Column

De mythe van het 'Duitse dictaat'

De Duitse bondskanselier Angela Merkel (L) en de Duitse minister van Financiën Wolfgang Schäuble (R). Beeld epa

In Washington behoort de uitdrukking Damned if you do and damned if you don't tot de standaardteksten die beleidsmakers op het terrein van de buitenlandse politiek met elkaar uitwisselen. Wanneer de Amerikanen in een bepaalde kwestie hun wil doordrijven, klinkt al snel het verwijt dat ze bevangen zijn door de arrogantie van de macht. Maar als ze zich terughoudend opstellen en vanuit de tweede linie opereren, volgen even spoedig klachten over gebrek aan leiderschap.

Sinds enige tijd geniet Berlijn dezelfde twijfelachtige eer om zowel van passiviteit als van machtsmisbruik te worden beticht. Het begon ermee dat Duitsland van verschillende kanten werd gemaand de 'verantwoordelijkheid' te nemen die, vooral sinds de hereniging, paste bij zijn status.

Geleidelijk sloop het woord 'macht' in het taalgebruik van de vermaners, culminerend in de saillante ontboezeming van de voormalige Poolse minister van Buitenlandse Zaken Sikorski, die zei te weinig Duitse macht eigenlijk meer te vrezen dan te veel Duitse macht.

Maar naarmate de eurocrisis vorderde en in het bijzonder sinds de harde opstelling tegenover Griekenland drie weken geleden maakte de roep om passende Duitse machtsoefening plaats voor verontrusting over een Duitsland dat slechts het eigen belang voor ogen zou hebben en zich weinig gelegen zou laten liggen aan het wel en wee van zijn Europese partners. Buiten Griekenland ging men nog niet zo ver om Angela Merkel met Hitlersnorretje af te beelden, maar her en der werd wel kribbig gesproken over onverkwikkelijke 'Duitse dictaten'.

De kritiek weerklinkt ook in Duitsland zelf. En sommige critici zijn niet de eerste de beste. Zo schreef oud-minister van Buitenlandse Zaken Joschka Fischer een vlammend artikel in de Süddeutsche Zeitung, waarin hij Merkel en minister van Financiën Wolfgang Schäuble ervan beschuldigde tijdens de top van 12 en 13 juli, waar de Griekse regering de pin op de neus werd gezet, de Duitse Europakoers fundamenteel te hebben omgebogen. Niet het Europese maar het nationale belang stond voorop.

Daarmee zetten Merkel en Schäuble een van de grondbeginselen van de Duitse naoorlogse buitenlandse politiek op losse schroeven, namelijk het vertrouwen van de wereld te herwinnen door volledige toewijding aan de Europese integratie. Nooit meer diende Duitsland de indruk te wekken dat het er weer van droomt de Macht in der Mitte te worden. Maar op de eurotop, aldus nog steeds Fischer, koos Duitsland voor zichzelf en voor minder in plaats van meer Europa.

Laat ik voorop stellen het nog steeds een zegen te vinden dat een prominente Duitser zijn landgenoten op het hart drukt de lessen uit het verleden niet te vergeten. Maar daarmee is niet gezegd dat Fischer de zaken op hun juiste waarde schat.

Om te beginnen gaat hij voorbij aan het feit dat Duitsland en de andere eurolanden Griekenland de afgelopen jaren bij herhaling te hulp zijn geschoten. De confrontatie op de top van drie weken geleden kwam ook niet uit de lucht vallen: ze volgde op een lange reeks van Griekse chicanes met als dieptepunt het bizarre referendum dat premier Tsipras uit de hoed toverde.

Het waren bepaald niet alleen Merkel en Schäuble die vonden dat een grens was bereikt. Ze hadden praktisch heel Noord- en Oost-Europa aan hun zijde. En eigenlijk ook Spanje, Portugal en Ierland, de drie eurolanden die zich wel hebben onderworpen aan de hervormingstucht (en met redelijk succes).

Alleen Frankrijk en Italië wilden Athene nogmaals ontzien.

Het is ook misplaatst om Schäuble, vanwege zijn voorkeur voor een Grexit, af te schilderen als boosaardige anti-Europeaan. In een mooi portret in De Groene Amsterdammer van vorige week laat Mathieu Segers zien dat hij juist een warm voorstander is van Europese integratie. Maar dan wel van een integratie die kan slagen omdat de deelnemers beschikken over de nodige politieke en economische cohesie.

Vandaar dat Schäuble twintig jaar geleden pleitte voor een kopgroep, waarbij zijn gedachten uitgingen naar Duitsland, Frankrijk en de Benelux. Alleen zo zou de oplopende spanning tussen verdere integratie en uitbreiding van de Europese Unie kunnen worden beteugeld. Zijn pleidooi voor een Grexit ligt in dezelfde lijn.

Wellicht is de Europese saamhorigheid gebaat bij een robuuster debat in Duitsland, schreef historicus Timothy Garton Ash onlangs. Aardig bedacht, maar ik durf te wedden dat we ons toch ook weer grote zorgen gaan maken over de Duitse stabiliteit als het debat echt robuust wordt. Democratisch-Republikeinse twisten in Berlijn? Nee, liever niet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.