Reportage

De Nachtwacht zien, en dan sterven

'Ieder mens heeft een laatste wens', is het motto van  WensAmbulance Brabant, die zaterdag zijn vijfjarig bestaan vierde in het provinciehuis in Den Bosch. Met vier ambulances en 180 vrijwilligers werden ruim 1100 wensen vervuld van terminaal zieke patiënten die nog één keer naar huis of de volkstuin, naar zee of het museum, naar PSV of de voetbalwedstrijd van kleinzoon wilden.

'Tijdens de ambulancehulpverlening loop je er wel eens tegen aan dat je wat meer zou willen doen voor de terminale patiënt', zegt Giel van Genugten, gepensioneerd ambulancebroeder en één van de oprichters van de stichting. 'Er zijn nog te veel patiënten die overlijden zonder dat ze echt alles hebben afgesloten.'

Vroeger kwam het wel voor dat de ambulancebroeder 's avonds in zijn vrije tijd een extra ritje deed voor een ernstig zieke die aan bed was gekluisterd, met toestemming van de baas. Maar tegenwoordig, met het strenge bekostigingssysteem en de rampenwet, kan dat niet meer. Het zou ook veel te duur worden om daarvoor gewone ambulances in te zetten, aldus Van Genugten.

Veel vrijwilligers komen uit de zorg. Maar ze komen ook uit het onderwijs, of zijn notaris of stucadoor geweest. De wensambulance draait op sponsoring en financiële bijdragen van bedrijven, verenigingen en particulieren. Het vervoer is kosteloos voor terminaal zieken. Maar het gebeurt vaak dat zij of hun familie toch ook een donatie willen doen. Alleen voor buitenlandse reizen wordt in overleg met de familie bekeken hoe die bekostigd kunnen worden.

'Wat jullie doen, is onbetaalbaar', zei de Brabantse provinciebestuurder Henri Swinkels (SP) zaterdag tegen de vrijwilligers. 'Hoe klein de wensen ook zijn, voor de mensen die het meemaken is het zo groot.' Ook in andere regio's zijn wensambulances actief - in totaal negen, verspreid over het hele land.


Cees Huijben (68) uit Schijndel, oud-docent dovenonderwijs:

'Vier jaar geleden was mijn eigen vrouw terminaal ziek. Ze wilde nog graag het middeleeuwse klooster in Oosterhout terugzien, waar we in 1970 zijn getrouwd. Ik beloofde het haar, maar had geen idee hoe we daar konden komen. Toen zei de terminale-thuiszorgmedewerkster: bel de wensambulance. Daar had ik nog nooit van gehoord. Al de volgende dag zijn we gegaan, met een chauffeur en een verpleegkundige. Het was een geschenk uit de hemel; zo onvoorstelbaar mooi. Veertien dagen later is ze overleden. In haar overlijdensadvertentie stond: 'Als het leven je niet zoveel dagen kunt geven, dan moet je de dag meer leven geven.' Vlak voor haar dood vroeg ze me: 'Wat ga jij doen als ik er niet meer ben? Is de wensambulance niks voor jou?'

'Ik ben chauffeur en heb inmiddels zo'n 130 ritten gedaan. Heel bijzonder was die keer dat Cor, een schaapsherder uit mijn dorp, nog één keer de schaapskudde wilde zien die hij meer dan 25 jaar had gehad. Hij wilde afscheid van zijn schapen nemen. We reden er heen met de ambulance en de aanhangwagen met de ATB, de all terrain brancard. Toen we aankwamen en in onze kanariegele polo's uitstapten, stoven de schapen verschrikt uiteen. Maar toen ze hun herder hoorden praten, herkenden ze zijn stem en stonden er in een mum van tijd 120 schapen rond de brancard. Dat was om kippenvel van te krijgen. Vijf dagen is Cor overleden.'

Beeld Marcel van den Bergh

Will Helmer (67) uit Geldrop, oud-verpleegkundige:

'Een bijzondere ervaring die nog steeds op mijn netvlies staat, is die opa uit Someren die terminaal ziek was - longkanker. Hij hoorde dat zijn kleinzoon van 10 was verongelukt en in coma in het ziekenhuis van Maastricht lag. Die opa wilde zo graag nog diezelfde dag naar zijn kleinzoon om afscheid te nemen. We hebben hem die middag nog naar de intensive care in Maastricht gereden, waar hij samen met de familie afscheid heeft genomen. Op de terugweg zei hij: 'We gaan elkaar terugzien, we gaan samen naar een andere plek.' Hij was niet eens verdrietig. Dat was wel kippenvel. Een dag later stierf zijn kleinzoon, twee dagen later opa zelf.

Ik ben wenscoördinator: je regelt de wensen, je brengt wensvragers en vrijwilligers op de juiste dag bijeen. Het is wel dubbel. We kunnen niet voorkomen dat ze doodgaan, maar ze nog wel een geweldige dag geven. Daar teren ze op. Het is gelukkig nog nooit gebeurd dat een terminaal zieke in de wensambulance is overleden - wel eentje een uur later. Het geeft ze toch genoeg adrenaline.

Een laatste wens hoeft niet altijd spectaculair of ver weg te zijn. Ook de simpele wensritten zijn heel mooi: een oude man die nog even naar het huis van zijn dochter wil om in familiekring afscheid te nemen. We hebben zijn bed in de kamer gezet, de hele familie erom heen. Er werd piano gespeeld, de deur naar de tuin stond open, het was mooi weer. De kleinste wensen hebben misschien wel de grootste impact.'

Beeld Marcel van den Bergh

Barry van Brakel (72) uit Boxtel, voormalig hoofd inkoop bij bouwbedrijven:

'Ik las vijf jaar geleden in de krant dat ze vrijwilligers zochten. Toen heb ik me als chauffeur opgegeven. Als test moest ik een stukje rijden. 'Ja, gij kunt rijden', zeiden ze. Twee jaar geleden moest ik een mevrouw uit het ziekenhuis in Tilburg ophalen. Die wilde naar haar zoon in België. Die zoon was hartstikke gezond, maar hij zat in de gevangenis. De poort ging open, je werd gefouilleerd en op naar de kerk. Daar kwam haar zoon binnen, tussen twee bewakers. Zo hebben ze afscheid genomen. Het is natuurlijk verschrikkelijk dat het zo moest, maar die moeder vond het fantastisch.

'Ik heb ook twee vrouwen naar Maria gereden, de een in de Sint-Janskathedraal, de ander in Lourdes. Het is dezelfde Maria, maar er zit wel 1250 kilometer tussen. Naar Lourdes zijn ook haar twee dochters meegegaan, van wie één verlamd is. Woensdag heen, met twee ambulances, zondag terug. Vijftig uur later is die vrouw overleden. Best wel jammer. Ik had haar graag veertien dagen extra gegund om aan iedereen te vertellen: ik ben in Lourdes geweest.

'In de Sint-Jan hebben we die mevrouw vlak voor het Mariabeeld gezet, met de familie eromheen. Op een laptop werd Ave Maria gespeeld. Ook bij andere bezoekers in de kapel maakte dat veel indruk. Na afloop vroegen we: wilt u nog ergens anders heen? Toen zijn we naar de dijk gereden bij Engelen, waar haar overleden man zijn visstek had. Vanaf de brancard heeft ze een halfuur naar het water gekeken, toen was het klaar voor haar.'

Beeld Marcel van den Bergh
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden