De nadruk ligt nog steeds op het uiterlijk van de plant

De jongste editie van de HH & T, de Nederlandse flora voor de amateurbotanicus, is flink door elkaar geschud. Voor het eerst heeft er geen Heimans aan meegewerkt, waardoor het boek ingrijpend gemoderniseerd kon worden....

HET STAAT zo simpel in de eerste uitgave uit 1899 van de Geïllustreerde Flora van Nederland door Eli Heimans en Jac. P. Thijsse: 'Wie nog nooit, of niet vaak, bloemen gedetermineerd heeft met een flora, begint maar op bladzijde 10 bij no. 1 langzaam en nauwkeurig te lezen; het boek wijst dan zelf verder den weg naar den naam van de gevonden plant.'

Dat het zo simpel niet is, kan menig beginnend plantenliefhebber beamen. Het onderscheid tussen een composiet en een klokje gaat nog wel. Maar binnen de grote composietenfamilie wordt het al moeilijker. En wie denkt even snel met een flora het verschil te leren tussen soorten van de zeer grote families van grassen en schijngrassen, die ontdekt al snel dat het allemaal een tikje ingewikkelder is.

Toch blijft de doelstelling uit 1899 recht overeind in de nieuwe, 23ste editie van de flora, die dezer dagen verschijnt. In de tweede editie uit 1909 kwam H. Heinsius de redactie versterken. Sindsdien heet de flora in het spraakgebruik de 'HH & T'. Dit ter onderscheiding van die andere grote flora uit het Nederlands taalgebied, de Heukels'.

De eerste editie daarvan verscheen in 1883 als schoolflora en heeft in 1990 zijn 21ste editie beleefd. De beide flora's zijn sinds het begin van de vorige eeuw hun eigen weg gegaan. De Heukels' heeft zich ontwikkeld tot de plantengids voor de professionals, de HH & T mikte en mikt nog steeds op de niet-professionele botanicus. 'Voor de gemiddelde amateur moet het nog steeds mogelijk zijn om volgens het advies uit 1899 te werk te gaan', zegt de redacteur van de nieuwste editie, de 64-jarige dr J. Mennema uit Wassenaar.

De nieuwe HH & T is een heel bijzondere. Voor het eerst heeft er geen Heimans aan meegewerkt. De plaats in de redactie van Eli Heimans werd in de vierde druk (1916) overgenomen door zijn zoon, de latere hoogleraar Jacob Heimans. Die bleef ruim zestig jaar aan de flora verbonden. Hij overleed in 1978, maar hij zette nog volop zijn stempel op de 22ste druk, die in 1983 verscheen.

'Daardoor was de 22ste editie eigenlijk stevig verouderd', zegt Mennema. 'Voor Jacob Heimans was de HH & T heilig. Het was het levenswerk van zijn vader, waaraan hij zo weinig mogelijk wilde veranderen. Hij stond te weinig open voor veranderde inzichten. Hij had geen vast stramien voor het beschrijven van nieuwe soorten. Er stonden te weinig gegevens in waaraan je een soort kunt herkennen. En er stond te weinig in over het verspreidingsgebied van planten. Na Heimans' dood zijn in de 22ste druk alleen de namen aangepast.'

Wat er ook veranderd is: niet het bekende brede formaat, dat in het veld nogal eens onhandig is en waardoor de meer dan duizend bladzijden naar te vrezen valt snel uit de korte band zullen zakken. Mennema kreeg van de uitgeverij de vrijheid een ander formaat te kiezen, zegt hij. 'Maar uit piëteit heb ik het gehandhaafd. Het is nog steeds het formaat van de schetsboekjes waarmee Heimans en Thijsse het veld ingingen. Bovendien is het formaat een soort handelsmerk, de enige flora die er zo uitziet. Een voordeel is dat je tekst en tekeningen altijd op dezelfde bladzijde kunt zetten.'

Wat ook gebleven is, zijn de duizenden tekeningen uit vorige edities, van Eli Heimans, Jacob Heimans en J. Wilcke. Nieuwe tekeningen zijn gemaakt door de Friese natuurkenner D. van der Ploeg, 'omdat hij in dezelfde trant tekent. Het is niet eenvoudig iemand te vinden. Je moet een goede plantenman hebben die ook nog goed kan tekenen. Van der Ploeg is een groot kenner van de Friese flora.'

Wat is er wel veranderd? Een heleboel. Om te beginnen heeft Mennema de omvang teruggebracht van 1240 naar 1080 pagina's, door zich te beperken tot de wilde bloemplanten en hogere sporenplanten. Over mossen, algen en paddestoelen kan de liefhebber inmiddels in aparte gidsen genoeg vinden.

Mennema heeft ook drastisch geschrapt in de beschrijving van cultuur- en siergewassen. In de nieuwe editie zijn alleen nog siergewassen opgenomen die tot de flora gerekend kunnen worden omdat ze verwilderd zijn. Daartegenover zijn uiteraard nieuwe wilde planten toegevoegd, zoals het straatliefdegras, het stralend tandzaad en de zwarte engbloem.

Een belangrijke verandering is dat de nieuwe editie de flora van heel België beschrijft en niet alleen van Vlaanderen. De Ardennen staan er nu ook in. Daardoor zijn, schat Mennema, zo'n twee- tot driehonderd nieuwe planten opgenomen. Een voorbeeld is de witte boterbloem. Dat is een plant uit Midden- en ZuidEuropa die op hellingen in beekdalen in de Ardennen zijn noordelijke begrenzing vindt. Om de flora zo compleet mogelijk te maken, zijn ook de planten in het grensgebied opgenomen, dat wil zeggen tot vijftig kilometer in Frankijk en Duitsland.

De volgorde is flink door elkaar gegooid. Mennema heeft zich nu gehouden aan de indeling die ook in Heukels en de grote, vijfdelige Oecologische Flora gehanteerd wordt. Sterk uitgebreid is de lijst met woorden die in de Latijnse namen van planten voorkomen. Iedereen kan nu opzoeken dat het woord lacustris in de naam van de grote biesvaren betekent dat de plant in meren of vijvers groeit. 'Ik heb in het veld gemerkt dat veel mensen dat heel prettig vinden', zegt Mennema.

Nieuw zijn verder verhelderende hoofdstukken over de historie van de moeizame naamgeving van planten (zowel in het Latijn als in het Nederlands) en over de ecologie, de groeiplaatsen van planten. Van belang is vooral een geheel nieuwe determineertabel voor plantenverbonden, groepen planten die vaak bij elkaar voorkomen. Dit hoofdstuk is geschreven door de bekendste plantensocioloog van Nederland, prof. dr V. Westhoff.

Zo'n hoofdstuk is zinvol. Het voorkomen van een enkele soort op een bepaalde plaats kan altijd een toevalselement in zich hebben. Maar als de soort voorkomt met andere planten die tot hetzelfde verbond behoren, dan geeft dat veel meer informatie over de omgeving. In zijn hoofdstuk van bijna dertig bladzijden geeft Westhoff een overzicht van de belangrijkste gemeenschappen. Hij heeft voor de verbonden gekozen en niet voor de kleinere associaties. Die zouden nog meer ruimte gevergd hebben.

Het nadeel is wel dat er nu in één verbond soms planten genoemd worden die zelden in elkaars directe omgeving aangetroffen worden. Dat komt, zegt Mennema, doordat binnen een verbond onderverdelingen voorkomen. In de duinen groeien op noordhellingen andere planten dan op zuidhellingen. De eikvaren groeit meestal op het noorden, het slangekruid en de hondstong op het zuiden. 'Je ziet ze dus nooit samen, maar ze horen wel tot hetzelfde verbond.'

Het grootste verschil tussen de HH & T en de Heukels' zit net als in de vorige editie in het belangrijkste deel van het boek, de hoofdsleutel aan de hand waarvan je moet uitvinden tot welke familie een plant behoort. In de nieuwe Heukels' beslaat deze hoofdsleutel twintig bladzijden, in de HH & T liefst 64. Mennema heeft voor deze sleutel het stramien aangehouden dat Heimans en Thijsse aangebracht hebben.

In de Heukels', zegt Mennema, wordt vooral de nadruk gelegd op wetenschappelijke kenmerken van de plant. 'Omdat onze flora bestemd is voor de amateur, kiezen wij voor een heel andere benadering, met veel meer aandacht voor het uiterlijk. Of de kelkblaadjes voor de helft of voor driekwart vergroeid zijn, is voor mij veel minder belangrijk dan de vraag of de plant anderhalve meter hoog is of vijftien centimeter. En dan kunnen die kelkblaadjes doorslaggevend zijn voor de vraag tot welke soort een plant behoort, ik leg toch de nadruk op het uiterlijk.'

Het belangrijkste is, zegt Mennema, dat de plantenliefhebbers in de nieuwe HH & T kunnen opzoeken hoe een plant heet. 'Als ze dat weten, kunnen ze verder. Want er is sinds 1983 veel nieuw werk verschenen. We hebben de Atlas van de Nederlandse Flora en de Oecologische Flora erbij gekregen. Binnenkort verschijnt het vijfdelige werk over de plantensociologie. We zijn wat dat betreft rijk bedeeld in Nederland. En het is toch prachtig dat we in zo'n klein taalgebied twee volwaardige flora's hebben die niet in elkaars vaarwater zitten?'

Piet van Seeters

Dr J. Mennema: Geïllustreerde Flora van Nederland. Versluys, Fl. 77,50

ISBN 90 249 1803 0

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden