Reportage De Mosselman verdwijnt

De Mosselman knokt om de familietraditie overeind te houden: ‘Er bestaat niet zoiets als een mosselkwekersschool’

De mosselvisserij is een ambachtelijk vak, overgedragen van vader op zoon. Maar sinds er noodgedwongen duurzaam moet worden gevist, is alles anders. ‘We moeten opeens gaan ondernemen. En dat is duur.’

Cees Otte met zijn vrouw Miranda en kleinzoon Levano aan boord van de BRU14, een familiebedrijf uit het Zeeuwse Bruinisse. Foto John van Hamond

Met een paar stevige rukken takelt Cees Otte (47) een mand vol sierlijke zwarte schelpen omhoog. Zijn favoriete snack voor tijdens de lange dagen op zee. Met een mesje opent hij een mossel en reikt de lichtroze vrucht aan. ‘Kun je zo eten’, zegt hij. ‘Puur natuur.’

Mosselkweker Otte is dagelijks op de BRU14 te vinden. De naar stookolie geurende kotter, 36 meter lang en 7 meter breed, is zijn tweede huis. Nu het mosselseizoen is geopend, maakt hij lange dagen. Dag en nacht lopen in elkaar over.

De BRU14 is een echt familiebedrijf. Opa Cees richtte het begin vorige eeuw op. 
Zoon Stoffel volgde hem op, maar kwam door een tragisch ongeluk met een sportvliegtuig om het leven. Zoon Cees kwam er alleen voor staan. Samen met zijn neef breidde hij het bedrijf verder uit. In zijn achterhoofd de adviezen die zijn vader - ‘ik was altijd zijn knechtje’ - hem in zijn jonge jaren meegaf. 

Opvolger

Een volgende opvolger is al gevonden in de 18-jarige Melvin, de oudste zoon van Cees. Zijn toekomst is onzeker. Eenderde van de mosselbedrijven verkeert in zwaar weer, staat in een rapport dat de Wageningen Universiteit in april van dit jaar publiceerdeDe hoofdreden: mosselvissers moeten duurzamer te werk gaan.

Cees Otte (links) met zoon Melvin, zijn beoogde opvolger, aan boord van de BRU 14. Foto John van Hamond

Natuurorganisaties dwongen in 2006 met succes bij de Raad van State af dat mosselvissers nog maar beperkt mosselzaad, de grondstof van mosselen, mochten opvissen uit de Waddenzee. De traditionele bodemvisserij zou volgens hun standpunt schade berokkenen aan de natuur.

Om de sector van een ondergang te redden, schoven mosselkwekers met de overheid en natuurorganisaties aan tafel. Twee jaar na de uitspraak was er een akkoord: het mosselconvenant. Daarin werd afgesproken dat de traditionele bodemvisserij stapsgewijs zou plaatsmaken voor een duurzamere vorm van visserij.

Mosselzaad zou voortaan met behulp van mosselzaadinvanginstallaties (mzi’s) worden ingevangen. Deze mzi’s bestaan uit netten met een lengte van 110 meter die via palen of boeien op hun plek worden gehouden. De mossellarven, die in het voorjaar in het water drijven, vestigen zich op het net en worden in de maanden juli en augustus geoogst. Het zaad wordt vervolgens uitgezaaid op bodempercelen, waar het binnen twee jaar uitgroeit tot volwaardige consumptiemosselen.

Echtgenoot Miranda toont mosselzaad naast een volwaardige consumptiemossel. Foto John van Hamond

Nieuw hoofdstuk

Voor Cees Otte en zijn collega’s begon een nieuw hoofdstuk in hun carrière. ‘De mosselvisserij is van oorsprong een ambachtelijk vak’, zegt Otte. ‘Je leerde het van je vader. Er bestaat niet zoiets als een mosselkwekersschool. Door het convenant worden we opeens geacht om te ondernemen. We moeten met de bank praten en investeren.’

Otte schafte acht mzi’s aan en heeft er nu twintig, wat hem een middelgroot bedrijf maakt. De BRU 14 moest worden aangepast voor haar nieuwe taak en Otte zag zich gedwongen een loods aan de wal te huren om al het nieuwe materiaal in op te slaan. Een heftruck werd aangeschaft om het te verplaatsen. Beraamde investeringskosten: een miljoen.

Als klein bedrijf dreigde Otte opgeslokt te worden door te markt, maar door in 2016 een deel van een ander mosselkweekbedrijf over te nemen wist hij het hoofd boven water te houden. ‘Daar ben ik best trots op’, zegt hij zichtbaar verlegen. 

De nieuwe werkwijze is intensief. ‘Er zit geen ontspannen periode meer bij. Het is altijd volle bak er tegenaan.’ Om alles te kunnen bolwerken, heeft hij een nieuw personeelslid ingehuurd.

Meer mosselen

Met dank aan de mzi’s worden er meer mosselen gekweekt. ‘Maar de vraag is niet oneindig’, zegt Hans van Oostenbrugge, visserij-econoom aan de Wageningen Universiteit. ‘Dus met een hogere productie is de prijs lager geworden. Vooral bedrijven die financieel niet ruim in hun jasje zitten en flink hebben geïnvesteerd in de mzi’s, zijn hier nu de dupe van.’

In Bruinisse, van oorsprong een mosseldorp, vertaalt dit zich in een uitdunnende vloot. Die bestond in zijn gloriejaren omstreeks 1902 nog uit 153 kotters. Nu zijn het er nog 16. Hun blauwe rompen deinen in de haven mee op de rimpelingen van de Oosterschelde. De imposante masten torenen hoog boven de dijk uit. Op de wal houden mosselvissers een praatje met elkaar. Het is een hechte wereld, waarin lief en leed wordt gedeeld.

Het streven is dat al het mosselzaad in 2020 via mzi's wordt ingevangen. Een iets te ambitieuze planning, zo blijkt uit het rapport van de Wageningen Universiteit. 92 procent van de mosselvissers is nog altijd afhankelijk van bodemvisserij. Slechts 7 procent van de mosselvissers denkt dat zij hun bedrijf rendabel kunnen houden met mzi’s.

Is de traditionele mosselvisser een uitstervend beroep? Econoom Hans van Oostenbrugge denkt van niet. ‘Er blijft een behoorlijke markt voor mosselen. Als er minder mosselen worden geweekt of de markt groter wordt, dan is er wel degelijk plek voor een rendabele sector.’

Cees Otte geeft in ieder geval niet op. De liefde voor zijn vak is groot. ‘De maan, de sterretjes, de zon, de zee. Het is prachtig om onderdeel van de natuur te zijn. Iedere keer is het weer een andere film’, zegt hij aan de keukentafel van zijn woning in Bruinisse – op loopafstand van de haven.

Zijn vrouw Miranda, met wie hij een samengesteld gezin heeft van vijf kinderen en een kleinkind, tovert wat boekjes op tafel waarin de rijke geschiedenis van de ‘Bruse’ vloot wordt beschreven. Er staat een foto in van opa Cees met de BRU 14. ‘Weet je wat het is’, zegt Otte. ‘Mijn vader en voorgangers hebben ook gevochten voor hun voortbestaan. Dat maakt je zo trots dat je door wil.’  

De Mossel Compagnie

Van oudsher bieden vissers hun mosselen aan op de veiling in Yerseke, waar vraag en aanbod samenkomen. Maar de markt verandert. Handelaren weten de veiling handig te omzeilen door direct aan retailers en supermarkten te verkopen. Om prijs en aanbod weer in balans te brengen, hebben 52 van de 88 Nederlandse mosselbedrijven zich in mei van dit jaar verenigd in de Mossel Compagnie. Ze bieden hun product aan via monsters op de veiling en gaan de mosselen pas opvissen als er een deal is beklonken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.