De mooiste vorm van ernst

Campert is bijna 85. Een mooie aanleiding om zijn beste verhalen te bundelen. Bert Wagendorp maakte de selectie en belicht hier het vakmanschap van de jarige.

'Ik heb de wens een verhaal te schrijven', luidde de eerste zin van een column van Remco Campert in het boekenkatern van de Volkskrant in februari 2014. Hij heeft 'een broeierig gevoel' in zijn hoofd, 'waar iets zit dat eruit wil'. Hij kan alleen de eerste zin niet vinden, 'de zin die alles in beweging moet zetten. Een verhaal kan niet zonder eerste zin. Dan weet ik pas welk verhaal ik wil schrijven.'


De methode-Campert in drie zinnen uiteengezet. Met een ogenschijnlijke waarheid als een koe ('Een verhaal kan niet zonder eerste zin') die je niet alleen op de lachspieren werkt, maar ook minder obligaat is dan hij lijkt - Campert heeft 1.001 van zulke zinnetjes geschreven. In de eerste zin ligt het verhaal verborgen. Campert schrijft niet: 'Ik kan de eerste zin niet bedenken.' Hij kan hem niet vinden. Hij broeit in zijn hoofd, maar laat zich nog niet betrappen.


Campert rommelt in een map waarin hij eerste zinnen, verhaalideeën en vage notities heeft verzameld. Het zijn niet de sleutels die Campert zoekt, de deur waarachter zich het verhaal bevindt, is nog gesloten. 'Mijn hoofd blijft broeien. En in dat hoofd duikt een herinnering op. De herinnering aan de vertaling van Marguerite Duras' roman Moderato cantabile die ik alweer dertig jaar geleden maakte (Arbeiderspers, 1984). De tekst staat me niet meer voor de geest, maar de herinnering vonkt iets in me aan en ik begin te schrijven met eerste zin en al.'


Die eerste zin luidt aldus: 'Het was tegen vieren in de middag, toen de deur van het café Le Vieux Port openging.' Er komt meteen een tweede achteraan: 'De wind die van zee kwam vlaagde het café in.' En een derde: 'De man die binnenkwam moest al zijn kracht aanwenden om de deur weer te sluiten.'


Remco Campert is los. Je ziet hem voor je, achter zijn rode Olivetti Valentine-typemachine en zijn bureau met uitzicht op de Amsterdamse Jan Luykenstraat, sigaret in zijn mond, vingers die zijn plotseling geopende geest proberen bij te houden. Met die deur die openging 'gaat ook het verhaal open', schrijft de columnist Campert. We krijgen het verhaal binnen niet al te lange tijd onder ogen, belooft hij.


In interviews wekt Remco Campert graag de indruk niet alleen een beetje lui, maar ook enigszins gemakzuchtig te zijn - en niet al te zeer onder de indruk van zijn eigen talent. Hij is, zei hij in 2010 tegen Pieter Kottman van NRC Handelsblad, gewend aan 'snelle deadlines, snelle tevredenheid'. En: 'Ik doe dingen de deur uit, op een gegeven moment. Zoals het is, moet het dan maar zijn.'


De flierefluiter in zichzelf bestrijdt hij met de gedachte dat flierefluiten zonder dat er iets uit je handen komt weinig zin heeft. Dat heeft in ruim zestig jaar tot een indrukwekkend oeuvre geleid: een lui mens kan hij onmogelijk zijn. De flierefluiters die in zijn verhalen veelvuldig voorkomen, hebben een nijvere rapporteur, bij wie de eeuwige twijfel aan zijn capaciteiten als een extra motor werkt, die ook op hoge leeftijd zelden hapert: 'Ik denk nog altijd: ik moet veel doen, want wat ik gedaan heb, stelt weinig voor.'


Dat is de bescheidenheid van de hogelijk getalenteerde, die wat hij doet zo gemakkelijk afgaat dat hij er zelf het bijzondere niet van kan inzien. Campert heeft zeker verhalen geschreven waaruit 'snelle tevredenheid' spreekt. Maar in het overgrote deel van zijn verhalende oeuvre is een ambachtsman aan het werk, die ogenschijnlijk moeiteloos zinnen die tot de mooiste horen die er in de Nederlandse literatuur zijn geschreven aan elkaar rijgt. Die precies weet welk effect hij wil bereiken en hoe hij dat moet doen en die geen laatste punt zet voor hij is waar hij wil zijn.


Een ernstig man die bestaat in zijn schrijven: hoe zou die gemakzuchtig met zijn gave kunnen omgaan? Remco Campert kan in zijn verhalen buitengewoon grappig zijn en zijn humor is van een in de Nederlandse literatuur zeldzame fijnzinnigheid, maar hij is geen grapjas. In zijn hoofdpersonen herken je de relativerende levenshouding van hun schepper, maar hij is geen mens die het leven niet serieus neemt. De zogenaamde lichtvoetigheid van Campert is diepe ernst in een frivool gewaad, overigens de mooiste vorm van ernst die er bestaat.


Achter in de pocket James Dean en het verdriet, uit 1972, met twee verhalen uit een Ellendige nietsnut en een uit Hoe ik mijn verjaardag vierde staat een mysterieus nawoord van de schrijver, 'i.p.v. een chronologie'. Waarom, vraagt Campert zich af, schrijft hij?


'... als je schreef en op het ogenblik dàt je schreef, schreef je voor jezelf, moeizaam, egocentrisch en gelukkig, zoals je in je kindertijd een bootje liet varen op de vijver. Vaak dreef het terug naar de wal, maar dat deed er niet toe, want dan gaf je het, op je buik in het gras liggend, aan de achtersteven een duw met je hand (je vingers werden aangenaam nat). En een enkele keer zeilde het fier vooruit, precies zoals je bedoeld had. Hoe ver het dan voortzeilde, lag aan de breedte van de vijver of aan de lengte van je touw. Anderen mochten toekijken - als het goedging was dat zelfs wel plezierig - maar je wist dat zij toch iets heel anders zagen en ondergingen dan jij.'


Het is een mooie en zuivere typering van Camperts schrijverschap, van zijn methode. Het speelse jongetje dat in diepe ernst en in volle concentratie en overgave zijn bootje de vijver op stuurt, zonder te weten hoe het vaartochtje zal verlopen.


Waarom schrijft hij? Zodat anderen hem na zijn dood zullen kunnen terugvinden? Zodat hij aan het eind van zijn leven zichzelf zal kunnen terugvinden?


'Waar het voor jou om ging, was de geur van het gras, het zeilen van het bootje, de lengte van je touw, de breedte van de vijver.'


Dat is de kern.

In juli viert Remco Campert zijn 85ste verjaardag.

Ter gelegenheid daarvan verschijnt vandaag Een nacht en een morgen - Een keuze uit de verhalen door Bert Wagendorp.


De Bezige Bij; 427 pagina's; euro17,50.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden