De moderne travestiet is uit op pure schoonheid

La Cage aux Folles heeft na zijn première in 1983 op Broadway eindelijk Nederland bereikt. Maar volgens drie travestieten van een nieuwe generatie is het allemaal wat ouderwets, mannen die arm in arm lopen en borsthaar op het damestoilet, dat soort lol heeft Nederland toch wel gehad?...

Elk tijdperk heeft zo zijn gekte. 'Ach, travestie staat nu op de agenda, net zoals een paar jaar geleden Aids op de agenda stond. Iedereen heeft het ineens over travestie, straks is het weer wat anders. Het hoort allemaal bij de loop van het leven.'

Na deze opmerking van Miss Céline is iedereen even stil. Tja, de loop van het leven. Om tafel in het Amsterdamse café De Hooge Sluys zitten behalve Miss Céline ook Dolly Bellefleur en Sally Bowles. Drie dames, die in het dagelijks leven gewoon jongen of man zijn, en af en toe een jurk aantrekken. Om op te treden in cafés en op feestavonden zoals Bowles, om een serieus cabaretier te worden zoals Bellefleur of gewoon om nog mooier te zijn, zoals Céline.

De dames praten na over de musical La Cage aux Folles, die vanavond in theater Carré in première gaat en die de zoveelste uiting is van de travestie-hausse die op dit moment in Nederland heerst. Speelde travestie zich tot voor kort voornamelijk af in cafés met gordijnen van rood velours, trendy discotheken en hier en daar stiekem bij schrijvers thuis - in de slaapkamers van de familie 't Hart en Stoute werd menig jurkje gepast - op dit moment wordt er bijna dagelijks op radio en televisie, in kranten en weekbladen aandacht besteed aan mannen in een jurk.

Nog maar net bekomen van de spannende finale van Veronica's Travestie Show, waarin onder leiding van Robert ten Brink Miss Travestie 1995 werd gekozen, staat de Telegraaf nu al weer vol met stukken over La Cage aux Folles, een musical die zo ongeveer gestut wordt door make-up, veren en nepwimpers.

La Cage aux Folles is een produktie van Stardust Theatre bv, het theaterbedrijf van Henk van der Meyden dat erop uit is Nederland zijn ouderwetse amusement terug te geven. Snip & Snap zijn er niet meer, de revue is verdwenen, en musicals gaan vaak over de Franse revolutie, ronddolende spoken of de scheidingen van een zangeres. Droefheid alom, en daar wil La Cage pret en praal tegenover stellen.

De musical ging in 1983 in Broadway in première, met als basis de gelijknamige Franse klucht van Jean Poiret. Het flinterdunne verhaal gaat over een vriendenstel op leeftijd - gespeeld door Jacco van Renesse en Fred Butter - die optreden in hun eigen travestieclub aan de Cote d'Azur. De komst van een rechtse politicus dreigt roet in het eten te gooien, maar met een paar flinke neptieten en kluchteffecten komt het allemaal goed. 'Wij zijn wat we zijn, en dat is een illusie' wordt er gezongen, Seth Gaaikema's briljante vertaling van de hit I am what I am. Zelden zal een herkenningstune zo van toepassing zijn geweest.

'Het is de zoveelste variant van De Tante van Charlie: trek een vent een jurk aan en ja hoor, het kan niet op met de lol.' Zegt Sally Bowles, in het dagelijks leven Rob G. ('nee, ik wil niet met mijn naam in de krant, want ik zit hier als Sally'). Hij zit al 22 jaar in het vak, treedt wekelijks op in het Amsterdamse cafe Gaiety en in Keer Weer in Rotterdam. Sally Bowles heeft een eigen talkshow, zingt en geeft het publiek lik op stuk, met keiharde drag-queen oneliners. Sally Bowles, dat is eigenlijk Dame Edna aan de Amstel.

De veel jongere Dolly Bellefleur ('Dolly is al vijf jaar 28') werkt gestaag aan een theatercarrière en stond met haar programma Made in Dolland al een paar weken in de bovenzaal van de Amsterdamse Stadsschouwburg. Achter Dolly staat Ruud Douma (33), een sensibele Hollandse jongen die travestie ziet als een middel om op te treden. 'Als ik ooit in een gorillapak begonnen was en dat zou succes hebben, dan zat ik waarschijnlijk nog in dat gorillapak. Travestie is voor mij vooral stoeien met rolpatronen: wat is mannelijk, wat is vrouwelijk. Daarom doe ik ook geen borsten in. Als mannen me gaan zien als lustobject, zeg ik gewoon dat ik lesbisch ben.'

Piepjong is Miss Céline, 19 jaar en sinds een paar maanden landelijk bekend als Miss Travestie 1995. Zij was degene die op televisie in tranen uitbarstte toen ze voor het eerst in jurk voor haar moeder verscheen - een coming-out ten overstaan van gans het volk. Jurylid Frank Govers pinkte menig traantje weg. Céline heet in het echt Bob Renooy, woont bij zijn ouders in Den Haag, heeft geen baan, maar is op dit moment vooral bezig met 'self-promoting'. 'Ja, ik werk aan een act, waarmee ik wil gaan optreden in discotheken. Iedereen ziet me nu als een mooi, lief koppie, dat niks anders kan dan mooi zijn, maar ik zal ze eens wat laten zien.'

Drie mannen, drie travestieten, onderling totaal verschillend. Bowles: 'Travestie anno 1995 is niet meer onder één mooie hoed te vangen. In het café waar ik werkte op Koninginnedag, wilden we iets geks doen. Ik trok dus maar een jurk aan. Toen bestond travestie alleen maar uit mannen die Shirley Bassey en Judy Garland nadeden en met de Edith Piafs werd je ook doodgegooid. Liefst zo vals en zo lelijk mogelijk. Ik ben geen vrouw, een blind paard kan zien dat ik een verklede man ben. Ik overdrijf in alles: een flinke bos hout voor de deur, gigantische wimpers, juist dat dubbele vind ik interessant. Als Sally heb ik het over het huwelijk, vreemd gaan, hunkering, en ik merk dat ik alles kan zeggen, tegen de meest bijdehante kerels, ze pikken het gewoon. En tegenover mij zitten twee beeldschone vrouwen, dat is de nieuwe travestie.'

Céline: 'Ja, ik zie mezelf als een van de nieuwe generatie. Vooral in Den Haag en Rotterdam willen jonge travestieten alleen maar bloedmooi zijn en uitgaan. Ze hebben maar één wens: de catwalk op, modeshows lopen, het nieuwe supermodel worden, met hun mooie koppen op de covers van glimmende tijdschriften. Dat is de enige ambitie, daar zit verder geen enkele romantiek achter. Je moet mij ook niet vragen waarom ik het prettig vind als vrouw uit te gaan, ik weet het niet, ik doe het gewoon. Voor mij is het een kick om zo goed mogelijk voor de dag te komen.'

Na het winnen van de Travestie Show kreeg Bob verschillende aanbiedingen, voor presentaties en shows. Binnenkort opent hij een nieuwe brug in Alphen aan de Rijn, met bloemen en zo.

Travestie als de moderne pin-up, het lijkt een trend die doorzet. Het is het onvoorwaardelijk omhelzen van het estheticisme, zoals Oscar Wilde al deed in zijn toneelstuk Salomé: schoonheid tot in de perfectie, en dan toeslaan. Het brengt mannen in verwarring, in de Travestie Show zag je juryleden als Ron Brandsteder en René Froger op het gênante af zweterig worden bij het aanschouwen van al die prachtige, lange benen, waartussen toch iets zat waarmee ze geen raad wisten.

Het pin-up gehalte van Dolly Bellefleur is van een andere orde dan de lucide uitstraling van Céline. Bellefleur poseert het liefst in haar Flipje van Tiel-pakje met Douwe Egberts-schort. 'Ik noem mezelf een beauty met brains, ik heb geen behoefte aan Pamela Anderson-borsten.'

Over La Cage aux Folles zijn ze het eens: prachtig allemaal, vooral die kostuums en de fantastische dansnummers, maar het is ook wel erg ouderwets. Dat twee mannen arm-in-arm gaan, zal geen opwinding meer veroorzaken, zoals tien jaar geleden op Broadway, op de Nederlandse televisie zie je tegenwoordig niet anders.

Bellefleur: 'Travestie in deze vorm bestaat eigenlijk niet meer. Je hebt nu zoveel uitingsvormen, van de talkshows van Sally tot de beachparty's met de glamourgirls in Zandvoort. Deze musical wil het publiek weer terugbrengen naar de kleedkamerromantiek. Ik vind het jammer dat dat homostel zo stereotiep wordt neergezet, dat kan eigenlijk niet meer. Of doe het dan helemaal (c)over the top, maak er dan een echte parodie van! En ik mis het cynisme van de oudere artiest op zijn retour.'

Bowles: 'Tegen Jerry Herman die de muziek en de liedteksten schreef, werd eens geroepen: hé Jerry, het is weer lekker ouderwets hè. Ja, zei hij, lekkere ouderwetse hits! En zo is het: het is ouderwets, maar wel een hit'

Céline: 'De show is geweldig, maar het gegeven niet zo reëel. En ik heb geen rillingen gehad, ik krijg alleen maar rillingen als ik Engelse liedjes hoor.'

Borsthaar op het damestoilet, dat is in wezen de kern van La Cage aux Folles.

Maar met de travestie van Van Kooten & De Bie, Paul Haenen, Arjan Ederveen en natuurlijk Annie de Rooij is het Nederlandse publiek natuurlijk ook uitzonderlijk verwend. Waarom is een man in een jurk per definitie leuker dan een vrouw in een pak? Bowles: 'Een man in een jurk moet iets toevoegen, een vrouw in een pak iets weglaten. Dat toevoegen is leuker dan dat weglaten.'

Waar ze hun eigen jurken vandaan halen, daar doen ze niet moeilijk over. Dolly laat ze speciaal maken ('ze moeten passen in een concept'), Céline koopt ze gewoon in de winkel, het liefst in een bruidswinkel en Sally krijgt ze van haar moeder en schoonmoeder. 'Ja, die hebben ook maatje 40, dus dat scheelt. Ik heb een kast vol met Trevira 2000, ik leef van armoede en schenkingen.'

Céline: 'Ik krijg ook wel eens wat. Morgen krijg ik een paar bontnertsen van een oude Haagse dame. Ze is bang dat dat ze bij het oud vuil worden gezet, als ze dood gaat.'

De avond wordt besloten met het meerstemmig zingen van een liedje van Hans Dorrestijn, Lelijkheid: 'Schoonheid is niet wezenlijk, zij vergaat heel snel; blijvend is de lelijkheid, dus onderhoudt haar wel.' In het café is inmiddels het bandje met sluitingstijd-muziek opgezet. 'He needs me' zingt Nina Simone, 'he doesn't know it, but he needs me'. Er loopt wat mascara door, een ladder kruipt in een kous.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden