De mens wikt, maar de arts beschikt

Hoe uitvoerig iemand ook heeft laten documenteren dat hij bij dementie niet verder wil leven, de arts bepaalt uiteindelijk of die wens wordt ingewilligd.

Het aangrijpendste deel van Robert Louis Stevensons verhaal Dr. Jekyll and Mr. Hyde (1886) is het slot. De arts die een middel vond waarmee hij in het boosaardige monster Hyde verandert en weer terug, schrijft in zijn laatste ogenblikken een verklaring. Hierin wordt duidelijk dat de werking van zijn wondermiddel berustte op een toevallige onzuiverheid die niet meer valt te traceren. Omdat het middel op is, weet Jekyll dat hij straks definitief in Mr. Hyde zal veranderen. Er is wel gespeculeerd waarom Jekyll geen zelfmoord pleegde. Wellicht omdat zelfmoord destijds als een zwaar misdrijf gold en de berouwvolle arts minder geloofwaardig zou worden door nog een criminele handeling te plegen.


Zoals dokter Jekyll voelen zich veel mensen die weten dat zij in een onomkeerbare vorm van dementie zullen belanden, waarbij zij zullen veranderen in een persoon die zij volstrekt niet wensen te zijn.


Iemand in wiens wereld geen goden en hiernamaals voorkomen, beschouwt de dood als iets van een volkomen andere orde dan die van de gelovige. Voor de eerste eindigt zijn bestaan definitief. Voor een gelovige biedt de dood een vorm van bevrijding, een weerzien met overleden geliefden, de mogelijkheid om God toe te zingen. Rond de huidige wetgeving en praktijk inzake de dood hangt nog de sfeer van de religieuze ethiek. Het zijn compromissen met de traditionele gelovigen. En zelfs onze ontoereikende wetgeving wordt naar believen door artsen en hun beroepsvereniging KNMG geïnterpreteerd.


Een Nederlander op het Jekyll-moment zal zich veilig wanen. Hij heeft de nodige verklaringen getekend omtrent zijn stervenswens en de condities daarvoor. En hij heeft die verklaringen vandaag nog eens schriftelijk bevestigd. Zijn intimi, die allang van de verklaringen op de hoogte zijn, begrijpen en accepteren zijn wens. Wanneer hij afglijdt in de dementie, weet hij zeker dat hij niet in een ongewenste persoon zal veranderen.


Zeker? Integendeel. Hij is in het geheel niet veilig als hij de volgende dag het domein van de dementie is binnengetreden. Want de KNMG, zo konden we 14 februari via het tv-programma Zembla vernemen, sluit een patiënt die niet meer kan communiceren uit van de procedure waarmee een SCEN-arts kan bepalen of aan alle zorgvuldigheidseisen is voldaan. Eveneens wanneer de patiënt een andere persoonlijkheid is geworden, uit wiens geheugen de vroegere pertinente doodswens is verdwenen.


De enige manier om uit deze catch-22-situatie te komen, is te zorgen dat je sterft vóór je dement wordt. Dat werd op Zembla met zoveel woorden gezegd. Maar wie wil een eind aan zijn leven laten maken, anticiperend op een dementie die nog niet is gearriveerd? Er valt intussen wellicht nog veel te beleven en te genieten. Het zal ook niet de wens van de intimi zijn. Overigens geldt iemand aanzetten tot sterven als een misdrijf.


De werkelijkheid is nog veel erger dan een weigerende SCEN-arts alleen. Want de Nederlander die zijn leven wil laten beëindigen en meent dat de huidige wetgeving daarin voorziet, loopt een gerede kans dat hij zo'n arts helemaal niet te zien krijgt. Een SCEN-arts kan namelijk slechts door een arts worden ontboden. En in tegenstelling tot weigerambtenaren bij de burgerlijke stand, zijn weigerartsen er in alle soorten en maten. Artsen die uit levensbeschouwelijke of ideologische motieven tegen euthanasie zijn. Artsen die weliswaar geen principiële tegenstander zijn, maar het begrip 'ondraaglijk lijden' eindeloos oprekken. Of artsen die geen of weinig ervaring met euthanasie hebben en ertegen opzien. Hun meest voorkomende tactiek is traineren, en de weigerarts in het kritieke stadium vervangen door een ander blijkt in de praktijk niet gemakkelijk.


De Nederlandse wetgeving geeft de KNMG te veel macht. Tekenend ook is de huiver van deze vereniging voor verdere wettelijke beperking van het beroepsgeheim, puur omdat medici hun autonomie koesteren. Niet openen van dossiers vanwege de privacy van patiënten kan echter ook medisch falen verhullen. Zeker bij een dode patiënt zou het algemeen belang moeten prevaleren, en zou het beroepsgeheim moeten worden beperkt.


De macht van de KNMG is een rudiment uit de 19de eeuw. Veelzeggend is het stelselmatig gebruik van het woord 'patiënt' in KNMG-kringen. Maar neem een zwangere vrouw, een vrouw die de pil wil of een abortus, iemand die gesteriliseerd wil worden, een kleinere neus wil hebben of constateert dat het leven is voltooid. Die mensen zijn niet 'ziek' en zouden dan ook beter 'cliënt' kunnen heten. Ze moeten echter voor bovengenoemde handelingen een arts in de arm nemen omdat die het wettelijk monopolie bezit.


Alleen een arts mag het leven van een burger, onder bepaalde condities, beëindigen. Die burger mag zelf de benodigde medicatie niet aanschaffen en wanneer een niet-medicus hem helpt, is die strafbaar.


De wetgever zou die hulp bij zelfdoding uit het strafrecht moeten halen en de mogelijkheid tot zelfmedicatie toestaan. Het monopolie van de KNMG-arts zou ook moeten worden opgeheven door speciaal opgeleide hulpverleners bij levensbeëindiging toe te staan, die al in een vroeg stadium weigerartsen kunnen worden vervangen. Voor de arts blijft het werk over waarvoor hij is opgeleid. Daaraan heeft hij zijn handen al vol.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden