De mythe van het eigenbelang

De crisis is een gevolg van een verkeerd mensbeeld, stelt Mark van Vugt. De mens wordt niet alleen gedreven door eigenbelang maar ook door sociale instincten.

Hij mocht de jaarlijkse bonussen uitkeren. Het was in de financiële gloriejaren, begin deze eeuw, toen de banken zich omvormden van plekken waar je veilig je spaargeld kon laten bewaren tot investeringsbanken met riskante portefeuilles van aandelen, derivaten, obligaties en vastgoed. De nieuwe lichting bankiers verdiende tonnen geld door te speculeren met het geld van u en vele anderen. Een collega-psycholoog van mij werkte als personeelsmanager in het Nederlandse bankwezen. Een bonus van meerdere jaarsalarissen was geen uitzondering. Nooit kreeg hij een bedankje als hij de bonussen verstrekte. Het enige wat de bankiers vroegen, was hoeveel anderen hadden gekregen. Ontgoocheld door deze mentaliteit werkt hij nu in onze afdeling psychologie aan de VU en geeft onderwijs aan studenten over bedrijfsethiek.


We zitten inmiddels al vijf jaar in een wereldwijde economische crisis. Die begon in de Verenigde Staten en heeft zich verspreid naar alle uithoeken van de wereld, met name ook in Europa waar de effecten door bijna iedereen worden gevoeld. Er wordt volop gepoogd economische conclusies uit de crisis te trekken, maar minstens zo belangrijk zijn de psychologische lessen over de manier waarop markten en bedrijven opereren, en hoe wij als mensen daarin functioneren. Of juist niet functioneren. De crisis is het gevolg van een verkeerd, of althans incompleet, mensbeeld dat helaas in stand gehouden wordt door beleidsmakers en hun economische adviseurs. Het toonaangevende model is dat van de homo economicus, de mens die beslissingen neemt op basis van het rationele eigenbelang.


Geleid door een onzichtbare hand - die van de markt - zou het nastreven van eigenbelang automatisch tot de beste resultaten voor iedereen leiden. De Britse filosoof Adam Smith schreef in 1759: 'The rich are led by an invisible hand to make nearly the same distribution of the necessaries of life, which would have been made, had the earth been divided into equal portions among all its inhabitants, and thus without intending it, without knowing it, advance the interest of the society.'


Kijkend naar de financiële crisis van vandaag is dit idee niet langer houdbaar. Wanneer egoïsme en hebzucht overheersen, lijdt uiteindelijk de hele samenleving daaronder.


Dit is geen verrassing voor kenners van werk van een andere Britse wetenschapper, de evolutiebioloog Charles Darwin. Het is namelijk de hand van Darwin die de markt bestuurt en niet die van Smith. Wij zijn biologische organismen in plaats van economische. Eerder dan een competitie tussen verschillende eigenbelangen is de economie een darwinistische strijd waarin organisaties, net als dieren en planten, met elkaar concurreren en alleen de sterksten overleven, de survival of the fittest.


Groepsselectie

Dit idee wordt ook door economische wetenschappers onderschreven zoals de Amerikaanse neoliberaal Milton Friedman en de Britse historicus Niall Ferguson: 'Left to itself, natural selection should work fast to eliminate the weakest institutions in the market, which are typically gobbled up by the successful.' Die strijd om het bestaan wordt soms zichtbaar. Zo beloofde Steve Jobs niets minder dan een 'thermonuclear war' toen Google Android, software voor mobieltjes, lanceerde. Android leek volgens hem op de software van Apples iPhone en hij zou alles doen om de concurrentie te vernietigen.


De moderne evolutionaire wetenschap geeft een genuanceerder beeld over economisch gedrag. De markt is namelijk niet primair het resultaat van strijd tussen individuen maar tussen groepen. Uiteindelijk zijn het de best georganiseerde groepen die overleven, de rest gaat ten onder. Dit wordt in de biologie ook wel groepsselectie genoemd, de idee dat de darwinistische competitie zich ook kan afspelen op het niveau van groepen, waarbij groepen met de beste samenwerkers en beste leiders het meest succesvol zullen zijn. Die zullen het uiteindelijk beter doen dan groepen die bestaan uit veel getalenteerde, maar zelfzuchtige individuen.


Met die wetenschap kun je bijvoorbeeld vraagtekens stellen bij het aankoopbeleid van de Spaanse voetbalclub Real Madrid. Met een groep peperdure sterren heb je nog geen winnend team. Is het toeval dat het al weer elf jaar geleden is dat de Koninklijke een Europese prijs won?


Maar de kennis over groepsselectie heeft ook belangrijke consequenties voor het denken over economie. Als lid van een internationaal team van evolutionaire wetenschappers, onder wie economen, biologen en psychologen, onder aanvoering van bioloog David Sloan Wilson, heb ik de afgelopen jaren gewerkt aan een beter model om economisch gedrag te voorspellen dan waar economen doorgaans mee werken. In dit model staat homo sapiens centraal in plaats van homo economicus.


Ons uitgangspunt is dat de mens niet alleen gedreven wordt door eigenbelang maar ook door sociale instincten. Die zijn in de loop van de menselijke evolutie gevormd toen onze voorouders als jager-verzamelaars in kleine egalitaire groepen leefden op de savanne in Afrika. (Die periode beslaat 99 procent van de tijd die de mens op aarde heeft doorgebracht; slechts 1 procent van de tijd leven we in dorpen en steden.) De beste overlevingsstrategie in die omgeving was om met elkaar samen te werken en schaarse middelen te verdelen. Hebzucht en machtsverschillen werden onderdrukt, omdat deze schadelijk waren voor het voortbestaan van de groep, dus alle leden.


De natuurlijke staat van de mens is dus in groepsverband. Als economen, politici en analytici (onder wie Volkskrantcolumnist Wouter Bos) beweren dat de mens van nature rechts georiënteerd is, zitten ze er naast. Een blik op de menselijke geschiedenis laat zien dat de mens van nature eerder links is. Pas als sociale structuren verdwijnen, neemt het eigenbelang de overhand.


Eerlijk delen

Onderzoek laat zien dat mensen van nature geneigd zijn samen te werken. We laten twee mensen een onderhandelingsspel spelen, waarin de een 10 euro moet verdelen tussen zichzelf en de ander. De andere persoon is anoniem en kan het aanbod accepteren of weigeren. Maar als hij weigert, krijgt geen van beiden iets. Wat zou u aanbieden in dat geval? Het rationele aanbod is 1 euro, maar een bod van 1 euro wordt eigenlijk altijd geweigerd door de andere partij, omdat die dat uiteraard niet eerlijk vindt. In dit spel komt men vaak uit op een 6-4 of 5-5 verdeling. Rechtvaardigheid en eerlijk delen zijn dus belangrijker motieven dan financieel eigenbelang.


Spiegelbeeld

En dan is er nog ander psychologisch onderzoek dat laat zien dat machtsverschillen het empathisch vermogen onderdrukken. De baas kan zich domweg niet inleven in de situatie van de ondergeschikte. 'Denk aan een situatie waarin je de macht had over anderen. Schrijf nu met een stift de letter E op je voorhoofd.' Deze instructie kregen mensen bij een Amerikaans onderzoek. Er zijn twee manieren om de letter E op je voorhoofd te schrijven. Vanuit de ander gezien of vanuit jezelf gezien, dus in spiegelbeeld maar in dat geval kan de ander het niet lezen. Nu blijkt dat als je mensen aan macht laat denken ze vaker de letter E foutief op hun voorhoofd schrijven. Conclusie: macht vermindert inlevingsvermogen in de ander. Probeer het maar eens uit, thuis of op het werk, liefst met een wisbare stift.


Uiteindelijk is de economische crisis het gevolg van een beleid waarin de menselijke sociale instincten stelselmatig zijn ondermijnd. Het eigenbelang van individuen werd te belangrijk, concurrentie tussen groepen werd verwaarloosd. Neem de inkomensverschillen binnen bedrijven. De gemiddelde Amerikaanse CEO van een beursgenoteerd bedrijf verdiende in 2006, dus vlak voor de crisis, ongeveer 180 maal het bedrag van de gemiddelde werknemer in zijn bedrijf. Inkomensongelijkheid vergroot machtsverschillen en vermindert solidariteit en inlevingsvermogen. Het personeelsbeleid was niet minder desastreus. Voor de crisis werden voor topfuncties stelselmatig mensen (lees: mannen) geselecteerd met narcistische, en soms zelfs psychopathische trekjes. Deze 'Snakes in Suits' moesten hun organisaties concurrerender maken, maar vaak richtten ze die te gronde door ongeoorloofde financiële risico's en misplaatste bonussen.


Energiebedrijf Enron is het beste, of eigenlijk slechtste, voorbeeld. Geïnspireerd door de homo economicus, en op advies van vooraanstaande bureaus zoals McKinsey stond Enron bekend om zijn beroemde talentendagen waar het de slimste en meest competitieve studenten van prestigieuze MBA-programma's binnen probeerden te halen. Er werd niet gekeken naar de integriteit of samenwerkingsvaardigheden. Dit wordt ook wel de talentenmythe genoemd, de idee dat als je je organisatie - à la Real Madrid - maar volstopt met talenten het vanzelf goed gaat. De wereld van wetenschap en sport laten het tegendeel zien. Het is geen verrassing dat Enron uiteindelijk te gronde ging aan een cultuur van list, bedrog, hebzucht en fraude.


Ook in Nederland hebben we de gevolgen gezien van personeelsselectie op basis van ambitie, eerzucht en hebzucht. Als door een onzichtbare hand geleid, richtten inhalige directeuren zoals Erik Staal (woningbouw), Jan van Vlijmen (vastgoed), Rijkman Groenink (bank), en, in de wetenschap, de frauderende ex-professor Diederik Stapel grote schade aan binnen hun sector.


Testosteron

Dat had misschien voorkomen kunnen worden als er voldoende checks en balances waren ingebouwd om het eigenbelang in te dammen zoals in ons jager-verzamelaars verleden. Maar in de meeste organisaties ontbraken die. Zo laat onderzoek van een Britse wetenschapper zien dat er onder financial traders in de City van London veel mannen rondliepen met extreem hoge testosteronniveaus die zonder controle en zonder zich te hoeven verantwoorden, ongeoorloofde risico's namen met ons spaargeld.


Banken, bedrijven, corporaties en overheden zijn uiteindelijk onderuitgegaan omdat ze geloofden in de onzichtbare hand van Adam Smith en de mythe van het eigenbelang. Het is de hoogste tijd voor een paradigma-shift in ons economisch en politiek denken waarin de mens wordt gezien zoals hij is, als een sociaal en moreel dier dat het beste gedijt in kleine, relatief egalitaire sociale structuren waarin dominantie, narcisme en hebzucht kunnen worden geneutraliseerd. Homo sapiens dus in plaats van homo economicus. Dit wetende had mijn collega-psycholoog misschien het volgende moeten voorstellen aan de leiding van de bank: 'Als jullie bonussen willen dan moet je die samen verdienen. Ieder team dat zijn targets haalt, krijgt een bonus uitgekeerd dat eerlijk verdeeld moet worden onder alle medewerkers.'


Mark van Vugt (1967) is evolutionair psycholoog en hoogleraar aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Hij is co-auteur van Darwin's invisible hand, een artikel in Journal of Economic Behavior and Organization (2013).


VONK-BLOG OVER MENSELIJK GEDRAG


Zijn we van nature politiek links of rechts georiënteerd? Is oorlog het gevolg van mannelijke seksdrift? En waarom bestaat er homoseksualiteit, terwijl dat niet tot nageslacht leidt? Voor Vonk zal Mark van Vugt vanaf nu geregeld online schrijven over dit soort vragen. Zijn blog Hoofdzaak over de 'vreemde, buitenissige en saillante aspecten van menselijk gedrag' vanuit een evolutionair perspectief is te lezen op volkskrant.nl/vonk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden