De methode-Zwijndrecht: formeren doe je met de hele raad in het openbaar

Nu de uitslag van de raadsverkiezingen bekend is, begint het formeren. Traditioneel krijgt de grootste partij het initiatief. Maar de onafhankelijke informateur raakt in zwang, zoals met Hans Wiegel in Den Haag. Relatief nieuw is de methode-Zwijndrecht.

Fred Loos is  lijsttrekker van ABZ en voortrekker van de formatiegesprekken in Zwijndrecht. Beeld Simon Lenskens
Fred Loos is lijsttrekker van ABZ en voortrekker van de formatiegesprekken in Zwijndrecht.Beeld Simon Lenskens

Toen Algemeen Belang Zwijndrecht (ABZ) in 2010 samen met de VVD als winnaar van de gemeenteraadsverkiezingen in het bestuurscollege kwam, dachten lijsttrekker Fred Loos en zijn VVD-collega Elbert Vissers: het moet anders in Zwijndrecht.

‘We hadden daarvoor acht jaar in de oppositie gezeten en geen enkele poot aan de grond gekregen. De oppositie deed er gewoon niet toe, elk voorstel verdween linea recta in de prullenbak’, vertelt Loos. ‘Moesten wij als de nieuwe bestuurspartijen dan ook weer in een achterkamertje een coalitieakkoord smeden, waarna 11 van de 27 raadsleden vier jaar lang buitenspel staan?’

Samen met zijn VVD-collega stond Loos, in het dagelijks leven verkoopmanager bij een softwarebedrijf, aan de wieg van een experiment dat in 2014 wegens succes werd geprolongeerd en ook donderdagavond weer plaatsvindt: samen met de gemeenteraad komen tot een breed programma.

Zo’n raadsbreed akkoord is in meer gemeenten zichtbaar en kan ook een antwoord zijn op de toenemende versnippering in gemeenten, waardoor onbestuurbaarheid dreigt. ‘Formeren en het sluiten van akkoorden kan ook op een andere wijze dan via vertrouwelijke onderhandelingen achter gesloten deuren’, schreef de Raad voor het Openbaar Bestuur vorige maand in het rapport ‘Nieuwe politiek, nieuwe akkoorden’. Meerdere gemeenten bewijzen volgens de ROB dat het ‘mogelijk is om er een meer open proces van te maken, waar inwoners, organisaties en ondernemers bij betrokken worden’.

Zwijndrecht is daar en lichtend voorbeeld van. Het raadsprogramma 2014-2018 werd in vier raadsbijeenkomsten, dus volledig in de openbaarheid, vastgesteld. Ook de kleinste partij GroenLinks kon er haar ei in kwijt, zoals onder meer de aanplant van 500 bomen. Aan de andere kant moest ABZ als grootste partij een vrije busbaan accepteren – zelf was ABZ tegen, maar de meerderheid was voor.

Liberale lantaarnpalen

‘Lokaal zijn de verschillen niet zo groot – of zoals iemand opmerkte: er zijn geen socialistische stoeptegels of liberale lantaarnpalen’, stelt ABZ-lijsttrekker Loos. ‘Over 80 procent van de onderwerpen zijn bijna alle partijen het eens. Over de rest is gestemd, evenals over de prioriteiten. Vinden we sociale woningbouw net iets belangrijker dan de bouw van starterswoningen?’

Uiteindelijk hebben alle partijen minus PvdA en CDA (goed voor 7 zetels) het programma onderschreven. Het CDA trok zich op het laatste moment terug, omdat het geen wethouder kreeg in het nieuwe college. Want ook de wethouders werden op een speciale manier geworven. Elke partij mocht bestuurskandidaten naar voren schuiven voor de belangrijkste zwaartepunten uit het raadsprogramma (zoals veiligheid en leefbaarheid of zorg en welzijn). Een werkgroep met uit alle acht fracties één lid, aangevuld met de griffier en een extern adviseur, vormde de sollicitatiecommissie. Zo’n aanpak is te vergelijken met die van de vertrouwenscommissie voor een burgemeestersvoordracht.

Uiteindelijk werden vier wethouders uitverkoren: van ABZ, VVD, D66 en CU/SGP. ‘Meer op kwaliteit dan op partijlidmaatschap’, aldus Loos. Het gevolg van deze aanpak is dat wethouders meer gezien worden als bestuurders namens de hele raad dan als bestuurders namens een politieke partij. Ook de traditionele patstelling tussen coalitie- en oppositiepartijen is volgens hem doorbroken.

Bij het uitvoeringsprogramma moet het college werken met wisselende meerderheden in de raad. ‘Ook als collegepartij kun je dus gewoon ergens tegen zijn’, aldus Loos. ‘Die openheid en transparantie vergroot het vertrouwen in de politiek.’

Bij de gemeenteraadsverkiezingen deze maand kwam ABZ opnieuw als grootste partij uit de bus en groeide zelfs van 5 naar 8 zetels – een beloning voor de nieuwe werkwijze. Donderdagavond wordt de nieuwe gemeenteraad van Zwijndrecht geïnstalleerd. ABZ-voorman Loos zal vervolgens tijdens het ‘duidingsdebat’ voorstellen om opnieuw aan te sturen op een breed gedragen raadsprogramma en een selectie van wethouders op basis van hun vakkennis in plaats van politieke kleur.

Het CDA is minder enthousiast over zo’n breed raadsprogramma. De partij vindt dat er te weinig concrete maatregelen zijn genomen. De PvdA heeft het raadsprogramma vier jaar geleden evenmin ondertekend, omdat er 'onvoldoende resultaten voor ons in stonden'. Maar PvdA-lijsttrekker Gerard Slotema wil wel meewerken aan een nieuw raadsbreed programma: 'Als daar voldoende punten voor de PvdA in komen, dan doen we mee.'

Andere varianten

In zijn recente rapport beschrijft de Raad voor het Openbaar Bestuur ook negen andere gemeenten met ‘bestuursakkoorden nieuwe stijl’. Zo werken Almelo, Etten-Leur, Kaag en Braassem, Leiden, Oude IJsselstreek en Utrechtse Heuvelrug eveneens met ‘raadsbrede akkoorden’. In de Brabantse gemeente Cranendonck wordt gesproken van ‘een samenlevingsakkoord’, met inbreng van de samenleving in al haar geledingen. Alblasserdam en Deventer opereren met afwijkende coalitieakkoorden.

‘Het in beton gegoten coalitieakkoord staat steeds meer onder druk, evenals het automatisme dat elke coalitiepartij uit eigen gelederen een wethouder levert’, constateert Bas Denters, hoogleraar bestuurskunde aan de Universiteit Twente. Hij deed onderzoek naar de collegevorming in 2014 en constateerde toen al dat door de toenemende politieke versplintering steeds vaker een beroep werd gedaan op een ‘onafhankelijke informateur’.

In meer dan de helft van de gemeenten waarin een informatiefase werd ingesteld, kwam de informateur uit de gelederen van de grootste partij. Maar in bijna 40 procent was de informateur een ‘onafhankelijke buitenstaander’, vooral in grotere gemeenten. Dat is een opmerkelijke ontwikkeling, want eind vorige eeuw was het nog gebruikelijk dat in de grote steden de grootste partij (veelal de PvdA) de regie strak in handen nam. ‘Door meer politieke diversiteit drukt de grootste partij in de raad, die tegenwoordig ook minder groot is, veel minder nadrukkelijk een stempel op de collegevorming dan voorheen’, aldus Denters.

Het wordt steeds moeilijker om een (stabiel) meerderheidscollege te vormen. Mede om die reden hebben meerdere gemeenten vier jaar geleden al gekozen voor een alternatieve aanpak waarbij het collegeakkoord eveneens wordt gesteund door andere fracties (dan de coalitiepartners) of zelfs door de hele raad. Ook worden vaker wethouders van buiten aangetrokken (‘voor de frisse blik van buiten’), zoals bijvoorbeeld in ‘probleemgemeente’ Den Helder.

Bestuurskundige Denters verwacht dat de tendens van gemeenten om af te zien van het traditionele coalitieakkoord zich dit jaar zal voortzetten. ‘Steeds meer gemeenten zullen volstaan met een zeer globaal akkoord of raadsbreed programma zoals in Zwijndrecht. De diversiteit van partijen maakt collegevorming moeilijker. Het dwingt partijen ook om meer naar elkaar te luisteren.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden