De Nederlandse identiteit in boeken: land van ongemanierde polderaars

Vier boeken zoeken antwoorden

Over de toekomst van welk land gáán de verkiezingen eigenlijk? Vier boeken zoeken het antwoord.

Foto Lonneke Leever

Een Volkskrantlezer stelde onlangs voor om op de lijst van Nederlands immaterieel erfgoed een ereplaats voor 'gezeur' in te ruimen. Dat kan daar dan naast 'normaal doen' komen te staan, dat door premier Rutte blijkens zijn open brief aan ons allen zelfs tot beleidsspeerpunt is verheven.

'Gezeur' en 'normaal doen': ieder die Moet nog steeds kunnen - de bewerkte heruitgave van een eerder essay - van Herman Pleij ter hand neemt, neigt tot de constatering dat beide (het tweede als gebod, het eerste als praktijk) inderdaad als een rode draad door de Nederlandse geschiedenis lopen. Op licht ironische toon gidst Pleij ons aan de hand van amusante voorbeelden door eigen land, heen en weer springend tussen heden en verleden.

Het is een verslag van een Nederlander over Nederland voor Nederlanders. Wie zijn wij, waarin wortelen wij, waarmee worstelen wij? Een geschikt boekje voor wie zichzelf wil ontdekken. Onze nationale identiteit: dan komen we uit bij het poldermodel, soberheid, directheid, pragmatisme, middelmaat, egalitarisme et cetera. Voornaamste oorzaak: geen traditie van hofcultuur.

Normaal doen betekent een hekel aan eigendunk; het is juist de knulligheid van onze helden die vertedert. Het laatste hoofdstuk heet, in de geest van de genoemde Volkskrantlezer, 'zeuren en zaniken', ook een vast thema van Pleij: 'Niets deugt hier, maar zelf heb ik het prima naar mijn zin.' We kankeren op alles maar zijn tegelijk het gelukkigste volk ter wereld.

Ook al worden veel zaken op inventieve wijze met elkaar in verband gebracht, tot verrassende inzichten voert het niet. Dat komt enerzijds door de wat tijdloze benadering; er wordt amper onderscheid gemaakt tussen de 16de en de 21ste eeuw. Het verleden dient slechts ter bevestiging van het heden ('zo waren wij altijd'), zodat alleen de constanten aan bod komen en eventuele discontinuïteit niet. Anderzijds ontbreekt een vergelijking met andere naties, zodat de vraag blijft of wij wel zo uitzonderlijk waren en zijn. Wat in elk geval alle buitenlanders opviel, was het nationale gebrek aan manieren.

Prometheus; 324 pagina's; euro 17,95.

Dat laatste leverde de titel voor Lof der botheid, een bundeling van essays over de Opstand en de Gouden Eeuw van René van Stipriaan, net als Pleij literatuurwetenschapper. Hij historiceert wél, en dat levert - omdat naast wat bleef ook wat veranderde aan bod komt - een veel scherper beeld op. Een eyeopener. Hij brengt onderscheid aan tussen de oude soberheid van de 16de en de nieuwe weelde van de 17de eeuw. De familie van de dichter P.C.Hooft fungeert hier als sprekend pars pro toto: in twee generaties van noestploeterende schipper tot dichtend kasteelheer. De Hollandse boersheid verloor het door massamigratie vanuit het Zuiden van de Brabantse wuftheid; Amsterdam verantwerpiseerde. De nouveaux riches schaften landhuizen en adellijke titels aan om zich te onderscheiden; de eenvoud werd hooguit pose, en men deed zeker niet 'normaal'.

Opgestoten in de vaart der volkeren werd de nieuwe Republiek noodgedwongen streetwise. Juist het theatrale karakter van de politiek in de tijd van het vorstelijk absolutisme vergde gewiekste geesten die bedreven waren in verraad, misleiding en manipulatie, waarbij met het internationale imago van botheid bewust werd gespeeld. Een eerste grootmeester was Willem van Oranje, die zich in het Wilhelmus niet als rebel, maar als rechtshandhaver presenteerde en de Nederlanders tegen het Spaanse gezag ophitste. In pamfletten werd Alva met behulp van gefingeerde documenten van genocidale voornemens beschuldigd. Het creëren van alternatieve feiten, zo zouden wij dat nu noemen. In dat opzicht is Van Stipriaan veel kritischer - de geruststellend relativerende ondertoon van Pleij ontbreekt.

Querido; 232 pagina's; euro 19,99.

De gewiekstheid ging met Neêrlands glorie in de 18de eeuw verloren, de botheid bleef. Hoe dat er nu uitziet, schetst de journalist Frank Westerman. Zijn In het land der jaknikkers, een bundeling stukken uit de afgelopen 25 jaar, is een rommelig mengsel van persoonlijke jeugdherinneringen en reportage uit wat 'de provincie' heet: de wereld vanuit Drents perspectief (de titel heeft betrekking op de olieboringen bij Schoonebeek, waar hij vandaan komt). Het bevat deels een vermakelijke karakteristiek van de Drenten, waarmee Westerman zich als uit de Randstad afkomstige tweedegeneratieallochtoon nooit geheel heeft kunnen identificeren. Zonder veel systematiek beschrijft hij treffend hoe het er in ons vertrouwde Nederland in de praktijk aan toegaat: na Pleijs helikopterview is hij op aarde neergedaald.

Pleij, maar ook Van Stipriaan en Westerman bestuderen Nederland door Nederlandse ogen. De sinds lang in Nederland werkzame Amerikaanse historicus James Kennedy kijkt meer van buitenaf. Een beknopte geschiedenis van Nederland, vorig jaar in het Engels verschenen en nu vertaald, geeft een breed overzicht van de prehistorie tot heden, waarbij politieke, sociale, economische, religieuze, culturele en topografische geschiedenis met elkaar verweven worden. Van een overzichtswerk als dit verwacht je uiteraard niet een geheel nieuw verhaal; je gaat op zoek naar nieuwe accenten.

Querido; 268's pagina's; euro 18,99.

Dat doende, vallen een paar zaken op, die op een nuttige wijze ons beeld verbreden. Volgens de auteur is de geschiedenis van Nederland om twee redenen ook voor buitenlanders interessant: omdat het al zes eeuwen op een internationaal kruispunt ligt, zodat het bij uitstek geschikt is om globaliseringsprocessen te bestuderen; en omdat het vanaf de Reformatie als heterogeen land van minderheden leert hoe je via een consensuscultuur macht moet delen.

De lezer vallen vooral een paar andere zaken op: een minder Hollando-centrische blik, alsmede ruime aandacht voor de koloniale geschiedenis in Oost én West. De gangbare neiging tot romantiseren van de Gouden Eeuw is gelukkig afwezig; rijk was slechts een minderheid, voor de meeste inwoners ging de levensstandaard juist omlaag.

Bij de slavernij worden wij met de neus gedrukt op het feit dat de Bataafse revolutionairen in 1795 omwille van de orde met hun vrijheid-en-gelijkheidsbegrip even inconsequent omsprongen als de Franse en Amerikaanse.

Gedurfd is de relatief geringe ruimte die voor de sacrosancte Bezetting is ingeruimd; veelzeggend de hoofdstukindeling, die niet 1940 of 1945, maar 1949 als eindjaar kiest. De onafhankelijkheid van Indonesië en de toetreding tot de NAVO markeren het einde van Nederland als koloniale grootmacht en de daaraan gekoppelde Europese neutraliteitspolitiek. Gezien de ontwikkelingen op het Trump-front zou in 2017 in dat opzicht weleens een nieuw Nederlands hoofdstuk kunnen zijn begonnen.

Prometheus; 424 pagina's; euro 29,99.

Politieke boeken - lees verder

Jan Dijkgraaf valt op met soepele zinnen en bevlogen gescheld

Erik van den Berg las getuigenissen van lijsttrekkers (+). Waar hebben ze het zoal over, maar vooral: weten ze het ook een beetje fraai op te schrijven?

Een pareltje in de zee van geschriften

Hoe het CDA een Volvo moet worden en waarom het politieke debat hier niet bestaat. Hans Wansink verdiept zich in boeken over het politieke bedrijf (+).