De musicus (m/v) is flexibel

Orkesten moeten 'flexibele collectieven' worden, als het aan de Adviescommissie Muziek ligt. Ze spelen in verschillende bezettingen van verschillende grootten, met ruimte voor een vast kernensemble....

HIJ WIL niet meer fulltime tot z'n 65ste in een orkest. Hij wil het liefst een deeltijdcontract, en naast zijn orkestwerk speelt hij in een kwartet, of in een ensemble of hij geeft les. Verder heeft hij sociale verplichtingen en gezinstaken met quality time voor de kinderen.

En hij is natuurlijk ook zij. Alsjeblieft geen Weense toestanden in de Nederlandse orkestwereld.

De nieuwe musicus (m/v) viel in eerste instantie niet zo op, afgelopen maandag bij de presentatie van het rapport over het orkestenbestel van de Adviescommissie Muziek. Het ging natuurlijk allereerst over de miljoenen: wie blijft bestaan, wie moet weg, wie krijgt er wat bij, wie moet er inleveren en hoeveel? Maar in die rondkolkende geldstromen, vaak vertaald in aantallen fte's (fulltime equivalenten, ofwel formatieplaatsen), dook het profiel van de orkestmusicus van de 21ste eeuw zo af en toe even op.

Hij/zij blijkt vooral flexibel. Dat is het toverwoord. Flexibiliteit. Het Radio Symfonie Orkest (RSO) wordt niet met zoveel woorden opgeheven, maar de gezamenlijke omvang van de klassieke omroeporkesten (waartoe ook het Radio Filharmonisch en het Radio Kamerorkest horen) wordt van 232 fte's teruggebracht naar 160.

Wat er overblijft, heet een 'flexibel collectief' dat in verschillende bezettingen van verschillende grootten kan worden ingezet, maar waarbinnen ook vaste kernensembles kunnen worden geformeerd.

'Juist voor de publieke omroep die op muziekgebied een geheel eigen taak te vervullen heeft, zoals de Matinee op de Vrije Zaterdag, kan een dergelijk collectief van flexibel inzetbare musici nieuwe en interessante perspectieven openen', schrijft de commissie onder voorzitterschap van Hans Hierck.

Ook het Nederlands Kamerorkest hoeft niet per se weg, maar het Nederlands Philharmonisch Orkest (NedPhO), waarvan het kamerorkest deel uitmaakt, wordt afgeslankt van 143 formatieplaatsen tot 130 (hoewel er om financiële redenen op dit moment slechts 126 plaatsen bezet zijn). Het rapport: 'Omdat het orkest verschillende soorten taken uitvoert, ligt het voor de hand een zo flexibel mogelijke bedrijfsvoering na te streven, door bijvoorbeeld een groter aantal musici dan thans in deeltijd aan te stellen.'

Het Noordhollands Philharmonisch Orkest (NPO) gaat verdwijnen, maar daar tegenover staat dat het Nederlands Ballet Orkest (NBO) wordt uitgebreid, liefst met musici van het NPO. Daarvoor zijn volgens de commissie 125 plaatsen genoeg, onder voorwaarde dat een deel van die formatieplaatsen op basis van parttime-contracten wordt ingevuld, 'zodat met aanzienlijk méér dan 125 musici efficiënt op pieken en dalen in de planning kan worden ingespeeld'.

'Dus als je het Radio Kamerorkest een vroege Schumann-symfonie laat spelen in een wat grotere bezetting, heb je een basis. En als Edo de Waart een gigantische Schreker wil doen waarvoor hij 130 man op het podium heeft, kan dat ook', lichtte commissielid Lieuwe Visser maandag toe.

Dat klinkt aannemelijk en aantrekkelijk. Het idee is echter gebaseerd op een toekomstbeeld van het orkest dat nog ter discussie staat, maar wel een van de pijlers vormt van het rapport. Het symfonie-orkest zoals wij dat kennen, stelt de commissie, dateert uit de negentiende eeuw. Het heeft zich sindsdien niet wezenlijk veranderd, de muziekwereld daarentegen heeft wel een ingrijpend ander aanzien gekregen en wordt door compleet andere krachtenverhoudingen beheerst.

Klassieke muziek is niet meer de vaandeldrager van de cultuur, maar is een van de genres die met jazz en wereldmuziek in de schaduw van de popmuziek (wat aantallen betreft) hun bestaansrecht verdedigen. En binnen de klassieke muziek is het klassiek-romantische symfonieorkest niet meer de top van het establishment, maar een van de specialisaties, naast ensembles voor nieuwe, oude en niet-westerse muziek.

Niet in de laatste plaats is ook de luisteraar veranderd. Hij heeft minder vrije tijd, maar des te meer keuzemogelijkheden. Van een trouwe abonnementganger is hij een amusementhopper geworden, die per keer beslist waar hij naar toe gaat, en dat loopt uiteen van een Beethovenstrijkkwartet tot een Joop van den Ende-musical.

Een andere tendens, onder meer door het Sociaal en Cultureel Planbureau gesignaleerd, is dat jongeren niet meer automatisch klassieke muziek gaan waarderen als ze ouder worden. Ze blijven trouw aan de muziek van hun jeugd en de daarbijbehorende levensstijl. Jonge rockers worden gewoon oude rockers. Zoals commissievoorzitter Hierck zelf ondervond: 'Als je vroeger in een crematorium kwam, hoorde je het Adagio van Albinoni en nu hoor je de Rolling Stones.'

Het orkest móet moderniseren, is de conclusie van de commissie, anders vindt het geen aansluiting bij de huidige maatschappelijke ontwikkelingen en dreigt het te verworden tot een muzikaal museum in de marge van het muziekleven. De aanbevelingen die worden gedaan lopen uiteen van een strakkere presentatie tot een composer-in-residence, een gezamenlijk educatief programma en de flexibele musicus met een breed takenpakket. Het orkest kortom als een efficiënt bedrijf, met multi-inzetbare, en wanneer nodig ook inwisselbare deeltijdmusici.

Inderdaad, steeds meer orkestmusici werken parttime: bij de meeste orkesten eenderde tot de helft van het totale musicibestand. Er zijn ook musici die heel bewust uit de symfonische orkestwereld stappen en zich toeleggen op de ensemblecultuur, zoals Bart Schneemann. De eerste hoboïst van het Rotterdams Philharmonisch Orkest, tevens drijvende kracht van het hernieuwde Nederlands Blazers Ensemble, besloot enkele jaren terug tot groot verdriet van dirigent Valeri Gergjev het orkest te verlaten.

Schneemann: 'Ik heb nooit met tegenzin in het orkest gespeeld, maar als ik voor mezelf spreek, vond ik het op den duur te beperkt. Dat wilde ik niet tot mijn 65ste doen, dan loop je tegen de lamp, in creatieve zin, maar ook in de psychologie van het orkest.' Bij een orkest is hoe dan ook toch altijd sprake van eenrichtingsverkeer: de dirigent beslist, de musici doen wat hij zegt. De kloof tussen de leidinggevenden en de musici is groot. Bij een goed ensemble draagt iedereen meer eigen verantwoordelijkheid. In dat opzicht is het alleen maar verstandig om orkest- en ensemblewerk te variëren.

Betekent dat nou ook dat je zomaar van een orkest een pool met flexibel inzetbare musici kunt maken? Een orkest is van oudsher ook een soort beest, met een ziel en een hart en een identiteit die zich uit in een onvervreemdbaar eigen klank- en speelcultuur. 'Ik ben een beetje af van het idee dat het bij een orkest om die klankkleur draait', aldus commissie-lid Visser. 'Als je naar die grote jeugdorkesten kijkt die Abbado dirigeert, dat zijn vaak ad hoc zomerensembles. Binnen de kortste tijd spelen die de sterren van de hemel.'

Volgens Schneemann is, wanneer er geen goede plannen worden gemaakt waarbij de musici zelf ook betrokken zijn, een flexibele kern al heel gauw een zielloze schil. En parttime musici komen er bijvoorbeeld bij het Koninklijk Concertgebouw niet in. 'Al is daar ook discussie over', erkent adjunct-directeur Sjoerd van den Berg. 'Maar het kan niet dat je een Bruckner 3 repeteert en je herneemt die een paar maanden later op tournee en er zitten mensen bij die niet bij de repetities waren.'

Rob Overman, directeur van het Rotterdams Philharmonisch Orkest, heeft zich er aanvankelijk nog tegen verzet, want een orkest is toch het beste met fulltime krachten. Maar de laatste jaren is hij daar toch soepeler in geworden. 'Jonge mensen zijn heel zelfbewust, ze weten wat ze willen en ze zijn gehecht aan de ensemblepraktijk.'

'Je moet je neerleggen bij de realiteit van de arbeidsmarkt omdat je anders geen vacatures kunt vervullen', bevestigt Ben Jansen, directeur van het Muziekcentrum voor de Omroep. En als je twee aanvoerders hebt die elkaar in een goed schema afwisselen, dan gaat het nog wel, maar heb je twintig mensen voor tien tuttiplaatsen, dan is je orkest een 'doorgangsleger'.

En dat is de dood in de pot, vindt Schneemann. 'Wat je als musicus motiveert, is dat je met een groep je eigen klank maakt. Dan krijg je ook coherentie en kwaliteit in het orkest en dan klaag je ook niet als je een uur langer in de bus zit dan de CAO voorschrijft. Maar dat lukt nooit in een duiventil waar je de ene week naast díe en de andere week naast díe zit.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.