De moraal van het verleden

Vaderlandse geschiedenis was lange tijd verdacht, omdat zij slechts tot nationalisme zou aanzetten. Maar het historische verhaal met een moraal is weer helemaal terug....

Wij hebben een historicus als minister-president, leven in de week van de geschiedenis en het volk zoekt naarstig naar de grootste Nederlander aller tijden. Spreken Erasmus en Willem van Oranje weer tot de verbeelding? Komen de historische plekken opnieuw tot leven?

Ik ga naar Dokkum waar Bonifatius is vermoord en lees in de VVV-brochure, Man met een missie: 'De Nederlandse geschiedenis begint op woensdag 5 juni 754. Dit is namelijk de eerste datum die ooit is vastgelegd.' Van zo'n opmerking zal Claudius Civilis te Nijmegen knarsetanden, schudden de Hunnebedden op hun grondvesten.

Je moet maar durven, maar de bloedige moord op Bonifatius die de Friezen precies 1250 jaar geleden kwam bekeren, blijft een spannend verhaal over de kerstening van ons land. Een verhaal van moed en overtuiging. Maar werd Bonifatius om zijn geloof vermoord, of was het een ordinaire roofmoord? Hijzelf was ook geen zachtzinnig mens, het christendom heeft hij er ingeramd. Dokkum is een meditatie waard.

Brielle, verscholen achter de olieraffinaderijen in de Maasvlakte zal zijn Watergeuzen nooit vergeten. Ieder jaar weer wordt in naam van Oranje op 1 april de inname van Den Briel in 1572 groots herdacht in een historisch spel. 'Het enthousiasme neemt alleen maar toe. Maar om te spreken van een opleving van historisch besef nee, dat geloof ik niet. Er is niet het gevoel dat hier de kiem van het vaderland is gezaaid', zegt Ernst van de Weghe, de gemeentevoorlichter en schrijver van geuzenliederen. 'Zal de Slag om Arnhem ook als een kostuumstuk worden voortleven als de laatste veteranen zijn overleden? En wat wordt dan het thema? Vrijheid, moed, volharding?'

We wandelden door het oude stadje dat 'te arm was om oude huizen te slopen'. Aan de haven staat het vriendelijke beeld van Coppestock, de veerman, die de watergeuzen in opstand tegen de Spaanse tirannie aan land bracht. Het beeld is als teken van Europese verzoening door de Spaanse ambassadeur onthuld. Maar de Nimf, het offici herdenkingsbeeld uit 1872, het derde eeuwfeest, wordt overgeslagen. Jammer, want de Nimf, verrijzend uit de zee en wapperend met de prinsenvlag, is een romantisch symbool uit de tijd dat Nederland evenals andere Europese landen met standbeelden en geschriften aan herohe natievorming deed. De protestanten hadden liever een beeld van een zeeheld of watergeus gewild, maar dat vonden de katholieken te gortig. Zij herinnerden zich de martelaren van Gorcum die door de watergeuzen waren opgehangen. De dichter P.C. Hooft zou schrijven dat de beulen oren, neus en mannelijkheid hadden afgesneden en op hun hoed gestoken. Zo paradeerden zij door de straten van Den Briel.

De Nimf werd een voorbeeldig compromis in de geest van de onderwijswet van 1857: Vaderlandse geschiedenis was bedoeld 'om vaderlandsliefde op te roepen als bestanddeel der nationale opvoedingen'. Het nationalisme was overal in Europa tot ideologie verheven. Een eeuw later, na de verschrikkingen van de twee wereldoorlogen, werd het nationalisme gezien als het grote kwaad.

Vaderlandse geschiedenis werd verdacht, lesuren geschrapt en de geschiedenisplaten van Isings verdwenen uit de klaslokalen. De afbraak van het glorieus verleden verliep hier sneller en radicaler dan elders, zoals Nederland ook radicaler van behoudend en gezagsgetrouw vrijgevochten en progressief werd. In het Gidsland Nederland wogen gewetenswroeging en schuldgevoelens zwaar. Met de slavenhandel en koloniaal verleden weten we nog steeds niet goed raad. Maar laten we niet vergeten dat de grote Huizinga al vde oorlog sprak over 'een relatief geringe neiging tot nationale zelfverheerlijking die samengaat met een zekere aandrang tot nationale zelfverguizing.'

Het leek het veiligste de jeugd zo weinig mogelijk met geschiedenis te belasten en zeker niet te proberen om in het verleden iets van eigen cultuur en identiteit te ontdekken; laat staan morele kracht op te doen. De Nederlander was er trots op niet trots op zijn verleden te zijn. Hij was bescheiden en zeker van zijn zaak. Het leek zijn grote kracht. Dat anderen het gebrek aan zelfreflectie zagen als een uiting van zelfgenoegzaamheid en zelfs hypocrisie lijkt pas de laatste jaren door te dringen. Twijfel en onzekerheid slaan toe en het land dat niet van helden houdt zoekt weer naar lichtende voorbeelden, zelfs de zeeheld Michiel de Ruyter is gerehabiliteerd. Of moeten we het niet zo serieus nemen en beseffen dat geschiedenis ontspanning en vermaak is geworden; thuishoort bij Meta de Vries en Lekker weg in eigen land?

Ik ga naar Slot Loevestein, waar Hugo de Groot in 1621 in een boekenkist ontsnapte en nu jonggeliefden in het huwelijksbootje stappen. Bij de slotbrug worden bruidsfoto's gemaakt. Na dit oponthoud sluit ik mij aan bij een bedrijfsuitje. Ik bof, onze gids, de jonge historicus Wilbert Valle die lijkt op Jamie Oliver, vertelt met verve over de gedurfde ontsnapping, prijst de koelbloedigheid van echtgenote Maria van Reijgersbergh, die volgens Vondel 'duysend mannen t'erg' was en slaagt er ook nog in de de geniale Hugo de Groot, de grondlegger van het Volkerenrecht, te plaatsen in zijn tijd: de Tachtigjarige Oorlog en de godsdiensttwisten waarbij prins Maurits, de zoon van Willem van Oranje, zijn oude leermeester Johan van Oldenbarnevelt liet onthoofden en diens vriend Hugo de Groot opsluiten. 'Veel kinderen weten niet wie Willem van Oranje is, hebben geen benul van de Opstand. Ik vind dat ze dat moeten weten. Kinderen zijn echt geeresseerd, als je ze maar boeiende verhalen vertelt. Een moeder schreef me dat haar zoon zo enthousiast was geweest dat ze met hem naar Delft moest, naar de plek op de trap in het Prinsenhof waar Willem van Oranje was vermoord. Ik hoop mensen wat trotser op hun land te maken. Als ze van mij leren wie Willem van Oranje en Hugo de Groot zijn, mogen ze de rest vergeten.'

'Trots? Ik zou liever van dankbaarheid willen spreken. Ik ben niet trots, maar dankbaar in dit land te zijn geschapen', zegt A. Th. van Deursen, emeritus hoogleraar geschiedenis, en schrijver van De last van veel geluk en Het kopergeld van de zeventiende eeuw. 'Geschiedenis gaat over liefde voor de medemens. Liefde houdt niet op bij de dood. Daarom moet aandacht voor het verleden blijven bestaan; niet omdat je er beter van wordt. Als dat toch gebeurt, is het mooi meegenomen.

'Kinderen hebben helden nodig, daar moet je niet benauwd voor zijn. Op de basischool hoef je geen nuances te leggen, dat komt later. Op Willem van Oranje is zeker het een en ander af te dingen. Hij was een opportunist, maar ook al vergat hij het eigenbelang niet uit het oog, het bleef ondergeschikt aan de grote zaak, er stond iets op het spel.'

Bij De Opstand tegen de Spanjaarden speelde godsdienst een grote rol. De Reformatie kwam volgens Van Deursen niet voort uit de misstanden in de kerk. Het had er mee te maken, maar belangrijker was dat er nieuwe ideeontstonden over de relatie tussen God en mens, over hoe de mens zijn heil bereikt. 'Maar hoe moet je dat uitleggen aan kinderen die zonder godsdienst zijn opgevoed? Straks zullen alleen moslimkinderen het kunnen begrijpen. Omgekeerd zal het veel meer tijd vergen om moslimkinderen te vertellen wat de vrouwenemancipatie en de seksuele revolutie behelzen.'

De moord op de gebroeders De Witt in het Rampjaar 1672 was volgens Van Deursen, 'een duivelse streek', een absoluut kwaad. Dat wist iedereen. Maar vermoedelijk had Jan Pieterszoon Coen die met geweld en uitroeiing Indieroverde geen gewetenswroeging. 'De morele aspecten zijn moeilijk te doorgronden', zegt Van Deursen. 'Er waren in de zeventiende eeuw wel degelijk protesten tegen slavenhandel, een dominee in Middelburg gaf de slavenhandelaren er flink van langs, maar hij kreeg geen weerklank. Slavenhandel bestond nu eenmaal en de handelaren zeiden: als wij het niet doen, doen anderen het. Dus is het beter als wer iets op verdienen.'

Ik ga naar het Slavernijmonument in het Amsterdamse Oosterpark. Veel bekijks heeft het niet. Op een bankje drinkt een oude Surinamer droevig zijn zoveelste blikje bier. 'Ja', zegt Paul Scheffer, betrokken bij de oprichting van het Slavernijmonument, 'Veel van onze geschiedenis is niet glorieus. De slavenhandel was niet mooi, de tolerantie was eerder pragmatisch dan ideologisch, internationaal recht kwam voort uit eigenbelang. De geschiedenis van onze beschaving is er een van vallen en opstaan. We moeten de mooie verhalen vertellen, maar ook de schurkenverhalen. Niet alleen over Anne Frank, maar ook over kapitein Westerling die tijdens de politionele acties in Indonesioordde en brandschatte. Zelfkritiek is onze kracht. We moeten ons met behulp van die verhalen bewust blijven van de kwetsbaarheid van de democratie. 'Geschiedenis is te lang verwaarloosd, het onderwijs is om te huilen zo slecht. Wij brengen niet onder woorden wat onze samenleving bijeenhoudt. Een land dat zichzelf verloochent heeft ook nieuwkomers weinig te bieden. Zij vallen in een gat, een grote leegte. Het is noodzakelijk dat allochtonen deelgenoot worden van het collectief geheugen. Natuurlijk moeten zij weten wat de Tweede Oorlog heeft betekend. Waarom hebben wij geen museum voor eigentijdse geschiedenis, zoals Haus der Geschichte in Duitsland?'

Hans Blom, directeur van het Nationaal Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD), pleit voor herstel van een historische canon, een gemeenschappelijk verhaal. Dat verhaal zal steeds accenten verleggen en je mag het aanvechten. De Tweede Wereldoorlog zal een prominente rol moeten blijven spelen, maar Blom zou het betreuren als alleen die oorlog wordt genomen. 'Bij geschiedenis gaat het er om dat mensen beseffen dat er sprake is van continueit, breuken en nieuwe ontwikelingen.' De grote breuk met het verleden kwam niet met de oorlog, maar pas veel later, eind jaren zestig.

In de eerste naoorlogse jaren van wederopbouw wilde men terug naar de goede oude tijd. Het ging om de volksgemeenschap. Voor individueel oorlogsleed was weinig begrip. Daarna, in de jaren vijftig werd de oorlog gezien in het licht van de Koude Oorlog, de strijd tegen dictatuur. Pas in de jaren zestig en zeventig kwam de grote aandacht voor de jodenvervolging en mensenrechten. Men keek naar de slachtoffers. Het feit dat Anne Frank tot een van de grootste Nederlanders is uitgeroepen toont, volgens Blom, de grote waarde die gehecht wordt aan slachtofferschap.

De Tweede Wereldoorlog die de Tachtigjarige oorlog verving als ijkpunt van goed en fout, heeft in Nederland extra diepe wonden geslagen omdat de Eerste Wereldoorlog aan ons voorbij was gegaan. De Europese eenwording helpt ons, zegt Blom, om de wereldoorlogen te zien als Europese burgeroorlogen. Maar tegelijkertijd met Europese integratie en globalisering ontstaat de wens om nationale en regionale identiteiten te versterken. 'Dit is', zegt Blom, 'geen geborneerd nationaal eigenbelang. De traditie van de natiestaat is nog sterk.'

'Geschiedenisonderwijs', aldus Blom, 'heeft, in tegenstelling tot wetenschappelijk onderzoek, morele doeleinden. Vroeger was het vaderlandsliefde, nu beschouw ik geschiedenis als bijdrage aan burgerschap, menselijke waardigheid, democratie en beschaving.'

Op het Binnenhof, de bakermat van de vaderlandse democratie, zegt Jan Marijnissen: 'De verhalen van onze beschaving worden niet meer verteld. In Duitsland gaan vijf miljoen kinderen per jaar naar het Haus der Geschichte, het geesteskind van Helmut Kohl dat de naoorlogse geschiedenis van Duitsland in al zijn aspecten vertelt. En helemaal niet als rechtse propaganda, zoals als links had gevreesd.'

Marijnissen, pleitbezorger van een Huis der Historie, stelt voor om een haring aan de kraam te gaan eten en bij het oversteken van het Binnenhof wijst hij naar de plek waar Johan van Oldenbarnevelt in 1619 werd onthoofd. Vanuit een raam keek prins Maurits onbewogen toe. 'Iedere keer als ik hier loop moet ik daar aan denken.'

De haring smaakt en Marijnissen vertelt dat als kind geschiedenis hem 'geen bal kon schelen'. Maar op de middelbare school sprak zijn leraar zo inspirerend over de Verlichting en Descartes dat hij voorgoed was bekeerd: 'Een volk zonder geschiedenis heeft geen toekomst.' Hij las de beroemde roman over de Eerste Wereldoorlog Geen nieuws van het westelijk front van Erich Maria Remarque. 'Ik was er kapot van. Zo indrukwekkend. De hoofdfiguur die terug ging naar het front met al de gruwelen en verschrikkingen, omdat hij de kameraderie en saamhorigheid in de loopgraven verkoos boven de hypocrisie en het eigenbelang van vrienden en familie veilig thuis.

'Geschiedenis is het verhaal van waarden en normen. Democratie kun je niet begrijpen zonder te vertellen over de mensen die er voor gevochten hebben en soms hun leven gaven. Kinderen moeten die verhalen horen. Ik wil trots kunnen zijn op de verworvenheden van ons land. In 1945 bij wederopbouw van ons land kon alles. We hadden niets, nu hebben we alles en niets kan.'

Roland de Leeuw, directeur van het Rijksmuseum, heeft zijn twijfels over de noodzaak van een Huis der Historie, een nieuw zelfstandig museum. Samen met zes andere musea met een historische collectie heeft hij het Netwerk Nationaal Historisch Museum opgericht, dat zich via internet en reizende tentoonstellingen op de jeugd wil richten. 'Je kunt niet alles meer alleen doen. Het Amsterdams Historisch Museum is beter dan wij geipeerd om Aletta Jacobs en de vrouwenemancipatie te belichten.' Het Rijksmuseum, wegens verbouwing gedeeltelijk gesloten, zal weer een museum van geschiedenis en kunst worden. De kunstverzameling zal in historische context geplaatst worden, zodat de afdeling vaderlandse geschiedenis, decennia lang het stiefkind, kan worden opgeheven. 'Rembrandt hoort thuis in de Gouden Eeuw. Als Amsterdam niet zo rijk was geweest had hij de Nachtwacht niet geschilderd. Wij vertellen het verhaal niet, maar refereren eraan met het tonen van voorwerpen en schilderijen. Als die boeien zal men het verhaal willen weten. Het gaat ons om besef van tijd en gevoel voor schoonheid.

'Helaas, narigheid is doorgaans niet verzameld. Dat maakt het lastig om een objectief beeld van de slavernij en de zeeoorlogen te geven. We hebben de overwinningen in de aanbieding. Iemand suggereerde een bordje neer te hangen met het advies om voor de verloren zeeslagen naar het Zeevaartmuseum in Greenwich te gaan.'

De twintigste eeuw, vertelt De Leeuw, zal een prominente plaats in het museum krijgen. De geschiedenisafdeling heeft een indrukwekkende verzameling foto's aangelegd van de maatschappelijke veranderingen die na de oorlog in Nederland plaatsvonden.

'Het historisch bewustzijn groeit', zegt Gerard Rooijakkers, hoogleraar etnologie aan de UvA, 'maar de historische kennis neemt af. Het evenwicht is zoek.' Meer feitenkennis is onontbeerlijk. Rooijakkers gelooft in het grote verhaal, the grand narrative en zegt: 'Het is vloeken in de kerk, maar durf clichte gebruiken, Friese stijfkoppen, Bourgondische Brabanders. Daarna moet je die verhalen kantelen en vragen of die mythes en stereotypen nog gelden, en wie er baat bij heeft ze in stand te houden. Geef kinderen hun helden en idolen, maar praat ook over de verliezers van toen en nu.'

De nieuwe media dwingen tot het ontwikkelen van nieuwe verteltechnieken. 'We weten wat zappen is: durf te springen, zolang je het grote verhaal maar in de gaten houdt. Gebruik wat ik ook niet zeggen mag metaforen. En weg met die thematische aanpak. Geschiedenis bestaat dankzij de verbeelding. De grote historici, zoals Huizinga, hebben grote feitenkennis maar nog meer verbeeldingskracht.

'Kinderen moeten leren zich te verwonderen over het verleden. Ze moeten weten wanneer hun ouders en grootouders zijn geboren en hoe zij de kost verdienden. Zo krijg je het gevoel voor tijd en generaties. Geschiedenis is overal om ons heen. Het huis waarin we wonen, de straat, de steden, het landschap, de manier waarop wij lopen, zingen en fluisteren, het is allemaal door het verleden bepaald. Als mijn studenten met andere ogen naar hun omgeving gaan kijken, ben ik tevreden, zijn mijn colleges geslaagd.'

De schrijver en dichter Willem van Toorn noemt het landschap het prentenboek van ons geheugen, de afspiegeling van onze mentaliteit. In de jaren tachtig, toen de Rijkswaterstaat zonder enig gevoel voor historie de dijken in het rivierenlandschap wilde verzwaren, voerde hij felle actie. 'Vroeger waren wij trots op ons land, op onze strijd tegen het water, de Waterlinie, de Afsluitdijk, maar ineens was het afgelopen en werd er gelachen om de Verkadealbums van Jac P Thijsse, die als geen anders zo lyrisch en mooi het Nederlandse landschap heeft beschreven.'

Ik ga naar Neerijnen aan de Waal. In het kroegje aan de dijk wordt gefilmd. Ik raak aan de praat met een jonge Marokkaan, lid van de filmploeg. Hij verbaast zich over de schoonheid van het eeuwenoude Betuwse cultuurlandschap, de dijken, de huizen, de kastelen. 'Ik heb dat nooit geweten', zegt hij en bevestigt de woorden van Van Toorn: Wij hebben de nieuwkomers nooit de verhalen verteld over het land waar zij nu wonen; het land dat wij gemaakt hebben en ons heeft gevormd. Dat was een fundamentele fout. We boden niets, we boden een plek ontdaan van zijn betekenis, zo hielden wij hen op afstand, we sloten hen uit.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden