De mond gesnoerd

Dertig jaar na de Decembermoorden moeten Surinaamse journalisten nog altijd op hun woorden passen. De tegenwerking is inmiddels een stuk subtieler geworden.

Veel persconferenties geeft president Desi Bouterse niet. Al te lastige vragen krijgt hij er meestal niet te beantwoorden. Toch wil een radiojournalist weten hoe het zit met de benoeming van zoon Dino Bouterse in de leiding van de Counter Terror Unit (anti-terreureenheid) van de overheid. Geen vreemde vraag, omdat Dino jaren heeft vastgezeten wegens drugssmokkel en wapenhandel. Even is het stil. Dan krijgt de vragensteller een seintje. Of hij na afloop even mee naar achteren kan komen.


Over het onderhoud met de president worden geen mededelingen gedaan. Het gevolg is wel dat de radioman aansluitend niets naar buiten brengt over de kwestie. Nee, hij is niet geïntimideerd, verklaart hij later. Het ging om een vertrouwelijk gesprek onder vier ogen, 'off the record' uiteraard.


Wat precies is besproken, zal niemand ooit te weten komen maar de context laat zich raden. De journalist heeft een vaste baan, spreekt commercials in en duikt regelmatig op om evenementen aan elkaar te praten. Als het zo uitkomt, ook in opdracht van de overheid. Zo'n positie zet je niet op het spel voor dat harde journalistieke verhaal.


Het voorval illustreert de manier waarop de regering-Bouterse omgaat met de pers. Officieel wordt de media niets in de weg gelegd. In de praktijk bedient de overheid zich van uiteenlopende methoden om de informatie onder controle te houden.


Heel ingewikkeld is dat niet: Surinaamse journalisten zijn van nature nogal terughoudend. Een pakkend citaat of een prikkelende kop gaan ze uit de weg. Liever een genuanceerd verhaal dan een kritische beschouwing. Het is niet gebruikelijk verder te kijken dan de informatie die op het bureau ligt. Een persbericht is in principe geschikt voor publicatie; daar ingewikkelde vragen over stellen, betekent alleen maar extra werk.


Veel verslaggevers houden er korte werkdagen op na. Logisch: ze volgen nog een avondopleiding, hebben er een baan naast en moeteneen druk huishouden met een hoop kinderen bestieren. Geen wonder dat stijl, spelling en het checken van informatie er nogal eens bij inschieten. Laat staan dat er tijd overblijft nieuwe feiten boven water te krijgen.


Toch rolt elke ochtend een nieuwe krant van de pers. Op een bevolking van ruim 500 duizend mensen verschijnen vier dagbladen. Er worden dagelijks 80 duizend exemplaren gedrukt, die door verschillende handen gaan. Artikelen worden integraal voorgelezen op de radio, al is het een dag later als het station in het binnenland ligt. Analyse en commentaar komen weinig voor in de krant of in de overige media. Degelijke onderzoeksjournalistiek is al helemaal een zeldzaamheid.


Maar wat mogen we verwachten in een land zonder journalistieke traditie? Waar bovendien de Decembermoorden nog altijd nagalmen. Onder de vijftien slachtoffers in 1982 bevonden zich immers vijf journalisten - radioman en mediaondernemer André Kamperveen meegeteld. En laat de zittende president nou uitgerekend in die zaak de hoofdverdachte zijn.


Het is niet verwonderlijk dat de huidige generatie journalisten goed op haar woorden past en zich de nodige zelfcensuur oplegt. Niet dat hun leven anders gevaar loopt, maar ze moeten niet terugschrikken voor vervelende telefoontjes of insinuerende opmerkingen op straat.


Er zijn ook journalisten die sympathie koesteren voor de regering-Bouterse. Ze hopen, net als een meerderheid van de kiezers, dat het dagelijks leven na tien jaar onder president Ronald Venetiaan eindelijk beter wordt voor de gewone Surinamers.


Daarnaast is het diepe respect voor autoriteiten een kenmerk van de lokale journalistiek. Het stamt nog uit de koloniale tijd, toen de pers klakkeloos de informatie van de gezagsdragers overnam.


Een andere verklaring voor het matige niveau van de Surinaamse journalistiek is de beroepsopleiding. De Academie voor Hogere Kunsten en Cultuuronderwijs biedt een vierjarige cursus, maar veel verder dan een paar basisprincipes komen de studenten niet. Een kort en bondig nieuwsbericht blijkt meestal te veel gevraagd zodra de kersverse journalist op een redactie terechtkomt. Niet dat ze daarmee zitten. Hun doel is vaak een baan bij de overheid of in het bedrijfsleven. Een voorlichter of pr-functionaris verdient immers een veelvoud van een journalist.


Hoofdredacteuren zijn de eersten om toe te geven dat veel van hun mensen de vereiste vaardigheden missen. Maar wat willen ze, zolang diezelfde mensen nauwelijks kunnen rondkomen van hun salaris en een beroep uitoefenen dat weinig aanzien geniet? En dan moeten ze ook nog hun werk doen in een kleine gemeenschap waarin iedereen met elkaar te maken heeft en kritiek al snel persoonlijk wordt opgevat. Probeer dan maar eens dat 'harde' verhaal te maken.


Zeker, er zijn uitzonderingen. Zo voert avondkrant De West consequent oppositie tegen de regering-Bouterse, terwijl radio- en tv-station ABC van de familie Kamperveen de regering kritisch volgt en de president waar mogelijk negeert. Radio- en tv-station Apintie en Radio 10 komen eveneens regelmatig met onafhankelijke en kritische berichtgeving. Ook de begin 2010 geïntroduceerde nieuwssite Starnieuws doet objectief verslag en publiceert commentaars en analyses.


Journalisten die geen genoegen nemen met perscommuniqués en standaardantwoorden lopen de kans dat ze door de overheid worden 'geaccommodeerd'. Niets bijzonders - dat gebeurt in andere landen net zo goed en gold ook onder vorige regeringen als beproefd beleid. Maar in Paramaribo sprong het de laatste keer nogal in het oog. Na het aantreden van de regering-Bouterse in 2010 werden zeventien vooraanstaande journalisten door de overheid weggekocht bij hun redacties. Een dubbelslag: de regering was verlost van enkele 'hinderlijke mediawerkers' en kreeg de beschikking over een uitgebreide staf om de pers te bedienen.


Voor de overheid zijn de media een middel om informatie door te geven. Zodra de informatie in haar ogen onjuist wordt gepresenteerd, is al gauw sprake van misleiding en wordt de redactie van opzet beticht.


Maatregelen blijven in zo'n geval niet uit. De redactie is dan bijvoorbeeld niet langer welkom tijdens persmomenten of de overheidsadvertenties worden ingetrokken. Dat overkwam Dagblad Suriname nadat het had bericht over hoge salarissen van stafleden op het kabinet-Bouterse.


Doet een publicatie of uitzending geen recht aan het regeringsbeleid, dan is een telefoontje van de kabinetschef met de hoofdredactie genoeg voor een haastige rectificatie.


Steviger vormen van intimidatie komen ook voor. Toen de krant Times of Suriname dit voorjaar verslag deed van de stille protesttocht tegen de omstreden amnestiewet om de verdachten van de Decembermoorden te vrijwaren van rechtsvervolging, kwamen er doodsbedreigingen binnen op de redactie.


Dat de twee grootste kranten, De Ware Tijd en Times, het predicaat objectief verdienen valt lastig vol te houden sinds ze tweewekelijks hetzelfde overheidskatern publiceren. Deze advertentiebijlage vormt een vaste bron van inkomsten voor de uitgever. De kopij is grotendeels afkomstig van de eigen krantenredacteuren, maar dat mag geen bezwaar zijn.


Wanneer de regering beleidsvoornemens wil presenteren, heeft zij ook de beschikking over de staatszenders SRS (radio) en STVS (televisie). Daarnaast komen de schaarse persconferenties van Bouterse, vaak na een buitenlandse reis, rechtstreeks op meerdere tv-stations. Doorvragen is er niet bij. Een verslaggever mag één vraag stellen, de president heeft immers wel meer te doen.


Journalisten die meer willen weten, kunnen een afspraak maken met een minister. De wekelijkse persconferentie waar ministers 's ochtends vroeg vragen over hun beleid beantwoordden, werd vorig jaar afgeschaft. De bijeenkomst draaide namelijk geregeld uit op ordinaire ruzies. Dan weigerden ministers op gevoelige kwesties in te gaan, terwijl journalisten democratische beginselen ter discussie stelden.


Een andere veel toegepaste manier om de vrije nieuwsgaring te ondermijnen, is het invoeren van een persstilte wanneer de overheid overleg voert met vakbonden, bedrijfsleven of maatschappelijke organisaties.


Er is de afgelopen dertig jaar veel veranderd in Suriname, maar het is nog altijd niet erg ingewikkeld om de media in het gareel te houden.


Journalist Diederik Samwel woonde zes jaar in Paramaribo. Hij werkte bij diverse media en schreef drie non-fictieboeken over Suriname. Dit voorjaar verschijnt de roman Jelaya.


Extra: 500 duizend inwoners, 4 kranten

Aan media geen gebrek in Suriname. Volgens het ministerie van Transport, Communicatie en Toerisme bezitten 18 tv-stations en 27 radiozenders een officiële vergunning. Dagelijks verschijnen vier dagbladen, maandelijks een handvol magazines, waaronder de Parbode, het enige opinieblad. Het snel groeiende aantal internetgebruikers veroorzaakt de laatste paar jaar een kentering in het mediagebruik. Begin 2012 had een kwart van de bevolking thuis een internetaansluiting, terwijl een vergelijkbaar aantal mensen inmiddels per mobiele telefoon rondsurft op het net. Elke dag komen er nieuwe internetters bij. Naast nieuwssites als Starnieuws hebben ook de kranten tegenwoordig hun eigen portal, zodat het Surinaamse nieuws een steeds kortere omloopsnelheid krijgt.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden