De moslimvrouw zal de barbarij weerstaan

Wereldwijd heerst er verontwaardiging over de voorgenomen steniging van de Iraanse Sakineh Ashtiani wegens overspel. Is er een verband tussen de islam en deze executie, en de schending van vrouwenrechten?...

Vorige week zaterdag, tussen twee en drie uur in de middag, stond ik op het Beursplein in Amsterdam te demonstreren. Het was aardig weer, op het terras van het Beursgebouw zaten mensen in het zonnetje achter een consumptie.

Het was een, in al z’n geïmproviseerde onbeholpenheid, sympathieke betoging. Als podium voor de spreekster, Nahed Selim, werden twee toevallig rondslingerende pallets op elkaar gelegd, aanvankelijk moest zij het stellen zonder microfoon, en de man met de actieposters kwam drie kwartier te laat.

Er waren hooguit honderd mensen komen opdagen, 130 als de jonge Urker vissers – gouden hanger in het linkeroor, opgeschoren nekkies – worden meegeteld die in Amsterdam waren ‘om een tattootje te zetten’, zoals ze zeiden. Een beetje balorig brullend waren ze komen aanlopen vanaf het Damrak, nieuwsgierig naar wat er op het pleintje gaande was.

Hoe stoer en druistig ze ook waren, over de jongens daalde een eerbiedige stilte neer toen ze vernamen wat de reden was van de betoging: de dreigende steniging in Iran van Sakineh Mohammadi Ashtiani. Deze 43-jarige weduwe zit sinds 2006 gevangen, en te vrezen valt dat zij haar cel slechts zal verlaten om te worden gedood door steniging. Dat wil zeggen dat zij zal worden ingegraven tot haar schouders, waarna een groep genadige beulen haar net zo lang zal bekogelen met stenen tot zij sterft. Niet te snel achter elkaar en niet met al te grote stenen, want de dood moet pijnlijk zijn, en langzaam.

Het misdrijf van Sakineh Ashtiani: buitenechtelijke seks, of zina, zoals dat heet in de sharia, de islamitische wet. Zij zou een verhouding hebben gehad met twee mannen, overigens na de dood van haar echtgenoot.

De zaak heeft wereldwijd tot verontwaardiging en protesten geleid. Jaarlijks worden, van Texas tot Shanghai, duizenden veroordeelden geëxecuteerd, maar toch springt de zaak van de Iraanse er uit: vanwege de aard van het delict, en vanwege de perverse, gruwelijke wijze van tenuitvoerlegging van de straf.

Geert Wilders
Reden genoeg om even de trein te pakken en naar het Beursplein te wandelen, op een zonnige zaterdag in augustus. Niet als verslaggever dit keer, maar gewoon als burger. Dus daar stond ik, samen met andere gewone burgers, in afwachting van waar het gesleep met de pallets toe zou leiden.

Gaandeweg begon ik me toch een beetje ongemakkelijk te voelen. Uit het gesprek van het groepje mensen pal naast mij maakte ik op dat het voor een deel van de aanwezigen ons-kent-ons was. ‘Ons’, dat was in dit geval het circuit van islambashers dat de afgelopen jaren prominent meezong in het publieke debat. En jawel, nu herkende ik diverse gezichten, bekende namen uit het kringetje werden familiair bij de voornaam genoemd, en ik hoorde hoe vergenoegd werd vastgesteld dat een bevriende columniste de tegenstanders van Geert Wilders binnen het CDA daags tevoren weer onder uit de zak had gegeven.

Mijn hemel, dacht ik, waar ben ik beland? Op bijeenkomsten over geweld tegen vrouwen in niet-moslimlanden – de massale verkrachtingen in Congo bijvoorbeeld – ben ik deze mensen nooit tegengekomen. Is dit wel een demonstratie tegen steniging? Of eigenlijk een demonstratie tegen de islam? Achter me ging een spandoek ‘Tegen de islamisering’ de hoogte in, de lijfspreuk van de PVV. Ook dat nog.

Ik wierp de twijfel snel van me af. Met de demonstratie op zich was niets mis, en ach, ieder heeft zo zijn eigen overwegingen om aan een betoging deel te nemen. Op maandagochtend stond op de voorpagina van mijn eigen linkse krant een prachtig groot fotoblok van de demonstraties in diverse steden voor Sakineh Ashtiani. Daar kon ik alleen maar trots op zijn.

Toch bleef de vraag als een bromvlieg over het Beursplein zoemen: wat is het verband tussen de islam en steniging? En wat is, breder gesproken, het verband tussen de islam en schending van vrouwenrechten?

Koran
Het antwoord op de eerste vraag is op papier eenvoudig: dat verband is er niet. Steniging als straf komt in de Koran niet voor, ook niet voor zina. Gezaghebbende moslimgeestelijken wijzen steniging af. In de islamitische wereld wordt steniging over het algemeen niet toegepast.

In vroeger eeuwen was de barbaarse praktijk heel gewoon. De oude Grieken deden eraan, ook bij overspel. De Joodse wet kent een historische traditie van steniging. In de Bijbel wordt flink wat afgestenigd. In de Koran dus niet; daarom is het merkwaardig dat steniging vandaag de dag alleen voorkomt in enkele islamitische landen.

Meldingen van de straf komen uit Saoedi-Arabië, Soedan en Iran. Ook in de anarchie van Somalië vinden stenigingen plaats. Twee weken geleden werd in het noorden van Afghanistan een ‘wilde’ steniging gemeld, mogelijk uitgevoerd door de Taliban. In het noorden van Nigeria zijn straffen uitgesproken, maar nooit uitgevoerd.

Het zijn anno 2010 dus alleen moslims die stenigen, en altijd beroepen rechters en beulen zich op de sharia. Op zijn minst kan worden vastgesteld dat het moslimfundamentalisme tot zulke uitwassen kan leiden. Maar uitwassen blijven het. Om de barbaarse praktijk in te zetten als argumentatief wapen in de oorlog tussen ‘de beschaafde wereld’ en ‘de islam’, die volgens sommige van mijn medebetogers gaande is, gaat alle perken te buiten.

Dan het verband tussen de islam en het schenden van vrouwenrechten. Zo’n verband bestaat wel degelijk. Ik kan dat met enig gezag beweren, als auteur van het deze week verschenen boek Baas in eigen boerka, over vrouwen in de islamitische wereld. Op mijn reportagereizen trof ik het maar al te vaak aan: een door en door conservatieve, patriarchale cultuur waarin mannen het heertje zijn.

Maar wordt de maatschappelijke positie van vrouwen in de islamitische wereld bepaald door de religie? Nee, althans niet in de eerste plaats. Daarvoor zijn de verschillen tussen de moslimlanden – van Indonesië tot Senegal, van Afghanistan tot Turkije – te groot, en daarvoor zag ik er te veel dynamiek.

Overal veroveren meisjes en vrouwen het onderwijs. Bijna overal is het kindertal hard aan het dalen, soms al tot Noord-Europees niveau. De jonge vrouwen van nu staan anders, sterker, in het leven dan hun moeders en grootmoeders. Vrouwen wrikken de glazen toegangsdeur van de arbeidsmarkt open. Vrouwen zetten hun hakken in het zand en organiseren zich.

Het zijn economische, politieke, demografische en culturele factoren die de maatschappelijke positie van vrouwen in de islamitische wereld bepalen. Van die factoren is de godsdienst er één, niet meer en niet minder.

Als samenlevingen veranderen en als vrouwen emanciperen, zal de religie moeten volgen. Dát is de volgorde, niet andersom. De islam zal zich aanpassen aan de groeiende ongehoorzaamheid van het vrouwvolk.

Nieuwe middenklasse
Mijn nuchtere, sociaal-economische benadering vind ik terug in het boek The Rise of Islamic Capitalism van Vali Nasr. Deze geboren Iraniër is een nieuwe ster aan het Amerikaans intellectuele firmament. Hij doceert aan Harvard en Tufts, is medewerker van de Council on Foreign Relations, adviseerde de regering-Bush over Irak en de regering-Obama over Iran.

De ondertitel van het boek luidt Why the new muslim middle class is the key to defeating extremism. Overtuigend voert Nasr aan dat in grote delen van de islamitische wereld een nieuwe middenklasse opstaat. Deze ambitieuze lieden genereren welvaart en hebben belang bij vrije markten, internationale handel, globalisering, democratie en religieuze gematigdheid.

Op hetzelfde maatschappelijk middenveld opereren de eigenwijze en strijdbare moslimvrouwen die ik overal ontmoette, van islamitisch feministen in Indonesië tot fabrieksarbeidsters in Bangladesh. Van singer-songwriter Ruba Saqr in Amman tot Zarghona Walizada, een ongelooflijke 38-jarige weduwe die de baas is van een van de grootste vrachtvervoersbedrijven van Afghanistan.

De pogingen in het verleden in het Midden-Oosten tot autoritaire, seculiere, elitaire modernisering, door Nasr samengevat onder de noemer ‘kemalisme’ (naar Kemal Atatürk), hebben gefaald. Ook voor de massa van vrouwen heeft, zo kon ik vaststellen, het ‘staatsfeminisme’ uiteindelijk weinig opgeleverd.

Het mislukte kemalisme van sjah Reza Pahlavi bracht dertig jaar geleden de revolutie van Khomeini voort. Interessant is hoe juist in het complexe, verwarrende Iran van de ayatollah’s een volwassen civil society is ontstaan. Vrouwen lopen voorop in de democratische beweging: we hebben het allemaal kunnen zien op de beelden van de massale demonstraties in Teheran, het afgelopen jaar. Groene hoofddoekjes domineerden de massa.

‘Het verhaal van Iran de afgelopen tien jaar’, schrijft Vali Nasr, ‘ging vooral over de pogingen van de klerikale elite om de groeiende macht in te tomen van dezelfde middenklasse die in de hele regio aan het opkomen is.’

Het zijn, kortom, de Iraanse burgers zelf die een eind zullen maken aan de barbarij waarvan Sakineh Mohammadi Ashtiani nu het slachtoffer dreigt te worden.

En o ja: bijna alle Iraniërs zijn moslim.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden