De missie van de vader van het DNA

Nobelprijs-winaar James Watson kan fluiten naar zijn geld. De man die vijftig jaar geleden samen met Francis Crick de structuur van DNA doorgrondde, zette in 2000 één dollar in bij een weddenschap over het aantal genen bij de mens....

Binnenkort wordt de balans opgemaakt, maar de gok van Watson is een flinke overschatting, zoveel is inmiddels wel zeker. Waarschijnlijk bedraagt het aantal menselijke genen uiteindelijk niet veel meer dan de helft van die ruim zeventigduizend.

Watson, zo schrijft hij in DNA - the Secret of Life, zette in op grond van de toenmalige kennis. Het aantal genen op chromosoom 22, dat kort daarvoor als eerste helemaal was doorgevlooid, bleek veel geringer dan genetici voor mogelijk hadden gehouden.

Het hele genoom van de mens zou met die dichtheid niet veel verder komen dan globaal vijftigduizend genen, terwijl de gangbare schattingen toentertijd het dubbele aantal voorspelden. Watson gokte daarom op een gemiddelde. Achteraf bleek chromosoom 22 juist een hoge genen-dichtheid te hebben.

Dat een ervaren man als Watson er zo kort geleden nog zo naast kon zitten, geeft aan hoe snel de ontwikkelingen in genenland zijn gegaan. 'Hadden mensen Crick en mij in 1953 voorspeld dat vijftig jaar later de basenvolgorde van het hele menselijke genoom bekend zou zijn, dan hadden we hartelijk gelachen en daarna nog een drankje voor ze besteld.'

Dat het aantal genen zo tegenvalt - een simpel organisme als een nematode, een primitief wormpje, zit ons met twintigduizend genen al op de hielen - is volgens Watson geen teken van genetische armoede, maar juist van kracht. Met weinig genen weten we veel te bereiken.

En het is al zeker geen argument, zoals Stephen J. Gould heeft betoogd, dat opvoeding en levensomstandigheden meer de mens maken dan de achterliggende genetische hardware. Niks van aan, meent Watson, een bevrucht chimpansee-ei levert altijd een chimpansee, een mensenei een mens. 'Blootstelling aan klassieke muziek of geweld op tv kan daar niets aan veranderen.'

DNA - the Secret of Life is dan ook niet alleen een fraai boek dat een interessant beeld biedt van talloze aspecten van genetica en DNA-onderzoek, maar het is vooral ook een ode aan het DNA-molecuul en aan de invloed ervan op ons leven, op ons mens zijn zelfs.

De geschiedenis van genetisch onderzoek komt in het boek aan de orde,inclusief - in kort bestek - de gebeurtenissen, vijftig jaar geleden, op het Cavendish-laboratorium in Cambridge waar de DNA-structuur werd ontrafeld. Belangrijke hoofdstukken zijn verder gewijd aan de moderne biotechnologie, het menselijke-genoomproject, de toekomstverwachtigen van DNA-onderzoek voor de gezondheidszorg, de DNA-vingerafdruk, en, wat minder voor de hand liggend: het onderzoek naar de afstamming van de mens.

Dit alles met een overwegend Amerikaans sausje. Europa is vooral aanwezig als bron van onrust over genetische experimenten, met als hoogtepunt de protesten tegen Frankenstein-food. Schotse Dolly komt in het boek niet voor.

Watson is ook anderszins selectief. Zo wordt het onderzoek van Allan Wilson en Rebecca Cann, die op grond van mitochondriaal-DNA de ouderdom van de moderne mens berekenden, gevierd als een doorbraak. De resultaten waren zeker een steen in de paleontologische vijver, de aanpak van beide wetenschappers was opzienbarend, maar achteraf bleek hun onderzoek grote hiaten en fouten te vertonen. Daar rept de auteur niet over.

Watson beschrijft hoofdzakelijk zijn eigen halve eeuw in het brandpunt van het DNA-onderzoek, zijn werkelijkheid. Hij kent de hoofdrolspelers, was erbij op de belangrijke congressen, liep rond in talloze wandelgangen, volgde de literatuur. Dat levert aardige anecdotes op die het sowieso vlot geschreven boek uittillen boven het zoveelste saaie werk over wetenschap.

Die persoonlijke touch herinneren we ons van zijn befaamde bestseller De Dubbele Helix uit 1968. Daarin werden mindere goden of mensen met een ander standpunt vaak ondubbelzinnig gemangeld. Of Watson nu met met het klimmen der jaren wellevender is geworden of dat het de sturende hand is van co-auteur Andrew Barry, geneticus, publicist en verbonden aan het Museum of Comparative Zoology van Harvard University: dit boek is veel milder.

Toch horen we Watson op de achtergrond nog altijd wat mopperen. Zijn hoekige persoonlijkheid komt misschien wel beter tot zijn recht in Watson and DNA, van wetenschapsjournalist Victor McElheny, waarin een portret wordt geschetst van een eigenzinnige wetenschapper die het nooit iets heeft geïnteresseerd hoe anderen over hem denken.

Wat DNA - the Secret of Life aantrekkelijk maakt, is de missie die uit het boek spreekt, het optimisme dat de drie miljard basenparen van het menselijk genoom een leidraad bieden naar een gezondere, betere toekomst.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden