De moord op Notorious BIG wordt niet uitgediept

Simmons had inmiddels kennis gemaakt met een ambitieuze ex-punk uit New York, Rick Rubin. Die dacht hetzelfde over hiphop als hij: het moest kaal en hard klinken en gewoontjes ogen. Rubin kende een stel New Yorkse punkjongens die ook van hip- hop hielden. Ze noemden zichzelf de Beastie Boys. Rubin kreeg van Simmons alle ruimte nadat hij van Run DMC in 1986 een wereldattractie had gemaakt. Zijn recept was simpel en effectief: hij benutte niet alleen een sample van Aerosmiths Walk This Way, maar liet Run DMC het nummer ook samen met de toen uitgerangeerde hardrockband zingen.


Hoe Simmons en Rubin elkaar en het platenlabel Def Jam vonden, op een moment dat er van een hiphopindustrie nog geen sprake was, wordt in The Big Payback zeer aanstekelijk beschreven. Het verhaal van Simmons, Rubin en Def Jam - een van de vele die in de zesenhalfhonderd pagina's opduiken - is illustratief voor hoe de hiphop in een kleine veertig jaar evolueerde van straatfenomeen tot miljoenenbedrijf.


Typerend voor de hiphopcultuur is daarbij hoe de rollen van artiest en entrepeneur vaak in één personage samenvallen, zie bijvoorbeeld Jay-Z en Sean Combs (alias Puff Daddy, alias Diddy), bij wie de gehaaide zakenman nauwelijks van de bevlogen muzikant valt te onderscheiden. Toch maakt Charnas duidelijk dat het naast lieden als Simmons en Rubin vooral de CEO's van grote platenmaatschappijen waren die de grootste geldstromen in het genre hebben gegenereerd.


Zonder de lezer met cijfers om de oren te slaan, heeft Charnas met The Big Payback een boek geschreven dat zich kan meten met Fredric Dannens Hit Men uit 1990. In dat nog altijd niet overtroffen 'industrieboek' ontwarde Dannen feilloos de kluwen van verbindingen en deals die artiesten, platenfirma's en mediaconglomeraten in de jaren zeventig en tachtig verbonden.


Iets dergelijks doet Charnas hier. In bijna alle verhalen valt hetzelfde patroon te herkennen: twee of meer avonturiers met verschillende achtergronden proberen samen iets nieuws, beleven ondanks hun gebrek aan expertise een financieel succes, en belanden uiteindelijk bij de grote bestaande firma's waar ze eerst van harte tegenaan schopten.


Mooi is het verhaal achter de Wu Tang Clan, een van de belangrijkste rapcrews van de jaren negentig. Het begint bij twee neven die vanuit Long Island hun crew bij elkaar zoeken en naam maken als The RZA en The GZA. Opnieuw is het minder de muziek die Charnas fascineert dan de manier waarop de Clan platenmaatschappijen tegen elkaar uitspeelt en op eigen houtje een nieuw businessmodel bedenkt, dat ook met een kledinglijn - Wu Wear - de dollars laat binnenstromen.


Van Sugar Hill Gang tot Jay-Z licht de auteur de zakendossiers door. Enig bezwaar: relevante kleinere labels als Stones Throw, Rawkus en Def Jux laat hij onbesproken, en ook het producersduo Neptunes (met Pharrell Williams) komt niet aan de orde.


Hun namen ontbreken eveneens in het monumentale The Anthology Of Rap, dat door de Amerikaanse academici Adam Bradley en Andrew DuBois is samengesteld. Het is een van de weinige omissies in een uitputtende collectie rap-teksten die begint met Rapper's Delight en eindigt met Kanye West en Lil' Wayne. Ook dit is een boek waar lang op gewacht is. De samenstellers willen met hun bundeling bewijzen dat rapteksten zich net als 'gewone' dichtkunst goed lenen voor analyse en close reading.


Inderdaad blijken de teksten op papier verrassend goed te werken. De ritmische cadans is ook zonder de bijbehorende muziek voelbaar. En ook zonder Eminems stemgeluid ervaar je direct diens taalvirtuositeit, net als bij de in 1997 doodgeschoten kolos The Notorious BIG.


Deze moord, evenals die op 2Pac een half jaar eerder, wordt door Charnas nergens uitgediept. Wat hem interesseert is hoe rappers in korte tijd de status van superster verkregen - en ook consolideerden, zoals Jay-Z nu demonstreert.


Die geschiedenissen zijn los van de aan het genre verbonden moord en doodslag opwindend genoeg, en ze zijn nu voor het eerst goed opgeschreven. En je hoeft de Anthology maar open te slaan om het bewijs te zien dat die sterrenstatus gepast was.


Dan Charnas: The Big Payback - The History Of The Business Of Hip-Hop.


New American Library; 662 pagina's; € 24,95.


ISBN 978 0 451 22929 9.


Adam Bradley en Andrew DuBois (ed.): The Anthology Of Rap.


Yale University Press; 868 pagina's; € 33,-.


ISBN 978 0 300 14190 0.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden