De Mohammed Ali van Noord-Afrika

Hicham El Guerrouj (28) is zonder twijfel de beste 1500 meter loper van het laatste decennium. Slechts een gouden olympische medaille ontbreekt nog in de prijzenkast van de Marokkaan....

Door Rolf Bos

Ook buiten de atletiekstadions werd Hicham El Guerrouj de laatste jaren overladen met prijzen. De Marokkaan werd tweemaal door de IAAF verkozen tot atleet van het jaar. En hij kreeg thuis van opeenvolgende vorsten de nodige versierselen omgehangen, sterker nog, er werden hem door koning Hassan II en diens opvolger Mohammed VI hele landgoederen geschonken.

Onlangs werd hem door Palestijnse sportjournalisten een geheel nieuwe prijs overhandigd. De op het oog zo timide jongeling werd gehuldigd omdat hij zich had uitgesproken tegen het 'lijden van alle moslims in de wereld, en die van Palestina, Irak en Afghanistan in het bijzonder'.

Opmerkelijke woorden, dapper ook, want uitgesproken tijdens een groot sportgala in Monaco, waar de IAAF vorig jaar de twee beste atleten van het jaar 2002 bekendmaakte.

Hicham El Guerrouj – gekleed in traditioneel Arabisch tenue – verraste de zaal met zijn politiekgetinte dankwoord. 'Het was welgemeend, ik heb die uitspraak doelbewust gedaan', zegt El Guerrouj in Parijs, waar hij een goede kans maakt om de komende week voor de vierde opeenvolgende keer wereldkampioen op de 1500 meter te worden.

'Ik weet niet wat jullie in Europa voor dramatische beelden voorgeschoteld krijgen uit Palestina en Afghanistan, maar in Marokko waren ze vorig jaar volop te zien. Bovendien hing de dreiging van een oorlog in Irak in de lucht. Ik vond dat ik daar in Monaco iets over moest zeggen. Ik stond daar als afgezant van geheel Noord-Afrika.'

Ja, die oorlog in Irak kwam er een paar maanden later toch, verzucht El Guerrouj, maar dat wil nog niet zeggen dat je niet moet proberen om zo'n afschuwelijk drama te voorkomen. 'Ik zie het als mijn taak, ik moet het goede voorbeeld geven. Dat is mijn plicht. Er is meer in het leven dan hardlopen.'

Oorlog, welk land haar ook voert, is altijd een slechte oplossing, zegt Hicham El Guerrouj, die hoopt dat Palestina, Afghanistan en Irak ooit nog eens een rol van betekenis zullen spelen binnen de internationale atletiek.

Jazeker, hij heeft de VS een paar jaar gemeden, maar dat was na de Olympische Spelen van Atlanta in 1996, waar hij, de jonge favoriet voor een gouden medaille, in de finale dramatisch ten val kwam. Hij raakte in de voorlaatste ronde de latere winnaar Noureddine Morceli lichtjes aan en viel. Hij finishte als twaalfde, en laatste.

De meeste fotografen richtten na de finish de lens traditiegetrouw op de winnaar, maar een alerte fotojournalist maakte ook een foto van de schreiende El Guerrouj.

De atleet plaatste de foto later op een prominente plek in de eenvoudig ingerichte kamer 114 van sportinstituut 'Prins Moulay Abdellah' in Rabat. 'Die foto herinnert mij aan het feit dat ik ook maar een gewone sterveling ben, die niet alles in eigen hand heeft. Ik kan heel hard trainen, maar het is Allah uiteindelijk die beslist of ik ook mag winnen.'

Zijn God heeft meestal het beste met hem voor. Van de tachtig races die hij de afgelopen jaren liep, won hij er liefst 76. Geen enkele middenlange-afstandatleet, of hij nu naar de naam Sebastian Coe of Steve Ovett luistert, kan hem dat nazeggen.

Alleen moet zelfs Allah af en toe de regie kwijt zijn. Want juist op de twee belangrijkste dagen uit zijn sportieve leven verloor hij een wedstrijd.

Eerst was er die memorabele augustusavond in olympisch Atlanta. Ruim vier jaar later, op 29 september 2000, was er opnieuw zo'n onverklaarbare gebeurtenis in het leven van 'The King of The Mile'.

Hij verloor opnieuw een olympische finale, terwijl hij ditmaal

nog meer favoriet voor de titel was dan vier jaar eerder. In het stadion van Sydney was er geen valpartij, maar werd hij in de laatste meters voorbijgestreefd door de Keniaan Noah Ngeny, notabene zijn voormalige haas.

De persconferentie na afloop werd een gedenkwaardige gebeurtenis. 'Zilver is toch ook mooi?', snikte de Marokkaan, terwijl sportjournalisten uit zijn vaderland meehuilden. 'Ik bied mijn koning en mijn volk mijn excuses aan.'

Hij kan er nu wel weer over praten, bovendien hij móet wel, want elke journalist begint er natuurlijk over. 'Maar ik had het na Sydney wel zwaar. Ik had psychische problemen en twijfelde aan mijn eigen kunnen.'

Zijn familie en de koning haalden hem over door te gaan met zijn sport. Een jaar na het dramatische verlies in Australië was er dus, in Edmonton, gewoon weer een derde wereldtitel.

Sindsdien heeft hij al zijn wedstrijden over 1500 meter of op de mijl weer gewonnen. Geen enkele concurrent heeft een antwoord op zijn hoge tempo. Het is een ongeevenaarde reeks van zeges, uniek in welke tak van sport ook.

'Ik ben blij dat ik niet nu loop', zegt Steve Cram, ooit befaamd miler en nu televisiejournalist. 'Hicham is van een andere dimensie, hij doet wat de volgende generatie atleten pas zou mogen doen', zegt tweevoudig olympisch kampioen Sebastian Coe.

'Hij gaat zó hard, het is gewoon niet bij te benen. Zijn talent is dat hij zo regelmatig loopt. Altijd goed, behalve dan die twee lullige wedstrijdjes in Atlanta en Sydney', zegt Gert-Jan Liefers, die vaak tegen de Marokkaan loopt en die hem ook de komende week in de finale van de 1500 meter wellicht weer zal treffen.

El Guerrouj bezit drie wereldrecords, op de incourante 2000 meter, op de 1500 meter (3.26,00) en op de mijl (3.43,13). Bijna vijftig jaar geleden brak Roger Bannister in Oxford als eerste man de magische vier minutengrens op de vooral in Angelsaksische streken geliefde mijl (3.59,4).

Had de later tot 'sir' benoemde wetenschapper in 1999 meegelopen in Rome tijdens de recordrace van El Guerrouj, dan had hij nog 110 meter moeten afleggen op het moment dat de Marokkaan over de finish kwam.

'Ik heb monsieur Bannister wel eens ontmoet in Engeland. Hij liep zijn record destijds op een sintelbaan. Op een moderne baan was zijn tijd misschien wel 3.40 geweest', zegt El Guerrouj met een beleefd glimlachje.

Wat is het geheim van de atleet, die van zijn moeder Fatna vanwege 'al die vuile kleren' niet langer mocht voetballen? Hij heeft het talent van Allah gekregen, voor wie hij vijfmaal daags, ook in het buitenland, de blik naar het oosten richt om de salat te zeggen.

Als junior werd hij meteen tweede bij zijn eerste wedstrijd. Zijn

moeder hoefde daarna zijn kleren niet meer te wassen. De 14-jarige Hicham vertrok naar het sportcentrum in Rabat. Het grote voorbeeld indertijd: Saïd Aouita, die in 1984 goud won in Los Angeles.

Hij traint hard, tweemaal daags twee uur, onder het toeziend oog van coach Abdelkader Kada. Zijn broer Fehti, die in Nederland ook bij wedstrijden uitkomt en die gezegend is met dezelfde loopstijl, draaft vaak mee. Vaste 'sparringpartner' Horcine Benzriguinat is er altijd bij.

Vele maanden per jaar verblijft hij op de louterende hoogte van Ifrane, waar hij leeft als een heremiet. Slapen op een zaal, als tijdverdrijf kijken naar videobeelden van de eigen races. 'Daar leren we veel van.'

Het is niet zelden 'een saai leven', beaamt de hardloper. Hij heeft sinds kort een verloofde, Najwa, met wie hij na de Spelen van Athene hoopt te trouwen. Ze zien elkaar weinig, want hij moet immers trainen. Het is een traditioneel engagement, zegt de atleet. 'Mijn familie heeft haar voor me uitgezocht. Ik ken haar drie maanden. Ik ben erg gelukkig.'

De verloofde was niet in het gezelschap dat woensdag met de Thalys vanuit Brussel op Gare du Nord arriveerde. Wel reisden vader Ayachi, coach Kada en trainingspartner Benzriguinat mee vanuit Leuven, waar hij vaak verblijft. 'Ik houd van die omgeving. Ik kan er goed trainen.'

Zijn vader gaat vaak mee, de man die in Berkane een restaurant bezit dat zijn zoon tijdens de ramadan afhuurt, opdat de lokale bevolking er na het vallen van de duisternis gratis kan eten. 'Soms komen er wel 400 mensen, dan is het er een groot feest.'

Hij is goodwill-ambassadeur voor Unicef, geeft geld aan scholen, kocht onlangs nog 130 rolstoelen voor gehandicapten in Marokko. 'Ik heb pijn in mijn hart als ik langs een bedelaar loop. En ik geef dan wat, dat verplicht mijn geloof me.'

El Guerrouj is een held voor álle 30 miljoen Marokkanen. Nawa El-Moutawakel, die zelf in 1984 goud won in Los Angeles, en nu IOC-lid: 'Hij is onze Mohammed Ali. Op elke straathoek van het land kent men Hichams records, zijn tussentijden. Hij maakt ons trots.'

Toch ontstond er in dat beeld van nationale sportheld onlangs een barstje. De hardloper accepteerde een gift van koning Mohammed VI: een 750 hectare grote citrusboomgaard. Land dat eigenlijk, vonden veel critici, aan de boeren toebehoort.

De democratische pers, teleurgesteld in de nieuwe koning die volgens El Guerrouj 'jong en ambitieus' is, sprak er schande van. 'Het land dat leeggeplunderd werd door de kolonialisten, behoort aan de massa.' Linkse opposanten maar ook fundamentalisten gingen de straat op, om te protesteren tegen 'deze vorm van feodalisme'.

Hicham El Guerrouj raakt geïrriteerd als het onderwerp ter sprake komt. 'Ik heb veel voor mijn land betekend. In andere landen worden sporters gesponsord door de overheid, wij krijgen geschenken van de koning.' Hij heeft wel beloofd om flink wat van zijn prijzengeld te investeren in nieuwe landbouwtechnieken, opdat ook de boeren er beter van worden.

Schier onoverwinnelijk is hij op de 1500 meter, buiten die vloek die er hangt over de Olympische Spelen. Maar in plaats dat hij zich nu helemaal richt op de revanche volgend jaar, in Athene, verkent de Marokkaan inmiddels nieuwe horizonten.

In Parijs loopt hij de komende week een weinig gelopen 'dubbel'. Hij start op zowel de 1500 als de 5000 meter. 'De 1500 is als een baby voor me die ik goed ken. De 5000 meter is een sprong in het duister.'

Eenmaal liep hij dit jaar een wedstrijd over ruim twaalf rondjes. Hij verloor in Ostrava van de Keniaan Stephen Cherono, die sinds twee weken overigens als Saif Shaheen voor Qatar uitkomt – voor een levenslange maandelijkse toelage van duizend dollar.

Maar Shaheen/Cherono loopt in Parijs geen 5000 meter. De nieuwe Qatari kiest voor de 3000 meter steeple. El Guerrouj: 'De tegenstand zal toch stevig zijn, met drie Ethiopiërs en vier Kenianen. Het is een uitdaging.'

Maar ook een test voor Athene volgend jaar. Alleen Paavo Nurmi was in 1924 goed voor tweemaal olympisch goud op deze ongewone dubbel. Slechts Kip Keino (1968, zilver en goud) en de onlangs overleden Nederlander Wim Slijkhuis (1948, tweemaal brons) kwamen nadien in de buurt.

Staat dus volgend jaar, na tachtig jaar, de erfgenaam van 'Vliegende Fin' Nurmi op?

Inshallah, als Allah het wil, zegt Hicham El Guerrouj.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden