ReportageDorpskermis

De neergang van de dorpskermis: wil er dan niemand in de Shaker?

't Hardedorpskermisdorpskermis staat er nostalgisch bij.Beeld Marcel van den Bergh

Regels, kosten en vergrijzing maken dat dorpskermissen met tientallen per jaar sneuvelen. Valt het tij nog te keren? ‘Ze moeten weer meer kinderen maken.’

Twaalf meisjes op een rij zwiepen in het rond, twaalf bosjes steile blonde haren dwarrelen in de lucht. De Shaker, een lange bank met stoeltjes die door twee metalen armen wordt rondgedraaid, is de spectaculairste attractie deze meivakantie op de kermis in ’t Harde, een dorp op de Veluwe.

De giebelende vriendinnengroep bezet driekwart van de stoeltjes. Maar even later staat het apparaat zo weer een kwartier stil, bij gebrek aan klanten.

De dorpskermis heeft het zwaar. Afgelopen week werd bekend dat de kermissen in Elst en Heteren in de Betuwe dit jaar niet doorgaan. Ook de Brabantse dorpen Ravenstein, ­Megen en Macharen zien dit seizoen geen botsauto’s of draaimolen meer komen.

Het is een neerwaartse trend die al langer gaande is, ziet Atze Lubach van de Bovak, een branchevereniging van kermisexploitanten. ‘Ik schat dat er de afgelopen jaren elk seizoen dertig kermissen zijn gestopt, maar het lijkt dat dat verdwijnen de laatste tijd nog wat grotere vormen aanneemt.’

Regels, regels, regels

De exploitanten komen niet meer naar de kleine dorpen, omdat het niet genoeg oplevert. Zo weinig als de kermis is veranderd, zo veel regels zijn erbij gekomen, zegt Lubach. ‘Vroeger stortten de kermisfamilies hun afvalwater bijvoorbeeld gewoon de goot in, dat mag tegenwoordig niet meer, daar moet je voorzieningen voor treffen. Diesel is veel duurder geworden. Dat moet allemaal terugverdiend met dat ritje in de rups van 2 euro.’

In dorpjes waar de vergrijzing heeft toegeslagen, wordt het dan moeilijk. ‘Kinderen zijn de bakermat van de kermis’, zegt Lubach. Nu Nederland rap verstedelijkt en gezinnen zich in de grotere plaatsen vestigen, hoeft het volgens hem niet te verbazen dat na het vertrek van de bakker en het bankfiliaal ook de kermis in dorpen onder druk staat.

Sommige gemeenten koesteren de kermistraditie en zien af van het vragen van pachtgeld. In het Limburgse dorpje Slenaken wordt de kermis in leven gehouden door de gebroeders Anker, de succesvolle Friese advocatentweeling die al decennia vakantie viert in het zuiden. Om iets terug te doen voor het dorp, sponsoren ze de kermis. Maar niet overal wordt er zo gestreden voor het behoud van het rondreizend vermaak.

‘Ze moeten weer meer kinderen maken’, is de eenvoudige oplossing van Nico Sterrenberg (35), telg uit een kermisfamilie die al generaties met attracties door het land trekt. ‘Kijk maar eens in je omgeving: tweeverdieners hebben vaak maar één kind. Dat merken wij.’

Zijn moeder verkoopt kaartjes voor de cakewalk, zelf staat hij deze week in ’t Harde met een muntenschuifspel. Tussen de bedrijven door roert hij ook nog even door het beslag in de oliebollenkraam, die behalve berlinerbollen tegenwoordig ook Spaanse churros uitvent – ‘Je probeert van alles.’

De suikerwerken die nog wel in de smaak vallen.Beeld Marcel van den Bergh

Kaneelstokken

Even verderop staat Annie ter Welle in haar kraam met ‘nougat en suikerwerken’. Ze reist al sinds mensenheugenis rond met haar kaneelstokken en kersenlolly’s. In ’t Harde doen de adrenalineverhogende attracties het beter dan haar zoetigheid. Droog: ‘Ze zullen hier wel niet zo veel snoepen.’

Toch gaat ook zij heus wel met haar tijd mee, vertelt ze, diep weggedoken in haar zwarte nepbontjas. ‘Kijk, dit is de energy-stok’ – haar man Piet zwaait met een knalblauwe staaf. Schijnt naar energiedrank te smaken. Of dat klopt weten Annie en Piet niet, dat drinken ze zelf nooit.

Is de kermis een achterhaalde vorm van vermaak, in tijden waar je elk weekeinde wel kunt kiezen uit vijf festivals of evenementen? De concurrentie is toegenomen, beaamt Bovak-voorzitter Lubach. Tegelijkertijd biedt dat ook kansen. ‘Op festivals zie je steeds vaker attracties, die dragen bij aan de beleving. De reuzenraden zijn momenteel niet aan te slepen.’

Bezoeker Jodie vindt de attracties op de kermis in ’t Harde ‘een beetje oude meuk’. Zijn dochtertje van 3 heeft net een knuffel gewonnen met touwtjetrekken. ‘We zijn hier voor haar, voor mij hoeft het niet zo.’

Folklore

Maar wat de een als oud en afgedankt ziet, is voor de ander folklore. Gemeenten zouden zuiniger mogen zijn op hun dorpskermis, vindt traditiedeskundige Ineke Strouken, voorheen directeur van het Nederlands Centrum voor Volkscultuur. ‘Het is een van onze oudste tradities, in de Middeleeuwen had je al kermissen en jaarmarkten. Brueghel heeft daar prachtige schilderijen van gemaakt.’

De ‘kermiscultuur’ staat op de lijst van beschermd immaterieel erfgoed. Juist dat historische verhaal zouden exploitanten beter kunnen uitdragen, denkt Strouken. ‘Laat bijvoorbeeld schoolklassen eens rondkijken in je woonwagen. Laat zien hoe de reizende school voor kermiskinderen werkt. En zet bij de botsauto’s of de rups een mooi bord neer waarop je de geschiedenis van de attracties vertelt. Nostalgie is allang geen vies woord meer, bezoekers vinden dat hartstikke interessant.’

Juist het reizende karakter van de kermis is een uitkomst nu de voorzieningen in kleine dorpen afkalven, meent Strouken bovendien. ‘Een bibliotheek of theater is duur om permanent overeind te houden. Maar een kermis en ook een circus komt en gaat en hoeft daardoor niet al te veel te kosten. De kermis kan ook veel meer aansluiting zoeken bij het verenigingsleven. Plaats bijvoorbeeld een podium waar amateurverenigingen kunnen optreden.’

Het concept van de ‘standalonekermis', met enkel attracties als botsauto's, heeft zijn langste tijd gehad.Beeld Marcel van den Bergh

In ’t Harde staat wat kenners een ‘stand­alonekermis’ noemen: een stuk of tien attracties op een grasveldje – en dat is het dan. Dat is als concept wel een beetje uitgewerkt, moet ook exploitant Nico Sterrenberg toegeven. De kleine kermissen die nog wel druk worden bezocht, vallen volgens hem altijd samen met een dorpsfeest, een braderie, het paardenrennen of de wielerronde. ‘Het hele dorp doet mee. Dan krijg je een sfeertje en blijven mensen langer hangen.’

Bij de botsauto’s zegt Davy Paardenkoper (14) allang blij te zijn dat er een keer wat te doen is in ’t Harde. ‘Kermis en ­Koningsspelen, verder gebeurt er hier niet veel.’ Uit zijn grijze rugzak haalt hij zijn prijzenbuit tot nu toe: drie paar oortjes voor zijn smartphone, in verschillende kleuren. Zijn vriendje heeft uit de grijpmachine een plastic horloge gevist. Kermis te weinig vernieuwend? Nee hoor, vinden deze jongens. Juist leuk, zegt Davy, dat het altijd hetzelfde is. ‘Het is toch maar één keer per jaar.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden