De nieuwe gevelpolitie

De eerste gemeenten zonder welstandscommissie zijn al gesignaleerd, maar hier en daar maakt dat instituut juist een opmerkelijke comeback als wapen in de strijd tegen de verrommeling....

Architect Koen van Velsen staat klaar om zijn tekeningen van het entreegebouw van Nationaal Museum Paleis Het Loo uit te vouwen. Het wordt hem vanochtend, tijdens de vergadering van de Apeldoornse commissie ruimtelijke kwaliteit, allesbehalve moeilijk gemaakt. De superlatieven vliegen over de tafel. Landschapsarchitect Ank Bleeker: ‘Ik vind het prachtig dat jij de prijsvraag gewonnen hebt.’

Van Velsen zet een modern gebouw midden op de diagonale as van het paleispark en neemt in het ontwerp het spel over van licht en schaduw van het bos. Architect Willem Maas: ‘Het is een feest, ik word hier helemaal vrolijk van.’

In Apeldoorn zetelt het ideale voorbeeld van de welstandscommissie-nieuwe stijl, een geducht wapen in de strijd die het kabinet heeft ingezet tegen de verrommeling. Het rijk zelf kan niets – het heeft de ruimtelijke ordening volledig gedecentraliseerd. Als gevolg daarvan zijn de gemeentelijke welstandscommissies het laatst overgebleven wettelijke orgaan dat bouwplannen toetst op kwaliteit. Overal gaan nu geluiden op om deze ‘betuttelende gevelpolitie’ af te schaffen; de plaatsen Boekel, Woudrichem en Jacobswoude zijn al ‘welstandsvrij’. Maar in de provincie Gelderland maken de commissies juist een opmerkelijke opmars.

Ze zijn de messen aan het slijpen voor een Mooi Nederland, zoals een slogan uit het regeerakkoord luidt. Eerst ging daarvoor de naam op de schroothoop – sinds 1 oktober worden ze commissies ruimtelijke kwaliteit genoemd. Met het toevoegen van een landschapsarchitect, een stedenbouwkundige en een aantal burgerleden is ook de samenstelling verbreed.

Dat past in de nieuwe visie waarin ruimtelijke kwaliteit iets is dat veel meer omvat dan alleen architectuur. De inrichting van de openbare ruimte, het inpassen in het landschap en het respecteren van cultuurhistorische waarden zijn even belangrijk, zo niet belangrijker, meldt bijvoorbeeld het jaarverslag van de commissie ruimtelijke kwaliteit in Apeldoorn.

Die houdt bouwplannen al vijf jaar lang ‘op een integrale manier’ tegen het licht. Voorzitter Piet Zelissen: ‘Een gemeentebestuur kiest natuurlijk zijn eigen identiteit en voert de regie, maar in Apeldoorn heeft men begrepen dat architectuurbeleid cultuurbeleid is. Hier leeft het besef dat de woonomgeving van belang is voor het welzijn.’

Het welbevinden van de burger is, volgens Zelissen, direct verbonden met de kwaliteit van de openbare ruimte. Het resultaat van deze aanpak is niet onopgemerkt gebleven. De stad wordt geprezen om zijn architectonische hoogstandjes (museum en stadhuis), de hoogwaardige integrale inrichting van het nieuwe stationsplein en de bijzondere renovatie van de Metaalbuurt (een wijk met oude arbeiderswoningen).

Zelissen, oud-burgemeester van Grave, is voorzitter van soortgelijke commissies in een handjevol gemeenten. Hij wil eigenlijk af van het recht op het ‘finale oordeel’ dat de commissies toekomt en dat, als het gaat om nieuwe bouwplannen, veelal uitmondt in kwesties van slikken of stikken. Zelissen wil veel eerder bij het bouwplan worden betrokken. ‘Het beste is om al aanwezig te zijn bij de eerste schets, het liefst bij het stedenbouwkundige plan of, nog liever, bij het bestemmingsplan. Het gaat om de openbare ruimte. Als daar een fout wordt gemaakt, krijgt geen architect het meer goed.’

De commissie ruimtelijke kwaliteit moet in zijn ogen een denktank zijn, en de vergadering een brainstormsessie. Plannenmakers moeten met plezier hun ontwerpen aan de groep van meedenkende specialisten voorleggen. Inwoners moeten het hele proces kunnen volgen en beïnvloeden, en de pers moet er veelvuldig over schrijven. Want er is geen betere manier om vorm te geven aan democratie dan de burger mee laten praten en beslissen over de ruimte, vindt Zelissen.

Dat gebeurt in Apeldoorn: het regionale dagblad De Stentor is bij elke vergadering aanwezig en publiceert geregeld over grote, spraakmakende bouwplannen. De publieke tribune is vaak bezet als het onderwerp een hele straat of wijk aangaat. Het debat gaat dan alleen om grootschalige plannen, 28 procent van alle bouwaanvragen. Het gros – dakkapellen, schuren of schuttingen – wordt door een ambtenaar afgehandeld.

De entourage in Apeldoorn is ook optimaal. Tekeningen op tafel worden door een camera aan het plafond op een groot scherm geprojecteerd. In de vormgeving van het nieuwe stadhuis is rekening gehouden met de openbaarheid die de commissies sinds 2003 door de nieuwe Woningwet is opgelegd. Er mag niet meer in achterkamertjes over een geheim advies worden gesteggeld.

Nadat architect Van Velsen tijdens de bijeenkomst zijn plannen voor Het Loo heeft laten zien, wordt het tweede ontwerp op de agenda na een ronde van aanpassingen goedgekeurd. Barbara Visser, inwoonster van Apeldoorn en burgerlid van de commissie, prijst Wendy Voorwinde van Rijnvos Voorwinde voor haar ontwerp van 122 woningen die in de plaats komen van verpauperde flats in de wijk Zevenhuizen.

De commissie legt zich neer bij de oplossing die voor het parkeren is gevonden, al gebeurt dat onder protest van landschapsarchitect Ank Bleeker (‘Ik blijf een auto in de tuin waardeloos vinden’). Die vindt ook de onderrand van de woning te zwaar. ‘Wanneer houdt de trend van zwarte stenen op’, verzucht ze. Maar dat is een smaakkwestie. ‘Ik hield ook niet van mijn eerste kano, geel met zwart van onderen.’

Zo gemakkelijk komt Harry Sipkes van Groosman Partners er niet van af. De dansende gevel die hij aan zijn 122 huizen voor dezelfde nieuwe wijk heeft meegegeven om het muziekthema te verbeelden, vindt de commissie te onrustig. Maas: ‘Het is een krampachtige poging om je aan het thema te houden. Wie ziet straks nog dat het om een notenbalk gaat?’

De commissie snapt dat het gebied vrij dicht bebouwd moet worden, maar juist daarom had de architect zich in moeten houden. Het ergste is, herhalen de leden teleurgesteld, dat Sipkes ‘helemaal niets met onze opmerkingen heeft gedaan’. Het ontwerp wordt afgekeurd.

Dat doet pijn, beseft commissielid en architect Willem Maas na de zitting. ‘Ja, we zeuren. We doen niet moeilijk, maar we zeuren om kwaliteit, en wij zijn eigenlijk nog de enigen.’

Het is een uitzondering dat plannen worden afgekeurd. ‘Dit is de oude manier van werken’, zegt Barbara Visser. ‘Als we betrokken waren geweest bij het stedenbouwkundige plan, was het niet fout gegaan. Maar daar hebben we geen invloed op hebben gehad.’

De wijk heeft een veel te grote dichtheid. Er moesten evenveel laagbouwwoningen komen als het aantal woningen dat de vijf flats telden. Gaat dat nog goed komen? Rayonarchitect G. Jonkhout zegt van wel. ‘De gevel zal worden aangepast.’ Maar het resultaat zal onbevredigend blijven, denken de leden, vanwege de weeffout aan het begin.

Minister Cramer van Ruimtelijke Ordening zou gemeenten moeten verplichten een brede commissie op te tuigen, vindt voorzitter Zelissen. Maar veel heil wordt van de minister niet verwacht. Het beleid van het kabinet gaat een andere kant op. De onafhankelijke commissie mag, als de Kamer akkoord gaat, weer worden opgedoekt. De aversie tegen regels en betutteling is blijkbaar groter dan de noodzaak de verrommeling een halt toe te roepen, is de conclusie van directeur Flip ten Cate van de Federatie Welstand.

Neem de Brabantse gemeente Hilvarenbeek, waar juist de afschaffing op de agenda stond. Om raadsleden te informeren over de voors en tegens was er een debat georganiseerd dat de mokerslag kreeg van Jan Scheirs, van de stichting Dorpsbehoud Hilvarenbeek. Met beelden van de vestingplaats nam hij de teloorgang van Hilvarenbeek minutieus onder de loep.

Scheirs toonde authentieke raampartijen en kozijnen die op abrupte wijze waren vervangen. Rooilijnen van kenmerkende, smalle achterstraten die plots doorbroken werden door parkeerplaats of woningbouw. Veelkleurige laagbouwpanden in de winkelstraat waar een grijs, hoog winkelcentrum een eind aan maakt.

De beelden waren een stomp in de maag voor zowel voor- als tegenstanders. Want dit kwam allemaal tot stand onder het goedkeurende oog van de welstandscommissie. ‘Meer bemoeienis is gewenst en hard nodig’, betoogde Scheirs – zelfs op het niveau van dakkapel en kozijn.

Dan nog is het de vraag of zo’n adviescommissie genoeg kan uitrichten tegen de verrommeling. In het jaarverslag van Apeldoorn wordt uiterst omzichtige taal gebezigd over een nieuw bedrijventerrein aan de A1. De stad zou een visie moeten ontwikkelen over herkenbaarheid en zichtbaarheid aan de snelwegen, luidt de voorzichtige aanbeveling.

Daarnaast bestaat de commissie in Apeldoorn – en dat geven de leden volmondig toe – bij de gunst van de gemeente, die plannen in een vroeg stadium voorlegt. Anders is het hooguit nog een kwestie van schaven en schuren.

De commissie rolt ter illustratie de tekeningen uit van een seniorencomplex in het beschermde dorpsgezicht van Hoog Soeren. Zes keer werd het ontwerp gewijzigd. Van een pompeus bouwwerk, een uitvergroot jarendertighuis, werden het uiteindelijk twee op boerenschuren lijkende gebouwen. Architect Willem Maas: ‘De fout ligt natuurlijk bij het verlenen van toestemming voor zo’n groot appartementencomplex. Maar als ik er met mijn vrouw langs fiets, weet ik zeker dat ze zegt: hoe heb je dát kunnen goedkeuren?’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden