reportage nasleep van de zaak michael P.

De nasleep van de zaak Michael P.: ‘Ik ben banger voor de woede buiten dan voor mijn patiënten’

De gruwelijke misdaad van hun patiënt Michael P. heeft ook bij de behandelaars van de forensisch psychiatrische kliniek in Den Dolder zijn sporen nagelaten. Ze zijn behoedzamer geworden – wat niet in het belang is van hun patiënten. Een gesprek met twee psychiaters van de kliniek over de nieuwe dilemma’s.

De Forensisch Psychiatrische Afdeling (FPA) in Den Dolder. Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant

Vaak zwijgt psychiater Regina Schipper maar liever over haar werk. Bijvoorbeeld begin juni, als ze haar oudere buurvrouw in het dorp helpt de kliko aan de straat te zetten. ‘Het kan toch niet, dat er nu weer zo’n levensgevaarlijke ­figuur is ontsnapt uit die kliniek hier’, zegt de buurvrouw bezorgd. De politie heeft in een opsporingsbericht ­gevraagd uit te kijken naar deze Peter M.

Wilt u dit artikel liever beluisteren? Hieronder staat de door Blendle voorgelezen versie

Schipper vertelt de buurvrouw dan maar niet dat zij de psychiater is van deze patiënt. Dat zij hem op dat moment als ongevaarlijk ziet. En dat zij daarom de afweging heeft gemaakt dat hij klaar was voor een onbegeleid verlof.

Schipper begon op 1 september 2017 als psychiater in de Forensisch Psychiatrische Afdeling (FPA) Den Dolder. Op de 29ste van die maand verkrachtte en doodde een patiënt van deze kliniek de 25-jarige Anne ­Faber. Op 9 oktober werd Michael P. daarvoor gearresteerd.

Zo kort werkte Schipper toen in Den Dolder dat ze nog niet alle patiënten kende – Michael P. had ze niet gesproken. Vanaf de zijlijn zag ze hoe er een storm over de kliniek heen trok, die nog altijd niet is gaan liggen. Van volkswoede, zoals zij het omschrijft. Een tijd durfde ze niet van werk naar huis te fietsen. ‘Er hingen allemaal journalisten rond. Ik was bang dat ze mij zouden achtervolgen en bekend zou worden waar ik woon.’

Psychiater Regina Schipper. Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant

FPA Den Dolder ligt verscholen in de bossen, op een openbaar terrein met meer zorginstellingen, waar dorpelingen joggen of hun hond uitlaten. De buitenkant van het gedateerd ogende oranje gebouw is sinds de zaak-Michael P. vaak in beeld genomen door de camera’s. Maar het is nu voor het eerst dat de kliniek journalisten ook binnen laat kijken, achter de met een sluis beveiligde entree. Op de gang waar net gearriveerde patiënten verblijven, zijn de dikke deuren in felle kleuren geschilderd, van appeltjesgroen tot diepblauw. De inrichting is spartaans: een dun eenpersoons matras op een ijzeren frame, een kledingkast zonder franje en een plastic stoel.

Spanning in de kliniek: Wat wil de samenleving met deze patiënten?

De traumatische gebeurtenis in 2017 heeft behalve bij de nabestaanden van Anne Faber en in het dorp Den Dolder ook diepe sporen achtergelaten bij de medewerkers hier. Het team van toen is deels uit elkaar gevallen. De overgeblevenen zijn huiverig om naar buiten te treden – op de vraag van de directie wie een interview wil geven, reageerden slechts twee behandelaars en geen enkele begeleider.

Schipper zei wel ja, omdat ze graag meer nuance in de discussie wil brengen. Wat de buitenwereld ziet als ­‘daders’, zijn voor haar ook ‘patiënten’. Schipper is het beu dat de personen met zware problemen die zij hier zo goed en zo kwaad als het gaat probeert te behandelen, niet meer worden gezien als onderdeel van de maatschappij, maar enkel als het probleem van de kliniek. ‘Er is een hetze gaande over hoe slecht wij het allemaal doen. Terwijl je ook kunt zeggen: wees blij dat er nog mensen zijn die hier willen werken.’

Schippers donkere ogen staan fel. ‘Een zo groot mogelijk deel van onze patiënten willen we laten terugkeren in de maatschappij. Tenzij je voorstander bent van de elektrische stoel of levenslange opsluiting, is dat de enige mogelijkheid.’

Ze is psychiater op de crisisafdeling van de kliniek, met zestien bedden. Een gesloten unit voor patiënten die soms acuut agressief kunnen zijn. Toch probeert Schipper met hen waar mogelijk contact te leggen. ‘Het is zoveel gemakkelijker om iemand in crisis plat te spuiten of op te sluiten in een separeercel.’ Door een tijd naast iemand te gaan zitten, liefst met een collega, probeert ze met patiënten die bijvoorbeeld in een waan verkeren, toch een connectie te maken.

Soms gaat contact maken beter één op één. Dat kan spannend zijn, zegt Schipper, als iemand agressief is. ‘Dan let ik erop of er collega’s op de gang zijn die kunnen bijspringen als het nodig is en check ik even extra of mijn pieper op de goede plek zit.’

Bij dit precaire werk ervaren de ­medewerkers extra druk van ‘buiten’. Schipper zegt dat ze zich inmiddels veiliger voelt bij haar patiënten binnen dan wanneer ze wordt geconfronteerd met die woede van de buitenwereld. Ze zag hoe collega’s die betrokken waren bij Michael P. er aan onderdoor gingen. ‘Medewerkers in de forensische zorg zijn superkritisch op zichzelf, wegen elke beslissing af, stellen zichzelf duizend vragen: wat had ik anders moeten doen? Als het misgaat, krijgen zij de volle laag van de buitenwereld. Ik besef dat mij dit ook kan overkomen. Er is geen enkele reden om te denken dat Michael P. niet ook een patiënt van mij had kunnen zijn.’

Dat er sinds de zaak-Michael P. een vergrootglas ligt op Den Dolder, merken Schipper en haar collega’s in hun dagelijkse praktijk. Bijvoorbeeld als een patiënt niet terugkeert van verlof. Voor de behandelaars in de forensische zorg is dit letterlijk aan de orde van de dag. In heel Nederland gebeurt dat jaarlijks minstens tweeduizend keer. Over zulke voorvallen in andere klinieken hoor je weinig. Alle schijnwerpers zijn op Den Dolder gericht.

Op 24 januari bijvoorbeeld. De boomtoppen waren die dag met een laagje sneeuw bedekt. Psychiater Schipper had een patiënt op verlof ­laten gaan, maar hij kwam niet op tijd terug. Toen medewerkers ontdekten dat de man zonder jas de deur uit was gegaan, begonnen ze zich zorgen te maken over mogelijke onderkoeling. Schipper belde de politie. Die had toevallig voor iets anders een helikopter in de lucht en besloot die toen ook in te zetten om de patiënt te zoeken.

Maar klapperende wieken boven Den Dolder veroorzaken bij dorps­bewoners direct reuring. ‘Wat is daar nu weer aan de hand?, wordt dan gedacht’, zegt Schipper. De patiënt was volgens de psychiater niet gevaarlijk en werd binnen een paar uur gevonden. In het bericht in de lokale krant over het voorval werd opnieuw de link gelegd met Michael P.

Welke patiënten behandelt de kliniek in Den Dolder?

De kliniek in Den Dolder is een Forensische Psychiatrische Afdeling (FPA), voor patiënten met ernstige gedragsproblemen met een psychiatrische oorzaak. De kliniek heeft tachtig bedden. De meeste patiënten zitten er na een veroordeling voor een misdrijf. De anderen verblijven er op medische gronden, bijvoorbeeld na een oordeel van de rechter dat ze een gevaar kunnen zijn voor zichzelf of hun omgeving. Personen met een tbs-maatregel worden er niet behandeld. Patiënten verblijven er maximaal twee jaar. De kliniek kan ze niet langer vasthouden dan de einddatum van hun gevangenisstraf, ongeacht of hun behandeling is voltooid. Kort na de arrestatie van Michael P. in oktober 2017 voor het doden en verkrachten van Anne Faber bleek uit onderzoek van de inspecties van justitie en volksgezondheid dat de kliniek de bezetting niet op orde had. De ingezette uitzendkrachten kenden de patiënten niet goed, wat leidde tot een gevoel van onveiligheid. Inmiddels zijn er verbeteringen doorgevoerd. De kliniek neemt voorlopig geen ‘zwaardere’ patiënten meer aan. Ook verblijven er sinds de zaak-Michael P. geen zedendelinquenten meer. 

Dan blijkt weer hoezeer de perceptie ‘buiten’ verschilt van die van de behandelaren ‘binnen’. In de omgeving zijn ze niet bekomen van de schok dat zo’n gevaarlijk figuur als Michael P. zo veel vrijheden kreeg van zijn behandelaars dat hij ongestoord zijn gang kon gaan. Wie garandeert hun dat dat niet nogmaals gebeurt? Dan is elke ‘ontsnapte’ patiënt een veeg teken.

Het verlof: Tumult over Peter M. en zijn medicatie

Binnen de kliniek begrijpen ze die zorgen, maar beoordelen ze dezelfde gebeurtenis anders. ‘Als iemand niet terugkeert van verlof lijkt het voor de buitenwereld alsof er iets is misgegaan. Maar wij zien het niet direct als een fout’, zegt Schipper. ‘Het is een ingecalculeerd risico. Verlof is er om te oefenen. Mensen, en zeker onze cliënten, zijn onvoorspelbaar. Dus als ik overweeg iemand naar buiten te ­laten gaan, weeg ik van tevoren de ­risico’s af: er is een kans dat deze persoon niet terugkeert. Als dat gebeurt, welke gevaren zijn er dan en hoe kunnen we die risico’s inperken?’

Groter nog was het tumult begin juni, toen patiënt Peter M. niet terugkeerde van onbegeleid verlof. De kloof tussen hoe de buitenwereld het gevaar inschatte en hoe de behandelaren het zagen, leek toen welhaast onoverbrugbaar.

De familie van M. vertelde 5 juni aan het AD hoe gevaarlijk M. kon zijn als hij zijn medicijnen niet neemt. ­Peter M. lijdt aan wanen en al langer boezemt zijn gedrag zijn familie angst in. In februari 2017 had zijn moeder aangifte tegen haar zoon gedaan wegens bedreiging. Ze vertelde toen, blijkt uit het vonnis in zijn strafzaak, dat hij haar vanuit een snackbar belde met de mededeling: ‘Ik maak je af, ik kom nu naar je toe en steek een mes tussen je ribben. En ook mijn zus maak ik af.’

Voor deze bedreiging was te weinig bewijs, vond de rechter. Wel stond volgens de rechter vast dat M. heeft gedreigd een atoombom te gooien op het station Dordrecht, in telefoontjes naar de politie en de sociale dienst. En dat hij een Belgische man heeft mishandeld door hem een krachtige duw in zijn rug te geven. Dat deed M. omdat hij dacht dat het land België hem had besmet met radioactiviteit.

Omdat de deskundigen M. volledig ontoerekeningsvatbaar verklaarden, legde de rechtbank hem in oktober 2017 geen straf maar een jaar gedwongen behandeling op. In een forensische kliniek, ‘in verband met verzet en/ of mogelijk beheersproblematiek’, aldus de rechtbank.

Dit klinkt allemaal stevig, maar voor psychiater Schipper is Peter M. anderhalf jaar later een patiënt met een laag ­risico. Zij was het die, na afweging van alle factoren, tot het oordeel kwam dat onbegeleid verlof op die zaterdag 1 juni verantwoord was. Ze legt uit: ‘Je kijkt onder meer naar de delicten die iemand in het verleden heeft gepleegd. In deze ­casus heb ik óók de risico’s voor zijn ­familie meegewogen, als hij zich zou onttrekken aan verlof.’

Het gebeurt vaker, zegt Schipper, dat familieleden angstig zijn. ‘Voor die mensen is die angst terecht, dat is hun beleving. Die nemen wij ook ­serieus.’ Wat ze in zo’n situatie bijvoorbeeld kan doen om de risico’s van een verlof te minimaliseren, is medicatie voorschrijven die een langere periode werkzaam is. ‘Als je ­tabletten geeft die twee weken afdekken, weet je dat er even tijd is, mocht iemand zich niet aan de verlof­afspraak houden.’

Natuurlijk ligt Schipper, als zo’n ­Peter M. niet terugkeert, ’s nachts in bed haar afwegingen te overdenken. ‘Je vraagt je voortdurend af of je de juiste keuzen hebt gemaakt.’ Des te meer schrok ze van de sfeer die ontstond toen enkele dagen later publiekelijk bekend werd dat de patiënt de benen had genomen. ‘Die hetze over hoe slecht wij het allemaal zouden doen. Dorpelingen stelden voor een avondklok in te voeren voor patiënten, aparte looproutes, hesjes. Ik was bang dat ze erachter zouden komen dat ik die verlofbeslissing had genomen.’

Minister Sander Dekker (Rechtsbescherming) riep zorgorganisatie Fivoor diezelfde dag nog op het matje. Inmiddels moet de kliniek dagelijks verslag uitbrengen aan het ministerie. Tot op het niveau, zo blijkt later, dat ook een bezoekje van twee journalisten wordt doorgegeven aan Den Haag.

Het verbijstert Schipper hoe zo’n zaak ook politiek kan accumuleren. ‘Op deze manier kunnen patiënten geen patiënt meer zijn die stapje voor stapje met vrijheden moeten leren omgaan.’

De omslag: De psychiater is nu uren kwijt aan registratie

Op een magneetbord in de afgesloten centrale meldruimte van de afdeling hangt een uitgebreide collectie messen en scharen. De nummertjes op het koksmes, het aardappelschilmesje en de dunschiller corresponderen met de nummers op de stickers op de plek waar ze horen te hangen. Nummertje 8 ontbreekt. ‘Maar ik weet waar die is hoor, ik hang hem zo terug’, zegt een blonde verpleegkundige vrolijk.

Ja, natuurlijk zegt het iets over de populatie dat de voorraad scherpe voorwerpen hier zorgvuldig dient te worden bewaakt. Aan de andere kant: er zijn genoeg forensische instellingen waarbinnen er überhaupt geen echte messen te vinden zijn.

Je zou kunnen zeggen dat de omgang met de scharen en messen symbool staat voor het beveiligings­niveau van de FPA in Den Dolder: ­patiënten worden hier weliswaar vastgehouden en gecontroleerd, maar krijgen meer vertrouwen en vrijheden dan in bijvoorbeeld een zwaarbewaakte tbs-kliniek om stappen te maken in de buitenwereld.

Die balans tussen controle en los­laten is ingewikkeld – en volgens de ­Onderzoeksraad voor Veiligheid sloeg die in de zaak-Michael P. door naar veel te snel resocialiseren. De toestemming voor P.’s vrijheden buiten de deur was al door de kliniek geregeld nog voordat hij er überhaupt een voet over de drempel had gezet.

Psychiater Henrik Keijer. Beeld Raymond Rutting / de Volksrant

Bijna twee jaar na de misdaad van Michael P. is de pendule volgens psychiater Henrik Keijer volledig de andere kant opgeslagen. Keijer ging pas in april aan de slag in deze kliniek, eerder werkte hij onder meer in een Utrechtse gevangenis en voor het Pieter Baan Centrum. Het valt hem op dat hij en zijn collega’s in Den Dolder elke nieuwe stap van een cliënt melden, overleggen, registreren, in een mate die hij niet gewend is van andere werkplekken.

‘Van een niet-zedenpatiënt weten we bijvoorbeeld dat hij seksueel contact heeft met een vrouw buiten de kliniek. Ik hoor een collega dan aan mij vragen: moeten we dat niet juridisch gaan inkaderen?’ In gewone mensentaal: moet de kliniek daar een stokje voor steken? ‘Terwijl die cliënt misschien wel heel verliefd is op dat meisje en dat contact voor hem een kans is op een gezonde relatie in de buitenwereld. Juist daarvan weten we dat het de kans op recidive vermindert.’

Keijer vindt de manier waarop de ­medewerkers in Den Dolder nu ­‘defensief handelen’ uit de hand gelopen. Op een gemiddelde werkdag is hij, schat hij zelf, één à twee uur van zijn tijd kwijt aan extra registreren en melden. Tijd die hij dus niet besteedt aan de behandeling en resocialisatie van zijn cliënten door bijvoorbeeld te overleggen met hun nieuwe werkgever of met hen een plan te maken voor een toekomstige woonplek.

‘Hoe meer tijd wij hier kwijt zijn aan verantwoordingswerk, hoe minder behandelplekken er beschikbaar zijn voor deze groep mensen. Dat is uiteindelijk in het nadeel van de maatschappij, want dan komen er meer mensen onvoorbereid uit hun detentie.’

Psychiater Keijer doet zijn verhaal in de activiteitenruimte. ‘Hier zit ik ook graag met patiënten, er hangt hier toch een wat huiselijker sfeer.’ In het lichte vertrek staan een piano en een werkbank. Creatieve uitingen van patiënten worden hier tentoongesteld: schilderijen van een boom, een roofvogel of een vrouwengezicht, een uit blank hout gesneden helikopter en een dromenvanger waaraan witte veertjes bungelen.

De creatieve ruimte van de kliniek. Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant

De praktijk: Een patiënt moet zijn ‘vrijheid’ oefenen

Dit is de zogeheten entree-afdeling, het meest gesloten gedeelte van de FPA Den Dolder. Hier verblijven patiënten als ze net zijn aangekomen. Een wat verdwaasd kijkende jongen met witte sokken in blauwe badslippers vraagt om een sleutel van de krappe binnenplaats met twee houten picknicktafels. Boven op de ­muren is extra ijzerwerk is geplaatst, om ontsnappingen te voorkomen.

Toch is dit geen gevangenis, maar een ggz-instelling, blijft Keijer benadrukken. ‘Je komt hier als je een stoornis hebt. Veel cliënten zijn bovendien zwakbegaafd. Mensen voor wie de samenleving ingewikkeld is en die in onze prestatiemaatschappij worden gezien als losers.’ Hij ziet met lede ogen aan hoe deze groep door de buitenwereld steeds meer wordt uitgekotst. ‘Als de forensische zorg vooral bezig is met zich verantwoorden naar de boze burger en de waan van de dag in de politiek, doen we deze kwetsbare doelgroep tekort. Patiënten moeten weten dat hun behandelaars zorg op de eerste plaats stellen en hun niet snel laten vallen.’

Hij zal niet ontkennen dat er gevaarlijke patiënten bij zijn – hij heeft tijdens zijn eerdere werk in de gevangenis weleens tien dagen ondergedoken gezeten met zijn gezin, toen een gedetineerde die hij onder behandeling had gehad hem ernstig bedreigde. Toch blijft Keijer er heilig in geloven dat de forensische zorg alles op alles moet zetten om deze mensen weer op weg te helpen. Voor de patiënten zelf en voor de veiligheid van de maatschappij

Daarbij hoort volgens hem de zorgvuldige opbouw van vrijheden. Na deze gesloten afdeling kunnen patiënten verhuizen naar meer open ­afdelingen. Van daaruit gaan ze bijvoorbeeld aan het werk in de groenvoorziening, eerst op het terrein, daarna er buiten.

‘Ze moeten wel kunnen oefenen’, zegt Keijer. ‘Vergelijk het met het ­halen van een rijbewijs. Als je dat haalt, kun je niet meteen perfect rijden, daarom krijg je eerst een beginnersrijbewijs. Ook resocialisatie gaat geleidelijk. Daarvoor hebben we wel wat speelruimte nodig, anders lukt het sowieso niet.’

Het Dilemma: Niemand heeft hier baat bij, dus wat nu?

En juist die speelruimte is er volgens beide psychiaters steeds minder, nu de kliniek zo onder vuur ligt. Schipper heeft, na de commotie rond ­Peter M., nog een extra item toegevoegd aan het rijtje risicofactoren dat ze afweegt voor ze iemand onbegeleid naar buiten laat gaan: de kans dat iemand uit de omgeving van de ­patiënt naar de media stapt, als ­iemand zich niet houdt aan de verlofregels. ‘Die onrust is schadelijk voor de patiënt, de samenleving en de kliniek.’

Sommige patiënten durven niet meer zelf naar het dorp. ‘Van anderen, die er wat onverzorgd uitzien, durven wij het minder snel aan ze naar het dorp te laten gaan’, zegt psychiater Schipper. Ze wachten langer voordat ze cliënten verlof toekennen. En het is inmiddels al zover dat familieleden van patiënten bij plaatsing in de kliniek vragen of er niet ergens anders plek is, omdat ze over Den Dolder zo veel slechte verhalen hebben gehoord.

Het enige wat ze er tegenover kunnen stellen, is de buitenwereld beter uitleggen wat er in de oranje kliniek gebeurt, denkt Schipper. ‘En niet alleen wij, de beroepsgroep als geheel.’ Het heeft haar teleurgesteld dat de beroepsvereniging en GGZ Nederland zich angstvallig stil hielden toen de kliniek publiekelijk werd geschoren. ‘Alsof ze bang waren dat de maatschappelijke woede ook op hen zou afstralen.’ Ze had haar verhaal al veel eerder willen vertellen, zegt de psychiater. ‘Want als er iets me heeft verbaasd, is het hoe weinig de buiten­wereld weet van hoe wij werken.’

Waarom bleef de beroepsgroep zo stil?

GGZ Nederland zegt in ­reactie op de kritiek dat de beroepsgroep stil bleef in de discussie rondom de kliniek in Den Dolder, te begrijpen dat ‘medewerkers die in een heftig incident verwikkeld zijn, niet direct meekrijgen wat de brancheorganisatie doet’. GGZ Nederland zegt de afgelopen maanden meermaals aandacht te hebben gevraagd voor ‘de complexiteit van de forensische zorg’. Bovendien wijst de branchevereniging erop dat zij al jaren pleit voor een wettelijke grondslag waarmee ‘bij overdracht altijd alle benodigde gegevens automatisch van de ene naar de andere instelling worden aangeleverd’.

De beroepsvereniging van psychiaters NvVP stelt dat reageren op incidenten ‘altijd ingewikkeld’ is, omdat de beroepsvereniging niet alle details kent, ‘maar ook omdat er na een incident vaak weinig ruimte is voor nuance’. ‘Daarom kiest de vereniging ervoor om eerst het onderzoek af te wachten alvorens publiekelijk te reageren.’ De NvVP benadrukt ook dat de forensische psychiatrie in Nederland van hoog niveau is en het recidiverisico aantoonbaar verlaagt.

Lees verder
Erik Masthoff kreeg ervan langs in de zaak-Michael P. Dat uitgerekend hij, als verantwoordelijke voor zijn behandeling in de gevangenis in Vught, bestuurder werd bij de instelling vanwaaruit P. Anne Faber verkrachtte en doodde. Voor het eerst reageert Masthoff in een interview.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden