De mythe van etnische identiteit is heel hardnekkig

Etnische identiteit krijgt vooral gestalte in de context van machtsongelijkheid. Volgens S.L. Oei blijkt dat opnieuw in Indonesië, waar door de jarenlange verdeel- en heerspolitiek van oude en nieuwe machthebbers de sociale onvrede zich tegen de etnische Chinezen richt....

VOOR de meeste Nederlanders lijkt etniciteit een vanzelfsprekendheid waar niet over hoeft te worden nagedacht. Je bent Nederlander, geboren in Nederland, met een Nederlands paspoort en uiteraard Nederlandstalig. Vanzelfsprekend zijn je ouders ook in Nederland geboren, zo ook je grootouders. Misschien waren je voorouders Hugenoten, maar niemand die je daarop zal aanspreken.

Niemand zal je etniciteit betwisten, laat staan die ontkennen. Voor allochtonen, migranten, etnische minderheden of hoe de etnische meerderheid ons ook definieert, geldt deze vanzelfsprekendheid vaak echter niet.

Ik herinner me een voorval uit mijn jeugd in Indonesië. Toen ik mee wilde spelen met de kinderen uit de buurt, werd ik door Javaanse kinderen uitgescholden. Zij riepen 'tjino' wat Chinees betekent. Zonder enig etnisch besef riep ik 'tjino' terug. Het incident maakte duidelijk dat ik blijkbaar geen gewone Indonesiër was, net als de anderen.

Toen ik op mijn negende in Nederland kwam, werd ik weer uitgescholden, ditmaal voor 'pinda poep chinees'. Het 'anders zijn' had beide keren tot gevolg dat ik uitgesloten werd van het spel. Ik begreep niet waarom ik telkens voor Chinees werd uitgemaakt als ik de Chinese taal niet beheers, nooit een voet in China heb gezet en weinig wist over de taal en cultuur. Dus wat maakte mij tot een Chinees? Mijn verwarring werd nog groter toen in Singapore een kelner mij minachtend aankeek zodra deze zich realiseerde dat ik geen Mandarijns sprak. Hij beschouwde me juist als 'niet-Chinees'!

Hiermee wil ik illustreren dat etnisch identiteit vooral betekenis krijgt in de context van machtsongelijkheid. De recente ontwikkelingen in Indonesië vormen hiervan een actueel voorbeeld. De inflatie van de roepia en de gestegen prijzen van primaire levensbehoeften, heeft niet alleen protest opgeleverd tegen het regeringsbeleid, maar door de verdeel- en heerspolitiek van de machthebbers, richt de woede zich vooral ook tegen de etnische Chinezen. Winkels van Chinese middenstanders worden geplunderd, hun panden en auto's verbrand. Er is zelfs sprake van moorden en georganiseerde verkrachtingen van etnische Chinese vrouwen.

Eerder in de geschiedenis werden tijdens de coup van Soeharto vele duizenden etnische Chinezen vermoord. Zij werden van communistische sympathieën verdacht vanwege hun vermeende band met China. Velen zijn in die tijd naar Europa of de VS gevlucht. Anderen gingen naar China. Ze kwamen midden in de Culturele Revolutie terecht. Werden de etnische Chinezen in Indonesië verdacht van communistische sympathieën, in China werden ze beschouwd als kapitalisten en vreemdelingen!

De raciale vorm van categorisering stamt nog uit de koloniale tijd. De Nederlanders maakten in Nederlands-Indië onderscheid tussen de Europeanen, de Vreemde Oosterlingen en onderaan stonden de Inlanders. Na de koloniale tijd werden etnische Chinezen in Indonesië steeds opnieuw gedefinieerd als 'de ander'. Eerst als non-asli (uitheems), later werden er nieuwe definities ingevoerd; WNI Warganegara Indonesia (Indonesisch staatsburger in plaats van gewoon Indonesiër) en in de jaren tachtig werden etnische Chinezen als non-pribumi (uitheems) gedefinieerd. Deze definities versterken het onderscheid tussen 'Wij' en 'de Ander'.

Rond 1967 werden etnische Chinezen opgeroepen om hun Chinese naam te veranderen in een Indonesische naam, ook werden uitingen van de Chinese cultuur en het spreken van de Chinese taal verboden.

Racisme ten aanzien van etnische Chinezen is derhalve structureel en historisch bepaald in Indonesië. Wanneer het gaat om berichtgeving over oproer en plunderingen van Chinese winkels in Indonesië wordt in de westerse media steeds opnieuw benadrukt dat etnische Chinezen 4 procent van de Indonesische bevolking vormen, maar 70 procent tot 90 procent van de Indonesische economie in handen hebben.

De indruk wordt gewekt dat de aanvallen op de etnische Chinezen een economische grondslag hebben in plaats van een racistische. Dit terwijl in wezen slechts 5 procent van de etnische Chinezen tezamen met de Soeharto-clan de elite vormden. Van de etnische Chinezen behoort 95 procent tot de middenstanders of is zelfs arm. De westerse media zijn daardoor ook schuldig aan de negatieve beeldvorming over etnische Chinezen in Indonesië.

Met dit voorbeeld wil ik illustreren dat in tijden van economische recessie etnische verschillen naar willekeur kunnen worden ingezet om overheersing, uitsluiting, geweld of zelfs genocide te legitimeren. De positie van etnische minderheden blijft daarmee kwetsbaar. Hierdoor zijn definities voor etnische minderheden niet bepaald onschuldig en blijf ik ook sceptisch tegenover zaken als inburgering. Hoe ingeburgerd je ook bent, de machtige groep kan altijd besluiten om je bijvoorbeeld een gele ster te laten dragen.

Om niet al te pessimistisch te eindigen wil ik besluiten met een oude Chinese gezegde: Als de muren van je huis zijn omgevallen ben je wel je veiligheid kwijt, maar wat een horizon!

Voor hen die leven in het vacüum van een niemandsland, ligt een uitdaging besloten. Het is de uitdaging om je eigen identiteit te definiëren zonder de machtsrelaties in de maatschappij te negeren. Pas dan kun je vanuit innerlijke kracht en vrijheid de horizon tegemoet treden.

S.L. Oei is etnisch Chinees, geboren in Indonesië.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden