analyse

De ‘nieuwe’ coalitie heeft een oplossing voor elk probleem: een grote zak geld

Het nieuwe regeerakkoord valt vooral op door de enorme investeringen. Het grote uitdelen kan beginnen. Uit overtuiging, of is het een manier om pijnlijke politieke keuzes te vermijden?

Yvonne Hofs
Wopke Hoekstra (CDA) en Sigrid Kaag (D66) na afloop van de persconferentie over het coalitieakkoord. Beeld ANP
Wopke Hoekstra (CDA) en Sigrid Kaag (D66) na afloop van de persconferentie over het coalitieakkoord.Beeld ANP

‘Sinterklaas bestaat, en daar zit-ie’, zei VVD-leider Hans Wiegel tijdens een verkiezingsdebat in 1972. Zijn priemende wijsvinger wees richting Joop den Uyl. Wiegel schilderde de PvdA-lijsttrekker in de campagne af als een onverantwoordelijke verkwister van belastingcentjes. Het kabinet-Den Uyl, dat in 1973 aantrad, liet het inderdaad breed hangen, maar Wiegel kon er – in tandem met CDA-premier Dries van Agt – ook wat van. Het kabinet-Van Agt-Wiegel, dat regeerde van 1977 tot 1981, rekte de begroting namelijk nog verder op.

In de hal van het tijdelijke Kamergebouw boden woensdag vier Sinterklazen hun regeerakkoord aan. De partijleiders van VVD, CDA, D66 en ChristenUnie deden razend enthousiast over het beleidspakket dat ze hebben samengesteld. Geen wonder, want dit is een regeerakkoord zonder pijn. Rutte, Kaag, Hoekstra en Segers hebben voor elk politiek probleem dezelfde oplossing: een grote zak geld. De onderhandelaars zijn eruit, het grote uitdelen kan beginnen.

Weinig minnetjes

In de financiële bijlagen bij het regeerakkoord staan opvallend weinig minnetjes. Minnetjes staan voor extra inkomsten, besparingen en bezuinigingen. Die begrippen lijken in het tijdperk-Rutte IV niet te bestaan. Nou, vooruit dan: de schenkingsvrijstelling eigen woning (beter bekend als de jubelton) wordt afgeschaft, de tabaksaccijns stijgt naar circa 10 euro per pakje en de vliegbelasting gaat omhoog. Het is veelzeggend dat de grootste min uit het hele regeerakkoord een sigaar uit eigen doos is. De nieuwe oude coalitie heeft voor de periode 2023-2026 5,8 miljard euro inkomsten uit het Europese herstelfonds ingeboekt, maar de Nederlandse bijdrage aan dat fonds is aanzienlijk groter dan dat.

Sigrid Kaag (D66) en Mark Rutte (VVD) in gesprek met journalisten na afloop van de persconferentie over het coalitieakkoord. Beeld ANP
Sigrid Kaag (D66) en Mark Rutte (VVD) in gesprek met journalisten na afloop van de persconferentie over het coalitieakkoord.Beeld ANP

Nee, dan de uitgavenkant. Alle remmen gaan los, alle sluizen staan open. Het nieuwe kabinet zet in op een netto uitgavenverhoging van 13,3 miljard euro structureel per jaar. Dat is 60 procent meer dan de 7,9 miljard uit het regeerakkoord van 2017. De grootste begunstigden zijn het leger (3 miljard), de middeninkomens (lastenverlichting, ook 3 miljard), ouders van jonge kinderen (kinderopvang wordt vrijwel gratis, prijskaartje 2,2 miljard), en het onderwijs (4,5 miljard, onder andere voor het afschaffen van het leenstelsel en salarisverhoging voor basisschoolleraren).

Duizelingwekkende optelsom

De optelsom van de ‘incidentele’ uitgaven is nog duizelingwekkender. De extra ‘eenmalige’ uitgaven van het nieuwe kabinet belopen ongeveer 92 miljard euro. Dat is meer dan alle coronasteunmaatregelen tot nu toe hebben gekost. De woorden incidenteel en eenmalig staan hier tussen aanhalingstekens, omdat de coalitiegenoten de betekenis van die termen nogal oprekken. Een groot deel van die ‘eenmalige’ uitgaven smeert het nieuwe kabinet uit over een periode van tien tot vijftien jaar, waardoor de grens tussen structurele en incidentele begrotingsposten sterk vervaagt.

Het klimaat- en stikstofbeleid plegen met respectievelijk 35 en 25 miljard euro de grootste aanslag op de begroting van de nieuwe coalitie. Die 60 miljard komt boven op de bedragen die vorige kabinetten al voor deze twee beleidsdoelen beschikbaar hebben gesteld. Andere eenmalige uitgaven zijn 8,5 miljard euro voor gemeenten (leniging jeugdzorgtekorten), 11 miljard voor nieuwe spoorwegen en wegen, 5,5 miljard voor onderwijs en 2,5 miljard voor de woningmarkt.

Dure plannen, nieuwe leningen

Dit zijn allemaal netto, dus ongedekte uitgaven. Het volgende kabinet bekostigt de dure plannen met nieuwe staatsleningen. De onderhandelaars vinden dat verdedigbaar, omdat de rente laag is en andere Europese landen hun staatsschuld ook laten oplopen. Zelfs het Centraal Planbureau (CPB) verkondigt al enige tijd dat eenmalige miljardenuitgaven gerechtvaardigd zijn om grote problemen als klimaatopwarming en de stikstofcrisis te bestrijden. Volgens de coalitie valt de schade trouwens mee; de staatsschuld stijgt volgens de eigen raming in 2025 tot net boven de 60 procent en zou daarna weer moeten dalen.

De vraag is wel hoe het CPB aankijkt tegen die optimistische langetermijnraming. Volgens het regeerakkoord zullen de zorgkosten, het koekoeksjong van de rijksbegroting, ná 2026 plotseling met 4,8 miljard euro structureel omlaag gaan. Dus heel toevallig nét na de komende kabinetsperiode, want voorlopig blijven de zorgkosten gewoon stijgen. De onderbouwing van die ingecalculeerde kostendaling oogt wankel. Het nieuwe kabinet wil veel zorgakkoorden sluiten die de doelmatigheid van de zorgketen moeten verbeteren en daarmee grote besparingen moeten opleveren. Of dit een realistische inschatting is, of opportunistisch wensdenken, weten we pas eind mei. Dan pas gaat de onafhankelijke doorrekening van dit regeerakkoord, door het CPB en het Planbureau voor de Leefomgeving, tegelijk met de Voorjaarsnota naar de Tweede Kamer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden