De nalatenschap van een onstuitbaar vernieuwer

Juan Antonio Samaranch werd in 2001 door het IOC-congres in Moskou tot erevoorzitter benoemd. Bovendien werd besloten het Olympisch Museum in Lausanne naar hem te vernoemen....

door Poul Annema

Dit artikel verscheen in de Volkskrant op 14 juli 2001.

Het was crisis toen Juan Antonio Samaranch op 16 juli 1980 werd gekozen tot voorzitter van het Internationaal Olympisch Comité. De Palestijnse moordaanslag op de Israëlische ploeg bij de Spelen van 1972 in München, de Afrikaanse boycot van Montreal in 1976 en het wegblijven van een belangrijk deel van de Westerse wereld in Moskou (1980) hadden het aangezicht van de Olympische Spelen zo zwaar verminkt dat haar sportieve en financiële faillissement een kwestie van tijd leek.

Maar met onverstoorbare vastberadenheid verkondigde Samaranch dat hij zijn opvolger een sterker IOC zou nalaten dan hem op deze gedenkwaardige dag in Moskou in handen was gegeven. Dat het precies 21 jaar zou duren voordat de Spaanse markies zou worden afgelost, heeft toen niemand durven voorspellen. Maandag is het zover, hij zwaait af op de plaats waar hij is gekomen - in Moskou - en hij heeft woord gehouden. Hij heeft de schrammen weggepoetst, het IOC kleur gegeven en uitgebouwd tot een solide, invloedrijke en zeer gefortuneerde onderneming.

Met het vertrek van Samaranch komt er een eind aan een even opwindend als onrustig tijdperk. De 80-jarige Catalaan - dinsdag wordt hij 81 - heeft in veel opzichten wind gezaaid en storm geoogst. Zijn politieke verleden in dienst van de Spaanse dictator Franco maakte hem op voorhand omstreden en verdacht. Zijn hart lag weliswaar bij de sport, maar in zijn doen en laten was hij zakenman en vooral diplomaat gebleken. Geld en macht bepaalden zijn leven.

Rijk werd Samaranch in de door zijn familie op poten gezette textielindustrie. Vooral doordat hij met verbijsterend gemak zijn beste zakelijke vrienden wist uit te zoeken. Slimheid en intuïtie kwamen hem zeer van pas om licht te brengen in de snel versomberende wereld van het IOC.

De organisatie had bij de komst van Samaranch nog net 200.000 dollar in kas. Het imago van de Olympische Spelen was door zakelijke intriges en politieke boycots verloederd en de grote steden durfden na het echec van Montreal ('76) - waar de bevolking tot 2004 via belastingheffing boet voor de olympische uitgaven van het stadsbestuur - de financiële acrobatiek van een dergelijk waagstuk niet meer aan.

Armlastig is het IOC niet meer, de inkomsten worden op 900 miljoen gulden per jaar geschat en het eigen vermogen beloopt 100 miljard gulden. De dreiging van politieke boycots is vrijwel verdwenen doordat is gebleken dat zakelijk, sportief en ook politiek er nauwelijks podia denkbaar zijn waarop zoveel prestige valt te verdienen als bij de Olympische Spelen. En de grote steden melden zich, verlekkerd door de uitstraling van het evenement, tegenwoordig in rotten van drie om de Spelen te kunnen organiseren.

Op die ontwikkeling heeft Samaranch zijn stempel gedrukt. Hij werd uitgedaagd door de tijdgeest; het door zijn voorgangers Brundage en Killanin zorgvuldig bewaarde gedachtengoed van de olympische grondlegger Pierre de Coubertin had zichzelf overleefd in een wereld waarin vrije markt-denken en de opkomst van de media een belangrijkere rol gingen spelen. De roep om vernieuwing bleek aan Samaranch welbesteed.

Opgegroeid in het gegoede milieu van Barcelona sloot Samaranch zich op zijn zestiende aan bij de jeugdbeweging van Franco's fascistische partij. Politiek maakte hij carrière in de Diputación, de regionale regering van Catalonië. Oud-bokser was hij, en succesvol rolhockeyer. Op het snijvlak van sport en politiek kwamen zijn ambities aan het licht om de maatschappelijke positie van de sport te versterken.

Barcelona dankt veel van zijn prachtige sportaccommodaties aan de inspanningen van Samaranch, die van 1955 tot 1959 verantwoordelijkheid droeg voor het sportbeleid van de stad. Met privé-kapitaal organiseerde hij het WK rolhockey, hij was de gangmaker achter de organisatie van de tweede Mediterrane Spelen in Barcelona en maakte vervolgens furore in het Spaans Olympisch Comité.

ALS LID van het IOC (vanaf 1966) viel hij niet op door opzienbarende opvattingen of kernachtige uitspraken. Maar achter die bleke façade ontpopte zich gaandeweg een kleine man met grote ambities, hij wilde de zevende president van het IOC worden. Daarvoor gebruikte hij de diplomatieke dienst waarvan hij als Spaans ambassadeur in Moskou deel uitmaakte.

Het belangrijkste van alles was het verbond dat Samaranch voor zijn verkiezing tot IOC-president aanging met Horst Dassler, de machtige eigenaar van het Adidas-imperium, die later met zijn marketingsbedrijf ISL een grote rol zou gaan spelen in de vercommercialisering van de Olympische Spelen. Samaranch had, op 16 juli 1980, drie rivalen - de Duitser Daume, de Zwitser Hodler en de Canadees Worral -, maar dank zij de steun van het complete Oostblok en de via Dassler voor hem ingezette Afrikanen en Zuid-Amerikanen (onder wie FIFA-voorzitter Havelange) was Samaranch al na de eerste verkiezingsronde zeker van zijn zaak.

Veel indruk maakte hij niet bij zijn eerste toespraak tot het IOC-congres. Van binnen moet hij hebben gegloeid van trots en emotie, aan de buitenkant was hij vooral flets en flauw. Geen bevlogen zinnen, maar afgekloven woorden als 'Ik heb het gevoel dat ik iets voor de olympische beweging kan doen.'

Maar achter de schemering van bewust gekozen voorzichtigheid wist Samaranch precies wat hij wilde: 's werelds beste sporters, dus ook de profs, toelaten tot de Spelen en politieke rust. Al in 1981 werd de zogenoemde amateurregel afgeschaft, wat de deur voor beroepssporters (tennissers, ijshockeyers, basketballers en voetballers) open zette. En nadat de door Amerikaanse zakenlieden tot een succes gemaakte Spelen van 1984 (Los Angeles) nog waren geteisterd door het wegblijven van de Russen was het aan Samaranchs persoonlijk ingrijpen te danken dat de Noord-Zuid-dialoog in Korea niet opnieuw invloed had op de grootte van het deelnemersveld.

Samaranch heeft nooit verheimelijkt dat hij de televisie beschouwt als de katalysator van de ontwikkelingen in de topsport. Bij het allesregistrerende oog van de televisie lag de ongekende geldader die Samaranch heeft blootgelegd. In 1976 werd slechts 35 miljoen gulden betaald voor de tv-rechten, in Sydney - vorig jaar - was dat bedrag opgelopen tot 1,3 miljard gulden.

Sponsors haakten daarop in met bedragen van ongekende hoogte: hoofdsponsors betaalden 60 miljoen gulden voor het sponsorschap - geld dat via het door Samaranch in het leven geroepen Solidariteitsfonds van het IOC en de nationale olympische comités voor een belangrijk deel terugkomt bij de sport.

De voorzitter had politiek de wind mee om de eenheid in de Olympische Beweging te versterken, doordat de kille Oost-West-verhoudingen opklaarden en het raciale probleem op het Afrikaanse continent afzwakte. Tegelijkertijd nam hij zelf het voortouw bij het vermaatschappelijken van het vergrijsde en verstarde IOC. Dertien van de 122 IOC-leden zijn nu vrouw, 38 van hen hebben een verleden als deelnemer aan de Spelen, negentien zijn olympisch kampioen geweest.

Nochtans mag niet worden vergeten dat de machtsbeluste Samaranch zijn eigen positie voortdurend heeft beschermd door het ondemocratische systeem van coöptatie. Hij benoemde Jean Claude Ganga uit Congo in het IOC. Ganga was verantwoordelijk voor de Afrikaanse boycot van 1976, maar verloor zijn drang tot opponeren onder de bezwerende vleugels van Samaranch. Twee jaar geleden bleek dat Ganga zich voor zijn IOC-gunsten had laten betalen door het organisatiecomité van Salt Lake City en werd voor het leven geschorst.

Zijn grootste criticaster, de Engelse journalist Andrew Jennings, heeft Samaranch voortdurend verweten dat hij de sport heeft gebruikt om macht te krijgen. Macht is hem welgevallig, hij laat zich bij voorkeur aanspreken met Excellentie of Monsieur le President. Nu het nog kon heeft hij zijn zoon Juanito, een man met een bescheiden sportbestuurlijk verleden, benoemd in het IOC.

SAMARANCH is minder bescheiden dan hij doet voorkomen. Ooit riep hij zichzelf uit tot de meest aangewezen kandidaat voor de Nobelprijs voor de Vrede omdat hij de hele aardbol bestreek om conflicten te voorkomen en brandhaarden te blussen. In zijn kasteel in Lausanne droomde hij ervan om in 1992 als IOC-president met de Olympische Spelen terug te keren in Barcelona. 'De vervulling van een lang gekoesterd ideaal', zei hij. Later opperde hij dat het beter was geweest als hij meteen na Barcelona zijn functie had neergelegd.

Dat was toen in 1999 de zwartste bladzijden uit zijn olympische episode werden geschreven. Salt Lake City bleek op grote schaal steekpenningen te hebben verstrekt. Samaranch schreef een buitengewone vergadering uit en nadat het IOC bijna unaniem het vertrouwen in hem had uitgesproken, zei hij zijn opdracht als voorzitter te willen voltooien. 'Een kapitein verlaat zijn schip niet in een woedende storm. Ik wil het IOC weer het prestige bezorgen dat het tot voor kort had.'

Samaranchs nalatenschap bestaat uit een vitale olympische beweging, die zich door de na de Salt Lake City-affaire gevormde ethische commissie probeert te beschermen tegen de onzuivere invloed van mensen die het met begrippen van sportiviteit en democratie niet zo nauw nemen. Het spanningsveld van de olympische sport groeit met de dag. Hoe sterk de sport ook is verzakelijkt, zij zal haar aantrekkingskracht op bedriegers altijd behouden. Op de problemen van doping en omkoping heeft ook Samaranch het antwoord niet gevonden.

Het grootste probleem van zijn maandag aan te wijzen opvolger (kandidaat zijn: Jacques Rogge, Dick Pound, Anita DeFrantz, Un Yong Kim en Pall Schmitt) zal zijn om de grenzen aan de groei vast te stellen. Het gigantisme is de grootste bedreiging van de Olympische Spelen.

Samaranch omschrijft het evenement als 'de grootste uiting van vreugde voor deze samenleving.' Maar in geld, uitstraling en als politiek en economisch instrument zullen de Spelen steeds moeilijker zijn te beheersen.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden