De metroman van Koerdistan

Eerwraak, meisjesbesnijdenis, gedwongen huwelijken: het gebeurt volop in Iraaks Koerdistan. Uitgerekend daar wordt de macht van de vader uitgedaagd.

DOOR ROB VREEKEN

Als een bos vol dolle spechten, zo ratelen de trictrac- en dominostenen. In chaikana Chab, het oudste theehuis van Suleimania, spelen groepjes mannen alsof ze op het punt staan have en goed te verliezen.

De motoriek van de gehaaste kelners volgt de cadans van het spel. Geroutineerd verzamelen ze de lege theeglazen op hun dienblad en kwakken met één vloeiende beweging volle glaasjes met 2 centimeter suiker op de tafels, zo wild dat een voetbad ontstaat in de schoteltjes.

Langs de kanten staan lange banken vol mannen, zwijgend en pratend. Achter hen vitrines vol boeken: dit is een culturele chaikana, ontmoetingsplaats van intellectuelen en gewoon volk. Portretten van Koerdische grootheden uit heden en verleden hangen aan muren en pilaren. Schrijvers, acteurs, vrijheidsstrijders, politici. Minstens 200 zijn het er.

Mannen aan de muren, mannen rond de speelborden, mannen met dienbladen, mannen in gesprek. This is a man's world.

Nergens anders kreeg het klassieke beeld van robuuste mannelijkheid zozeer gestalte als in de weerbarstige bergen van Noord-Irak. De tribale gemeenschappen brachten de peshmerga voort, de strijder met martiale snor en een geweer over zijn schouder die indringers de stuipen op het lijf jaagt. Peshmerga's - 'zij die de dood in de ogen zien' - bevochten Turken, Britten, elkaar en vooral het Iraakse leger. De peshmerga belichaamt zelfopoffering en patriottisme.

Dat is het heroïsche verhaal.

Maar de patriarchale cultuur heeft ook een kwaadaardige kant. Vrouwen moeten hun plaats weten. Eerwraakmoorden komen onder Koerden vaker voor dan onder Arabieren en Turken. Meisjesbesnijdenis gebeurt volop in Iraaks Koerdistan. Gedwongen huwelijken. Zelfverbrandingen.

Onder druk van vrouwenorganisaties kwam er in 2011 een 'wet tegen huiselijk geweld' - van huwelijksdwang tot genitale verminking. Een mijlpaal. Maar de wet blijft voorlopig een papieren werkelijkheid. Het patriarchaat geeft zich niet zomaar gewonnen.

Hoe komt dat? Waarom juist hier? Om dat te weten te komen, ga ik in Suleimania op zoek naar 'de Koerdische man'.

Mannenplekken genoeg.

De simpele eethuisjes van Bazirgani, het oude stadscentrum, waar mannen een snelle lunch eten van rijst, plat brood, kip en kebab. Aan de muur posters van FC Barcelona en Messi.

De poolhal, rokerig en halfduister.

Het vogeltheehuis, waar eigenaar Salam Mohammed raven verkoopt, door hem gevangen in de bergen. Elke vrijdagochtend zijn er in Suleimania ravengevechten waarbij twee raven elkaar, gadegeslagen door een roedel mannen, net zo lang pikken tot er één gehavend wegrent.

Het internetcafé, smoezelig en stiekem. Dertig jonge mannen in hokjes naast elkaar, de schermen naar de muur gericht. Zo is de privacy optimaal, maar wie over de wandjes gluurt, ziet porno alom.

De sportschool, waar een grimmig kijkende Arnold Schwarzenegger de bezoeker vanaf een poster verwelkomt. Jonge en middelbare mannen trekken aan gewichten. 'Alles draait hier om spieren en een mooi lichaam', zegt eigenaar Omar Hana Ali (45), wiens naam met een hart op zijn Popeye-brede arm prijkt. Hij was de eerste hier, inmiddels telt Suleimania vijftig sportscholen.

Krabben

Mijn begeleider op de speurtocht naar de Koerdische man is de 36-jarige Nabil Musa. Avonturier, acteur, milieuactivist, feminist, manusje-van-alles. Met één been staat hij midden in de Koerdische samenleving, met het andere erbuiten. Hij woonde in Europa, was acht jaar met een Britse vrouw.

Nabil ziet er met zijn sikje en zijn gespierd postuur bepaald niet androgyn uit, maar aan de Koerdische mannenwereld, die hij van binnenuit kent, heeft hij de schurft. Af en toe levert hij sarcastisch commentaar op wat we meemaken.

'Zie je hoe ze aan hun kruis krabben?', zegt hij dan, vol afgrijzen. Of: 'De meeste mannen hier hoeven niet eens het lichaam van hun vrouw te zien. Hij komt thuis, steekt zijn willy erin en leegt zijn ballen. Is er wel voorspel? Ik weet het niet. Daarover praat je niet met je vrienden.'

Op straat signaleert hij het alledaags seksisme, de opmerkingen - 'Hé schatje, wat doe je vanavond?' - die meisjes door mannen krijgen toegesist.

Op de bazar is Nabil man onder de mannen. Hij kent iedereen, geeft handen, maakt grapjes, knoopt een praatje aan, knuffelt zo nodig. Onderling kennen Koerdische mannen een hoge mate van intimiteit.

Nabils broer Khalil Musa (40) heeft een winkeltje in jassen en tassen, alles uit China. Collega Jamal Salih (32) schuift aan. Ze roken dunne sigaretjes en bepotelen hun gebedsketting. Typische machomannen zijn het, zegt Nabil: vrouwen beoordelen ze op tieten en kont.

Het gespreksthema: wat is een echte man? Geen twijfel mogelijk, zeggen ze. De echte Koerdische man is de aga, de belangrijkste persoon van het dorp. Een peshmerga ook. Hij heeft een tulband en (heel belangrijk) een grote snor. Hij laat een geit slachten voor zijn gasten en vertelt verhalen van vroeger. Hij bemiddelt in familievetes. Gastvrijheid en rechtschapenheid zijn kenmerken van de echte man.

'In de stad vind je geen echte mannen meer', zegt Salih mismoedig. 'We zitten thuis maar een beetje op de bank en kijken tv. Ik ook.'

Maar 180 kilometer verderop bestaan ze nog, echte mannen. We vinden ze in afgelegen bergdorpen als Tutakal, honderd inwoners klein. Waggelende ganzen domineren het straatbeeld en elektra is er pas sinds juli. Mukhtar (dorpshoofd) Sarhad Ajieb (53) koestert zijn tulband en zijn snor. Hij vocht als peshmerga tegen het Iraakse leger en ja, hij serveert gastvrij een heerlijk maal.

Maar de verhalen rond de lunch druipen van treurigheid. Alle kwalen van het tribale Koerdistan - huiselijk geweld, analfabetisme - lijken hier samen te komen.

De door dorpsvrouwen geschetste familierelaties zijn om tureluurs te worden. De oom van Qamber Smil, een 38-jarige moeder van acht kinderen, gaf haar als 14-jarig meisje aan dorpsgenoot Jalal, die nu haar 81-jarige echtgenoot is, in ruil voor diens eveneens 14-jarige dochter, terwijl zus Amber door haar vader werd verkocht aan de 24 jaar oudere Rasul Mohammed, voor geld waarmee de vader een ander kindbruidje aanschafte. Zoiets. Jin ba jin, heet dat - meisjes ruilen.

Het is een uitvloeisel van de Anfal-campagne in 1988, toen Saddam Hussein het Koerdisch verzet probeerde te vermorzelen, ook met gifgas. Weduwnaars moesten met hulp van familie en buren weer aan de vrouw worden geholpen en ja, daar kwamen die pubermeisjes goed van pas.

Oorlog en dictatuur hebben Iraaks Koerdistan diep getraumatiseerd. Maar oorlog haalt ook het slechtste in de man naar boven. Of haalde? Dorpsoudste Ajieb spreekt van 'vroeger'. Koerdistan verandert. Jin ba jin is nu verboden, zegt hij nogal vreugdeloos. 'We hebben geleden door het Baath-regime, door de armoede. Als de oogst slecht was, kwam ik boos terug van het land en kreeg slaande ruzie met mijn vrouw. Mannen zijn nu eenmaal sterker.'

Aardverschuiving

De stad verandert sneller dan het platteland. Vooral in Suleimania, de liberaalste stad van Koerdistan, is dat tastbaar. Onder jonge generaties ontstaat een nieuw soort mannelijkheid. Minder martiaal. Zachter, vrouwvriendelijker, geëmancipeerder. De metro-Koerd. Geen snor meer, maar lang haar, verzorgde bakkebaarden, een Zappa-sik misschien, ringetje in het oor. Gedoe voor mietjes, in de ogen van de echte Koerdische man. Het lijkt bescheiden, maar in de Koerdische verhoudingen is het een aardverschuiving.

Externe factoren spelen een rol, zoals de mondiale tv-cultuur. De invloed van buurland Iran, waar de stadsjeugd al sterker met genderrollen speelt. Maar belangrijker is de maatschappelijke dynamiek. Dorpen zijn leeggelopen, de oorlog is lang voorbij. 'De sociale infrastructuur voor de oude vorm van mannelijkheid is weg', zegt Thomas von der Osten-Sacken, directeur van Wadi, een Duits-Koerdische ngo die meisjesbesnijdenis bestrijdt. Sinds 1991 al werkt hij in Koerdistan. 'Het patriarchaat heeft geen economische basis meer. Mannen zijn niets, ze zijn amper in staat hun familie te voeden. De meesten zijn in dienst van de overheid, met werk dat vrouwen net zo goed kunnen doen, of beter. Ze zijn in crisis.'

Nabil is lang niet de enige jonge metro-Koerd die ik ontmoet. Caffè 11 in Suleimania is een van hun ontmoetingsplaatsen, een naar lokale begrippen trendy plek waar - heel bijzonder - ook vrouwen komen, zónder mannelijke begeleider.

Hoeveel van die nieuwe Koerden zijn er? Als ik met Nabil door het stadscentrum wandel, meen ik louter ouderwetse mannen om me heen te zien. Maar opeens valt een van die passerende mannen Nabil om de hals. Ze stralen, lachen, kussen elkaar. Het is zijn vriend Ismail, schilder en filmer. Een zachtaardige, sensitieve jongeman.

Uitkijken met vooroordelen dus, ook in Koerdistan.

Eindeloos praat ik met mensen als Nabil, Karaman, Ismail en anderen over wat het is - man zijn in Koerdistan. Ik raak ervan overtuigd dat ze oprecht zijn in hun afkeer van het klassieke machogedrag.

Een deel van hun familie beschouwt hen als watjes, maar daar halen ze de schouders over op. 'Eer' - in het Midden-Oosten het kroonjuweel van het patriarchaat - wat betekent dat eigenlijk? Karaman weet het niet meer. Met De Kus (zie inzet) schijnt hij de eer van zijn familie te grabbel te hebben gegooid. Het zal wel. Ze bekijken het maar.

Piramide

Die nonchalance is op zich al een rebelse daad - het gezag van de vader wordt ermee uitgedaagd. De vaderfiguur is de top van de piramide in de tribale samenleving, de aga.

In Koerdistan heeft dat een politieke vertaling. Het bestuur wordt van oudsher beheerst door twee partijen, de KDP en de PUK. Beide hebben een tribale achtergrond en worden geleid door een godfather. Bij de KDP is dat Massoud Barzani, president van Iraaks Koerdistan, bij de PUK Jalil Talabani, president van geheel Irak. Beiden zijn voormalig guerrillacommandant. Hun portretten hangen overal in de openbare ruimte, vriendelijk en vaderlijk glimlachend.

Maar mannen als Barzani en Talabani zijn niet langer het rolmodel voor jonge Koerden als Nabil en Karaman. Dat heeft ook politieke betekenis, zegt Mariwan Kanie, een belangrijke Iraaks-Koerdische intellectueel. Vooral uit kringen van 'het soort mensen dat naar Caffè 11 gaat, met andere ideeën over liefde en relaties', zegt hij, stamt de oppositie tegen de dominantie van KDP en PUK.

In het establishment gebeurt intussen precies het omgekeerde, zegt Kanie. Daar wordt de oude vorm van mannelijkheid, de gemilitariseerde, gebruikt om de status quo te handhaven. 'De mannelijkheid van de peshmerga is onderdeel van de legitimiteit van de macht, van de elite. Het legitimeert de instituties, de manier van regeren.'

En van boven, de top van de piramide, sijpelt de patriarchale mentaliteit door naar beneden, naar de bazar, de werkvloer en de familie.

Kanie, wetenschappelijk medewerker aan de Universiteit van Amsterdam, woont sinds twintig jaar in Nederland, neemt volop deel aan het maatschappelijk debat in Koerdistan, ook als columnist van de krant Awani. Al jaren bestudeert hij de veranderende mannelijkheid in zijn geboorteland. Onderhuids, zegt hij, is het een van de grote maatschappelijke thema's. 'In het Westen kunnen diverse vormen van mannelijkheid naast elkaar bestaan. In het Midden-Oosten probeert de ene de andere uit te schakelen.'

In Caffè 11 stelt Nabil me voor aan Adel, 'de eerste en tot nu enige homoactivist van Koerdistan'. Homoseksualiteit is hier nog zo'n taboe dat ik zijn echte naam niet mag opschrijven - en maak er ook maar liever 'mensenrechtenactivist' van.

Nabil maakte bij de milieuorganisatie waar beiden werkten mee hoe Adel, een enigszins vrouwelijke jongeman, werd weggepest. Nabil kwam voor hem in het geweer, net als voor de vrouwelijke collega die huilend bij hem kwam omdat de baas seksistische grappen maakte. 'Hij was bang omdat de vrouwen slimmer zijn', zegt hij.

'Ik was de klokkenluider. Ik bedierf het voor de rest. Ze zeiden: je gedraagt je niet als een echte vent. Dat klopt, zei ik dan: zo'n man wil ik niet zijn.'

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden