Interview

'De namen van daders vonden we soms gewoon in het telefoonboek'

Gerhard Wiese (87) was in de jaren zestig een van de juristen achter het eerste Duitse Auschwitzproces. Door zijn werk werden de gruweldaden van het kamp onthuld. Een personage in Im Labyrinth des Schweigens is op hem gebaseerd.

Beeld Typex

Hij mag als officier van justitie al jarenlang met pensioen zijn, het huidige Auschwitzproces in Lüneburg volgt Gerhard Wiese (87) 'natuurlijk' met meer dan gewone belangstelling. 'De aangeklaagde, Oskar Gröning, is 93, maar het is met betrekking tot de Holocaust nooit te laat om iemand nog voor het gerecht te dagen.'

Niet alleen vanwege de leeftijd van de aangeklaagde is het een bijzonder proces, zegt Wiese. 'Gröning heeft openlijk toegegeven dat hij fout was. Hij heeft als ex-SS'er om vergiffenis gevraagd. Dat is uniek. Ik heb dat in mijn tijd nooit meegemaakt.'

Gerhard Wiese Beeld -

Wiese was in het begin van de jaren zestig een van de drie officieren van justitie die in Frankfurt het eerste, door de Duitse justitie geïnitieerde 'Auschwitzproces' voorbereidden. Na jarenlang speurwerk en het horen van vele getuigen stonden Wiese en zijn collega's Joachim Kügler en Georg Friedrich Vogel in april 1964 in de rechtszaal in Frankfurt.

Tegenover hen 22 aangeklaagden, SS'ers en andere Duitsers, die medeverantwoordelijk waren voor de moord op honderdduizenden Joden en anderen in het Duitse vernietigingskamp. Ruim een jaar later, in augustus 1965, werd het merendeel van hen veroordeeld tot al dan niet lange vrijheidsstraffen.

Sommigen ontsprongen de dans. Kamparts Franz Lucas werd vrijgesproken. Er kon niet worden bewezen dat de medicus allerlei gruweldaden had begaan. Wiese, met gevoel voor understatement: 'Er waren geen getuigen.' Wiese is een zakelijk formulerende man, maar voor het eerst klinkt iets van bitterheid in zijn stem.

Later in de jaren zestig waren er nog twee Duitse Auschwitzprocessen. Toch werden in al die jaren niet meer dan enige tientallen daders veroordeeld. In totaal hebben alleen in Auschwitz zeker zevenduizend SS'ers in het kamp 'gewerkt'. Pas sinds de veroordeling van John Demjanjuk in 2011 worden weer enkele zaken - betreffende stokoude mannen, zie het proces in Lüneburg - heropend.

Wiese: 'Het aantal veroordelingen is laag, er is veel blijven liggen. Dat frustreert mij ook. Aan de andere kant vind ik het belangrijk dat door ons werk Auschwitz als Mordmaschinerie op de kaart werd gezet. Het Duitse volk werd getoond wat er in de kampen echt was gebeurd. Die bewustwording is van groot belang geweest.'

Van de drie jonge officieren van justitie van destijds, leeft alleen Wiese nog. Hij woont in Frankfurt-Dornbusch. Toevallig de wijk waar Anne Frank als peuter woonde. 'De familie woonde hier om de hoek, aan de Ganghoferstrasse.' In 1933 vluchtten de Franks naar Nederland. Aan het huis is een gedenksteen aangebracht: 'In diesem Haus lebte Anne Frank, geb. 17.6.1929. In Frankfurt a. Main. Sie starb als Opfer der National-Sozialistischen Verfolgung 1945'.

In Im Labyrinth des Schweigens zijn de drie juristen van destijds teruggebracht tot één fictief persoon: Johann Radmann (gespeeld door Alexander Fehling). De scriptschrijvers voegden er een vleugje romantiek aan toe, plus een vader die nazi was en aan het oostfront verdween.

Hoeveel Gerhard Wiese zit er in Johann Radmann?

'Bitte, het is een speelfilm! Radmann is een Kunstfigur. Acteur Alexander Fehling is wel bij me langs geweest. Hij wilde van alles over mijn vak weten. En of we destijds wel hoeden hadden gedragen. Het verhaal gaat niet over het proces zelf, maar over onze jarenlange werkzaamheden die tot de uiteindelijke rechtsgang leidden. Het is, als ik mag resumeren, een film die aanspoort tot nadenken; zeker voor een jongere generatie, die niet veel van de materie weet.'

De grote verrassing van de film is dat bijna niemand in het Duitsland van de jaren vijftig van Auschwitz blijkt te hebben gehoord. U bent een kind van die tijd, was dat echt zo?

'Het zal u verbazen, maar het is waar. Ik was tijdens de laatste dagen van de oorlog Flakhelfer (de tienerjongens die op het luchtafweergeschut werden gezet, red.). Ik deed dienst rond Berlijn, was later krijgsgevangene van de Russen. Omdat ik aan tbc leed, kwam ik snel weer vrij. Toen ik daarna weer naar school ging en vervolgens naar de universiteit, werd over het onderwerp niet gesproken. Ik wist wel dat er concentratiekampen waren geweest, maar kende de details niet. Ik wist weinig tot niets van Auschwitz, had vaag van Sobibor en Treblinka gehoord. Dacht dat het plekken waren waar tegenstanders van het regime werden opgesloten, niet systematisch vermoord.'

De oorlog was voorbij, er werd niet teruggekeken?

'Zo was het. De hoofddaders waren tijdens de geallieerde processen van Neurenberg veroordeeld. In de landen die door de Duitsers bezet waren geweest, hadden ook al processen plaatsgevonden. Zoals in Warschau, waar Rudolf Höß, jarenlang kampcommandant van Auschwitz, ter dood was veroordeeld (hij werd in 1947 opgehangen voor de poort van het voormalige vernietigingskamp, red.). De meeste Duitsers vonden dat daarmee een streep onder het verleden was gezet. Dat was ook de lijn van bondskanselier Konrad Adenauer. Laat het verleden rusten, had hij gezegd.'

Er was een journalist, Thomas Gnielka, voor nodig om de zaak begin 1959 in Duitsland aan het rollen te krijgen?

'Gnielka kreeg van een Auschwitz-overlevende officiële paperassen waarin schietbevelen op vluchtelingen waren gedocumenteerd. Gnielka verbaasde zich over het feit dat veel van de daders weer een gewoon leventje leidden in Duitsland. Hij overhandigde de documenten in januari 1959 aan procureur-generaal Fritz Bauer in Frankfurt. Bauer was Joods, hij was eind jaren dertig naar Denemarken gegaan en vluchtte later naar Zweden. Bauer zette er - wars als hij was van de heersende sentimenten in de maatschappij - lak hebbend aan de vele dreigbrieven die hij kreeg, een team van jonge juristen op. Ik kwam er in 1962 bij.'

Er waren geen computers, er was geen internet. Hoe ging u te werk?

'Er wachtte ons, met dank aan de Amerikanen die veel bij hun Document Center hadden opgeslagen, een gigantische papierwinkel. Die was overigens verre van compleet. De SS had in de laatste dagen van Auschwitz nog veel documenten verbrand. Veel was ook in handen van de Russen en tot dat materiaal hadden we geen toegang. Toch hadden we veel gegevens: bestellijsten voor gifgas, boeken met namen van de vermoorde Joden, van zogenaamd op de vlucht doodgeschoten gevangenen. We hoorden daarnaast tientallen getuigen. Ja, uiteraard spraken we ook met Nederlanders. De namen van de daders vonden we soms gewoon in het telefoonboek.'

Zijn team maakte ook jacht op SS'er Adolf Eichmann en kamparts Josef Mengele, berucht vanwege zijn gruwelijke experimenten op kinderen. Eichmann werd in Argentinië door de Israëliërs ontvoerd en in Jeruzalem ter dood veroordeeld. Mengele was ook naar Zuid-Amerika gevlucht, maar kwam in de jaren vijftig nog gewoon op familiebezoek naar Duitsland.

Dat zal de bioscoopbezoeker onaangenaam verrassen.

'Toen was er nog geen arrestatiebevel tegen hem. Hij ging skiën in Zwitserland, stak de grens over naar zijn familie in Günzburg. De Zwitsers wilden hem wel opsporen en vroegen de Duitse BKA, de federale recherche, om een foto. Die kregen ze niet, het wemelde daar nog van de ex-nazi's. Later werd wel een strafbevel tegen hem uitgevaardigd, maar was het te laat. In de film wordt gesuggereerd dat Radmann dokter Mengele dicht op de huid zit, dat hij hem bijna te pakken heeft. Maar ik kan u verzekeren: wij holden niet achter Mengele aan. Het blijft frustrerend dat hij nooit is gepakt.'

Groot gemis

De held van de film, zegt regisseur Giulio Ricciarelli, is procureur-generaal Fritz Bauer (1903-1968). 'Wars van de tijdgeest zette hij een team jonge juristen op 'Auschwitz'. Bauer, Joods én homoseksueel en zelf vervolgd door de nazi's, wordt in de film gespeeld door Gert Voss, acteur van het Burgtheater in Wenen, die zich weinig in films liet zien. Im Labyrinth des Schweigens is zijn laatste film, hij overleed in 2014. Ricciarelli: 'Een groot gemis. Ik overdrijf niet, hij was echt de Laurence Olivier van het Duitstalige toneel.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden