'De nieuwe generatie twintigers: blije verliezers'

Twintigers van nu zijn niet bang voor de crisis; ze leiden aan een blije zelfoverschatting. Onbegrijpelijk, gezien de gigantische onzekerheden over de toekomst, meent Pieter Hilhorst, columnist van de Volkskrant.

Jongeren op het Lowlands festival 2010. Beeld anp

'Hoe belangrijk is geld voor jullie?', vroeg presentator Arie Boomsma vorige week in De Rode Hoed bij het programma Twintig over twintig aan de verzamelde jongeren. Een meisje bekende hoe heerlijk ze het vond om mooie spullen te kopen. Zoals de tas die ze bij zich had. Een ander ging er juist prat op dat hij nauwelijks geld nodig had. Dure kleren en mooie spullen interesseerden hem niet. Het was typerend voor de tweedeling in de zaal. Sommigen vonden geld heel belangrijk, anderen presenteerden zich maar al te graag als anti-materialistisch.

Het leek een klassieke tegenstelling tussen rechts en links, tussen de liefhebbers van geld en mensen die een afkeer van geld koesteren. Maar onder die tegenstelling lag een grote overeenkomst verborgen. De jongeren vonden allemaal dat de omgang met geld een individuele zaak is. Het is je eigen verantwoordelijkheid om je wensen en je middelen met elkaar in overeenstemming te brengen. Wil je geld voor mooie dingen dan moet je zorgen dat je genoeg verdient, wil je niet afhankelijk zijn van geld dan moet je je materiële behoeften temmen. Geldzorgen worden zo omgetoverd tot karakterzwakte. Het enige tekort dat telt, is een tekort aan wilskracht.

De jongeren etaleerden een enorm geloof in de maakbaarheid van het eigen bestaan. De dreigende implosie van de euro of de nieuwe recessie brengen dat fundamentele optimisme niet aan het wankelen. Ze merken ook nog niet zoveel van de crisis en geloven dat ze een tegenslag best kunnen incasseren. Er moet heel wat gebeuren voor ze zich zorgen gaan maken. Ze vinden de politieke ontwikkelingen in Europa en in de financiële wereld wel interessant, maar hebben niet het idee dat het hen raakt. Er was bij deze jongeren geen gevoel van urgentie.

Consumentenmacht
Dat komt ook omdat ze geen idee hebben hoe zij invloed zouden kunnen uitoefenen op die mondiale financiële krachten. Zo groot als hun geloof is in de maakbaarheid van het eigen bestaan, zo gering is hun geloof in de maakbaarheid van de samenleving. De enige macht die zij voor zichzelf weggelegd zien is consumentenmacht. Bij de kassa kun je dan wel niet kiezen voor een andere wereld, maar wel voor andere producten. Voor de Occupy-beweging koesteren ze ook weinig sympathie. Ze nemen de actievoerders niet zo serieus. Die leeftijdgenoten voelen misschien wel een urgentie, maar ze hebben geen agenda. Ze hebben geen helder idee van wat ze willen veranderen. Laat staan hoe ze dat zouden willen doen.

Het hyperindividualisme van de deelnemers aan het debat in de Rode Hoed vormt geen breuk met opvattingen van de rest van de samenleving. Het is geen generatieconflict. Zij radicaliseren alleen de dominante opvatting over eigen verantwoordelijkheid. Het idee dat je geen greep hebt op de wereld boezemt hen geen angst in. Als de wereld vol onzekerheden zit, kun je maar beter zeker zijn van jezelf. Het is een blije zelfoverschatting.

Misère
De jongeren overschatten hun eigen onkwetsbaarheid. Een meisje vertelde schoorvoetend dat ze al sinds haar afstuderen, een half jaar geleden, werkloos is. Ze is niet de enige. Veel jongeren lopen na hun studie onbetaald stage en leven van hun ouders. Anderen hebben tijdelijke baantjes of zijn zzp'er op minimumniveau. Maar zelfs als je iets meer verdient is de onzekerheid groot. Een hypotheek is niet makkelijk te krijgen zonder vast inkomen. En dan is er nog het risico op echtscheidingen. Een scheiding gaat vaak gepaard met financiële misère. Om van hun oudedagsvoorziening nog maar te zwijgen.
Met de nieuwe regels dragen de jongeren een onevenredig groot deel van het financiële risico. Wie nu premie betaalt, moet nog maar zien of hij daar nog iets voor terugkrijgt.

Gezien deze gigantische onzekerheden is het blijmoedige optimisme van de jongeren eigenlijk onbegrijpelijk. Ik weet ook niet hoe je internationale markten kunt temmen of je invloed kunt uitoefenen in Europa. Maar ik geloof nog wel in de kracht van het collectief. Wie zich verenigt staat sterker. En ik geloof in noblesse oblige, in het idee dat getalenteerden een extra verantwoordelijkheid hebben voor de samenleving.

Maar oog in oog met het individualisme van de verzamelde twintigers voelde ik me hopeloos ouderwets. Hier stond een generatie die onrecht en onzekerheid als een gegeven beschouwt. Ze zien slagen en falen als een individuele zaak. En als je verliest kun je maar beter voorspoed afzweren, zodat je een blije verliezer bent. Nog nooit bleven slachtoffers van de crisis zo vrolijk en optimistisch.

Pieter Hilhorst is columnist van de Volkskrant.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.