oneindige uitvergrote karikatuur was van dat gewraakte Torentjesoverleg. Alle gebreken die de 'oude politiek' worden verweten - het naar binnen gekeerde, de machtsspelletjes, nepotisme - teisteren de LPF honderd keer zo sterk; daar is pas echt sprake van gebrek aan transparantie, ongecontroleerde financiële machinaties en genadeloze strijd om de macht. Lees er In de ban van Fortuyn van Jutta Chorus en Menno de Galan maar op na. Desondanks schijnt die arme Nawijn - iemand die zo pathetisch worstelt met zijn rollen als mens, minister en kandidaat-lijsttrekker kan je moeilijk anders dan zielig noemen - nog altijd goed te zijn voor zo'n zes zetels. Twintig minder dan wijlen Fortuyn in mei. De coalitie van het onbehagen is uiteengevallen. De nouveaux riches en zij die dat binnenkort hopen te zijn, keren voor het merendeel terug naar het burgerlijke midden. Daarentegen richt de bange, boze 'kleine man' zich op het andere uiteinde van het politieke spectrum en zoekt een veilig heenkomen bij de SP van Marijnissen.

Een fascinerende ontwikkeling. Qua politieke inhoud is de SP onvergelijkbaar met de LPF, het gaat om ouderwetse socialisten met een solide eigen achterban. Ik kan maar een paar overeenkomsten bedenken, maar blijkbaar zijn die doorslaggevend. Beide groeperingen zijn radicaal en moeten het hebben van een sterke leidersfiguur; ze appelleren aan een behoefte om het 'die daar boven' eens duidelijk te zeggen en vormen zo een baken voor degenen die zich buitengesloten, niet serieus genomen, 'minder' voelen; ze houden het simpel en ze zijn niet 'soft'. Beide belichamen op hun manier 'de Tegenpartij', die van satire tot werkelijkheid geworden vondst van Van Kooten en De Bie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden