De natuur kun je ook gewoon zaaien

Natuurontwikkeling op verlaten akkers verloopt vlotter als de mens een handje helpt. Dat kan door gerichte ingrepen als het zaaien van plantensoorten of het overbrengen van plaggen uit natuurgebieden....

DE KOMENDE tien jaar worden in de Europese Unie honderdduizenden hectaren landbouwgrond uit productie genomen, waarvan enkele duizenden hectaren in Nederland. Europa wil namelijk een eind maken aan de melkplassen, boterbergen en graanoverschotten. Op die zwaar bemeste gronden zal grotendeels natuurontwikkeling plaatsvinden.

Maar slaat dat wel aan op gronden waar tientallen tot honderden jaren de agrarische monocultuur heeft geheerst? De zaden van de plantensoorten die er vóór die tijd stonden, zijn vaak niet meer kiemkrachtig. Daarom zullen akkeronkruiden als brandnetels en distels opschieten. De plattelandsbewoners zullen dat niet erg appreciëren, vermoedt onderzoeker dr. Wim van der Putten.

De bioloog, verbonden aan het Nederlands Instituut voor Oecologische Onderzoek (NIOO) in Heteren, coördineert het CLUE-project, Changing Land Usage, Enhancement of biodiversity and ecosystem development, van de Europese Unie. Achttien onderzoekers in vijf landen bekeken hoe de biodiversiteit kan worden beïnvloed op gronden waar de landbouw moet wijken voor de natuur.

Drie benaderingen van het 'strooien met biodiversiteit' zijn onder de loep genomen: het inzaaien van plantenzaden, het overbrengen van grond uit natuurgebieden naar voormalige landbouwgrond (grondtransplantatie) en een combinatie van beide.

Uit het onderzoek in de vijf deelnemende landen, Nederland (Planken Wambuis bij Ede), Zweden, Groot-Brittannië, Spanje en Tsjechië, blijkt dat op voormalige landbouwgrond de ontwikkeling van de plantengroei zich vrij gemakkelijk laat sturen. Vooral de grondtransplantatie scoort goed. Daarbij worden plaggen met zaden naar de voormalige akkers overgebracht. Dit stimuleert de ontwikkeling van de biodiversiteit enorm, zegt Van der Putten. De natuurontwikkeling wordt met minstens tien jaar versneld. 'Wat je zonder deze ingreep over tien tot vijftien jaar hebt, breng je nu in drie jaar tot stand.'

Niettemin realiseert Van der Putten zich dat veel ecologen afknappen op deze aanpak, die ze als ongeoorloofde ecovervalsing aanmerken. Bij Natuurmonumenten leeft die opvatting allerminst. De plaatselijke terreinbeheerder gaat binnenkort in de Kampina bij Den Bosch een proef met grondtransplantatie uitvoeren.

In Planken Wambuis bleek al snel resultaat met de grondtransplantatie. Dat is een hele verbetering vergeleken met het Mosselse Veld, een kilometer verderop, waar eenzelfde resultaat pas na vijftien jaar werd bereikt.

Van der Putten. 'De ontwikkeling daar stokt. Het blijft hangen in een stadium waarin witte klaver, schapezuring, akkerdistel en zwenkgras het goed doen, maar dat zijn soorten waar ecologen niet op zitten te wachten. Je moet dus iets meer doen om interessante natuur te krijgen.'

Voor het proefveld Planken Wambuis werd grond uit een tamelijk jong natuurgebied, vijftien jaar oud, gehaald. Daarmee kwamen ook redelijk zeldzame soorten mee als amsinckia en ringelwikke, maar de meer algemene zoals schapezuring overheersten.

Van der Putten noemt dit het 'hangstadium' - dat wel in een veel korter tijdsbestek is bereikt dan op het Mosselse Veld - waarin nog niet de natuur floreert die biologen het liefst willen hebben. 'We streven naar meer diversiteit, naar soorten als liggend walstro, borstelgras, pilzegge, tandjesgras en thijm.' Daarvoor is echter opnieuw grondtransplantatie nodig uit een wat ouder natuurgebied waar deze soorten ook voorkomen. Of Brussel voor zo'n proef geld fourneert, is nog niet duidelijk.

Uit de onderzoeken in de vijf landen, die uiteenlopende klimaatomstandigheden en groeiseizoenen hebben, bleek dat er een paar parallellen zijn te trekken. Zo werden er drie knelpunten gesignaleerd die de biodiversiteitontwikkeling belemmeren: onkruiden, ziekten en een overschot aan voedingsstoffen. Uit de onderzoeken in de vijf landen bleek dat akkeronkruid zoals distels en brandnetels goed onderdrukt kon worden door het inzaaien van een mengsel van plantensoorten.

Ook ziekten spelen een rol. De ingezaaide planten doen het slechter op de zojuist verlaten landbouwgrond dan op grond die al langer buiten gebruik is. Door de landbouw met zijn monoculturen kunnen grotere concentraties ziekteverwekkers optreden, die problemen kunnen veroorzaken.

De onnatuurlijk grote hoeveelheden voedingsstoffen die nog in de akker zitten, moeten via de nieuwe vegetatie uit de bodem verdwijnen. Zo wordt ook vermeden dat ze naar het grondwater lekken. Uit het onderzoek bleek dat het niet uitmaakte of daarvoor planten werden ingezaaid of dat de natuur haar gang kon gaan op het braakliggende stuk grond.

Tot dusver werd bij natuurherstel niet gekeken wat er ín de bodem gebeurde. Er werd alleen onderzoek gedaan naar de vegetatie. In de vijf landen werd daarom ook naar de ondergrondse biodiversiteit gekeken. Zo werden de aantallen insecten, aaltjes, schimmels en wormen geteld.

Daarbij bleek dat de ontwikkeling boven en onder het oppervlak niet parallel verlopen. 'Het bovengrondse en het ondergrondse hebben elk hun eigen agenda. Dat werd ook wel vermoed.'

Zodra de grond niet meer wordt bewerkt, dus niet meer wordt omgeploegd of bemest, ontstaan er weer kansen voor bodemorganismen die niet zijn opgewassen tegen regelmatige verstoring door machines of mest. Dit leidt onder meer tot een verschuiving van bacteriën naar schimmels. En dat trekt weer schimmeletende aaltjes aan. Zo wordt het voedselweb in de bodem geleidelijk omgevormd van dat van landbouwgrond naar dat van een natuurterrein.

Uit drie jaar onderzoek is geleerd dat de bovengrondse ontwikkeling geen goede indicator is voor wat er ondergronds gebeurt. De bodemorganismen reageren vertraagd op de planten. 'Men denkt vaak dat wat bovengronds zichtbaar is, ook ondergronds zal doorwerken. Ondergronds leven heeft een andere tijdschaal, de ontwikkeling gaat langzamer dan bovengronds. Er is een naijleffect, zoals je dat wel vaker ziet in de natuur', aldus Van der Putten

De bioloog van het NIOO hoopt dat gelijktijdig met het invoeren van de euro begin volgende eeuw ook de grondtransplantatie in de Europese Unie wordt geïntroduceerd. 'Straks gaan we dan niet alleen met dezelfde munt betalen maar we zullen dan ook overal deze techniek van het strooien met biodiversiteit zien.'

Niet iedereen zal blij zijn met grondtransplantatie, vermoedt Van der Putten. Tegenstanders trekken hun neus op voor deze floravervalsing. Zij vinden uitsluitend de spontane, natuurlijke weg acceptabel. Van der Putten vindt dat daar hypocrisie achter schuilgaat. 'Is het zo natuurlijk als er zaden die aan de banden van een landbouwtrekker zijn blijven hangen, elders spontaan ontkiemen', vraagt hij zich af.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.