7 lessen overnatuurbranden

De natuur brandt veel vaker dan we weten – en nog zes lessen over natuurbranden

Een grote brand heeft de Deurnese Peel grotendeels verwoest. Kunnen we meer van dit soort branden verwachten in Nederland? En hoe bereiden we ons daarop voor? Zeven lessen over natuurbranden.

De natuurbrand in de Mariapeel, in de buurt van Deurne.Beeld ANP

1. Voorjaarsbrand is ‘normaal’

In het voorjaar dragen planten nog weinig blad, de sapstroom is nog niet volledig op gang. Daardoor is begroeiing relatief droog, en vatbaarder voor brand dan in de zomer. Meerdere branden dagen aaneen is volgens Cathelijne Stoof, universitair docent aan de Wageningen Universiteit en expert in natuurbranden, ‘opvallend en uitzonderlijk’. Mogelijk is het brandgevaar behalve door het huidige neerslagtekort ook groter door meer dode planten als gevolg van de droogte van afgelopen twee jaar. ‘Met name uitgedroogde takjes van heide branden gemakkelijk’, aldus Stoof. 

Of droogte structureel zal toenemen, is onduidelijk. Het KNMI hanteert verschillende scenario’s voor het voorspellen van het klimaat op langere termijn. Opwarming van de aarde als klimaateffect komt steeds meer naar voren. In 2018 voegde het KNMI nieuw onderzoek toe, dat uitgaat van meer droge zomers. Een hogere luchtdruk in het voorjaar leidt in dat model tot meer zon, meer verdamping en daarmee tot een droger begin van de zomer. En dus grotere kans op brand.

2. Wind wakkerde de branden aan

Dat een aanhoudende stevige oostenwind de droogte en de branden deze week aanwakkerde, staat vast. Volgens het KNMI waaide het afgelopen maanden februari en maart aanzienlijk harder dan gemiddeld. Op meetpunt Schiphol was de gemiddelde windsnelheid in februari 8,6 meter per seconde, waar 5,9 ‘normaal’ is. Soortgelijke februari’s waren er enkel in 2002 en 1990. In maart waaide het met 6,2 meter per seconde ook harder dan de normale snelheid van 5,7.

Gemiddeld waaide het de afgelopen twaalf maanden met 5,2 meter per seconde, het gemiddelde van de laatste dertig jaar is 5,1. Hardere wind blijkt dus iets van de laatste maanden. Over klimaatverandering zegt dat niets. ‘Het weer is grillig, de factor toeval moet niet worden onderschat’, luidt het adagium van Geert Jan van Oldenborgh, klimaatonderzoeker bij het KNMI. In weerwil van het gevoel neemt de wind boven land over de afgelopen 40 jaar volgens hem licht af. ‘Vermoedelijk door ‘verruwing’ van het landschap: meer gebouwen, losse bomen en mogelijk zelfs de afvang door windturbines. Die breken de wind’, aldus Van Oldenborgh. Hij waakt voor grote conclusies over deze maanden: ‘Windmetingen kunnen door zeer lokale factoren worden beïnvloed. De vraag is altijd hoe representatief ze zijn.’ 

3. De natuur brandt veel vaker dan we weten

Alleen deze weken al woedde het vuur ook in Polen, België, Wales, Ierland. Volgens een inventarisatie van onder meer Cathelijne Stoof, gepubliceerd op het Global Wildfire Information System (EFFIS), brak in 2018 in Nederland 949 keer natuurbrand uit, voornamelijk op de hoge zandgronden van de Veluwe, Limburg en Noord-Brabant. De meeste branden halen nooit het (landelijke) nieuws, ze blijven volgens Stoof zelfs onder de radar, vrij letterlijk: ‘Satellieten kunnen branden pas waarnemen wanneer die groter zijn dan 30 hectare. Daardoor wordt het aantal branden en de impact ervan onderschat.’

4. Ons ‘brandbewustzijn’ is veel te laag

Natuurbranden zoals die van afgelopen dagen moeten snel worden onderzocht, volgens Stoof. Goede statistieken zijn nodig om beter zicht te krijgen op het fenomeen. In Nederland hield Staatsbosbeheer lang de gegevens bij, maar het stopte daarmee in 1996, omdat natuurbrand niet meer als groot probleem werd gezien. Stoof heeft in 2017 de draad opgepikt met een nieuwe database.

Gespecialiseerde teams van brandweer en politie zijn volgens haar goed in staat het ontstaan van branden te onderzoeken. Zij kunnen bijvoorbeeld sporenonderzoek doen aan de hand van grassprieten, om vast te stellen waar en hoe brand begon. Veiligheidsregio’s of burgemeesters kunnen bij zo’n team een verzoek indienen. ‘Een burgemeester heeft bij een brand ongetwijfeld dringender zaken aan zijn hoofd, maar wellicht dat ook niet alle burgemeesters ervan op de hoogte zijn dat dit onderzoek gedaan kan en moet worden’, aldus Stoof.

5. We moeten leren van het buitenland

‘Ik hoop dat deze branden Nederland wakker schudden’, zegt Stoof. Nederland is voorbereid op wateroverlast, maar volgens haar onvoldoende op natuurbranden. Mede daarom coördineert zij sinds vorig jaar vijftien promovendi, in Europees verband, om ervaring met Zuid-Europese landen uit te wisselen. De onderzoekers kijken vier jaar lang naar patronen in ‘vuurgedrag’; de manier waarop vuur zich verspreidt. Ook onderzoeken ze hoe huizen beter bestand gemaakt kunnen worden tegen vliegvuur (zoals zich dat vorig jaar verspreidde tijdens de oudejaarsbrand in Scheveningen), en hoe tuinen beter kunnen worden ingericht voor brandpreventie. Daarnaast kijken de onderzoekers naar het effect van natuurbrand op de waterkwaliteit en de economie.

6. Bliksem of de mens

Uit onderzoek blijkt: de oorzaken van natuurbrand liggen in de natuur zelf, of in de mens. In het eerste geval ontstaat brand door blikseminslag. Maar vaker is de mens de veroorzaker. Stoof: ‘Het gaat dan om de remmen van een trein waar vonken vanaf komen. Ook kan de uitlaat van een auto hete deeltjes uitstoten, waardoor vuur kan ontstaan. Daarnaast zijn er natuurlijk de kampvuren en barbecues die niet zijn gedoofd. Tot slot zijn er de branden die om welke reden dan ook moedwillig zijn aangestoken’.

7. Deze ‘grootste branden’ zijn maar kleintjes

‘Gelukkig zijn er geen ongelukken gebeurd bij de branden van afgelopen dagen’, zegt Stoof. ‘Maar ik hoop wel dat deze branden goed geëvalueerd worden, met hulp uit landen waar veel meer ervaring bestaat met inzet en coördinatie bij het fenomeen natuurbrand. Pas dan zullen we als land goed voorbereid zijn bij serieuzere branden. Of de huidige natuurbranden de grootste van Nederland zijn, zoals hier en daar gemeld wordt, weet ik nog niet, maar in vergelijking met het buitenland zijn dit kleine brandjes. We kunnen nog veel grotere branden verwachten, met veel meer gevaar voor de mens.’

Wetenschappers slaan alarm: ‘Droogte is een sluipmoordenaar’
Klagen over het weer is typisch Nederlands, maar nu is er reden: het is te droog, voor het derde jaar opeen. Met het actuele neerslagtekort van 40 millimeter doemt het spookbeeld op van 1976, het droogste jaar uit afgelopen decennia. Wetenschappers buigen zich over de vraag wat te doen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden