De mythe van de fatale springvloed

Het springtij hielp een beetje mee, maar het was vooral de zware storm die op 1 februari 1953 een metershoge muur van water over Zeeland duwde....

Ja, er was rond 31 januari 1953 sprake van een springvloed, zegt klimatoloog dr. Günther Können. Technisch gesproken althans. Maar dat die één van de hoofdschuldigen zou zijn aan de ramp, is volgens hem een grote mythe. Folklore. 'De springvloed had nauwelijks invloed. Het getij week op die bewuste dag nauwelijks af van een gewone vloed.'

Mensen hebben vooral behoefte aan overzichtelijke verklaringen voor het noodlot, denkt Können. En wat is overzichtelijker dan het getij, de periodieke beweging van de zee, onder invloed van zon en maan, tweemaal daags eb, tweemaal daags vloed, met om de twee weken een springvloed? Beter voorspelbaar kun je de natuurverschijnselen niet krijgen.

Voorspelbaar misschien, maar de hoogte van eb en vloed kan wel van dag tot dag verschillen. En ook de ene springvloed is de andere niet.

Springvloeden ontstaan wanneer zon en maan in elkaars verlengde staan. In dergelijke situaties, ongeveer twee keer per maand, bij volle maan en bij nieuwe (onzichtbare) maan, werken hun aantrekkingskrachten samen en is de vloed extra hoog.

Tot zover het basisprincipe. Maar door de grillige vorm van de continenten komt die vloed in Zeeland pas later aan. Dus ook al was het op 31 februari 1953 volle maan, het water bereikte pas op 2 februari zijn hoogste stand. Bovendien, zegt Können, draait de maan geen mooie rondjes om de aarde. Rond 31 januari stond hij net wat verder weg van de aarde dan gemiddeld, waardoor de aantrekkingskracht minder was dan normaal. En dan staat de aarde ook nog scheef in de ruimte, waardoor de maan bij die bewuste springvloed niet met volle kracht aan het water in de Noordzee trok. De aantrekkingskracht gleed daar zo'n beetje van de aardbol af, als een keu die een biljartbal maar half raakt.

'Als de storm twee weken eerder of later was geweest, dan was het pas een hoge springvloed geweest en hadden ze er in Zeeland nog tientallen centimeters bij cadeau gekregen', zegt Können. 'Wat dat betreft hebben we dus nog geluk gehad.' Aan de andere kant: het was wel gewoon vloed. Zes uur later, bij eb, zou het water vier meter lager hebben gestaan.

Voor zaterdag 31 januari blijft er dus één hoofdschuldige over: de storm zelf, en zijn timing. Qua windsnelheden was het zeker niet de zwaarste storm van deze eeuw, blijkt uit historische gegevens. Het uurgemiddelde lag op windkracht 10, terwijl elf andere stormen kracht 11 haalden, en eentje zelfs kracht 12.

Die zwaardere stormen kwamen echter uit het zuidwesten, en niet uit het noordwesten, zoals die van 1953. En erger nog: de depressie die de storm in 1953 veroorzaakte had de dagen daarvoor een vrij ongebruikelijk, rampzalig pad gevolgd. Op vrijdag ontwikkelde hij zich tussen IJsland en Schotland, en trok naar het oosten, waar hij boven Schotland een van de zwaarste orkanen uit de geschiedenis veroorzaakte. Daarna trok hij verder. 'Niet door naar het oosten, richting Noorwegen, zoals gebruikelijk, maar naar het zuidoosten, richting Noord-Duitsland', zegt onderzoeker drs. Toon Moene van het KNMI.

Door die koers liep de depressie mee met de vloed die hij veroorzaakte. Er ontstond een zogeheten stormveld van duizend kilometer lengte, met noordwestenwinden die het water precies richting Zeeland duwden. De muur van water die op die manier die nacht bij Vlissingen aankwam was zo'n tweeënhalve meter hoog, zegt dr. Hans de Vries, die dat deze week in De Bilt door de computer liet narekenen.

Daar kwamen de vloed dan nog bij. Die optelsom leverde bij Vlissingen die nacht een hoogste waterstand op van 455 cm boven NAP, en bij Bath 560 centimeter. Alle andere stormvloeden, sinds 1825, zitten daar zeker een halve meter onder, blijkt uit Zeeuwse meetgegevens. Dus schatten meteorologen bij het KNMI dat een vloed zoals die in 1953 hooguit eens in de paar eeuwen voorkomt.

De ramp was des te groter omdat de weermannen in Nederland de depressie bij Schotland wel in de gaten hadden, maar pas in de loop van zaterdag beseften welke rampzalige route deze had gekozen.

Dat kwam door gebrek aan metingen en modellen. Boven de Atlantische Oceaan bijvoorbeeld, waar de depressie vandaan kwam, waren er nog geen satellieten om de wolken en de golven in de gaten te houden. 'Ik heb geen idee hoe de weerkundigen toen op basis van de schaarse meetgegevens deze stormvloed op tijd hadden kunnen voorspellen', zegt Moene.

Tegenwoordig, met computermodellen, ligt dat anders. Moene heeft vorige week de huidige operationele weersverwachtingsmachine, het HIRLAM-model, losgelaten op de destijds beschikbare metingen. 'De computers hadden er geen moeite mee. Vanaf vrijdagochtend 6 uur krijgen ze al een heel duidelijk beeld van de sterkte en de route van de storm', zegt Moene. 'Alleen onderschatten ze de windsnelheden aanvankelijk nog. Kracht 9 in plaats van 10.'

Het HIRLAM-model weet tegenwoordig dus al veertig uur van tevoren dat er een ramp zoals die van 1953 op komst is. In voorkomende gevallen stuurt het KNMI vandaag de dag een waarschuwing naar de bevoegde instanties in Zeeland en Zuid-Holland, die verantwoordelijk zijn voor de stormvloedkeringen in Oosterschelde en Nieuwe Waterweg. In Zeeland neemt een zogeheten beslisteam de beslissing, in Zuid-Holland een computer.

Beide keringen gaan dicht bij een verwacht peil van drie meter boven NAP, alleen is dat bij de Oosterscheldekering aan de kust en bij de Maeslantkering bij Rotterdam. 'Bij de ramp was het peil bij ons meetpunt 420 centimeter boven NAP', zegt Adri Beuns van het Hydro Meteo Centrum Zeeland, verantwoordelijk voor bediening van de kering. 'Dus daar zitten we meer dan een meter onder.' De Oosterscheldekering is sinds de ingebruikstelling in 1986 23 keer dichtgegaan, de Maeslantkering in de Nieuwe Waterweg sinds 1997 nog nooit, behalve voor de jaarlijkse test.

De Oosterscheldekering is gebouwd voor een stormvloedpeil ter plekke van 540 centimeter, ruim een meter boven het niveau van 1953. Eens in de tienduizend jaar te verwachten. Ook met het broeikaseffect?

'Door de zeespiegelstijging is zo'n stormvloedpeil tegen het einde van de eeuw misschien eens in de drieduizend jaar te verwachten', zegt klimatoloog Können van het KNMI.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden