Column

De mysterieuze schreeuwer

Peter Middendorp
null Beeld anp
Beeld anp

Al een tijdlang had ik uitgekeken naar de vertaling van Soumission, de nieuwe roman van Michel Houellebecq. Op de eerste avond na verschijning, het werken was gedaan, zette ik me met het boek in de achtertuin. Halverwege het eerste hoofdstuk werd ik opgeschrikt door een hevig, mannelijk schreeuwen, uitdrukkingen van pijn en leed.

Het schreeuwen kwam uit een woning in de seniorenflat naast de tuin. Ik heb u vaker over de flat verteld. In het jaar dat ik hier nu woonde, had de bewoner zich leren kennen als een onsympathiek stuk vreten. Elke dag kocht hij iets, elke dag had hij daarover wel iets te klagen. Alleen over het feit dat hij nooit rijk was geweest, was hij tevreden. Daardoor, dacht hij, waren welvaartsziekten hem bespaard gebleven.

De volgende avond schreeuwde hij weer. De avond daarop ook, en alle daaropvolgende. Iedere avond vanaf half acht was het raak: hard en zwaar, vanuit de longen, buik en benen. Wat gebeurde er in de woning? Bracht hij zelf katheters in, puntig plastic in gewond vlees? Trok hij grote pleisters van zijn rug? Ik kwam er niet achter, hoe goed en precies ik ook probeerde te luisteren.

De andere bewoners van de seniorenflat reageerden niet op het gerucht, schoten nooit eens toe. Ik zag ze elkaar ook niet even aanklampen op de galerij - zeg, heb jij het ook gehoord? - wat vreemd was, want er was weinig in de wereld waar ze elkaar normaal gesproken niet over informeerden.

In de roman laat Houellebecq zien wat een samenleving zonder sociale cohesie volgens hem allemaal aan ongerief te wachten staat. Een prachtig boek, ik kon niet anders zeggen, maar het schreeuwen hield aan, werd onderdeel van mijn leven, huis, gezin. In mijn hoofd werden het schreeuwen en mijn lectuur één.

Toen, na anderhalve week ongeveer, stopte het plotseling. De schreeuwer schreeuwde niet meer, en er trad een stilte in, angstaanjagender nog dan het schreeuwen. Ook hierop reageerden de flatbewoners niet. Je hoorde weleens dat gestorvenen soms jarenlang in huis bleven liggen, zonder dat buren iets merkten of ondernamen. Ik stelde me de schreeuwer in zijn woonkamer voor, ruggelings in een plasje lichaamsvocht, wat niet goed is voor een vloer.

Ik begon de woning scherp in de gaten te houden. Maar ik zag niets. Ramen en deuren bleven gesloten, de rolgordijntjes bleven op dezelfde hoogte hangen, het droogrekje kwam niet meer op de galerij. Ik zag hem ook niet meer op straat of scheldend tegen de kassameisjes in de supermarkt. Een paar keer belde ik aan, op wisselende tijdstippen, maar hij reageerde niet, er werd niet opengedaan.

Ik stond op het punt de politie te bellen toen mijn kleuter in de tuin ineens stil bleef staan, de wijsvinger geheven. Ze hoorde iets. En inderdaad - ik hoorde het ook. Eerst zacht, kreunend, voorzichtig, maar al snel harder, ruwer en krachtiger. De schreeuwer was opgekrabbeld, de hele tuin vulde zich weer met kreten van menselijk leed. Ik pakte mijn nieuwe boek, wreef er even over, zuchtte van verlichting.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden