‘Mocro War’

De nieuwe generatie criminelen in de ‘Mocro War’ heeft schijt aan alles, behalve aan de eigen groep

Beeld Alexandra España

De generatie criminelen die deelneemt aan de zogeheten Mocro War is extreem in alle opzichten. En het nieuwe reservoir ‘hulpjes’ dat zonder enige ervaring liquidaties uitvoert, lijkt onuitputtelijk. Waar komt die nietsontziende gewelddadigheid vandaan?

Met Nick had het twee kanten op kunnen gaan als hij was gebleven in de Amsterdamse wijk Bos en Lommer. ‘Of ik zat vast, of ik lag onder de grond. Zo simpel is het’, zegt de 28-jarige die zich jarenlang bezighield met inbraken en het stelen van auto’s. ‘Ik pakte Audi’s, BMW’s. En die waren bedoeld voor andere doeleinden dan de verkoop. Denk aan ramkraken en dat soort zaken.’

Was hij doorgegaan op zijn criminele pad, dan had ook hij mogelijk geronseld kunnen worden voor een liquidatie, zegt Nick – een tengere verschijning met een glinsterend doodshoofd van het exclusieve merk Philipp Plein op zijn borst. Hij beschikte destijds over de juiste eigenschappen: hij had ‘schijt aan alles’ en ‘staat graag voor anderen klaar’. ‘Ik dacht niet goed na over wat goed voor mij is’, licht hij toe.

Maar bij Nick is het zover niet gekomen. Hij verliet enkele jaren geleden Amsterdam voor een kleine stad aan de andere kant van het land. De liefde voor zijn vrouw én de hulp van een betrokken hulpverlener maakten dat Nick een andere weg in sloeg. Omdat hij daar niet achtervolgd wil worden door zijn verleden, wil hij alleen met een gefingeerde naam in de krant. Hij kent er echter genoeg – ‘ik zou ze geen vrienden noemen’– die wél in de cel of op het kerkhof zijn beland.

Zo hing Nick – zelf een ‘kaaskop’ – veel rond met bekende namen uit de zogenoemde Mocro War. Sommigen zitten inmiddels jarenlange celstraffen uit. ‘En ik ging op een gegeven moment om met een jongen die niet veel later is doorzeefd met twaalf kogels.’

Zoals Nick vroeger was, zijn er nu nog velen. Zoveel zelfs dat de politie spreekt van ‘een onuitputtelijk reservoir aan hulpjes’. Dat, zegt Jeroen Poelert, plaatsvervangend hoofd van de Landelijke Recherche, ‘is onze grote zorg. Ze zijn bereid om – met geen of weinig ervaring – zeer gewelddadige misdrijven te plegen.’ En dat doen ze op nietsontziende wijze. De gevaren voor omstanders lijken ze niets te kunnen schelen. En ook dat inmiddels tientallen uitvoerders hoge celstraffen hebben gekregen, of zelf zijn geliquideerd, lijkt ze niet af te schrikken.

Schijt hebben aan alles en iedereen behalve aan je eigen groep, dat is een houding die hen typeert. ‘Het lijkt erop’, zegt de Amsterdamse rechercheofficier Jeroen van Berkel , ‘dat de daders denken: ik heb toch weinig te verliezen. Dan kan ik beter zorgen dat ik nog een tijdje bij de stoere jongens hoor.’ Poelert voegt toe: ‘En dat is een ontwikkeling waartegen we ons echt schrap moeten zetten.’

Mislukte helikopterontsnapping

Komende week staan negen verdachten terecht voor de verijdelde ontsnappingspoging met een helikopter, een deel van hen woonde in dezelfde Amsterdamse wijk als Nick. Ze werden vorig jaar aangehouden omdat ze met grof geschut crimineel kopstuk Benaouf A. uit de Roermondse gevangenis zouden hebben willen bevrijden. Er was zelfs speciaal uit Colombia een helikopterpiloot ingevlogen, in hun gestolen auto’s lagen de automatische wapens al klaar. Alles was gedetailleerd voorbereid. Het Hollywoodachtige plan mislukte echter: de politie hield ze in de voorafgaande dagen nauwlettend in de gaten en greep in net op het moment dat enkele verdachten de helikopter wilden kapen.

Eerder, tijdens een voorbereidende zitting in maart, zaten enkele verdachten van de mislukte helikopterontsnapping ogenschijnlijk onverschillig onderuitgezakt in hun stoel in de Amsterdamse rechtbank. Zo nu en dan grinnikten ze naar elkaar. Maar voor de rest hielden de Amsterdamse verdachten – er hangen hun jarenlange celstraffen boven het hoofd – hun kaken stijf op elkaar. De kans is groot dat ze komende week, als hun zaak wordt behandeld, eveneens zullen zwijgen. Al was het alleen maar uit angst. In juli werd de ouderlijke flat van twee van hen in de Amsterdamse Sinjeur Semeynstraat nog onder vuur is genomen. Als waarschuwing, vermoedt de politie. ‘Daar houden we serieus rekening mee’, zegt de Amsterdamse recherchechef Olivier Dutilh.

Nick herkent die ongeïnteresseerdheid wel. ‘Ik nam vroeger niks serieus.’ De jongen verliet al op jonge leeftijd zijn ouderlijk huis wegens problemen. Hij was onhandelbaar. Bij elke instantie die volgde, liep het fout. ‘Ik had spanning nodig. Ik ging inbreken in het kantoortje van de hulpverleningsinstantie. Of als ik ergens 50 euro op tafel zag liggen, maakte ik meteen een plan: hoe kan ik die ongezien pakken.’

Het resulteerde erin dat hij van de ene hulpinstantie naar de andere ging. ‘Ik voelde me een postpakketje, een nummer. Een begeleider zei letterlijk: mijn dienst eindigt om vijf uur, wat je daarna doet is mijn pakkie-an niet meer. Lig je dood in de greppel? Dat is niet mijn probleem.’

Beeld Alexandra España

Drie A’s

Wat Jan Dirk de Jong van Hogeschool Leiden betreft, kampen deze jonge criminelen vaak met drie A’s. De criminoloog is lector ‘Aanpak Jeugdcriminaliteit’ en deed veel onderzoek naar criminele straatjongens. ‘Ze zijn naar verhouding vaak allochtoon: hoewel ze hier geboren zijn, worden ze behandeld als een buitenlander. Ze voelen zich achtergesteld, want ze groeien vaak op in arme probleemwijken en in probleemgezinnen.’ En de derde A, vervolgt De Jong, ‘is dat ze beleven dat ze anders zijn. Al jong krijgen ze te maken met allerhande hulpinstanties die zeggen dat er wat mis met ze is. Ze krijgen een stempeltje op hun hoofd.’ Zo blijken veel daders zwakbegaafd, of kampen ze met andere psychische problemen.

Het resulteert in een afkeer van overheidsinstanties. De Jong: ‘Ze hebben van jongs af aan een batterij aan ervaring met hulpverleners en politie. Die is niet zelden negatief. Ze wantrouwen alles en iedereen van de overheid. In hun ogen zijn dat mensen die hun centen aan hen verdienen en hen alleen maar van de regen in de drup helpen.’

Het resultaat is een groep die denkt niks te maken te hebben met deze maatschappij, stel De Jong. Want die heeft ze toch niet veel meer te bieden dan wantrouwen en misschien, als je echt je best doet, een baantje als schoonmaker. ‘En waar gaan deze hormonaal uitgedaagde pubers dan naar op zoek? Die willen erkenning en status. Ze willen bij een groep horen en van betekenis zijn voor anderen, net als wij allemaal. De zwakkere broeders onder hen zijn daardoor kwetsbaar voor criminele ronselaars.’

Zo werd Nick ook bijna geronseld door een groep jongens. Ze kenden zijn zwakke plek: zijn liefde voor auto’s. Hij mocht er eentje een tijdje van hen lenen. Maar toen Nick de volgende ochtend uit zijn raam keek, was de geleende auto verdwenen. ‘En toen zeiden ze: nu heb je een schuld van 15 duizend euro.’ Dankzij bemiddeling van een hulpverlener met wie Nick wél een klik had, raakte hij door die schuld niet in de problemen. ‘Deze man had respect in de buurt en beschermde me.’

Afpersing en verleiding

Deze poging om iemand af te persen, ‘is wel een typisch voorbeeld van hoe het kan gaan’, zegt criminoloog De Jong. Je hebt een schuld, je kunt hem niet betalen, dus moet je je schuld maar op een andere manier aflossen. ‘Naast afpersing zie je ook vaak dat die jongens worden verleid’, zegt een hulpverlener die anoniem wil blijven omdat hij nog dagelijks met deze doelgroep werkt. ‘Je hebt geen geld. Maar je krijgt een blokje hasj, je mag mee naar de shisha lounge of de seksclub. Je voelt je helemaal het mannetje. Maar geleidelijk is het: voor wat hoort wat.’

De slimmeriken weten op een heel vernuftige manier jongens te ronselen, loyaliteit wordt op een berekende manier opgebouwd, zegt De Jong. ‘Het lijkt heel veel op de manier waarop loverboys te werk gaan met meisjes. In de kern draait het om het waardering en ergens bij willen horen. Maar we moeten platte dingen ook niet uitsluiten. Het gaat ongetwijfeld ook om snel heel veel geld verdienen.’

Wie veel geld heeft kan status verwerven, en bijvoorbeeld een Gucci-tasje voor heren kopen (650 euro), een parka van Canada Goose (1.000 euro) of een paar schoenen van Phillipp Plein (800 euro). De Jong: ‘Je bent zo een paar duizend euro kwijt voor één outfit. En dan heb je ook nog een dikke klok en een brommer nodig. Ze dragen die dure broek dan wel de hele week. Het zijn de kleren van de keizer, maar als jouw groepje met die geuzenidentiteit vindt dat het Gucci-tasje of het bontkraagje een brevet van stoerheid is, draag je dat. Daarmee dwing je respect af.’

Vanuit het niets

Eenmaal geronseld kan het snel gaan. Want, zegt de politie: het gros van de daders lijkt vanuit het niets zo’n zwaar misdrijf te plegen. Sommigen zijn wel bekend bij de politie wegens lichtere delicten, zoals een overval of een autodiefstal. ‘Maar niet in de zin van: die gaat morgen iemand liquideren’, zegt Wilbert Paulissen, hoofd van de Landelijke Recherche. Zo kwam de naam van Nabil Amzieb, wiens afgesneden hoofd in 2016 werd gevonden voor de deur van een shisha lounge in Amsterdam-Zuid, slechts summier voor in de politiesystemen. Inmiddels gaat justitie ervan uit dat hij vol in het circuit zat.

‘Voor het werk hier op straat putten de criminele kopstukken uit een reservoir straatschoffies die omhoog kijken en denken: dat wil ik ook’, zegt Jeroen Poelert. ‘Die ‘soldaten’ zitten aan een lijntje: hier heb je 30 duizend euro, stap in een auto en schiet die en die dood.’ Een liquidatie kan je in jouw kringetje eeuwige roem opleveren, stelt hij.

Inmiddels houdt de politie lijsten bij van criminele jongeren. De eerste lijst dateert van begin 2013. Kort daarvoor was Amsterdam opgeschrikt door een uitzonderlijk gewelddadige schietpartij in de Staatsliedenbuurt: twee jongens waren geliquideerd met kalasjnikovs, motoragenten werden beschoten en de kogels werden teruggevonden in nabijgelegen huizen. Er vloog er zelfs eentje in de kinderkamer van een woonboot. Het beoogd doelwit van de liquidatie wist te ontkomen door in een gracht te springen. Het was Benaouf A. – dezelfde die vorig jaar met een helikopter uit de gevangenis wilde vluchten.

Dat het rommelde in het circuit wist de politie al. Enkele maanden eerder was in Antwerpen Najeb Bouhbouh geliquideerd wegens een conflict over een verdwenen partij drugs. Bouhbouh was de rechterhand van drugsbaas Gwenneth Martha, een van de belangrijkste spelers in de onderwereld op dat moment. ‘Toen dachten we al: dit wordt heftig. Want je moet veel lef hebben om de rechterhand van Martha te liquideren’, zegt Poelert, destijds chef Zware Criminaliteit in Amsterdam. Al snel zong rond dat de groep rondom Benaouf A. achter die moord zat.

Niet lang na de kogelregen in de Staatsliedenbuurt op 29 december 2012 volgde de eerste ‘lijst-wie-wat-waar’, zegt Poelert. ‘Wie zijn de opdrachtgevers, wie zijn de facilitators, wie zijn de uitvoerders. Binnen twee weken had ik een lijst van tachtig namen, en die lijst was nog niet eens compleet.’ Van die tachtig zit inmiddels een groot deel vast of is dood.

Veel uitmaken, doet het niet, stelt de recherchechef. ‘Er zijn al weer nieuwe lijsten. Honderden jongeren zijn er op één of ander manier bij betrokken.’

Beeld Alexandra España

Steeds grover en roekelozer

Kijk je naar het totaal aantal liquidaties over de jaren heen, dan is er geen sprake van een noemenswaardige stijging. Maar kijk je naar de manier waarop, dan zie je een grofheid en roekeloosheid die nieuw zijn. Meer dan dertig liquidaties en pogingen daartoe in binnen- en buitenland komen op een of andere manier voort uit de onderwereldvete die begon met de liquidatie van de rechterhand van Martha. Bij een deel van de liquidaties liep het fout en namen de schutters de verkeerde onder vuur. Inmiddels zijn er circa tien ‘vergisdoden’ gevallen.

Het dieptepunt is vooralsnog dit voorjaar: de broer van kroongetuige Nabil B. werd doodgeschoten nadat bekend werd dat B. belastende verklaringen had afgelegd tegen criminele kopstukken. Deze moord was ‘pats – heel heftig’, zegt Poelert. Kort daarvoor had de politie de helikopterontsnapping van Benaouf A. – ‘een potentiële blamage voor de rechtsstaat’ – weten te voorkomen. ‘En we hadden een kroongetuige’, zegt Poelert. ‘Dus ik dacht nog: nu zullen de criminelen wel even onder de indruk zijn. Maar toen kwam de moord op de broer van de kroongetuige. ‘Dat was pure intimidatie van de rechtsstaat. Zoiets organiseer je ook niet zomaar even.’

Cokehandel

Dat criminele kopstukken tegenwoordig zulke risico’s nemen, heeft mede te maken met de miljoenenwinsten in de cocaïnehandel (zie inzet). ‘Op de achtergrond draait het eigenlijk altijd om de handel in coke. De winstmarges zijn enorm en de beschikbare voorraad ook’, zegt Olivier Dutilh, recherchechef van Amsterdam. ‘Vroeger hadden we een vangst van 100 of 200 kilo, dat vonden we enorm. Nu pakken we 4.000 tot 7.000 kilo.’ Vorige week nog trof de politie een partij van 4.000 kilo aan in Oosterhout, verstopt tussen een lading bananen.

De bestrijding van drugshandel is nooit één van de politieprioriteiten geweest. Het gebruik werd niet als zo’n groot probleem gezien en het geweld in de onderwereld bleef lange tijd beperkt, zegt criminoloog Damian Zaitch van de Universiteit Utrecht. Toen hij rond 1995 begon met zijn onderzoek naar drugshandel was de cocaïnemarkt redelijk overzichtelijk. ‘Simpel gezegd: je had de Hollandse netwerken, de Surinamers, de Antillianen en de Colombianen’, zegt Zaitch. Colombia was belangrijk als producent, en Suriname en de Antillen waren transitlanden voor de handel. ‘En je had de Joego’s. Zij werden vooral ingezet als professionele huurmoordenaars. Ze hadden ervaring na de oorlog.’

De laatste vijf jaar zijn steeds meer spelers op de markt gekomen. ‘Je ziet meer Zuid-Europeanen, bijvoorbeeld de Albanezen. Maar ook Marokkaanse Nederlanders hebben een positie verworven.’ Zij waren vroeger de hulpjes, maar inmiddels zijn enkele van deze jongens uitgegroeid tot kopstukken, die internationaal actief zijn. Met eigen aanvoerlijnen vanuit Zuid-Amerika en de bijbehorende miljoenenwinsten.

Met de komst van deze nieuwe spelers werd ook het gebruikte geweld grover, constateert Zaitch. Als de onderzoeker de drugshandelaren van vroeger spreekt, hoort hij ze klagen. De nieuwe generatie zou niet dezelfde ‘ethisch-morele waarden’ hebben – en drukt anderen met veel geweld uit de markt. ‘Voor zover je van een moreel kompas kunt spreken bij deze groepen, klagen de oudere criminelen dat met name de nieuwe Marokkaanse kopstukken er geen hebben’, stelt Zaitch.

Ook Wilbert Paulissen van de Landelijke Recherche noemt ‘het gemak waarmee over leven en dood wordt gesproken’ schokkend. Je hoort soms over de tap: ‘Die moet gaan slapen.’ Recherche-officier Van Berkel: ‘Ze hoeven maar te denken: jij hebt mij verraden. Ook al is het verraad nooit zorgvuldig vastgesteld. Dat maakt ze niet uit. Voor je geloofwaardigheid in het milieu is het goed als je bij wijze van risicomanagement mensen opruimt.’

Van Berkel noemt deze nieuwe generatie extreem in alle opzichten. Zo deinsde een groepje jongens, dat op weg was voor een liquidatie, er in 2015 niet voor terug om hun kalasjnikovs op het arrestatieteam te richten. In 2016 vergisten huurmoordenaar zich en beschoten ze in een Amsterdamse garage een jong gezin dat toevallig in dezelfde auto reed als het beoogde doelwit. Datzelfde jaar plaatsen criminelen een bom onder de auto van de inmiddels geliquideerde misdaadblogger Martin Kok. De auto stond naast een vol terras geparkeerd. De bom met een kracht van veertig handgranaten werd op tijd ontdekt. Was hij wel afgegaan, dan was ook het overvolle terras waarnaast hij stond geparkeerd in de lucht gevlogen, stelt Dutilh.

Cocaïnehandel

Het grove onderwereldgeweld is vooral te linken aan de handel in cocaïne. Nederland is al jaren een van de grootste importeurs van cocaïne in Europa. De drugszijn afkomstig uit Colombia, Bolivia of Peru. Voor een kilo cocaïne betaal je in Colombia zo’n 2.000 euro, stelt drugsonderzoeker Damian Zaitch. ‘Het geld is voor de handelaren. De boeren krijgen bijna niks, misschien 0,1 procent.’ Komt de drugs aan in bijvoorbeeld de haven van Rotterdam of Antwerpen, dan is de waarde al gestegen naar 30 duizend euro per kilo. ‘Daar gaan wel kosten vanaf voor transport. Maar de marges zijn zo groot: het maakt niet zoveel uit.’ Tegen de tijd dat de coke eenmaal op straat wordt verhandeld is hij versneden. ‘Maar in feite verdien je zo’n 80 duizend euro per kilo op straat’, zegt Zaitch. ‘In de laatste fase wordt ook wel veel geld verdiend, maar dat wordt verdeeld over heel veel handelaartjes en tussenpersonen. Wil je echt multimiljonair worden, dan moet je importeren.’

Veranderende samenleving

Toch, vindt criminoloog De Jong, ‘moet je vroeger niet romantiseren. De Hollandse netwerken bestonden ook uit gajes.’ Wat hem betreft is het sterk overdreven om te stellen dat er een soort morele code was. En ook geluiden dat het grove geweld misschien met de Marokkaanse cultuur te maken heeft, wijst hij van de hand. Hoewel er relatief veel Marokkaanse Nederlanders betrokken zijn bij de onderwereldvete die de Mocro War is gaan heten, zijn er ook genoeg daders met een andere culturele achtergrond.

‘Een logischer verklaring is de veranderende samenleving’, stelt De Jong. Contacten zijn vluchtiger geworden, netwerken zijn meer fluïde. ‘De oude generatie criminelen was inderdaad minder happig om sommige dingen te doen, zoals een moord op een onschuldig familielid. Ze kwamen uit een hechtere gemeenschap.’ Amsterdammer Willem Holleeder kwam uit de Jordaan, John Mieremet en Sam Klepper uit de Kinkerbuurt. ‘Als bijvoorbeeld een pooier vroeger jouw nichtje achter het raam had staan, begreep iedereen wel dat ze soms een klap moest krijgen om haar in het gareel te houden. Maar als de pooier haar zou bewerken met sigaretten, zou je toch even langs gaan om hem erop aan te spreken.’

En dat laatste, stelt De Jong, lijkt minder te gebeuren. ‘Er schijnen nog wel hechte, gesloten Marokkaanse netwerken te zijn waarin deze oude dynamiek een rol speelt. Maar daarnaast bewegen deze jonge criminelen zich ook in los-vaste netwerken.’ En daar, stelt De Jong, zijn minder remmende factoren vanwege de afgenomen onderlinge verwevenheid. ‘Binnen deze netwerken moet je sneller en harder optreden om je imago veilig te stellen.’ Stel: een crimineel leent geld aan persoon X, maar persoon X lost zijn lening niet af en persoon X loopt de dag erna wel met een nieuwe jas. ‘Dan was het vroeger genoeg om hem flink in elkaar te slaan en een boete op te leggen. Dat zag iedereen in de buurt dat er niet met jou te fucken viel. Je hoefde iemand niet helemaal kapot te schieten om je punt te maken. Maar nu zit je in vaker een los-vastnetwerk. Dan is het gelijk: ik ga jou helemaal kapotmaken, ik moet snel een heel duidelijk signaal afgeven dat ik de baas ben.’

Dit los-vaste netwerk heeft naast verharding nog een andere complicatie: het maakt het lastiger voor justitie om een goed beeld te krijgen van de betrokkenen. Kon je vroeger onderscheid maken tussen groepen rondom criminelen zoals Holleeder en Bruinsma, ‘nu kun je bijna zeggen: er zijn kopstukken, maar er is geen organisatie’, zegt landelijk recherchehoofd Paulissen. Zo is er bij een liquidatie een opdrachtgever. Die geeft de opdracht door aan een moordmakelaar. En die zet dit vervolgens weer uit bij anderen. ‘Er zitten soms drie lagen tussen.’ Er zijn observanten, jongens die de wapens regelen, een ander regelt de auto’s en weer een ander voert de liquidatie uit. De betrokkenen weten vaak niet van wie de opdracht komt, en wie er nog meer meedoet. ‘De uitvoering van de opdrachten is vaak verre van professioneel’, zegt Paulissen. ‘Daarom gaat het vaak mis. Maar het systeem dat erachter zit is modern opgezet, heel gefragmenteerd georganiseerd.’

Machtig gevoel

‘Wapens?’ Nick hoeft niet lang na te denken. ‘Daarin wordt gehandeld alsof het telefoons zijn.’ Nick had zelf ook een handvuurwapen, meestal nam hij hem niet mee op straat. Maar de gedachte dat hij hem had ‘gaf hem een machtig gevoel.’ Lange tijd had hij het gevoel dat hij ‘niks waard was’. Om dat te compenseren droeg hij de juiste Gucci-schoenen om erbij te horen in de buurt, had hij een bontkraagje in zijn nek en een tasje van honderden euro’s om zijn schouder.

Voor dit gesprek is hij teruggekeerd naar de zijn oude buurt in Amsterdam. Op het pleintje waar hij vroeger te vinden was, hangen vandaag ook jongens. ‘Ik had geluk’, zegt Nick. Na jaren van de ene instantie naar de andere te zijn gestuurd, trof hij uiteindelijk een hulpverlener die zei: ‘Ik zie wat in jou, ik laat jou niet los.’ Zonder hem, zou hij hier niet zitten, zegt Nick. ‘Hij sprak me aan op de juiste toon. Hij was niet zoals de andere hulpverleners die een protocol afwerken. Ik kon hem altijd bellen, zelfs om 3 uur ’s nachts.’

Inmiddels woont Nick ver weg, op een ‘plek waar het lekker rustig is’. Daar probeert de voormalige autodief zijn eigen legale autohandel op te zetten. ‘Ik kan goed babbelen. Vroeger gebruikte ik dat om te liegen, om mensen op te lichten. Maar nu wil het gebruiken op een positieve manier.’

Of hij hoop heeft voor degenen die verderop op het pleintje rondhangen? Misschien, zegt hij. Er zijn natuurlijk jongens bij die het liefste op een eerlijke manier willen werken. ‘Maar als je ook 1.000 euro per dag kunt verdienen met een klusje, dan is het soms lastig om te kiezen voor het eerlijke pad.’

Het grove geweld manifesteert zich nu nog vooral in de regio Amsterdam en Utrecht. ‘Maar ook in Limburg, Brabant en Rotterdam zitten jeugdgroepen die gaan groeien’, zegt recherchechef Poelert. En dat is volgens hem een probleem van ons allemaal, ‘en niet alleen van de politie. Scholen, ouders, gemeente, hulpverleners en coke-gebruikers. Er groeien jongens op die buiten de maatschappij staan, die geweld niet schuwen en heel veel geld kunnen verdienen dankzij de vele drugsgebruikers.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.