Opinie

De moderne westerse intellectueel is een lul van een vent

Wie zo profetisch kan schrijven als Houellebecq, moet een lijntje hebben met God.

Michel Houellebecq. Foto afp

Eindelijk Soumission (Onderworpen) gelezen van Michel Houellebecq, een jaar na de aanslag op Charlie Hebdo, toevallig ook de dag dat het boek uitkwam. Niet met voorbedachte rade, het kwam zo uit. Ik had er ook niet zoveel zin in, door alle aandacht dacht ik al te weten wat erin stond. Maar toen ik begon te lezen, was het alsof je het in Keulen hoorde donderen. Overrompelend! Dit was geen fictief portret van Frankrijk dat in 2022 uit angst voor Marine Le Pen een moslimpresident kiest, dit was 2015 zoals we dat het afgelopen jaar in volle werkelijkheid hebben beleefd.

Het gebeurt maar zelden dat een schrijver de tijdgeest zo op de hielen zit. Dat zit niet alleen in de aanslagen die Parijs hebben opgeschrikt en de verkiezingssuccessen van het Front National. Houellebecq schiet ook op allerlei details raak, wat een jaar later pas echt opvalt. Zo besluit de hoofdpersoon François, een universiteitsdocent en kenner van de decadente negentiende-eeuwse schrijver J.-K. Huysmans, op de beslissende verkiezingsdag tot vertrek uit Parijs. De reis, in een dikke Volkswagen-diesel (!), gaat naar zuidwest-Frankrijk. Dat is niet toevallig. In 732 sloegen bij Poitiers de middeleeuwse ridders onder leiding van Karel Martel de moslims terug. In deze omgeving ligt ook het klooster Ligugé, waar Huysmans zijn heil zocht na zijn bekering tot het katholicisme. Het zuidwesten was tevens bestemming van de Franse regering, die in 1940 naar Bordeaux vluchtte voor de oprukkende troepen van Hitler. Daarop volgde de overgave onder Vichy (de geest waaruit Le Pen is voortgekomen).

Lijntje met God

Bij Houellebecq ligt alles er duimendik bovenop. In Soumission komt Brussel voor als Europese hoofdstad waar je het verval, de etnische spanningen en het jihadisme het sterkste voelt. Alsof de schrijver al in contact stond met Molenbeek. De bar van Hotel Metropole, vergane glorie uit de jaren twintig, heet met zijn art deco de mooiste van Europa, wat ik uit eigen ervaring kan bevestigen. Ik ben daar vaak geweest. Bij Place de Clichy in Parijs laat Houellebecq een aanslag plaatsvinden, in het arrondissement waar ik vorige maand nog heb gelogeerd. Zo waren er veel meer details die verbluffend herkenbaar waren, alsof jezelf in het verhaal rondliep. Vergeef me als ik bij het lezen feit en fictie niet altijd uit elkaar kon houden. Wie zo profetisch kan schrijven, moet een lijntje hebben met God. Heter van de naald kun je niet zijn.

Toch heeft Houellebecq geen politieke roman geschreven, maar een psychologische. Soumission deed mij denken aan de romans van de naar Parijs uitgeweken Tsjechische schrijver Milan Kundera, wiens figuren aan 'de ondraaglijke lichtheid van het bestaan' lijden. Ook hij beschrijft vrijgevochten intellectuelen die gebukt gaan onder onderworpenheid (toen de Sovjetbezetting in Oost-Europa), maar zij vinden in het vrije Westen evenmin wat ze zoeken. Daar heerst de geest van mei '68 die anders dan de Praagse lente met het communisme flirt. Het leven in het Westen brengt comfort, maar de eenzaamheid en het onvermogen om betekenisvolle relaties aan te gaan zijn er nog groter dan in het Oosten. Het maakt niet uit wat je doet, mensen zijn op zichzelf gericht en voornamelijk geïnteresseerd in carrière, seks en geld. Wat niet echt bevredigt en mensen tot karikaturen maakt die gevangen zitten in hun dagelijkse plichtplegingen.

Bij Kundera biedt een leven in vrije verbeelding nog een uitweg, bij Houellebecq is er slechts nihilisme. Niks scheppende kunsten. Hoofdpersoon François vlindert maar wat. Hij behoort tot de getalenteerden die zijn hoogleraarschap aan de Sorbonne aan een mooi proefschrift dankt, maar daarna niks meer heeft gepresteerd. Hij is lusteloos, solitair, eet magnetronmaaltijden, drinkt te veel, kiest de weg van de minste weerstand. Hij gaat voor vrouwenvlees, dat hem elk jaar wordt aangeleverd door een verse lading meisjesstudenten. Waarmee het leeftijdsverschil steeds groter wordt.

Ondergeschikt

Zijn fysieke aftakeling benauwt François het meest. De opkomst van Le Pen en de islam ziet hij wel, maar van een afstand, de universitaire collegae zijn erdoor geamuseerd. Willoos geven ze zich aan de nieuwe tijdgeest over, er is geen verzet tegen de islamisering, zoals François het best vindt dat hij in ruil voor een levenslang pensioen zijn baan moet opgeven. Wegkijken doet François niet, hij registreert genadeloos. Hij is zich bewust van zijn morele crisis, maar voor een kloosterleven als van zijn held Huysmans mist hij volharding. Als hem gevraagd wordt zich tot de islam te bekeren, doet hij dat. Niet uit leniging van een spirituele leegte, maar omdat hij er zijn universiteitsbaan mee terugkrijgt tegen een veel hoger salaris en de verzekering dat hij met zijn status drie vrouwen kan trouwen die volledig aan hem ondergeschikt zijn.

De moderne westerse intellectueel is volgens Houellebecq een lul van een vent, een lamzak voor wie alleen nog z'n natje en z'n droogje telt. Daarmee krijgen niet alleen de jihadisten gelijk, maar ook de feministen. Ze minachten allemaal hetzelfde soort man, een slappeling die overal voor wijkt. Toen dat tot me doordrong, begon het in Keulen nog veel harder te donderen.

Dirk-Jan van Baar is historicus.