De mieren zullen de wereld nog versteld doen staan

Animal. Anima. Animus. Museum voor Moderne Kunst Arnhem, tot en met 28 februari. Catalogus * 75,-...

BEELDENDE KUNST

Achter een mier aankruipen, dat kunnen we. Het Museum voor Moderne Kunst in Arnhem laat zien hoe het moet. Het brengt de mensen een beetje in het nauw. Op de knieën voor het dier! Kijk maar, verderop verdwijnen de trekvogels uit het zicht. Geen berg te hoog, geen zee te breed. Voor hen. Wij kunnen doen alsof, per boot en per vliegtuig, maar nooit echt met ze mee. Vergeet dat niet: de dieren gaan ons voor. Wij apen ze na, koesteren ze als knuffels, buiten ze uit en eten ze op. Dat kan zo niet langer. Ons mag wel eens wat eerbied worden bijgebracht.

De schrijvers J.J. Voskuil en Koos van Zomeren en de cabaretier Youp van 't Hek spannen er zich voor in, met hun anti-varkensvleeslobby in Nederland, en het museum in Arnhem verbreidt de strijd nu met de internationale groepstentoonstelling Animal. Anima. Animus. De mieren en alle andere dieren zullen de wereld nog versteld doen staan, geholpen door vijftien kunstenaars, plus een tiental essayisten in de catalogus. Zij belijden de gelijkwaardigheid van de soorten: 'Wezenlijk inzicht in de evolutie is het begin van ware wijsheid. Naar dat inzicht moet de vooruitgangsideologie zich schikken.'

Vandaar dat de museumbezoeker allereerst het nakijken krijgt. Hij belandt in een vertrekhal, vergelijkbaar met die van een luchthaven. Er hangen drie monitoren aan het plafond, maar in plaats van de gebruikelijke vliegtijden, vermelden ze gegevens over de vlucht van rotganzen, verzameld door vogelaars. Jussi Heikkilä (Finland, 1952) betwist onze rechten op het luchtruim met zakelijke informatie die niettemin het verlangen naar vleugels bevestigt. Ach, konden we ze zelf maar uitslaan, af en toe, en bij thuiskomst ze opbergen in de kast, zoals hij valselijk suggereert met twee grote uilenveren aan een knaapje.

Armzalige reizigers zijn we, afgunstiger dan goed voor ons is, expansief ten koste van het evenwicht in de wereld. 'De mens zal zich moeten realiseren dat de aarde niet alleen door hem wordt bewoond. Het debat over slavernij, racisme en seksisme verlegt zich nu eindelijk ook naar het speciesisme. De soorten zijn voor hun overleving aangewezen op elkaar.'

Animal. Anima. Animus leest het publiek de les in politiek correcte termen, bloedserieus in beeld en geschrift, maar op papier toch net iets pamfletteriger dan de kunst rechtvaardigt.

De kunstenaars gedragen zich niet betweterig, ze sluiten een gedroomd verbond met de dieren, bijvoorbeeld vriendschap met een mier. Yukinori Yanagi (Japan, 1959) haalde er eentje als collega in huis en legde de samenwerking vast op video. De mier zwerft rond in een lege omlijsting op de vloer, Yanagi kruipt er op zijn knieën achter aan. Met rood krijt volgt hij het kriebelspoor, maakt in die nauwe dienstbetrekking een grillig schilderij dat evengoed van expansiedrift getuigt. De mier scharrelt langs de randen, onvermoeibaar op zoek naar een kier, niet van zins genoegen te nemen met zijn kunstenaarsplicht.

'Mieren hebben minder hersenen dan wij, maar ze weten wat hen te doen staat. Mensen kunnen denken, maar weten niet waartoe. Wij moeten onze eigen strategieën bepalen. Onze samenleving is niet volmaakt, zoals die van de mieren,' voegt de catalogus eraan toe. Yanagi heeft de mier tenslotte teruggebracht naar zijn nest. Het abstracte schilderij, Wandering Position, is een nederig eerbetoon aan zijn nijvere bestaan - een herinnering aan het samenspel van mens en dier, dat elders in het museum daadwerkelijk naar eenwording neigt.

Die eenwording bereikt hoogtepunten, of dieptepunten, voor de buitenstaander die er vies van is, die griezelt van tongzoenen met een poes of uit slangenangst niet eens wil denken aan de koudbloedige strelingen van python of boa constrictor.

Maar wie te snel terugdeinst verraadt zichzelf. Juist het overwinnen van de superieure distantie is immers het heilzame doel van de expositie. De Jungiaanse begrippen anima en animus verwijzen naar het onderdrukte vrouwelijke in de man en het onderdrukte mannelijke in de vrouw; het animal naar het dier in de mens - eveneens onderdrukt en op emancipatie belust.

De mafste uiting van lotsverbondenheid is de fotoserie Infinity Kisses van Carolee Schneemann (New York, 1939) en haar beminnelijke kat Vesper, kussend dus, vol kleffe overgave. Het is vieze lieve poezenporno, veel enger dan de magische samenzwering met slangen door 'de koningin van de performance' Marina Abramovic (Belgrado, 1946).

Abramovic draagt de pythons en boa constrictors als een kroon. Ze nestelen zich in haar haar, draperen zich over haar gezicht: het gezicht van een moderne, onverslagen Medusa. Haar krachtmeting met de dieren is er één met de goden, theatraal geënsceneerd voor de camera, maar levensecht, in opperste concentratie, een proeve van verschrikkelijke schoonheid.

Wilma Sütö

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden