De middenklasse behouden

De VVD heeft een paar mindere weken achter de rug. De steeds treuriger has been Dijkstal ging onverdroten voort met zijn extreme makeover: slappe bestuurder tovert zichzelf na het ambt om tot koene ridder....

H.J. Schoo

Daarna was er de onnozele Nijs, met malle ontboezemingen in een onbekookt interview. Zo iemand uit het ambt verstoten is een daad van rechtvaardigheid al blijft het wonderbaarlijk dat de VVD-top bijna 24 uur nodig had om de conclusie te trekken dat ze maar beter kon opstappen.

Dat het op verkiezingsdag voor de liberalen niet lekker marcheerde, verbaasde vervolgens niemand meer. Kiezers houden niet van kijven en vitten. De veel te late regie in de kwestie-Nijs en de verkiezingsnederlaag lijken ook weer de vraag op te roepen wie nu eigenlijk partijleider is: fractievoorzitter Van Aartsen of minister Zalm?

Het is geen onbelangrijke vraag, maar niet de belangrijkste. Die gaat over het programma in brede zin: waar staat de VVD voor, hoe ziet zij de samenleving nu en straks, welke kiezers kan en wil de VVD aanspreken?

Over zulke zaken zijn VVD'ers zoekende en het dikwijls behoorlijk oneens. Weliswaar heeft de VVD, aldus het bon mot van de legendarische conservatief-liberale senator Van Riel, 'slechts vlerken en geen vleugels', maar dat laat onverlet dat rivaliserende stromingen de partij moeten delen. Sociaal-liberalen, economisch-liberalen, 'zindelijke burgerheren' met onberispelijke staatsrechtelijke beginselen, postfortuynisten en multiculti-adepten zorgen voor permanente spanning over koers en standpunten.

Wiegel en Bolkestein losten dergelijke spanningen op door een krachtig eigen stempel op de partij te zetten en door hun electorale successen het een als voorwaarde voor het ander. Zo'n stevige stilistische en inhoudelijke signatuur heeft Zalm noch Van Aartsen tot nu toe weten op te leggen. Er zijn aanzetten geweest, maar die lijken verzand door aarzelingenen richtingenstrijd. Dan gaat de vraag weer zeuren: waar staat die partij nou precies voor?

Opvallend is dat het CDA van de drie grote partijen momenteel het minst door politiek-inhoudelijke dubbelzinnigheden wordt geplaagd. Terwijl PvdA en VVD nog altijd moeten bijkomen van het ontregelende paarse avontuur, profiteert het CDA maximaal van de ideologische en programmatische herprofilering waar de jaren van oppositie toe noopten.

Een fraai voorbeeld van de huidige vaste hand van het CDA is het rapport over sociale zekerheid dat zijn wetenschappelijk instituut in maart uitbracht. Het bepleit een ingrijpende, goed doordachte modernisering van de verzorgingsstaat, met inbegrip van een levensloopregeling. De christen-democraten willen in onze postindustri samenleving een stelsel dat niet meer louter is gericht op 'inkomenszekerheid', maar mensen aan het werk houdt, ook in een razendsnel veranderende economie. Van 'nazorg' naar 'voorzorg', heet het, en van 'gelijkheidsideaal' naar 'ontwikkelingsideaal'.De VVD zou zich hierdoor kunnen laten inspireren en de vraag aan de orde moeten stellen hoe de middenklasse de komende decennia verder kan groeien. Die groei, essentieel voor het electorale potentieel van de VVD, is allesbehalve vanzelfsprekend. Dat heeft te maken met de richting waarin de diensteneconomie zich ontwikkelt en de grotere inkomensongelijkheid die dat mogelijk met zich meebrengt.

Als steeds minder mensen betrokken zijn bij de productie van goederen, profiteren ook steeds minder mensen van de productiviteitsstijgingen in de primaire sector. Het groeiend aantal werkenden in de arbeidsintensieve dienstensector, waar de productiviteit vooralsnog niet of nauwelijks stijgt, kan dan te maken krijgen met neerwaartse loondruk. Wat ouderwets gezegd: de productiviteitswinst gaat dan vooral naar de factor kapitaal en veel minder naar de factor arbeid.

Een ontwikkeling van economie en arbeidsmarkt in deze richting kan ingrijpende maatschappelijke gevolgen hebben. Zij bedreigt de welvaart en (financi) onafhankelijkheid van grote delen van de middenklasse, dteunpilaar van een democratische samenleving. De sociaal-democratie zal haar toevlucht waarschijnlijk oudergewoonte zoeken bij inkomensherverdeling via de collectieve sector. Maar voor zulk beleid is weinig ruimte in tijden van mondialisering: bedrijven zullen naar gebieden trekken waar zij minder worden lastiggevallen.

En de liberalen? De VVD is vanzelfsprekend gebaat bij groei van de middenklasse. Zonder brede middenklasse geen vitale democratie en geen invloedrijke liberale partij. Het is voor de VVD daarom essentieel dat een omvangrijke middenklasse behouden blijft, bijvoorbeeld door de eigendom van productiemiddelen te spreiden en op andere manieren bezitsvorming te stimuleren.

Alledrie de politieke hoofdstromingen richten zich tegenwoordig op de middenklasse. Zo wil de PvdA dat middenklassers belang blijven houden bij de verzorgingsstaat en niet alleen de rekening hoeven te betalen. Diezelfde middenklasse wordt echter door veranderingen in de structuur van de werkgelegenheid in haar voortbestaan bedreigd. Elk van de hoofdstromingen zal op grond van eigen beginselen en ideologische overwegingen een antwoord op dat vraagstuk moeten formuleren.

Voor liberalen ligt voor de hand dat zij een herverdelend volkskapitalisme gaan bevorderen. Van Aartsen en Zalm kunnen meteen aan de slag. Moge de beste winnen.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden